Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:GHARL:2026:3097

Executie kort geding. Geschil naar aanleiding van geluidsoverlast warmtepomp. Spoedeisend belang. Geïnde en niet-geïnde dwangsommen, onverschuldigde betaling, deskundigenkosten.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:GHARL:2026:3097 text/xml public 2026-05-27T12:00:32 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-05-12 200.354.471/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Civiel recht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2025:2608 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3097 text/html public 2026-05-27T12:00:17 2026-05-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:3097 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 12-05-2026 / 200.354.471/01
Executie kort geding. Geschil naar aanleiding van geluidsoverlast warmtepomp.

Spoedeisend belang. Geïnde en niet-geïnde dwangsommen, onverschuldigde betaling, deskundigenkosten.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.354.471/01

zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 193667

arrest van 12 mei 2026

in de zaak van

[naam1] V.O.F.

die is gevestigd in [vestiginsplaats]

hierna: [appellant]

advocaat: mr. J.W. de Vries

en

Framtyd Scheepvaart B.V.

die is gevestigd in Leeuwarden

hierna: Framtyd

advocaat: mr. S. Eernstman
1Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1
[appellant] heeft bij dit hof hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op 29 januari 2025 tussen partijen is uitgesproken door de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

• de dagvaarding in hoger beroep met daarin de grieven

• de memorie van antwoord

• het verslag van de mondelinge behandeling die op 3 februari 2026 is gehouden (het proces-verbaal)
1.2
Hierna hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen.
2De kern van de zaak 2.1
[appellant] heeft met Framtyd een overeenkomst gesloten op basis waarvan Framtyd was gehouden [appellant] te voorzien van werk dat bestond uit het vervoer van goederen met het binnenvaartschip van [appellant] . Framtyd sloot daartoe bevrachtingsovereenkomsten met derden. Aldus zijn door [appellant] 66 transporten uitgevoerd door Europa. Voor haar inspanningen ontving Framtyd een provisie. [appellant] voerde het transport uit en stuurde vervolgens een factuur aan Framtyd die door Framtyd werd betaald.
2.2
Op enig moment is aan [appellant] gebleken dat de door de bevrachter aan Framtyd aangeboden tarieven, die de bevrachter dus bereid was te betalen voor het transport, hoger waren dan de tarieven die Framtyd aan haar doorgaf en die zij bij Framtyd in rekening bracht. Ook bleek daarbij dat Framtyd het verschil zelf behield. Volgens [appellant] heeft Framtyd zich niet gehouden aan de tussen hen gemaakte afspraken. Zij vordert vergoeding van de door haar daardoor geleden schade. Framtyd betwist dat zij zich niet aan de afspraken heeft gehouden.
2.3
[appellant] heeft bij de rechtbank gevorderd:

een verklaring voor recht dat Framtyd toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, dan wel onrechtmatig jegens [appellant] heeft gehandeld, dan wel ten koste van [appellant] ongerechtvaardigd is verrijkt, uit hoofde waarvan zij aansprakelijk is voor de door [appellant] als gevolg daarvan gemiste inkomsten dan wel geleden schade;

veroordeling van Framtyd tot betaling van € 10.758,44 inclusief btw bij wijze van voorschot en voor het overige verwijzing naar de schadestaatprocedure voor het vaststellen van de daadwerkelijke schade;

veroordeling van Framtyd tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten;

veroordeling van Framtyd tot betaling van de proceskosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

