Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:GHARL:2026:3112

Zorgregeling. Hoofdverblijfplaats bij beide ouders vastgesteld (sprake van co-ouderschapsregeling). Ouders kunnen met behulp van de gezinsvoogdijinstelling afspraken maken over de inschrijving van de kinderen.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:GHARL:2026:3112 text/xml public 2026-05-27T12:00:36 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-05-19 200.361.314 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3112 text/html public 2026-05-27T11:55:22 2026-05-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:3112 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-05-2026 / 200.361.314
Zorgregeling. Hoofdverblijfplaats bij beide ouders vastgesteld (sprake van co-ouderschapsregeling). Ouders kunnen met behulp van de gezinsvoogdijinstelling afspraken maken over de inschrijving van de kinderen.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.361.314

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 590916)

beschikking van 19 mei 2026

in de zaak van

[verzoekster] (de moeder)

die woont in [woonplaats1]advocaat: mr. G.C. Salomons-Korteweg

en

[verweerder] (de vader)

wonende te [woonplaats2] , gemeente [gemeentenaam] ,

advocaat: mr. W.A. Quispel

Als belanghebbende is aangemerkt:

de gecertificeerde instelling

Stichting Samen Veilig Midden-Nederland (de GI),

die is gevestigd in Utrecht
1Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de (tussen)beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 8 augustus 2025, uitgesproken onder zaaknummer 590916 (ook te noemen: de bestreden beschikking).
2Het geding in hoger beroep 2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingekomen op 7 november 2025;

- het verweerschrift met producties;

- een journaalbericht van mr. Salomons-Korteweg van 19 maart 2026 met producties;

- de spreekaantekeningen van mr. Salomons-Korteweg;

- de spreekaantekeningen van mr. Quispel.
2.2
[de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben in een brief hun mening aan het hof kenbaar gemaakt.
2.3
De mondelinge behandeling heeft op 31 maart 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,

- twee vertegenwoordigers van de GI,

- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
3De feiten 3.1
De moeder en de vader hebben een relatie gehad en zijn de ouders van:

- [de minderjarige1] , geboren [in] 2014 in [plaats1] ,

- [de minderjarige2] , geboren [in] 2018 in [plaats1] ,

over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen.
3.2
De ouders hebben met elkaar een zorgregeling afgesproken, die inhoudt dat de

kinderen van maandag 8.15 uur tot woensdag 12.15 uur bij de vader zijn, van woensdag
12.15
uur tot vrijdag 14.00 uur bij de moeder en in de weekenden om en om bij ieder van de

ouders.
3.3
In een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 15 april 2025 is onder meer de zorgregeling die de ouders hebben afgesproken vastgelegd en bepaald dat deze regeling geldt ongeacht of de kinderen wel of niet naar school kunnen. Ook heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de kinderen op hetzelfde adres als de moeder staan ingeschreven.
3.4
In de bestreden beschikking heeft de rechtbank bepaald dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] voortaan hun hoofdverblijfplaats bij de vader hebben.

* Als voorlopige zorgregeling (zolang de moeder geen vaste woon- of verblijfplaats heeft) is bepaald dat:

de moeder haalt de kinderen op woensdag, donderdag en vrijdag op van school en brengt ze om 18.00 uur terug bij de vader;

één keer in de twee weken haalt de moeder [de minderjarige2] op zaterdag om 9.00 uur op en brengt haar om 19.00 uur terug;

op de zaterdagen dat [de minderjarige2] bij de moeder verblijft, zal de vader [de minderjarige1] – na voetbal – naar de moeder brengen en brengt de moeder [de minderjarige1] vervolgens om 19.00 uur terug naar de vader;

één keer in de twee weken haalt de moeder beide kinderen op zondag op om 9.00 uur en brengt ze om 18.00 uur terug naar de vader.

* Als definitieve zorgregeling (vanaf het moment dat de moeder een vaste woon- of verblijfplaats heeft) is bepaald dat: [de minderjarige1] en [de minderjarige2] van maandag naar school (8.15 uur) tot woensdag na school (12.15 uur) bij de vader en van woensdag 12.15 uur tot vrijdag na school (14.00 uur) bij de moeder verblijven, waarbij de kinderen om en om het weekend bij de ouders verblijven, maar de vader – zolang [de minderjarige1] voetbalt – iedere zaterdag met [de minderjarige1] naar de voetbal gaat. Daarnaast heeft de rechtbank een uitgebreide vakantieregeling vastgesteld en bepaald dat de kinderen van school mogen worden gehaald door familieleden van de vader, maar ook anderen, mits dit van tevoren door de vader is aangegeven op school.

