ECLI:NL:GHARL:2025:8761
Raadsheer berust in wraking
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 July 2026
ECLI:NL:GHARL:2025:8761
text/xml
public
2026-07-07T17:13:09
2026-04-24
Raad voor de Rechtspraak
nl
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-10-08
W200.359.527
Uitspraak
Wraking
NL
Leeuwarden
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8761
text/html
public
2026-04-24T15:48:44
2026-07-07
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:GHARL:2025:8761 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 08-10-2025 / W200.359.527
Raadsheer berust in wraking
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
wrakingskamer
zaaknummer gerechtshof W200.359.527/01
beslissing van 8 oktober 2025
op het verzoek van:
[naam] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in het wrakingsincident
hierna: verzoeker,
advocaat: mr. B.J. de Pree, kantoorhoudend te Utrecht,
dat strekt tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
mr. L.G. Wijma,
raadsheer in dit hof, locatie Leeuwarden.
1Het verloop van de procedure
1.1
Bij de afdeling strafrecht van het hof is onder parketnummer 21-002526024 een strafzaak aanhangig tegen verzoeker.
1.2
Op 24 september 2025 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden voor de strafkamer van dit hof. Aanwezig waren mr. E. de Witt, voorzitter, en mrs. L.G. Wijma en M.J.F. van der Wolf, raadsheren. Het openbaar ministerie werd vertegenwoordigd door mr. M. Klappe, advocaat-generaal. Verder waren aanwezig verzoeker en diens raadsman, mr. B.J. de Pree. Verzoeker heeft tijdens deze mondelinge behandeling mr. L.G. Wijma gewraakt. De voorzitter heeft hierop de behandeling van de zaak geschorst. Het van deze mondelinge behandeling opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken.
1.3
Mr. L.G. Wijma heeft per e-mailbericht van 1 oktober 2025 de griffier van de wrakingskamer te kennen gegeven dat hij berust in de wraking.
2De beoordeling van het verzoek
2.1
Nu mr. L.G. Wijma heeft berust in de wraking, heeft verzoeker bereikt wat met een wrakingsverzoek wordt beoogd, namelijk dat de gewraakte raadsheer de zaak niet meer behandelt. De wrakingskamer komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek. Verzoeker is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Een mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven.
De beslissing
Het gerechtshof (wrakingskamer):
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.H. Kuiper, voorzitter van de wrakingskamer, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2025.