[appellant] heeft ook een incidentele vordering tot afgifte van bescheiden ingediend.
2.4
De rechtbank heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep is dat de afgewezen vorderingen alsnog worden toegewezen.
3De feiten 3.1
[appellant] is opgericht op 1 januari 2021 door de heer [naam2] (hierna: [naam2] ) en mevrouw [naam3] en exploiteert een onderneming op het gebied van de scheepvaart.
3.2
Framtyd houdt zich onder meer bezig met advisering in de binnenscheepvaart en met de bevrachting en verhuur van schepen. De indirect bestuurder van Framtyd is de heer [naam4] (hierna: [naam4] ).
3.3
[naam2] is voor de oprichting van [appellant] jarenlang als matroos in dienst geweest bij Framtyd en is vervolgens schipper geworden op een schip van Framtyd.
3.4
[appellant] heeft in 2021 het binnenvaartschip ‘ [appellant] ’ van Framtyd gekocht. [naam2] heeft voor de aankoop gebruik gemaakt van crowdfunding. Ook door Framtyd is financiering verstrekt, welke lening inmiddels is terugbetaald.
3.5
Partijen hebben in 2021 een raamovereenkomst gesloten getiteld ‘Vervoersovereenkomst m/s [appellant] ’ (hierna ook wel: de overeenkomst). In de overeenkomst, waarin Framtyd wordt aangeduid als ‘opdrachtgever’ en [appellant] als ‘opdrachtnemer’, staat:

“1. De opdrachtgever verplicht zich het schip van de opdrachtnemer van werk te voorzien. Deze transporten zullen van en naar diverse laad- en losplaatsen zijn in Nederland, Duitsland, België en Frankrijk, voor de dan geldende tarieven.

2. De opdrachtnemer verplicht zich echter om het transport zonder oponthoud uit te voeren […]. Het is niet toegestaan om transporten voor derden te verrichten zonder uitdrukkelijke toestemming van de Framtyd Scheepvaart BV, zolang deze overeenkomst geldig is.

[…]

5. De opdrachtnemer is geheimhouding verplicht over zijn vrachtprijzen van transporten tegenover derden.

6. Het is de opdrachtnemer bekend dat de transportprijzen bruto zijn. De vaarkosten zoals gasolie, smeerolie, havengelden, bemiddelingscourtage en provisie, zijn voor rekening van de opdrachtnemer.

7. Opdrachtgever zal bij ondertekening van deze overeenkomst zoveel als mogelijk transparantie betrachten bij de vrachttarieven. Mocht de opdrachtnemer niet akkoord gaan met het aangeboden tarief, dan krijgt de opdrachtgever de mogelijkheid om een alternatieve reis aan te bieden. In het vrachttarief wordt rekenschap gehouden met de dan geldende gasolieprijs. Mocht er structureel werk aangeboden wat tariefmatig onder de kostprijs ligt, dan heeft de opdrachtnemer het recht deze overeenkomst te ontbinden met een opzegtermijn van één maand. […]”
3.6
In de jaren 2021 tot en met 2023 heeft [appellant] 66 transporten verricht, waarbij Framtyd [appellant] van transportopdrachten voorzag. De afspraken over de individuele transporten zijn steeds vastgelegd in afzonderlijke bevrachtingsovereenkomsten, waarin Framtyd is aangeduid als ‘bevrachter’ en [appellant] als ‘vervrachter’. In deze bevrachtingsovereenkomst staat onder meer de vrachtprijs en het percentage aan provisie (7,5%). Een deel van de provisie werd door Framtyd afgedragen aan de derde van wie zij een vervoersopdracht kreeg (hierna: ook wel de derde of de bevrachter).
3.7
Na voltooiing van een transport stuurde [appellant] een factuur aan Framtyd. Op de factuur staat de vrachtprijs maal het tonnage vermeld. Op het totaalbedrag wordt vervolgens de provisie van 7,5% in mindering gebracht. Framtyd betaalde conform de factuur aan [appellant] .
3.8
In ongeveer 90 procent van de door [appellant] uitgevoerde en door Framtyd aangedragen transporten voer het schip voor de in Duitsland gevestigde bevrachter [naam5] GmbH & Co. KG (hierna: [naam5] ). In 2023 is [appellant] in contact gekomen met [naam5] en is [appellant] gebleken dat zij voor in ieder geval zes transporten een lagere vrachtprijs van Framtyd betaald heeft gekregen dan de vrachtprijs die door [naam5] aan Framtyd is aangeboden en door [naam5] aan Framtyd is betaald. Het door [appellant] geconstateerde verschil in vrachtprijzen met betrekking tot deze zes transporten bedraagt € 10.758,44.
3.9
[naam2] heeft vervolgens telefonisch contact gezocht met [naam4] . Van dit gesprek is een transcriptie gemaakt. In de transcriptie – waarin [naam2] wordt aangeduid met ‘ [naam2] ’ en [naam4] met ‘ [naam4] ’- staat onder meer het volgende:

“ [naam2] : Hé, goedemorgen.