De verzoeken van de vader over een ondertoezichtstelling en de benoeming van een bijzondere curator heeft de rechtbank aangehouden.
3.4
De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft bij beschikking van 12 november 2025 [de minderjarige1] en [de minderjarige2] onder toezicht gesteld van de GI tot 12 november 2026.

4. De omvang van het geschil
4.1
De moeder is het niet eens met de beslissingen van de rechtbank in de bestreden beschikking over de hoofdverblijfplaats van de kinderen en de basiszorgregeling en de vakantieregeling voor de kinderen en zij komt daarom in hoger beroep.

De moeder verzoekt het hof:

de bestreden beschikking te vernietigen;

de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] bij de moeder te bepalen en te bepalen dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] op het adres bij de moeder worden ingeschreven;

als zorgregeling te bepalen dat:

[de minderjarige1] en [de minderjarige2] van maandag naar school (8.15 uur) tot woensdag naar school (8.15 uur) bij de vader en van woensdag naar school (8.15 uur) tot vrijdag naar school (8.15 uur) bij de moeder verblijven, waarbij [de minderjarige1] en [de minderjarige2] om en om het weekend bij de ouders verblijven (even week bij de moeder en oneven bij de vader), en de wisselmomenten om 10.00 uur plaatsvinden als het geen schooldag is;

[de minderjarige1] wekelijks om maandagmiddag van 14.30 uur tot 18.00 uur een één op één moment met de moeder heeft en dat voor in onderling overleg een wekelijks één op één moment met de vader [de minderjarige2] wordt gepland

de week dat de moeder de kinderen heeft zij meegaat naar voetbal, de week dat de vader de kinderen heeft hij meegaat naar voetbal. Ieder zorgt in de eigen week voor vervoer, basisuitrusting en aanwezigheid. De vader betaalt de voetbal van [de minderjarige1] , de moeder betaalt de hockey van [de minderjarige2]

de wissel plaatsvindt op neutraal terrein of met begeleiding van een derde. De ouders hebben geen contact met elkaar en spreken elkaar niet aan;

- als vakantieregeling te bepalen dat:

de zomervakanties worden verdeeld met een week-op-week-af verdeling en als het hof dat verzoek niet toewijst de kinderen de eerste drie weken van de zomervakantie bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader verblijven, waarbij geldt dat als een ouder gedurende die periode in Nederland blijft met de kinderen, er ten minste één contactmoment zal plaatsvinden met de andere ouder;

de herfstvakantie in de oneven jaren bij de moeder en de even jaren bij de vader;

de reguliere zorgregeling doorloopt tijdens de kerstvakantie, waarbij geldt dat de kinderen op Kerstavond (24 december) vanaf 15:00 uur bij de moeder zullen

verblijven en op 25 december 16:00 uur tot 27 december in de ochtend tot 11:00 uur bij de vader zullen verblijven. Voor Oud en Nieuw geldt dat de kinderen in de oneven jaren bij de vader verblijven en in de even jaren bij de moeder;

de voorjaarsvakantie in even jaren bij de moeder en de oneven jaren bij de vader;

de meivakantie in de oneven jaren bij de moeder en de even jaren bij de vader;

Pasen in de even jaren bij de vader en oneven jaren bij de moeder;

Hemelvaartsweekend bij de moeder;

Pinksteren bij de vader;

Vaderdag bij de vader;

