Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:GHDHA:2024:2879

De verdachte heeft bij daglicht, in de vroege ochtend, naar aanleiding van een conflict, op straat, bij een door publiek bezocht café geprobeerd het slachtoffer van het leven te beroven, door in ieder geval tweemaal in zijn richting te schieten. Nadere bewijsoverweging. Gevangenisstraf 7 jaren.

Gerechtshof Den Haag 1 September 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:GHDHA:2024:2879 text/xml public 2026-09-01T14:40:59 2025-10-22 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Den Haag 2024-11-29 22-000290-24 Uitspraak Hoger beroep NL Den Haag Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2879 text/html public 2026-09-01T14:40:01 2026-09-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHDHA:2024:2879 Gerechtshof Den Haag , 29-11-2024 / 22-000290-24
De verdachte heeft bij daglicht, in de vroege ochtend, naar aanleiding van een conflict, op straat, bij een door publiek bezocht café geprobeerd het slachtoffer van het leven te beroven, door in ieder geval tweemaal in zijn richting te schieten. Nadere bewijsoverweging. Gevangenisstraf 7 jaren.

Rolnummer: 22-000290-24

Parketnummer: 09-161853-23

Datum uitspraak: 29 november 2024

TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 19 januari 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortedatum] 1994,

adres: [woonadres] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd in de [naam penitentiaire inrichting] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent het in beslag genomen voorwerp.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 2 juli 2023 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [het slachtoffer] en/of een of meer in de nabijheid van die [het slachtoffer] zich bevindende perso(o)n(en), opzettelijk van het leven te beroven, met een vuurwapen één of meerdere kogels in de richting van die [het slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden hij op of omstreeks 2 juli 2023 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [het slachtoffer] en/of een of meer in de nabijheid van die [het slachtoffer] zich bevindende perso(o)n(en) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een vuurwapen één of meerdere kogels in de richting van die [het slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 2 juli 2023 te ’s-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [het slachtoffer] en/of een of meer in de nabijheid van die [het slachtoffer] zich bevindende perso(o)n(en) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een vuurwapen één of meerdere kogels in de richting van die [het slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.hij op of omstreeks 2 juli 2023 te 's-Gravenhage een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwd gaspistool van het merk Zoraki, model M906, kaliber 7.65mm Br. (Browning), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 6 patronen van het merk Sellier&Bellot, kaliber 7.65mm Br. (Browning) voorhanden heeft gehad;

3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 januari 2023 tot en met 1 juli 2023 te 's-Gravenhage opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ( ongeveer) 99,7 gram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of

- ( ongeveer) 305 (XTC) pillen bevattende 3,4-methyleendioxymethamfethamine (MDMA), in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of MDEA, zijnde MDMA en/of MDA en/of MDEA,

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 en 3 zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, nu het hof zich daarmee niet geheel verenigt .

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.hij op of omstreeks 2 juli 2023 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [het slachtoffer] en/of een of meer in de nabijheid van die [het slachtoffer] zich bevindende perso(o)n(en), opzettelijk van het leven te beroven, met een vuurwapen één of meerdere kogels in de richting van die [het slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.hij op of omstreeks 2 juli 2023 te 's-Gravenhage een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwd gaspistool van het merk Zoraki, model M906, kaliber 7.65mm Br. (Browning), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 6 patronen van het merk Sellier&Bellot, kaliber 7.65mm Br. (Browning) voorhanden heeft gehad;

3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 januari 2023 tot en met 1 juli 2023 te 's-Gravenhage opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ( ongeveer) 99,7 84 gram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of

- (ongeveer) 305 260 (XTC) pillen bevattende 3,4-methyleendioxymethamfethamine (MDMA), in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of MDEA, zijnde cocaine en MDMA en/of MDA en/of MDEA,

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Hetgeen meer of anders ten laste is gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair ten laste gelegde. De raadsvrouw heeft daartoe – kort en zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de verdachte niet gericht op het slachtoffer, [het slachtoffer] (hierna: [het slachtoffer] ) heeft geschoten en ook anderszins geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de dood van [het slachtoffer] , dan wel op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De raadsvrouw heeft voorts aangevoerd dat de verdachte de Nederlandse taal onvoldoende machtig is, hetgeen ertoe geleid heeft dat zijn verklaring zoals afgelegd bij de politie wellicht niet in de juiste context begrepen, dan wel genoteerd is.

Het hof stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier op het overlijden van [het slachtoffer] – aanwezig is als de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dit gevolg zal intreden. Voor de vraag of sprake is van bewuste aanvaarding van zo'n kans heeft te gelden dat uit de enkele omstandigheid dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, niet zonder meer kan volgen dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg bewust heeft aanvaard.

Bepaalde gedragingen kunnen echter naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het betreffende gevolg bewust heeft aanvaard.

Op grond van de bewijsmiddelen, waaronder de eigen waarneming ter terechtzitting in hoger beroep van het hof van de camerabeelden, stelt het hof het navolgende vast.