[naam4] : Goedemorgen.

[…]

[naam2] : Ik was dus met [naam5] [noot hof: [naam5] ] aan het bellen, en het kwam ter sprake dat ik tegen hem zei dat ik €8000 voor deze reis krijg, en dat ik er wat geld bij wou hebben als ik meer tonnen zou doen.

[naam4] : Ja.

[naam2] : En toen zei hij dat ik €9000 voor deze reis krijg.[naam2] : En dat vind ik wel een beetje apart.

[naam4] : Moet ik even kijken.

[naam2] : Wij hebben €8000 afgesproken.

[naam4] : Ja.

[naam4] : Moet ik even kijken. Ik heb vorige week per ongeluk het verkeerde charter naar je gestuurd. Ik was een beetje slaperig vorige week… Een rommeltje van gemaakt… mee aan de gang. Ik zat er een beetje mee te suffen allemaal, en toen kreeg ik te horen dat …

[…]

[naam2] : Maar toen zei hij over de volgende reis […]

[naam2] : En hij ( [naam5] ) zei hij kreeg €8. En dat heb jij ook gekregen. Maar voor die reis heb jij mij €7,25 gegeven, [naam4] .

[naam4] : Moet ik even kijken, want dat weet ik zo niet.

[naam2] : Dat weet ik wel, want ik heb vanochtend met [naam5] gebeld.

[naam4] : Ja, ja.

[naam2] : En die meld mij dat ik €8 hoor te krijgen, en jij geeft mij maar €7,25. Dat klopt toch niet?

[naam4] : Nee, nee…

[naam2] : En ik betaal gewoon provisie over de reizen, en jij hoort mij gewoon eerlijke prijzen te geven.

[naam4] : Dat doe ik allemaal wel. Er gaat provisie af namelijk, dus eh… en daar eh

[naam2] : Hoe kan het dan zijn dat hij €8 aan mij hoort te geven, en dat jij mij €7,25 geeft?

[naam2] : En met deze reis ook weer €1000 minder… […] En ik denk dat ik wel weet waar dat probleem zit… en ik denk dat dat probleem bij jou zit. Dat jij van mijn reizen loopt te snoepen.

[naam4] : Nou ja, ik probeer altijd wat meer te krijgen dan wat wij overeenkomen. […]

[naam2] : Ja, maar jij probeert wat meer te krijgen… hoeveel meer dan? Moet jij op elke reis €1000 hebben? [naam4] : Nee, tuurlijk niet.

[naam2] : Nee, tuurlijk niet. Maar ik bedoel, hoe ver moet ik nou teruggaan kijken? Want je snapt wel natuurlijk dat ik alles van de afgelopen twee jaar uit ga lopen spitten.

[…]

[naam4] : Vraag en aanbod.

[naam2] : Ja, maar jij kan mij toch niet bijvoorbeeld €13 aanbieden terwijl [naam5] je €18 aanbiedt? Jij hebt toch een contract met mij afgesloten dat jij transparant hoort te zijn in je vrachtprijs, dat jij een eerlijke prijs naar mij toe brengt?[naam4] : Maar dat doe ik toch ook? Wij spreken een prijs af, en ik probeer er altijd zoveel mogelijk uit te halen zodat iedereen daarmee door de bocht kan.

[…]

[naam2] : Met die reis heb ik €10.000 gekregen. Ik heb [naam5] nu gevraagd wat hij ervoor

gegeven heeft. En hij heeft daar €15.000 voor gegeven, [naam4] .

