Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:CRVB:2026:190

De Raad verklaart zich onbevoegd. De rechtbank heeft het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard.

Centrale Raad van Beroep 26 February 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:CRVB:2026:190 text/xml public 2026-02-26T09:00:14 2026-02-25 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-02-17 24/237 PW Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:190 text/html public 2026-02-25T15:20:29 2026-02-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:190 Centrale Raad van Beroep , 17-02-2026 / 24/237 PW
De Raad verklaart zich onbevoegd. De rechtbank heeft het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard.

24/237 PW

Datum uitspraak: 17 februari 2026

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2023, 23/7024 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
OVERWEGINGEN
Met de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter het verzoek van appellant tot herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 juni 2022 niet-ontvankelijk verklaard.

Uit vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 15 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2804) volgt dat de Raad niet bevoegd is kennis te nemen van een hoger beroep dat zich richt tegen de niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank van een verzoek om herziening als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een dergelijke uitspraak, inhoudende het niet-ontvankelijk verklaren van een verzoek om herziening, is immers geen uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb, noch een uitspraak als bedoeld in artikel 8:86 van de Awb, of een daarmee op één lijn te stellen uitspraak ten gronde die volgt na een toewijzing van een verzoek om herziening, maar een uitspraak als bedoeld in titel 8.6 van de Awb.

De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2026.

(getekend) M. Wolfrat

(getekend) A.H. Hagendoorn-Huls

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

Artikel delen