Het hof is van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing terecht door de kinderrechter is verlengd en nog steeds noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Dat de ouders nu meer zaken op orde hebben is (nog) niet voldoende voor een terugkeer van de minderjarige naar hen. Artikelen: 1:265b lid 1 BW & 1:265c lid 2 BW.