[naam2] : Waar is die €5000 dan? Je staat op dat moment tegen mij te zeggen: "Ja, we kunnen er

nu niks meer aan doen. We doen alleen de provisie eraf, en dat doet [naam5] ook. En dan

lossen we dat zo op en gaan we vanaf nu verder."

[naam2] : Moet ik geloven nu?

[naam4] : Ik probeer de hele tijd het meeste er voor jou en voor mij uit te halen.

[naam2] : Ja, maar €5000, [naam4] ?

[naam4] : €5000, kom op [naam2] ...

[naam2] : "Kom op [naam2] ", ben je hartstikke belazerd? €5000? Dat is toch niet normaal?

[naam4] : €5000, dat heb ik ook nergens vanaf gehaald

[naam2] : Nergens vanaf gehaald? Nou echt waar, ik ga dit echt tot de bodem uitzoeken. En als

ik erachter kom dat er veel meer in zit, dan ga ik stappen nemen. Ik vind dit contractbreuk.”
3.10
Op 4 september 2023 heeft [appellant] een brief gestuurd aan Framtyd waarin het standpunt wordt ingenomen dat Framtyd onrechtmatig heeft gehandeld jegens [appellant] dan wel toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan ongerechtvaardigde verrijking. Verder wordt Framtyd gesommeerd om de documenten te verstrekken die zien op de opdrachten zoals die door Framtyd van de bevrachter zijn ontvangen en die betrekking hebben op de door [appellant] uitgevoerde transporten (aangeduid als 66-parallelle-charters).
3.11
In een brief van 12 oktober 2023 heeft Framtyd de stellingen van [appellant] betwist en geweigerd om de gevraagde bescheiden af te geven.
4De toelichting op de beslissing van het hof
Inleiding
4.1
Het hof stelt vast dat [appellant] geen hoger beroep heeft ingesteld tegen het tussenvonnis van 10 juli 2024 waarin de rechtbank het incidentele verzoek tot afgifte van bescheiden (de 66-parallele-charters) heeft afgewezen. Aan het hof ligt daarom alleen voor de gevorderde verklaring voor recht, verwijzing naar de schadestaat en veroordeling tot betaling van een voorschot, vermeerderd met rente en kosten.
4.2
De rechtbank heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen, onder meer omdat niet is komen vast te staan dat [appellant] en Framtyd de afspraak hebben gemaakt dat Framtyd verplicht was om [appellant] dezelfde tarieven te betalen als zij van de bevrachter kreeg, met uitzondering van de overeengekomen provisie. Het hof zal tot een andere beslissing komen dan de rechtbank en de vorderingen van [appellant] toewijzen. Het vonnis van de rechtbank kan niet in stand blijven. Deze beslissing zal het hof hierna uitleggen.

Tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst
4.3
[appellant] stelt zich primair op het standpunt dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de tussen [appellant] en Framtyd gesloten overeenkomst. Framtyd heeft geen openheid van zaken gegeven over het door de bevrachter aangeboden tarief en heeft daarmee in strijd gehandeld met de afspraak dat de transporten zouden plaatsvinden ‘voor de dan geldende tarieven’ en dat Framtyd ‘transparantie zou betrachten bij de vrachttarieven’. De afspraken hielden daarmee in dat de prijs die de bevrachter wilde betalen, zou worden doorgegeven door Framtyd aan [appellant] en Framtyd zou voor haar werkzaamheden slechts een provisie krijgen, aldus [appellant] .
4.4
Framtyd heeft op de mondelinge behandeling bij het hof erkend dat [naam4] feitelijk een hogere prijs bedong bij de bevrachter dan de prijs die hij aan [appellant] doorgaf en die [appellant] uiteindelijk ontving, maar betwist dat zij daarmee tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Volgens Framtyd was vanaf het begin tussen partijen duidelijk dat zij een marge zou rekenen bij elk transport en behoefde zij daarom niet de prijs van de bevrachter door te geven aan [appellant] . De tekst ‘voor de dan geldende tarieven’ ziet op de verhouding tussen Framtyd en [appellant] , aldus Framtyd.