Moederdag bij de moeder;

de verjaardag van een ouder bij die betreffende ouder;

de verjaardag van [de minderjarige2] in de even jaren bij de moeder en de oneven jaren bij de vader;

de verjaardag van [de minderjarige1] in de oneven jaren bij de moeder en de even jaren bij de vader;

op officiële studiedagen die in de zorgtijd van de vader vallen, uitgezonderd de dinsdagen (zorgdag opa en oma vaderszijde), moeder standaard beschikbaar is

en opvang/activiteit verzorgt, tenzij vader bevestigt beschikbaar te zijn om een

activiteit te ondernemen; in dat geval verzorgt vader zelf de invulling van die dag;

te bepalen dat zowel familieleden van de moeder als van de vader de kinderen van school mogen ophalen, maar ook anderen, mits dit van tevoren per email door de moeder respectievelijk de vader is aangegeven op school en aan elkaar;

de vader te veroordelen in de werkelijke kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de vijftiende dag na de dag van deze beschikking en de vader hoofdelijk te veroordelen tot voldoening van de nakosten en

te bepalen dat de beschikking direct geldt ook al gaat één van de ouders in cassatie (uitvoerbaar bij voorraad te verklaren).
4.4
De vader voert verweer en vraagt het hof de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek over de zomervakantieregeling, althans dit verzoek af te wijzen, en de overige verzoeken van de moeder ook af te wijzen voor zover hij het met deze verzoeken niet eens is, de moeder in de proceskosten te veroordelen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.
5De motivering van de beslissing
juridisch kader
5.1
De ouders hebben samen het gezag. Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een zorgregeling bepalen en beslissen bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft.

basiszorgregeling
5.2
Gebleken is dat de gezinsvoogden in het kader van de uitvoering van de ondertoezichtstelling een aangepaste regeling hebben vastgesteld in plaats van de door de rechtbank in de bestreden beschikking vastgestelde voorlopige zorgregeling waarbij de kinderen niet bij de moeder mochten overnachten. [de minderjarige2] verblijft nu op woensdag en donderdag met overnachtingen tot vrijdag 19.00 uur bij de moeder en in de even weken ook van vrijdag tot maandagmorgen. [de minderjarige1] verblijft op woensdag, donderdag overdag en vrijdag tot 19.00 uur bij de moeder, maar overnacht bij de vader. In de even weken verblijft [de minderjarige1] vanaf vrijdag 19.00 uur tot zondag 17.00 met overnachtingen bij de moeder.

Het hof stelt vast dat de ouders en de GI het erover eens zijn dat uiteindelijk een fiftyfifty-regeling moet gaan worden uitgevoerd, min of meer in overeenstemming met de door de rechtbank in de bestreden beschikking vastgestelde definitieve zorgregeling zodra de moeder een vaste woon- of verblijfplaats heeft. Ook de vertegenwoordiger van de raad heeft geadviseerd dat moet worden toegewerkt naar een fiftyfifty-verdeling van de zorg voor [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .
5.3
Het hof is van oordeel dat huidige woonsituatie van de moeder niet meer in de weg staat aan de uitvoering van een fiftyfifty-regeling. De moeder heeft voldoende nader onderbouwd dat zij vanaf eind maart tot november continue kan verblijven in het door haar gekochte chalet op een vakantiepark in [plaats2] . Dat de moeder in de winterperiode incidenteel een paar dagen in een ander chalet op hetzelfde park moet verblijven acht het hof niet onoverkomelijk en staat niet in de weg om de definitieve zorgregeling vanaf nu te gaan uitvoeren. Niet betwist is dat de moeder tot de echtscheiding altijd de hoofdverzorger is geweest voor de kinderen. De stellingen van beide ouders over elkaars opstelling en invulling van de zorg laat het hof voor wat ze zijn, omdat het hof hierin geen echte obstakels ziet voor het uitvoeren van een min of meer gelijkwaardige regeling. De verstandhouding tussen de ouders is nu eenmaal niet goed en hopelijk gaan de ouders een hulpverleningstraject aan om de situatie hanteerbaar te houden. De GI heeft weliswaar nog geen thuisbezoek bij de moeder uitgevoerd, maar de GI heeft ook aangegeven dat zij geen ernstige zorgen hebben over de situatie bij de moeder. De GI heeft al wel de keuze gemaakt om de overnachtingen bij de moeder weer op te bouwen en dat verloopt goed.

