Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Eindelijk: normeringskader voor begeleiding onder de Wmo 2015

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in de uitspraak van 26 mei 2021 bevestigd dat gemeenten de Wmo-maatwerkvoorziening ‘begeleiding’ toe moeten kennen in uren/minuten. Een manier van indiceren waarbij de burger niet weet op hoeveel tijdseenheden begeleiding hij/zij recht heeft is in strijd met het rechtzekerheidsbeginsel. Maar hoe bepaal je goed gemotiveerd of iemand recht heeft op vier, zes of bijvoorbeeld tien uur begeleiding per week? Gemeenten zijn naarstig op zoek naar een normeringskader dat Wmo-consulenten kunnen gebruiken om de aard en omvang van de ondersteuning te bepalen. FAQT-V, ontwikkeld door Factum, biedt uitkomst: een onderzoeksmethodiek én normeringskader voor het indiceren van begeleiding.

Het komt in de praktijk geregeld voor dat bezwaarcommissies concluderen dat een besluit voor begeleiding onvoldoende gemotiveerd is. Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het besluit is onvoldoende zorgvuldig; het stappenplan van de CRvB is niet gevolgd; of de normering van het aantal uren is onduidelijk. De gemeente krijgt dan de opdracht om opnieuw onderzoek te doen. Factum wordt door gemeenten, maar ook door de rechtbank, veelvuldig gevraagd om advies uit te brengen naar aanleiding van een besluit of bezwaar.

“We kregen van gemeenten de vraag of we hen konden leren dit zelf goed te doen”, aldus Rob de Rek, coördinator kennis en ontwikkeling bij Factum. Daarom is samen met professionals uit het veld FAQT-V ontwikkeld. Hiervoor is onder andere uitgebreid onderzoek gedaan naar de omvang en duur van bestaande ondersteuningsplannen van zorgaanbieders.

Wat is FAQT-V?

FAQT-V is een methodiek die Wmo-consulenten helpt om zorgvuldig onderzoek te doen en biedt een normeringskader voor het bepalen van de toe te kennen tijdseenheden begeleiding. Samen met de betrokkene gaat de Wmo-consulent elf leefgebieden langs waarop begeleiding kan worden ingezet, waaronder persoonlijk functioneren, financiën en verplaatsen en vervoer. (1) Voor elk leefgebied wordt aan de hand van vragen de specifieke aandachtspunten in kaart gebracht. Voor verplaatsen en vervoer wordt bijvoorbeeld gekeken naar de volgende factoren: is iemand in staat zelf een route te plannen? Of zelfstandig deel te nemen aan het verkeer? Kan iemand gebruikmaken van een eigen vervoersmiddel, en/of gebruik maken van het openbaar vervoer? Dat zijn allemaal vaardigheden die je moet beheersen om zelfredzaam te zijn op het gebied van verplaatsen en vervoer. De aandachtspunten worden vervolgens onderverdeeld in licht, matig en zwaar. Het resultaat na het doorlopen van de elf leefgebieden is een grondige situatieschets die echt samen met de betrokkene tot stand is gekomen. Dat verkleint de kans dat de betrokkene uiteindelijk zegt “het klopt niet wat er staat; ik herken mij niet in deze situatie”. Daar gaat het bij veel bezwaar- en beroepszaken in de praktijk namelijk vaak fout: een betrokkene die vindt dat de omvang van het aantal uren begeleiding gestoeld is op een verkeerd vertrekpunt.

Nadat de situatie van de betrokkene in kaart is gebracht en het aantal aandachtspunten per leefgebied is bepaald, biedt FAQT-V een normeringskader om de omvang van het aantal uren begeleiding per leefgebied vast te stellen. Met behulp van FAQT-V indiceren alle Wmo-consulenten op een uniform gestructureerde wijze, waardoor het verschil in indicaties een stuk kleiner wordt. De methodiek biedt zorgaanbieders concrete handvatten voor het opstellen van een ondersteuningsplan. Omdat de aandachtspunten zo specifiek zijn uitgevraagd, kan de zorgaanbieder die omzetten in concrete doelen.

FAQT-V in de praktijk

Diverse gemeenten zijn in de praktijk al aan de slag met FAQT-V. Onlangs maakte ook de gemeente Breda de overstap. Monique van Steen, kwaliteitsadviseur en vanuit de gemeente Breda betrokken bij de implementatie van FAQT-V: “We wilden meer uniformiteit creëren in het onderzoek, zodat alle Wmo-consulenten hetzelfde verstaan onder een resultaatsgebied. En dat het ook voor de zorgaanbieder niet uitmaakt welke Wmo-consulent is langs geweest, omdat dezelfde punten aan bod komen. Dit is de enige methodiek die we tegenkwamen in het land die niet door een gemeente zelf is ontwikkeld, maar die een gemeente kan gebruiken om een objectief en zorgvuldig onderzoek te doen én waarmee de intensiteit van de ondersteuning kan worden bepaald. Bovendien volgt deze methodiek het stappenplan van de CRvB.” Wmo-consulenten begeleiding en beschermd wonen van de gemeente Breda werken sinds 1 januari met FAQT-V. In januari zijn de nieuwe contracten voor beschermd wonen ingegaan en wordt er gewerkt met het onderzoek middels FAQT-V en de intensiteitsbepaling. Vanaf april, wanneer ook de nieuwe contracten met zorgaanbieders voor begeleiding ingaan waarmee is afgesproken dat wordt gewerkt met FAQT-V, gaan de Wmo-consulenten begeleiding ook aan de slag met het normeringskader.

FAQT-V voor uw gemeente?

Factum ondersteunt gemeenten bij de implementatie van FAQT-V. Bij de ondersteuning wordt aandacht besteed aan kennisoverdracht van de methodiek en worden Wmo-consulenten ondersteunt bij het implementeren van FAQT-V in de praktijk. Ook adviseert Factum hoe gemeenten zorgaanbieders moeten betrekken bij de implementatie. Bent u benieuwd wat FAQT-V voor uw gemeente kan betekenen? Neem contact op met Factum via 0318 – 55 24 92 of info@factumadvies.nl.

1) De elf leefgebieden zijn: persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, gezondheid en zelfzorg, verplaatsen en vervoer, dagbesteding, vrije tijd, regie bij het huishouden, financiën, justitie, verslaving en wonen. Deze leefgebieden zijn afgeleid van de zelfredzaamheidsmatrix.