Uitleg van de overeenkomst
4.5
Voor het antwoord op de vraag of Framtyd tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst moet worden vastgesteld wat partijen zijn overeengekomen. Partijen verschillen daarover van mening, in het bijzonder voor wat betreft de bewoordingen ‘voor de dan geldende tarieven’ en de bepaling dat Framtyd ‘zoveel als mogelijk transparantie zou betrachten bij de vrachttarieven’.
4.6
Het hof stelt voorop dat de vraag welke afspraken partijen hebben gemaakt, niet kan worden beantwoord op grond van uitsluitend een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de zogenoemde Haviltex-maatstaf). Daarbij zijn telkens van beslissende betekenis alle concrete omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar dat wat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. In praktisch opzicht is vaak van groot belang de taalkundige betekenis van de bewoordingen van de overeenkomst, gelezen in de context ervan als geheel, die deze in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben. Verder komt bij de uitleg betekenis toe aan de aard van de transactie, de omvang en gedetailleerdheid van de contractbevestiging, de wijze van totstandkoming en de overige bepalingen ervan. Ten slotte kan bij de uitleg ook een rol spelen hoe partijen na het sluiten van de overeenkomst feitelijk hebben gehandeld. De partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van een bepaalde uitleg van een overeenkomst draagt op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv de bewijslast van de feiten en omstandigheden die de door haar bepleite uitleg ondersteunen.
4.7
Het hof overweegt als volgt. [naam2] is als 15-jarige leerling binnengekomen bij Framtyd en heeft zich door de jaren heen ontwikkeld tot matroos. Er was sprake van een vriendschappelijke relatie tussen [naam2] en [naam4] . Toen [naam2] op enig moment een eigen onderneming wilde beginnen, heeft [naam4] aangeboden om hem een lening te verstrekken om het schip ‘ [appellant] ’ aan te schaffen en was hij bereid om zorg te dragen voor de bevrachting gelet op zijn ervaring en contacten in de sector. [naam4] stelde zich op als een ervaren professional tegenover de startende ondernemer [naam2] . De overeenkomst is vervolgens ook door [naam4] opgesteld, zodat in beginsel onduidelijkheden daarin voor rekening en risico van Framtyd zijn.
4.8
[appellant] heeft ter onderbouwing van haar stellingen aangevoerd dat voor het verzorgen van transportopdrachten Framtyd slechts aanspraak kon maken op provisie die zij van [appellant] zou ontvangen. In de afzonderlijke bevrachtingsovereenkomsten blijkt dat een provisie van 7,5% is ingehouden op het gefactureerde bedrag. Volgens [appellant] zijn partijen op dit percentage uitgekomen, omdat de bevrachter 5% provisie vraagt en Framtyd voor haar diensten 2,5% provisie vroeg. [appellant] heeft gemotiveerd gesteld dat het in de branche van de binnenscheepvaart gebruikelijk is voor een bevrachter om 5% provisie te vragen en dat hij sinds de breuk met Framtyd opdrachten heeft verricht voor verschillende bevrachters die dit percentage aan provisie hanteren. [naam4] heeft ter zitting weliswaar verklaard dat bij de 66 transporten wisselende percentages aan provisie werden gehanteerd door de bevrachter en dat hij soms niets verdiende aan een transport, maar Framtyd heeft deze betwisting onvoldoende onderbouwd. Dat partijen hebben afgesproken dat Framtyd provisie zou ontvangen voor zijn werkzaamheden, is voldoende komen vast te staan en is met zoveel woorden ook opgenomen in de overeenkomst en in de bevrachtingsovereenkomsten. Dat Framtyd naast de provisie ook nog een winstmarge zou mogen hanteren, blijkt niet met zoveel woorden uit de overeenkomst of de bevrachtingsovereenkomsten.
4.9