Indien de GI de overgang van de huidige regeling naar de definitieve regeling ineens te groot vindt voor de kinderen of als één of beide kinderen dat vinden, dan geeft het hof de GI de regie om een overgangsregeling te bepalen. Het uitgangspunt moet daarbij zijn dat zodra de situatie en belastbaarheid van de kinderen het toelaat de fiftyfifty-regeling volledig zal worden uitgevoerd. Uit de brieven van [de minderjarige2] en [de minderjarige1] begrijpt het hof dat zij weer meer bij de moeder willen verblijven dan nu het geval is. Wel merkt [de minderjarige2] op dat ze niet te laat op school wil komen en [de minderjarige1] wil niet te veel in de auto zitten.
5.4
Door de moeder zijn wat aanpassingen van de tijden van de door de rechtbank vastgestelde definitieve zorgregeling verzocht. Het hof ziet geen noodzaak voor de door de moeder gewenste aanpassing van de wisseltijd naar de moeder op woensdag om 8.15 uur in plaats van 12.15 uur en op vrijdag naar de vader om 8.15 uur in plaats van 14.00 uur. Het hof zal deze verzoeken van de moeder afwijzen. Wel acht het hof het in het belang van de kinderen de wisselmomenten op de doordeweekse dagen dat er geen school is om 10.00 uur te bepalen. Dit zal worden toegewezen.

De door de moeder verzochte wekelijkse één op één momenten van [de minderjarige1] met haar op maandagmiddag en van [de minderjarige2] met de vader zal het hof afwijzen, omdat dat te onrustig is voor de kinderen. Beide ouders hebben aangegeven dat er nu al sprake is van veel wisselmomenten. Het is in het belang van de kinderen om zoveel mogelijk rust en structuur te creëren.

De bepaling van de rechtbank dat de vader – zolang [de minderjarige1] voetbalt – iedere zaterdag met [de minderjarige1] naar de voetbal gaat, moet naar het oordeel van het hof in stand worden gelaten (de vader zorgt dan dus uiteraard ook voor het vervoer). Gebleken is dat de voetbal niet alleen voor [de minderjarige1] een belangrijk gebeuren is, maar ook voor zijn vader en opa vaderszijde. Zij zijn alle drie intensief betrokken bij de voetbalclub waar [de minderjarige1] ingeschreven staat.

Vanzelfsprekend zorgen beide ouders op de momenten dat de kinderen bij hen verblijven verder zelf voor het vervoer, de basisuitrusting en tijdige aanwezigheid van de kinderen. Het hof vindt het niet nodig om dit op te nemen in de zorgregeling.

Het hof zal geen beslissing geven over het voldoen van de kosten voor de voetbal van [de minderjarige1] en de hockey van [de minderjarige2] , omdat dit geen onderdeel is van de zorgregeling en de ouders dit moeten kortsluiten binnen het kader van hun andere afspraken of verplichtingen over de kosten van de kinderen.
5.5
De moeder heeft ook een aantal verzoeken met betrekking tot de overdracht van de kinderen gedaan. Zij verzoekt te bepalen dat de overdracht plaatsvindt op neutraal terrein of met begeleiding van een derde en dat de ouders geen contact met elkaar hebben en elkaar niet aanspreken. De vader heeft in reactie hierop aangegeven dat hij akkoord is met een overdracht op neutraal terrein waarbij de ouders geen contact met elkaar hebben, maar dat moet volgens hem in overleg met de GI. Het hof zal een beslissing op dit punt achterwege laten, omdat het hof van oordeel is dat de regie op dit punt meer bij de GI thuishoort.

Verder heeft de moeder verzocht niet alleen voor de vader, maar ook voor haar te bepalen dat zowel familieleden, als ook anderen (mits dit van tevoren per email door de moeder dan wel de vader is aangegeven op school en aan elkaar), de kinderen voor de ouders van school mogen ophalen. Vanwege de slechte verstandhouding tussen de ouders zal het hof dit verzoek voor beide ouders uitsluitend ten aanzien van familieleden (hieronder valt ook de huidige partner van de vader) toewijzen. Indien het noodzakelijk is dat iemand buiten de familie de kinderen moet ophalen van school dan moet dat in overleg met de GI worden afgestemd en afgesproken.

