Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:OGEABES:2026:86

Partijen zijn eigenaars van aan elkaar grenzende erfpachtpercelen. In de leveringsakte van één van de erfpachtpercelen is een kettingbeding opgenomen dat geen onderneming geëxploiteerd mag worden. Dat kettingbeding is geschonden. Vordering tot staking van bepaalde ondernemingsactiviteiten toegewezen. Ten behoeve van één van de erfpachtpercelen is ten laste van het andere erfpachtperceel een erf...

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:OGEABES:2026:86 text/xml public 2026-06-29T17:01:53 2026-06-29 Raad voor de Rechtspraak nl Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2026-03-25 BON202500400 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:86 text/html public 2026-06-29T17:00:47 2026-06-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGEABES:2026:86 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 25-03-2026 / BON202500400
Partijen zijn eigenaars van aan elkaar grenzende erfpachtpercelen. In de leveringsakte van één van de erfpachtpercelen is een kettingbeding opgenomen dat geen onderneming geëxploiteerd mag worden. Dat kettingbeding is geschonden. Vordering tot staking van bepaalde ondernemingsactiviteiten toegewezen. Ten behoeve van één van de erfpachtpercelen is ten laste van het andere erfpachtperceel een erfdienstbaarheid gevestigd om te mogen parkeren. Tegenvordering tot het gehengen en gedogen van de erfdienstbaarheid toegewezen.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500400

datum beslissing: 25 maart 2026

in de zaak van

CARIBBEAN LAGOON N.V.,

gevestigd op Bonaire,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna: Caribbean Lagoon,

gemachtigde: mr. A.C.A. Gonzalez,

tegen
1STICHTING PARTICULIER FONDS EL NIÑO,
hierna: SPF,

2. GM DIMENSION MANAGEMENT B.V.,

beide gevestigd op Bonaire,

hierna: GM Dimension,

3. [ [gedaagde in conventie, eiser in reconventie],

wonend op Bonaire,

hierna: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie],

gedaagde partijen in conventie,

eisende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: SPF c.s.,

gemachtigde: mr. M.D. van den Brink.
1De procedure 1.1.
In het procesdossier zitten de volgende stukken:

het verzoekschrift van 6 augustus 2025 met producties;

de conclusie van antwoord met eis in reconventie met producties;

de conclusie van antwoord in reconventie met producties;

de op 20 februari 2026 overgelegde aanvullende productie van SPF c.s.;

het e-mailbericht van 24 februari 2026 met bijlagen van de gemachtigde van Caribbean Lagoon.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 februari 2026. Namens Caribbean Lagoon zijn mevrouw [directeur Caribbean Lagoon] (directeur, hierna: [directeur Caribbean Lagoon]) en de heer [medewerker boekhouding] (medewerker boekhouding) verschenen, bijgestaan door mr. Gonzalez. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is mede namens SPF en GM Dimension verschenen, bijgestaan door mr. Van den Brink. De spreekaantekeningen die [directeur Caribbean Lagoon] en mr. Van den Brink hebben voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2De kern van de zaak 2.1.
Caribbean Lagoon en SPF zijn eigenaar van aan elkaar grenzende erfpachtpercelen. Op een erfpachtperceel van SPF exploiteert GM Dimension een onderneming. Volgens Caribbean Lagoon is het exploiteren van die onderneming onrechtmatig en zij vordert dat SPF c.s. wordt bevolen om auto- en appartementenverhuurpraktijken te staken. Daarnaast vordert SPF c.s. betaling van boetes. De vorderingen van Caribbean Lagoon worden deels toegewezen.
2.2.
SPF en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hebben een tegenvordering ingesteld. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft een e-mail van Caribbean Lagoon ontvangen dat niet geparkeerd mag worden op een erfpachtperceel van Caribbean Lagoon. Volgens SPF c.s. is ten behoeve van dat perceel een erfdienstbaarheid gevestigd om het parkeren op dat perceel te gedogen. SPF en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vorderen dat Caribbean Lagoon wordt veroordeeld om te gedogen dat zij op dat perceel parkeren. Die vordering wordt grotendeels toegewezen.
3De beoordeling
in conventie en in reconventie

