ECLI:NL:GHSHE:2025:723
appellant heeft geen advocaat gesteld, ontslag van instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 June 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:723
text/xml
public
2025-06-20T08:56:38
2025-03-18
Raad voor de Rechtspraak
nl
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-03-18
200.348.836_01
Uitspraak
Hoger beroep
NL
's-Hertogenbosch
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:723
text/html
public
2025-06-20T08:49:58
2025-06-20
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:GHSHE:2025:723 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 18-03-2025 / 200.348.836_01
appellant heeft geen advocaat gesteld, ontslag van instantie
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.348.836/01
arrest van 18 maart 2025
in de zaak van
1
[appellant],wonende te [woonplaats],
2. NL.Direct B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
3. [XXX] Holding B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
appellanten,
hierna gezamenlijk aan te duiden als [appellant] (enkelvoud),
niet vertegenwoordigd door een advocaat,
tegen
1
[geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 2],beiden wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
hierna gezamenlijk aan te duiden als [geïntimeerden] (enkelvoud),
advocaat: mr. S.R. van der Boom te Amsterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 27 juni 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 27 maart 2024, door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, in de gevoegde zaken gewezen tussen partij [appellant] als gedaagde en partij [geïntimeerden] als eiser.
1. Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10694795 CV EXPL 23-2944 en 10733891 CV EXPL 23-3318)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding in hoger beroep met begeleidend schrijven;
vier H16-formulieren voor de rol van 7 januari 2025 van de zijde van [geïntimeerden].
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken.
3De beoordeling
3.1.
Namens [appellant] is een appeldagvaarding uitgebracht aan [geïntimeerden] voor de roldatum van 10 december 2024. In die appeldagvaarding is namens [appellant] [persoon A] als advocaat gesteld. De appeldagvaarding is bij het hof binnengekomen op 9 december 2024. De dagvaarding is niet door [persoon A] ingediend. Bij deze appeldagvaarding is een handgeschreven begeleidend schrijven gevoegd. Die brief is afkomstig van TMG Legal en daarin staat, voor zover van belang, het volgende:
“Met verwijzing naar onze e-mail van 8 december 2024 (19h34) doen wij u hierbij het originele exploot toekomen. Voor het overige verwijzen wij naar de inhoud van bovenstaand e-mailbericht.”
In het hiervoor geciteerde schrijven wordt verwezen naar een e-mail van [appellant] aan het hof van 8 december 2024. In dat e-mailbericht, met daarin als afzender vermeld “[appellant], Jurist/Directeur, TMG Legal” is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:
“Hierbij doe ik de appeldagvaarding toekomen, waarbij geintimeerden zijn gedagvaard tegen de rol van 10 december 2024. Het originele fysieke exploot is met aanhechting van dit e-mailbericht in gesloten enveloppe vòòr maandag 9 december 2024 (9h00) reeds bij uw Hof afgeleverd zijn.
Gelet op de korte termijn voor het aanbrengen, wijzen cliënten erop dat het Hof appellanten een termijn van 14 dagen dient te gunnen, waarmee onze advocaat in de gelegenheid is om zich formeel in de procedure te zullen stellen.
(…)
Namens appellanten verzoeken wij dan ook de termijn tot het stellen van advocaat gelijk te stellen aan de termijn van het (nog te verlenen) uitstel voor de inhoudelijke behandeling, zodat de advocaat die de zaak uiteindelijk (te zijner tijd) zal behandelen zich gelijktijdig met het stellen ook kan uitlaten over de gronden van beroep. Tegen appellanten zal namelijk ook nog eens bodemprocedure gevoerd gaan worden, waarvan de uitkomst relevant is bij de beoordeling van dit hoger beroep.
(…)”
In een e-mailbericht van 9 december 2024 van [appellant] aan het hof is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
“In deze zaak doe ik u terzake de Memorie van Grieven alsmede verdere behandeling eveneens – (…) – een uitstelverzoek toekomen.
Ik verzoek u de zaak aan te houden tot (minimaal) Q2 2025 en nadien (ook) contact te zoeken voor het bepalen van een nieuwe datum van inhoudelijke behandeling.
Een (opvolgend) advocaat zal zich in de tussentijd stellen, nu de inhoudelijke behandeling van deze zaak ook niet door [persoon A] zal geschieden. De wederpartij is daar door hem ook over geïnformeerd.
(…)”
In een e-mailbericht van 11 december 2024 van [appellant] aan mr. Van den Boom dat dezelfde dag is doorgezonden naar het hof, is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
“(…) Zoals gezegd is er sprake van “een wisseling van de wacht” aangezien [persoon A] de zaak niet zou gaan behandelen. Voor de door het Hof gestelde roldatum zal advocaat worden gesteld, zijnde uiteraard niet [persoon A] als advocaat-gemachtigde. (…) ”
Nadat de zaak bij het hof was ingeschreven, heeft het hof aan [appellant] bij diverse Zivverberichten kenbaar gemaakt dat het hof de diverse verdere door [appellant] toegezonden e-mailberichten niet in behandeling neemt omdat volgens de wet alle stukken in een handelszaak in hoger beroep door de advocaat van de partij moeten worden toegezonden.