hoofdverblijfplaats
5.6
Beide ouders hebben om vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem/haar verzocht. De beslissing over de zorgregeling brengt mee dat de ouders een regeling moeten uitvoeren die een min of meer gelijke verdeling van de zorgtaken inhoudt (co-ouderschapsregeling|). In die zin hebben de kinderen dan ook geen hoofdverblijfplaats in de taalkundige betekening van het woord en evenmin in juridische zin. In verband daarmee komt het in de juridische praktijk regelmatig voor dat er geen hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt vastgesteld. In de literatuur wordt echter betoogd in dergelijke gevallen de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij beide ouders te bepalen. Indien de kinderen evenveel bij beide ouders verblijven, kan namelijk ook gezegd worden dat hun hoofdverblijfplaats bij beide ouders is. Overigens heeft de ouder bij wie de hoofdverblijfplaats van de kinderen is vastgesteld niet meer of andere bevoegdheden of zeggenschap dan de ouder bij wie de hoofdverblijfplaats niet is vastgesteld.

Op grond van artikel 1:253a BW heeft de rechter een ruime beslisbevoegdheid en kan de rechter ook iets beslissen wat door geen van de ouders is verzocht. Anders dan de vertegenwoordiger van de raad, ziet het hof in de omstandigheden van het geval aanleiding om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij beide ouders te bepalen. Dat doet naar het oordeel van het hof meer recht aan de feitelijke situatie en het gelijkwaardig ouderschap.
5.7
De hoofdverblijfplaats moet los worden gezien van het adres waar de kinderen worden ingeschreven. Het is niet mogelijk om op meer dan één adres ingeschreven te staan, dus de kinderen zullen bij één van beide ouders moeten worden ingeschreven. De ouder bij wie de kinderen niet ingeschreven staan, heeft wel recht op officiële stukken over en uitnodigingen voor de kinderen (bijvoorbeeld voor vaccinaties). Voor het ontvangen of kunnen gebruikmaken van diverse (fiscale) toeslagen/regelingen, zoals de kinderopvangtoeslag, de kinderbijslag en het kindgebonden budget, zijn de hoofdverblijfplaats en de inschrijving van de kinderen niet van belang, omdat afspraken kunnen worden gemaakt met de SVB en/of de Belastingdienst. Om in aanmerking te komen voor bepaalde gemeentelijke regelingen kan de inschrijving wel van belang zijn, maar het hof kan niet voldoende overzien of het voor de kinderen om die reden noodzakelijk is om bij de vader ingeschreven te blijven staan. Die GI heeft daar wel zicht op. Het hof gaat ervan uit dat de ouders met behulp van de GI afspraken over de inschrijving van de kinderen kunnen maken.

vakantie/feestdagenregeling
5.8
De moeder heeft ook een aantal aanpassingen van en aanvullingen op de door de rechtbank vastgestelde regeling voor de vakanties en feestdagen verzocht.

Het hof is van oordeel dat de eerder door de ouders gemaakte afspraak dat de kinderen in de zomervakantie de eerste drie weken bij de vader en de volgende drie weken bij de moeder zullen verblijven in stand moet blijven, overeenkomstig het advies van de raad. Een dergelijke regeling is passend bij de situatie en de leeftijd van de kinderen. De raad heeft daarbij aangegeven dat het gebruikelijk is dat kinderen in een periode van drie aaneengesloten weken minstens één keer telefonisch contact hebben met de andere ouder. Het hof zal dit opnemen in de regeling.

De vader heeft geen verweer gevoerd tegen de verzoeken van de moeder over de herfstvakantie, de voorjaarsvakantie, de meivakantie en de verdeling met Pasen, het Hemelvaartsweekend, Pinksteren en Vader/Moederdag. Deze verzoeken acht het hof redelijk en zal het hof toewijzen.

Ten aanzien van de door de moeder gewenste verdeling van Kerst en Oud en Nieuw heeft de vader wel verweer gevoerd. Hij heeft daarbij niet betwist dat Kerstavond bij de moeder en haar familie een kersttraditie is. Het hof begrijpt dat de moeder deze traditie graag wil voortzetten en is van oordeel dat de door de moeder verzochte regeling voldoende ruimte geeft aan de vader om ook Kerst met de kinderen te kunnen vieren. Het hof gaat ervan uit dat de moeder zich zo nodig flexibel naar de vader zal opstellen wat betreft de door haar verzochte wisseltijd op 25 december om 16.00 uur. Dit verzoek van de moeder zal het hof toewijzen.