De achtergrond van het geschil
3.1.
Op één van de schiereilandjes ten noorden van het vliegveld op Bonaire zijn een hotel, acht vrijstaande vakantievilla’s en vijf appartementsgebouwen met (vakantie)woningen gevestigd. Plaatselijk is het geheel bekend als het Ocean Breeze Resort.
3.2.
Via Caribbean Lagoon heeft [directeur Caribbean Lagoon] het Ocean Breeze Resort ontwikkeld. De appartementsgebouwen zijn door middel van een splitsingsakte van 30 november 2009 (hierna: de splitsingsakte) gesplitst in appartementsrechten. Caribbean Lagoon heeft alle appartementsrechten en vakantievilla’s verkocht en geleverd aan derden.
3.3.
Caribbean Lagoon is thans eigenaar van het hotel. Bovendien is Caribbean Lagoon nu nog steeds eigenaar van de erfpachtpercelen [perceelnummer parkeerperceel] (hierna: het parkeerperceel), [perceelnummer wegperceel] (hierna: het wegperceel), [perceelnummer zwembadperceel] (hierna: het zwembadperceel) en [perceelnummer tuinperceel] (hierna: het tuinperceel) op het schiereiland.
3.4.
SPF is eigenaar van de erfpachtpercelen [perceelnummer villa 5] (hierna: villa 5) en [perceelnummer receptiegebouw] (hierna: het receptiegebouw) op het schiereiland. Vanuit het receptiegebouw exploiteert GM Dimension haar onderneming. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is enig bestuurder van zowel SPF als GM Dimension. In een leveringsakte van 14 oktober 2022 waarin villa 5 en het receptiegebouw aan SPF is geleverd (hierna: de leveringsakte), is een persoonlijke verplichting opgenomen waarin staat dat in het privégedeelte geen beroep of bedrijf mag worden uitgeoefend (hierna: de persoonlijke verplichting).
3.5.
Het parkeerperceel grenst aan villa 5, het receptiegebouw en aan het hotel.
3.6.
Door de verschillende verenigingen van eigenaars van de appartementsgebouwen (hierna: de VvE’s) is een procedure gevoerd tegen Caribbean Lagoon om het parkeerperceel, het wegperceel, het zwembadperceel en het tuinperceel aan hen te leveren. De vordering tot levering van het zwembadperceel en het wegperceel is afgewezen, omdat tussen partijen niet in geschil was dat die percelen aan de VvE’s geleverd moet worden. De vordering tot levering van het parkeerperceel en tuinperceel is door het Gerecht afgewezen. Tegen dit vonnis is door de VvE’s hoger beroep ingesteld. Het zwembadperceel en het wegperceel zijn op dit moment nog niet aan de VvE’s geleverd.
3.7.
Het is tussen partijen niet in geschil dat door GM Dimension in het receptiegebouw een onderneming wordt geëxploiteerd.

in conventie
3.8.
De kern van het geschil in conventie gaat over de vraag of de persoonlijke verplichting uit de leveringsakte geschonden wordt, omdat een onderneming vanuit villa 5 en het receptiegebouw geëxploiteerd wordt. Het Gerecht komt tot de conclusie dat de persoonlijke verplichting door SPF geschonden wordt door het verhuren van auto’s en dat die bedrijfsactiviteiten daarom gestaakt moeten worden. Omdat de persoonlijke verplichting geschonden is, moet SPF ook een boete aan Caribbean Lagoon betalen. Dat wordt hierna uitgelegd.