Op 2 juli 2023 was in de vroege ochtend op de Goeverneurlaan te Den Haag, ter hoogte van café [naam café] , sprake van een onenigheid, waarbij de verdachte, [het slachtoffer] en “ [betrokkene] ” betrokken waren. Op enig moment heeft [betrokkene] een pistool uit de auto van de verdachte gehaald en dit aan de verdachte gegeven. Kort daarna is de verdachte richting [het slachtoffer] gelopen, heeft hij zijn rechterarm met daarin het pistool opgeheven en gestrekt in de richting van [het slachtoffer] en heeft hij vanaf een afstand van circa 6 meter twee schoten in de richting van [het slachtoffer] gelost. Terwijl [het slachtoffer] wegrende heeft de verdachte nog vier schoten gelost.

Het hof is van oordeel dat deze gedragingen van de verdachte, de aanmerkelijke kans op het overlijden van [het slachtoffer] met zich brachten, omdat de door de verdachte op relatief korte afstand in de richting van [het slachtoffer] afgevuurde kogels het hoofd, een slagader of andere vitale delen van het lichaam van [het slachtoffer] hadden kunnen treffen. Deze handelingen zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm bovendien zozeer op het overlijden van [het slachtoffer] gericht, dat het, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, niet anders kan zijn dan dat de verdachte daarmee de aanmerkelijke kans op het betreffende gevolg bewust heeft aanvaard.

Van aanwijzingen voor het tegendeel is het hof niet gebleken. Gelet hierop acht het hof bewezen dat de verdachte tenminste voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van [het slachtoffer] .

Het verweer van de verdediging dat de verdachte niet gericht op [het slachtoffer] heeft geschoten, wordt weerlegd door de bewijsmiddelen, in het bijzonder de eigen waarneming door het hof van de camerabeelden van het incident.

Het primair tenlastegelegde is wettig en overtuigend bewezen en de verweren worden verworpen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
poging tot doodslag.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III,
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft bij daglicht, in de vroege ochtend, naar aanleiding van een conflict, op straat, bij een door publiek bezocht café geprobeerd [het slachtoffer] , van het leven te beroven, door in ieder geval tweemaal in zijn richting te schieten. Dat het niet erger met [het slachtoffer] is afgelopen, is bepaald niet aan het handelen van de verdachte te danken.

Het hof rekent de verdachte de bewezen verklaarde poging tot doodslag zwaar aan. Het behoeft geen toelichting dat de verdachte een groot gevaar heeft veroorzaakt voor de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Daarnaast geldt dat dergelijke incidenten - zeker wanneer die overdag en buiten op straat plaatsvinden - voor veel onrust zorgen in de maatschappij. Dit geldt temeer nu de schietpartij plaatsvond voor een horecagelegenheid en de aanwezigen daar ongewild getuige van hebben moeten zijn. De kennelijke lichtzinnigheid waarmee de verdachte is overgegaan tot het gebruik van een vuurwapen baren het hof ernstige zorgen.

Het ongecontroleerd bezit van vuurwapens brengt onder burgers gevoelens van onveiligheid teweeg en vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Het is algemeen bekend dat vuurwapenbezit niet zelden leidt tot het (ondeskundig) gebruik ervan, met ernstige gevolgen voor anderen. Gelet op de toename van het vuurwapenbezit en het hoge gevaarzettend karakter daarvan, dient daartegen streng te worden opgetreden.

In strafverzwarende zin weegt het hof mee dat de verdachte het vuurwapen na het schieten mee naar huis heeft genomen en het opnieuw heeft geladen, waarna het gebruiksklaar en open en bloot op zijn nachtkastje is aangetroffen. Dit bovendien terwijl zijn partner en haar moeder in de woning aanwezig waren.

Verder heeft de verdachte handelshoeveelheden MDMA en cocaïne aanwezig gehad. Hij heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit en de daarmee samenhangende randcriminaliteit in het land. Bovendien wordt door het gebruik van harddrugs de volksgezondheid ernstig bedreigd.

De verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en heeft geen empathie getoond voor het beoogde slachtoffer en de aanwezigen bij de schietpartij. Evenmin heeft hij enig inzicht getoond in het kwalijke van zijn handelen ten aanzien van de aanschaf en het gebruik van het vuurwapen met bijbehorende munitie en het bezit van de forse hoeveelheid harddrugs. Die houding van de verdachte is zeer zorgelijk.

Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 november 2024 en op de reclasseringsadviezen zoals opgeteld over de verdachte van 21 december 2023 en 30 juli 2024. De reclassering is van mening dat het recidiverisico en het risico op letsel laag is en adviseert bijzondere voorwaarden in het kader van een re-integratietraject.

Gelet op vorenstaande overwegingen ten aanzien van de feiten en de zorgelijke houding van de verdachte is het hof – anders dan de reclassering – evenwel van oordeel dat het recidiverisico betreffende een soortgelijk feit en het daarmee samenhangende gevaarsrisico aanzienlijk zijn.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat, gelet op de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden langere duur de enige passende en geboden reactie vormt.

De door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden kunnen – indien te zijner tijd nog aan de orde - vorm en inhoud krijgen in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de verdachte.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

Nu het strafvorderlijk belang zich daartegen niet langer verzet zal het hof de teruggave aan de verdachte van het nader te noemen in beslag genomen voorwerp gelasten, zoals genoemd onder 1 op de bijgevoegde beslaglijst.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 45, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1 telefoontoestel (grijs, merk: Samsung).

Dit arrest is gewezen door mr. A. de Lange, mr. M.A.J. van de Kar en mr. R. Brand, in bijzijn van de griffier mr. R. Dieteren.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 november 2024.

Mr. A. de Lange is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Artikel delen