De verzoeken van de moeder over de verdeling van de diverse verjaardagen wijst het hof af ook al heeft de vader hiermee ingestemd, omdat het hof van oordeel is dat dit te veel wisselmomenten en onrust voor de kinderen tot gevolg heeft. De kinderen zijn op deze dagen in principe bij de ouder waar zij op dat moment in het kader van de algemene regeling verblijven, tenzij de ouders hierover in overleg gezamenlijk een andere afspraak kunnen maken.

De door de moeder verzochte regeling op studiedagen wijst het hof eveneens af, omdat dit extra wisselingen en te veel onrust voor de kinderen geeft. De ouder bij wie de kinderen op dat moment verblijven dient zelf voor opvang voor de kinderen vanwege de studiedag te zorgen.
5.9
Omdat [de minderjarige2] en [de minderjarige1] hun mening al in hun brieven hebben gegeven, zal het hof [de minderjarige1] niet nogmaals uitnodigen voor een gesprek met een rechter van het hof (zoals de moeder heeft verzocht). Het hof gaat ervan uit dat de ouders de beslissingen van het hof over de basiszorgregeling, de vakantie-en feestdagenregeling en de hoofdverblijfplaats aan de kinderen zullen vertellen.
5.10
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen slagen de grieven van de moeder gedeeltelijk. Het hof zal de bestreden beschikking, ten aanzien van de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats vernietigen en beslissen als volgt.
5.11
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, in die zin dat iedere ouder de eigen kosten draagt, nu de ouders een relatie met elkaar hebben gehad en de procedure de uit die relatie geboren kinderen betreft.
6De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 8 augustus 2025 ten aanzien van de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats van de kinderen en opnieuw beschikkende:

bepaalt dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] met ingang van de datum van deze beschikking hun hoofdverblijfplaats bij zowel de moeder als de vader hebben;

verdeelt de zorg- en opvoedingstaken voor [de minderjarige1] en [de minderjarige2] als volgt:

[de minderjarige1] en [de minderjarige2] verblijven van maandag naar school (8.15 uur) tot woensdag naar school (8.15 uur) bij de vader en van woensdag na school (12.15 uur) tot vrijdag na school (14.00 uur) bij de moeder, waarbij [de minderjarige1] en [de minderjarige2] om en om het weekend bij de ouders verblijven van vrijdag uit school tot maandagmorgen naar school (even week bij de moeder en oneven bij de vader), en de wisselmomenten om 10.00 uur plaatsvinden als het geen schooldag is;

de GI mag voor zover de GI dat nodig vindt voor (één van) de kinderen een voortvarende overgangsregeling treffen richting deze nieuwe basisregeling;

op zaterdag gaat de vader met [de minderjarige1] naar voetbal;

de kinderen mogen van school gehaald worden door familieleden (waaronder ook de huidige partner van de vader);

verdeelt de vakanties en feestdagen voor [de minderjarige1] en [de minderjarige2] als volgt:

de eerste drie weken van de zomervakantie zijn ze bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader, waarbij in de periode van drie weken tenminste één keer telefonisch contact is met de andere ouder;

de herfstvakantie in de oneven jaren bij de moeder en in de even jaren bij de vader;

de reguliere zorgregeling loopt door tijdens de kerstvakantie, waarbij geldt dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] op Kerstavond (24 december) vanaf 15:00 uur bij de moeder verblijven en op 25 december 16:00 uur tot 27 december in de ochtend tot 11:00 uur bij de vader verblijven. Voor Oud en Nieuw geldt dat in de kinderen in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder verblijven;

de voorjaarsvakantie in even jaren bij de moeder en de oneven jaren bij de vader;

de meivakantie in de oneven jaren bij de moeder en de even jaren bij de vader;

Pasen in de even jaren bij de vader en oneven jaren bij de moeder;

Hemelvaartsweekend bij de moeder;

Pinksteren bij de vader;

Vaderdag bij de vader;

Moederdag bij de moeder;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, K.A.M. van Os-ten Have en L. Hamer, bijgestaan door de griffier, en is op 19 mei 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

zie bijvoorbeeld de bijdrage van mr. I.J. Pieters in EB 2024/39 ‘Hoofdverblijf en co-ouderschap: samen sterker!’

Artikel delen