De vorderingen tegen GM Dimension en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden afgewezen
3.9.
Caribbean Lagoon stelt dat geen onderneming geëxploiteerd mag worden vanuit villa 5 en het receptiegebouw, omdat dit door middel van een persoonlijke verplichting uit de akte tot levering verboden is.
3.10.
SPF c.s. voert terecht aan dat GM Dimension en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geen partij zijn bij de leveringsakte en geen eigenaar zijn van villa 5 of het receptiegebouw. Zij kunnen daarom niet veroordeeld worden om de persoonlijke verplichting na te komen.
3.11.
In haar verzoekschrift stelt Caribbean Lagoon dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als bestuurder persoonlijk aansprakelijk is voor het onrechtmatig handelen van SPF. Voor de persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder van een rechtspersoon gelden strenge eisen. Daarvoor moet de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt. Caribbean Lagoon heeft onvoldoende gesteld welk persoonlijk ernstig verwijt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als bestuurder van GM Dimension en SPF kan worden gemaakt.
3.12.
De vorderingen van Caribbean Lagoon tegen GM Dimension en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden hierom afgewezen.

De persoonlijke verplichting is van toepassing op villa 5 en het receptiegebouw
3.13.
SPF c.s. verweert zich dat de persoonlijke verplichting niet van toepassing is op villa 5 en het receptiegebouw. Volgens SPF c.s. moet de persoonlijke verplichting uitgelegd worden aan de hand van de bewoordingen van de gehele splitsingsakte waarin de persoonlijke verplichting voor het eerst is opgenomen. Omdat villa 5 en het receptiegebouw niet bij de splitsingsakte betrokken waren, is de persoonlijke verplichting volgens SPF c.s. niet van toepassing op villa 5 en het receptiegebouw. Bovendien bestond het receptiegebouw nog niet op het moment dat de splitsingsakte van 30 november 2009 verleden werd. Ook daarom is de persoonlijke verplichting volgens SPF c.s. niet van toepassing op het receptiegebouw.
3.14.
Hoewel voor de uitleg van de persoonlijke verplichting (een zogenaamd ‘kettingbeding’) volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad uit moet worden gegaan van de geobjectiveerde Haviltex-maatstaf, betekent dat naar het oordeel van het Gerecht niet dat de persoonlijke verplichting niet van toepassing is op villa 5 en het receptiegebouw. Over de uitleg van de persoonlijke verplichting bestaat tussen partijen geen discussie: in het privégedeelte mag geen onderneming worden geëxploiteerd. Dat de vakantievilla’s, en daarbij villa 5 en het receptiegebouw, niet betrokken zijn bij de splitsingsakte waarin de persoonlijke verplichting voor het eerst is opgenomen is daarbij niet relevant. Evenmin is relevant dat het receptiegebouw op het moment van het verlijden van de splitsingsakte nog niet bestond. In de leveringsakte waarin villa 5 en het receptiegebouw aan SPF geleverd zijn, is de persoonlijke verplichting namelijk wél opgenomen. Door opname van de persoonlijke verplichting in de leveringsakte, geldt die verplichting voor villa 5 en het receptiegebouw. Het verweer van SPF c.s. dat de persoonlijke verplichting niet van toepassing is op villa 5 en het receptiegebouw wordt daarom verworpen.
3.15.
Omdat de persoonlijke verplichting van toepassing is op villa 5 en het receptiegebouw, betekent dit dat het verboden is om vanuit de privégedeelten van die percelen ondernemingsactiviteiten te verrichten.

