Het wetsvoorstel betreft een modernisering van de wettelijke kaders voor onderwijstijd in het voortgezet onderwijs. Het voorstel doet dit door de wettelijke urennorm anders te regelen: per (gehele) opleiding in plaats van per leerjaar en per leerling.De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt opmerkingen over de verantwoording en handhaving van de onderwijstijd en het overgangsrecht. Zij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk is.
