ECLI:NL:GHAMS:2026:2418
Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Intrekking bezwaren.
Gerechtshof Amsterdam 31 August 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2418
text/xml
public
2026-08-31T11:56:14
2026-08-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
Gerechtshof Amsterdam
2026-08-13
23-001923-25
Uitspraak
Hoger beroep
NL
Amsterdam
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2418
text/html
public
2026-08-31T11:52:38
2026-08-31
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:GHAMS:2026:2418 Gerechtshof Amsterdam , 13-08-2026 / 23-001923-25
Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Intrekking bezwaren.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001923-25
datum uitspraak: 13 augustus 2026
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 februari 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-339808-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
adres: [adres] ,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 augustus 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 11 augustus 2026 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. L.F. Roseval en mr. H.A. Stalenhoef, in tegenwoordigheid van S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 augustus 2026.