De autoverhuurpraktijken vanuit villa 5 en het receptiegebouw moeten worden gestaakt
3.16.
SPF c.s. stelt dat Caribbean Lagoon geen belang heeft bij haar vordering tot het staken van de bedrijfsactiviteiten vanuit villa 5 en het receptiegebouw. Daarom moet de vordering van Caribbean Lagoon volgens haar worden afgewezen.
3.17.
Het is niet in geschil dat verschillende bedrijfsactiviteiten vanuit de onderneming van GM Dimension worden geëxploiteerd. De bedrijfsactiviteiten van GM Dimension zijn globaal onder te verdelen in het verhuren van vakantieaccommodaties, het verlenen van conciërgediensten voor de verhuurde villa’s en appartementen op het schiereiland, het verhuren van auto’s en overige bedrijfsactiviteiten. Onder conciërgediensten wordt verstaan het in- en uitchecken van gasten, het schoonmaken van de accommodaties, het wassen van beddengoed en handdoeken en het verrichten van kleine reparaties aan de accommodaties. Onder overige bedrijfsactiviteiten wordt verstaan het verhuren van strandartikelen en SUP boards.
3.18.
Het is tussen partijen niet in geschil dat de appartementen en villa’s op het schiereiland door de eigenaars ervan verhuurd mogen worden aan toeristen. Dat gebeurt op grote schaal. Dat de vakantiewoningen verhuurd mogen worden, brengt met zich dat de huurders moeten worden ingecheckt bij aankomst en uitgecheckt bij vertrek, de woningen moeten worden schoongemaakt, het beddengoed moet worden gewassen en kleine reparaties moeten worden uitgevoerd. GM Dimension voert dit uit ten behoeve van meerdere eigenaars. Caribbean Lagoon heeft onvoldoende gesteld welk belang zij heeft bij haar vordering tot een verbod van die bedrijfsactiviteiten vanuit het receptiegebouw. SPF c.s. voert terecht aan dat als iedere eigenaar van een appartement of villa de hiervoor genoemde activiteiten door verschillende bedrijven laat uitvoeren, dat zal leiden tot meer verkeer en drukte op het schiereiland. Dit is niet door Caribbean Lagoon betwist.
3.19.
Het voorgaande geldt niet voor de overige bedrijfsactiviteiten van GM Dimension. Caribbean Lagoon heeft voldoende gesteld welk belang zij heeft om autoverhuur door GM Dimension te verbieden. Het verhuren van auto’s leidt vanzelfsprekend tot meer verkeer op het schiereiland. Weliswaar stelt SPF c.s. dat zij de auto’s hoofdzakelijk verhuurt aan gasten die bij haar een appartement of villa hebben gehuurd, maar als een auto op enig moment niet verhuurd is, staat die auto geparkeerd op één van de parkeerplaatsen op het schiereiland.
3.20.
Dit leidt tot de volgende slotsom. Uitgangspunt is dat bedrijfsactiviteiten op het perceel van villa 5 en het receptiegebouw niet zijn toegestaan. Omdat het belang van Caribbean Lagoon bij haar vordering tot het verbieden van de ondernemingsactiviteiten die zien op het verhuren van vakantiewoningen en conciërgewerkzaamheden niet vast is komen te staan, zal het gevorderde verbod dat ziet op die ondernemingsactiviteiten worden afgewezen. Concreet betekent dit dat conciërgewerkzaamheden in de strikte zin van het woord niet verboden zullen worden, zoals het verhuren van vakantiewoningen, het in- en uitchecken van gasten, was- en schoonmaakwerkzaamheden en het uitvoeren van kleine reparaties. Het verhuren van auto’s – en ook overige voer- en vaartuigen – valt niet onder die activiteiten en die ondernemingsactiviteiten moeten daarom worden gestaakt.
3.21.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat villa 5 verhuurd wordt aan toeristen. Het is niet gebleken dat vanuit villa 5 bedrijfsactiviteiten worden verricht. Maar het receptiegebouw staat deels op het (kadastrale) erfpachtperceel van villa 5. Daarom zal het verbod worden uitgesproken voor het erfpachtperceel waarop zowel het receptiegebouw als villa 5 staat.
3.22.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd zoals onder de beslissing staat vermeld.