3.2.
Namens [geïntimeerden] heeft zich wel een advocaat, mr. S.R. van den Boom, gesteld. Mr. Van den Boom heeft vier H16-formulieren voor de rol van 7 januari 2025 aan het hof gezonden als reactie op de e-mailberichten die [appellant] aan het hof heeft gezonden.
Namens [geïntimeerden] is gevorderd dat in het geval door [appellant] op de rol van 7 januari 2025 geen advocaat wordt gesteld, [geïntimeerden] op de voet van artikel 127 lid 2 Rv wordt ontslagen van de instantie en dat [appellant] in dat geval hoofdelijk wordt veroordeeld in de kosten van de procedure te vermeerderen met de wettelijke rente, uitvoerbaar bij voorraad.
3.3.
Het hof oordeelt als volgt.
3.4.
Vaststaat dat de appeldagvaarding bij het hof is aangebracht zonder het verplichte H1-formulier, maar enkel vergezeld van een begeleidend schrijven van de partij zelf zoals hierboven vermeld. In de appeldagvaarding is vermeld dat [persoon A] als advocaat wordt gesteld. Uit het e-mailbericht van 9 december 2024 blijkt echter dat [persoon A] zich niet zal stellen als advocaat van [appellant]. Omdat zich namens [appellant] op 10 december 2024 geen (andere) advocaat heeft gesteld, is de zaak naar de rol van 7 januari 2025 verwezen voor de procedurestap ‘stellen procesvertegenwoordiger appellant’. Ondanks dat [appellant] in de correspondentie zelf heeft verzocht om alsnog advocaat te mogen stellen en heeft aangegeven dit te zullen doen, heeft zich op die rol geen procesvertegenwoordiger namens [appellant] gesteld.
3.5.
Artikel 123 Rv is op grond van artikel 353 Rv van overeenkomstige toepassing in hoger beroep. In artikel 123 lid 1 Rv is bepaald dat in het geval appellant geen advocaat heeft gesteld, de rechter hem de gelegenheid biedt binnen een door hem te bepalen termijn alsnog advocaat te stellen. Vervolgens is in het tweede lid van dat artikel bepaald dat in het geval appellant van die gelegenheid geen gebruik maakt, geïntimeerde van de instantie wordt ontslagen.
3.6.
Het hof overweegt dat weliswaar in de uitgebrachte appeldagvaarding een advocaat, [persoon A], is vermeld die [appellant] in hoger beroep zal vertegenwoordigen, maar het noemen van een advocaat in de dagvaarding alleen is onvoldoende. [appellant] heeft daarmee wel voldaan aan het vereiste van artikel 111 lid 2 onder c Rv door op deze wijze advocaat te stellen in de dagvaarding, maar daarmee is partij [appellant] nog niet op de juiste wijze in de procedure in het hoger beroep verschenen. De advocaat die in de dagvaarding is genoemd of een andere advocaat, moet de zaak in hoger beroep namelijk laten inschrijven op de rol. Dat heeft [persoon A], die in de appeldagvaarding is genoemd, niet gedaan. [appellant] kon dat verzuim nog herstellen. Door artikel 127 lid 2 Rv wordt aan een advocaat de gelegenheid geboden om zich alsnog op de rol te stellen. Enkel op die wijze kan een partij op juiste wijze in de procedure verschijnen.
3.7.
Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld om alsnog advocaat te stellen. Namens het hof heeft de griffier dat ook een aantal keer per Zivverbericht aan [appellant] medegedeeld. [appellant] heeft ook op die berichtgeving (waarvan het hof verder inhoudelijk geen kennis heeft genomen omdat zich geen advocaat namens [appellant] heeft gesteld) gereageerd, zodat het hof ervan uitgaat dat de berichten [appellant] hebben bereikt. Aldus is voldaan aan de verplichting [appellant] daadwerkelijk op de hoogte te stellen van het feit dat hij zonder advocaat geen procedure in hoger beroep kan voeren en is een reële mogelijkheid geboden om het verzuim te herstellen.
3.8.
Nu het verzuim niet is hersteld, leidt dat ertoe dat de vordering van [geïntimeerden] zal worden toegewezen. Het hof zal [geïntimeerden] ontslaan van deze instantie en [appellant] hoofdelijk veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente als gevorderd.
Op vordering van [geïntimeerden] wordt deze veroordeling ook uitvoerbaar bij voorraad verklaard en wordt de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toegewezen.
4De uitspraak
Het hof:
ontslaat [geïntimeerden] van deze instantie;
veroordeelt [appellant] hoofdelijk in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [geïntimeerden] tot aan deze uitspraak begroot op € 798,00 aan griffierecht en op € 607,00 aan salaris advocaat (½ punt liquidatietarief II) te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;
verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 maart 2025.
griffier rolraadsheer