Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:OGEABES:2026:85

Tussenvonnis. Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten voor het aanleggen van septic tanks. Opdrachtnemer vordert betaling van facturen. Opdrachtgever voert het verweer dat de werkzaamheden gebrekkig zijn uitgevoerd, omdat de septic tanks deels zijn aangelegd op een naastgelegen project. Het Gerecht beveel een plaatsopneming en bezichtiging.

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:OGEABES:2026:85 text/xml public 2026-06-29T16:56:23 2026-06-29 Raad voor de Rechtspraak nl Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2026-03-25 BON202500292 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:85 text/html public 2026-06-29T16:55:27 2026-06-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGEABES:2026:85 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 25-03-2026 / BON202500292
Tussenvonnis. Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten voor het aanleggen van septic tanks. Opdrachtnemer vordert betaling van facturen. Opdrachtgever voert het verweer dat de werkzaamheden gebrekkig zijn uitgevoerd, omdat de septic tanks deels zijn aangelegd op een naastgelegen project. Het Gerecht beveel een plaatsopneming en bezichtiging.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500292

datum beslissing: 25 maart 2026

in de zaak van

[B.V.],

gevestigd op Bonaire,

eisende partij,

hierna: [B.V.],

procederend in persoon,

tegen

DE WIT GROUP BOUW B.V.,

gevestigd op Bonaire,

gedaagde partij,

hierna: DWG,

gemachtigde: mr. A. Schennink.
1De procedure 1.1.
In het procesdossier zitten de volgende stukken:

het verzoekschrift van 13 juni 2025 met producties;

het verweerschrift met producties;

het e-mailbericht van 25 februari 2026 van [B.V.] met aanvullende producties;

het e-mailbericht van 17 maart 2026 van de gemachtigde van DWG.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026. Namens [B.V.] zijn de heer [directeur B.V.] (directeur) en mevrouw [medewerker administratie B.V.] (medewerker administratie) verschenen. Namens DWG is de heer [directeur DWG] (directeur) verschenen, bijgestaan door mr. Schennink.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2De kern van de zaak 2.1.
Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten voor een nieuwbouwproject in de wijk [wijk]. Partijen spraken af dat [B.V.] 46 septic tanks zou aanleggen voor DWG. DWG heeft een deel van de facturen van [B.V.] onbetaald gelaten. [B.V.] vordert dat DWG wordt veroordeeld om de onbetaalde facturen te betalen. Het Gerecht ziet aanleiding om een plaatsopneming te bepalen. Dat wordt hierna uitgelegd.

3. De beoordeling
3.1.
DWG heeft een opdracht van Fundashon Cas Bonairiano (hierna: FCB) gekregen om nieuwbouwwoningen in de wijk [wijk] op Bonaire te bouwen.
3.2.
Op 30 oktober 2023 hebben DWG en [B.V.] een aannemingsovereenkomst gesloten. Partijen zijn overeengekomen dat [B.V.] 46 septic tanks met een inhoud van 10 m³ aan zal leggen ten behoeve van het project “[projectnaam]”. De aanneemsom bedraagt USD 108.100,00.
3.3.
Voor haar werkzaamheden heeft [B.V.] verschillende facturen aan DWG gestuurd. Een factuur van 3 mei 2024 en twee facturen van 4 juni 2024 zijn niet door DWG betaald.
3.4. [
B.V.] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij 46 septic tanks heeft aangelegd en daarom recht heeft op betaling van zijn facturen. DWG heeft het verweer gevoerd dat [B.V.] de werkzaamheden gebrekkig heeft uitgevoerd. Volgens DWG kan het zo zijn dat [B.V.] 46 septic tanks heeft aangelegd, maar DWG stelt dat een aantal septic tanks niet op haar project maar op een naastgelegen nieuwbouwproject dat gerealiseerd wordt door FCB zijn aangelegd.
3.5.
Op de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken dat zij gezamenlijk en met iemand van FCB het werk zullen bezichtigen om bovenstaande stelling te kunnen onderzoeken. De gemachtigde van DWG heeft het Gerecht per e-mail van 17 maart 2026 laten weten dat die bezichtiging niet doorgegaan is, omdat niemand van FCB aanwezig was en [B.V.] niet zonder de aanwezigheid van FCB het werk met DWG wilde bezichtigen.
3.6.
DWG heeft haar verweer voldoende onderbouwd en [B.V.] heeft haar betwisting daarvan voldoende gemotiveerd. Het Gerecht vindt het voor de beoordeling van deze zaak van belang om een goed beeld van de feitelijke situatie ter plaatse te krijgen. Het Gerecht zal daarom een plaatsopneming en bezichtiging bevelen, in aanwezigheid van partijen en de gemachtigde van DWG.
3.7.
Aansluitend aan de plaatsopneming zal een mondelinge behandeling plaatsvinden. Partijen dienen bij deze mondelinge behandeling aanwezig te zijn. Deze mondelinge behandeling heeft als doel om standpunten uit te wisselen naar aanleiding van de plaatsopneming, om vragen van het Gerecht te beantwoorden en om te onderzoeken hoe de procedure verder moet lopen.
3.8.
Het Gerecht verzoekt partijen hun verhinderdata door te geven voor de maanden april 2026 en mei 2026 voor de plaatsopneming en aansluitend een mondelinge behandeling in het gerechtsgebouw van dit Gerecht in Fort Oranje.
3.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4De beslissing
Het Gerecht:
4.1.
beveelt een plaatsopneming en bezichtiging van de bouwplaats(en) van het nieuwbouwproject dat gerealiseerd wordt door DWG en FCB in [wijk], door mr. R.P.P. Hoekstra vergezeld van de griffier op een door het Gerecht vast te stellen datum en tijd;
4.2.
beveelt DWG medewerking te verlenen aan de plaatsopneming en bezichtiging door het Gerecht toegang te verschaffen tot voornoemde locatie;
4.3.
bepaalt dat partijen vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen;
4.4.
bepaalt dat partijen uiterlijk op 1 april 2026 hun verhinderdagen op moeten geven aan het Gerecht voor de maanden april 2026 en mei 2026;
4.5.
bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave van verhinderdagen het Gerecht het tijdstip van de plaatsopneming zelfstandig zal bepalen;
4.6.
wijst partijen er op, dat voor de plaatsopneming 60 minuten zal worden uitgetrokken en voor de aansluitende mondelinge behandeling eveneens 60 minuten zal worden uitgetrokken;
4.7.
bepaalt dat het proces-verbaal van de plaatsopneming binnen twee weken na de plaatsopneming aan partijen moet zijn verstrekt;
4.8.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen op een dag die na afloop van de plaatsopneming zal worden vastgesteld;
4.9.
houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Artikel delen