Ter onderbouwing van haar stelling dat Framtyd gehouden was de prijs die de bevrachter wilde betalen door te geven aan [appellant] , heeft [appellant] niet alleen gewezen op de bewoordingen uit de overeenkomst, maar ook op de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. [appellant] heeft in hoger beroep een kopie van de whatsappgesprekken tussen [naam2] en [naam4] overgelegd. In deze berichten schrijft [naam4] onder meer aan [naam2] : ‘zij bieden 12’ waarop [naam2] antwoordt: ‘Ff denken hoor. Dan zakken we wat’. [naam4] schrijft vervolgens: ‘6500 zou reëler zijn. Ik heb je prijs neergelegd. Wachten gewoon op tegenbod. We gaan ons eigen eerste bod natuurlijk niet ondermijnen.’ [naam2] reageert dan met : ‘Ja, is goed.’ Vervolgens schrijft [naam4] : ‘6750 kom ik op uit. Zijn nu nog bezig als het donderdag of vrijdag laden wordt.’ Uit de whatsappgesprekken, waarvan de voorgaande citaten voorbeelden zijn, blijkt dat Framtyd namens [appellant] onderhandelde met de bevrachter. Uit de overgelegde berichten blijkt niet van onderhandelingen tussen [appellant] en Framtyd, zoals Framtyd heeft aangevoerd. Onder de bewoordingen ‘de dan geldende tarieven’ hebben partijen, zo volgt uit het voorgaande, althans bij de uitvoering van de overeenkomst verstaan de tarieven die de bevrachter uiteindelijk bereid was te betalen voor een transport en waarmee [appellant] kon instemmen. Nergens uit blijkt dat de tarieven waarmee de bevrachter akkoord wilde gaan, afweken van de tarieven die Framtyd doorgaf aan [appellant] , althans dat dit voor [appellant] kenbaar is geweest. Op basis van het tarief dat Framtyd doorgaf als zijnde het tarief dat de bevrachter bereid was te betalen, stelde [appellant] in samenspraak met Framtyd vast tegen welk tarief het transport door [appellant] uiteindelijk werd uitgevoerd.
4.10
Framtyd heeft betoogd dat het voor [appellant] vanaf het begin desalniettemin duidelijk was dat Framtyd bij ieder transport een winstmarge hanteerde en dat deze afspraak ook deel uitmaakte van de overeenkomst. Op de mondelinge behandeling bij het hof heeft [naam4] echter erkend dat tussen partijen hierover niet expliciet is gesproken. [naam4] heeft verklaard dat hij het waarschijnlijk niet nodig had gevonden om één op één tegen [naam2] te zeggen dat hij een winstmarge hanteerde, omdat hij er min of meer vanuit ging dat [naam2] ‘dat wel begrepen had’ vanwege het feit dat zij al langere tijd met elkaar samenwerkten. Volgens [appellant] is er echter nooit gesproken over het hanteren van een winstmarge door Framtyd en bestond de beloning alleen uit de overeengekomen provisie. Dat [appellant] niet op de hoogte was van het feit dat Framtyd een winstmarge berekende, wordt ondersteund door de hierboven genoemde whatsappgesprekken en ook door de overgelegde transcriptie van het telefoongesprek tussen [naam2] en [naam4] . Bovendien blijkt uit de transcriptie dat [naam4] , toen hij met deze winstmarges werd geconfronteerd door [naam2] , niet (meteen) gewezen heeft op de vermeende afspraak dat Framtyd een winstmarge zou hanteren. Redengevende feiten die een andere conclusie rechtvaardigen zijn door Framtyd onvoldoende gesteld. Het hof gaat aan het betoog van Framtyd dan ook als onvoldoende onderbouwd voorbij.
4.11
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat [appellant] in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs de bepalingen uit de overeenkomst, waarin staat dat de transporten zouden plaatsvinden tegen ‘de dan geldende tarieven’ en dat Framtyd ‘zoveel als mogelijk transparantie’ zou betrachten bij de vrachttarieven, zo mocht begrijpen dat Framtyd gehouden was om het tarief dat de bevrachter bereid was te betalen door te geven aan [appellant] . Het hof stelt vast dat Framtyd de bepalingen uit de overeenkomst heeft geschonden doordat zij dat niet (altijd) heeft gedaan en het surplus heeft behouden zonder dat [appellant] daarvan op de hoogte was. Dat is verder niet door Framtyd betwist. Daarmee is Framtyd toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en is Framtyd aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade. De gevorderde verklaring voor recht zal dan ook in zoverre worden toegewezen.
4.12
De grieven van [appellant] slagen in zoverre. De andere grieven hoeven bij gebrek aan belang geen bespreking meer.