SPF moet een boete betalen
3.23.
Vast is komen te staan dat in strijd met de persoonlijke verplichting ondernemingsactiviteiten door GM Dimension zijn verricht vanuit het receptiegebouw. In de leveringsakte is bepaald dat SPF bij overtreding van de persoonlijke verplichting een onmiddellijk opeisbare boete van NAf. 10.000 verschuldigd is aan Caribbean Lagoon.
3.24.
SPF c.s. voert aan dat het op grond van artikel 6:92 lid 1 BW BES niet mogelijk is om zowel nakoming van de persoonlijke verplichting als een boete te vorderen. Dat verweer wordt verworpen. De boete wordt door Caribbean Lagoon gevorderd vanwege overtreding van de persoonlijke verplichting uit het verleden. Dat betekent niet dat Caribbean Lagoon naast haar vordering tot nakoming van de persoonlijke verplichting in de toekomst geen boete kan vorderen vanwege overtreding van de persoonlijke verplichting uit het verleden. Dat betekent dat de vordering van Caribbean Lagoon om SPF te veroordelen een boete van NAf. 10.000 te betalen zal worden toegewezen. De wettelijke rente over het toegewezen bedrag wordt toegewezen vanaf 25 maart 2025 tot de dag van volledige betaling. Op 25 maart 2025 heeft de gemachtigde van Caribbean Lagoon een brief aan SPF c.s. gestuurd waarin de boete werd gevorderd.
3.25.
De vordering tot betaling van 30% aan buitengerechtelijke incassokosten over de boete wordt afgewezen. Buitengerechtelijke incassokosten kunnen voor toewijzing in aanmerking komen als daadwerkelijk buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt en die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier, voor welke verrichtingen de proceskostenveroordeling een vergoeding insluit. In dit geval is daar geen sprake van. De enkele brief van de gemachtigde van Caribbean Lagoon van 25 maart 2025 is daarvoor onvoldoende. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.
3.26.
Caribbean Lagoon vordert ook dat SPF c.s. wordt veroordeeld om een bedrag van NAf. 980.000 te betalen. Volgens Caribbean Lagoon is de boete van NAf. 10.000 opgelopen tot het hiervoor genoemde bedrag, omdat SPF de persoonlijke verplichting iedere dag dat ondernemingsactiviteiten zijn geëxploiteerd heeft overtreden en voor iedere dag de boete van NAf. 10.000 verschuldigd is. Die vordering wordt afgewezen. Uit de akte van levering volgt dat een boete wordt verbeurd “voor iedere overtreding”. Er staat niet dat een boete wordt verbeurd voor bijvoorbeeld iedere dag dat de overtreding voortduurt of plaatsvindt. Naar het oordeel van het Gerecht kan de boeteclausule ook niet op die manier worden uitgelegd. Omdat een boeteclausule verstrekkende gevolgen kan hebben bij het oplopen van boetes, moet de strekking daarvan duidelijk en ondubbelzinnig zijn. Dat de boete wordt verbeurd voor iedere dag dat de overtreding voortduurt blijkt niet duidelijk en ondubbelzinnig uit de tekst van de boeteclausule. Daarom wordt de vordering van Caribbean Lagoon tot betaling van een bedrag van NAf. 980.000 afgewezen.

De beslissingen in conventie worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.27.
De beslissingen in conventie worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Caribbean Lagoon dit verzoekt en SPF c.s. daartegen geen verweer heeft gevoerd. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als hoger beroep wordt ingesteld tegen deze uitspraak. De beslissingen in deze uitspraak gelden dan tot de rechter in hoger beroep een andere beslissing heeft genomen.

in reconventie
3.28.
De kern van het geschil in reconventie gaat over de vraag of ten laste van het parkeerperceel en ten behoeve van villa 5 een erfdienstbaarheid gevestigd is om te dulden dat op het parkeerperceel wordt geparkeerd. Het Gerecht komt tot de conclusie dat het parkeren op het parkeerperceel geduld moet worden. Dat wordt hierna uitgelegd.