De schade
4.13
[appellant] heeft gevorderd een schadevergoeding op te maken bij staat. Voor de toewijsbaarheid van deze vordering is vereist dat de mogelijkheid van schade door de tekortkoming van Framtyd aannemelijk is. Verder heeft [appellant] gevorderd (bij wijze van voorschot) betaling van € 10.758,44. Het hof oordeelt als volgt. Door Framtyd is niet (voldoende) weersproken dat [appellant] als gevolg van de tekortkoming schade heeft geleden en dat die schade in elk geval minimaal bestaat uit het bedrag van het gevorderde voorschot, zodat het hof dat voorschot zal toewijzen. Verder is de mogelijkheid van meer schade voldoende aannemelijk gemaakt en zal het hof ook de verwijzing naar de schadestaatprocedure toewijzen.

De buitengerechtelijke incassokosten
4.14
[appellant] vordert een vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Uitgangspunt is dat buitengerechtelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub c BW voor vergoeding in aanmerking komen indien deze de dubbele redelijkheidstoets kunnen doorstaan en het liquidatietarief daarop geen betrekking heeft. Uit de door [appellant] gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (herhaalde) aanmaning. Het hof zal deze vordering daarom afwijzen.De proceskosten
4.15
Het hoger beroep slaagt. Omdat Framtyd (overwegend) in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof haar tot betaling van de proceskosten zowel in hoger beroep als bij de rechtbank veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak. [appellant] heeft enkel in eerste aanleg vergoeding van de wettelijke rente gevorderd. Die rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.
4.16
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).
5De beslissing
Het hof:
5.1
vernietigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 29 januari 2025 en, in zoverre opnieuw rechtdoende:
5.2
verklaart voor recht dat Framtyd toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen geldende overeenkomst uit hoofde waarvan zij aansprakelijk is voor de door [appellant] als gevolg daarvan geleden schade;
5.3
veroordeelt Framtyd tot vergoeding van de door [appellant] geleden schade, op te maken bij staat en de vereffenen volgens de wet;
5.4
veroordeelt Framtyd tot betaling van € 10.758,44 bij wijze van voorschot op de nog vast te stellen schade van [appellant] ;
5.5
veroordeelt Framtyd tot betaling van de volgende proceskosten van [appellant] tot aan de uitspraak van de rechtbank:

€ 2.889,- aan griffierecht

€ 112,37 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan Framtyd

€ 1.228,- aan salaris van de advocaat van [appellant] (2 procespunten x het toepasselijke tarief € 614,-)

bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;

en tot betaling van de volgende proceskosten van [appellant] in hoger beroep:

€ 827,- aan griffierecht

€ 144,47 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan Framtyd

€ 2.580,- aan salaris van de advocaat van [appellant] (2 procespunten x het toepasselijke tarief € 1.290,-)
5.6
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.7
wijst af wat verder is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.E. Wichers, L. Janse en J. Smit en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026.

HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, NJ 1981/635 (Ermes/Haviltex).

HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427, NJ 2005/493 (DSM/Fox).

HR 19 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3178, NJ 2007/575 (Meyer Europe/Pont Meyer) en 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4909, NJ 2007/575 (Derksen/Homburg).

HR 10 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP2651, NJ 2005/239 (Diosynth/Groot-van Veen).

HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.

Artikel delen