Er is een erfdienstbaarheid gevestigd ten laste van het parkeerperceel en ten behoeve van villa 5
3.29.
Caribbean Lagoon heeft op de mondelinge behandeling het verweer gevoerd dat geen erfdienstbaarheid rust op het parkeerperceel, maar zij heeft dat verweer niet gemotiveerd. In de splitsingsakte is een erfdienstbaarheid ten behoeve van onder meer het erfpachtperceel villa 5 en ten laste van erfpachtperceel [perceelnummer] gevestigd om gebruik te maken van de parkeerplaatsen op het lijdende erf. Deze erfdienstbaarheid staat ook in de leveringsakte. Onweersproken is vast komen te staan dat het erfpachtperceel [perceelnummer] na de splitsing verkaveld is in erfpachtperceel [perceelnummer parkeerperceel], oftewel: het parkeerperceel. Op grond van artikel 5:76 BW BES blijft de erfdienstbaarheid bestaan op ieder gedeelte dat verkaveld wordt. Dat is in dit geval ook gebeurd. Uit de kadastrale inzage van het parkeerperceel blijkt ook dat de erfdienstbaarheid op het parkeerperceel is blijven rusten. Daarom is vast komen te staan dat ten laste van het parkeerperceel en ten behoeve van villa 5 een erfdienstbaarheid gevestigd is om op het parkeerperceel te parkeren.
3.30.
SPF c.s. stelt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] rechthebbende is van twee appartementsrechten op het schiereiland en dat de erfdienstbaarheid ook ten behoeve van die appartementsrechten gevestigd is. Hoewel dat zo kan zijn, blijkt niet uit de overgelegde stukken dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] eigenaar is van appartementsrechten op het schiereiland en de erfdienstbaarheid ook ten behoeve van die appartementsrechten gevestigd is.
3.31.
Caribbean Lagoon zal daarom worden veroordeeld om te gehengen en gedogen dat SPF, als eigenaar van het erfpachtperceel villa 5, parkeert op het parkeerperceel.
3.32.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd zoals onder de beslissing staat vermeld.

De beslissingen in reconventie worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.33.
De beslissingen in reconventie worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat SPF dit verzoekt en Caribbean Lagoon daartegen geen verweer heeft gevoerd. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als hoger beroep wordt ingesteld tegen deze uitspraak. De beslissingen in deze uitspraak gelden dan tot de rechter in hoger beroep een andere beslissing heeft genomen.

in conventie en in reconventie

De proceskosten zullen worden gecompenseerd
3.34.
Partijen zijn in conventie en in reconventie over en weer deels in het gelijk en deels in het ongelijk gesteld. Gelet daarop is er aanleiding om de proceskosten te compenseren.
4De beslissing
Het Gerecht:

in conventie
4.1.
beveelt SPF om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis haar autoverhuurpraktijken vanuit de percelen [perceelnummer villa 5] en [perceelnummer receptiegebouw] op het Ocean Breeze Resort te staken en gestaakt te houden;
4.2.
veroordeelt SPF om aan Caribbean Lagoon een dwangsom te betalen van USD 500,00 voor iedere dag of dagdeel dat zij niet aan de in rechtsoverweging 4.1 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van USD 100.000,00 is bereikt;
4.3.
veroordeelt SPF om aan Caribbean Lagoon te betalen een bedrag van NAf. 10.000, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW BES over het toegewezen bedrag, met ingang van 25 maart 2025, tot de dag van volledige betaling;
4.4.
verklaart de veroordelingen in conventie uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie
4.6.
veroordeelt Caribbean Lagoon om te gehengen en gedogen dat SPF als eigenaar van het erfpachtperceel [perceelnummer villa 5] parkeert op erfpachtperceel [perceelnummer parkeerperceel];
4.7.
veroordeelt Caribbean Lagoon om aan SPF een dwangsom te betalen van USD 250,00 voor iedere dag of dagdeel dat zij niet aan de in rechtsoverweging 4.7 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van USD 25.000,00 is bereikt;
4.8.
verklaart de veroordelingen in reconventie uitvoerbaar bij voorraad;
4.9.
wijst het meer of anders gevorderde af;

in conventie en in reconventie
4.10.
compenseert de proceskosten tussen partijen aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

De procedure is bekend onder registratienummer BON202300430.

SPF c.s. verwijst daarbij naar het arrest van de Hoge Raad van 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:148.

Artikel delen