Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:OGEAM:2026:82

Het Gerecht is van oordeel dat belanghebbende met hetgeen hij heeft overgelegd niet aannemelijk heeft gemaakt dat voor het jaar 2021 moet worden uitgegaan van een lager bedrag aan inkomsten uit (vroegere) arbeid dan het door hem zelf aangegeven bedrag en zoals ook volgt uit de loonbelastingkaarten.

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 6 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:OGEAM:2026:82 text/xml public 2026-07-06T08:54:43 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 2026-07-03 SXM202500388 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:82 text/html public 2026-07-06T08:53:17 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGEAM:2026:82 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 03-07-2026 / SXM202500388
Het Gerecht is van oordeel dat belanghebbende met hetgeen hij heeft overgelegd niet aannemelijk heeft gemaakt dat voor het jaar 2021 moet worden uitgegaan van een lager bedrag aan inkomsten uit (vroegere) arbeid dan het door hem zelf aangegeven bedrag en zoals ook volgt uit de loonbelastingkaarten.

Uitspraak van 3 juli 2026

BBZ nr. SXM202500388

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 van:

[Belanghebbende], wonende in Sint Maarten,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend te Sint Maarten,

de Inspecteur.
1PROCESVERLOOP 1.1
Aan belanghebbende is op 12 december 2024 een aanslag inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2021 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 83.392.
1.2
Belanghebbende heeft op 16 december 2024 daartegen bezwaar gemaakt.
1.3
De Inspecteur heeft bij uitspraak van 7 maart 2025 de aanslag gehandhaafd.
1.4
Belanghebbende heeft op 8 april 2025 tegen de uitspraak van de Inspecteur beroep ingesteld bij het Gerecht. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Cg 50.
1.5
De Inspecteur heeft op 13 maart 2026 een verweerschrift ingediend.
1.6
Het Gerecht heeft op 23 maart 2026 nadere informatie bij belanghebbende opgevraagd. Het gaat om bankafschriften van vóór 2021 waarop te zien is dat, en tot welke bedragen, hij loon genoot en de bankafschriften van 2021 waaruit blijkt dat hij in 2021 dat loon niet meer genoot dan wel minder loon genoot of ander bewijs waaruit blijkt dat hij in 2021 geen of minder loon heeft genoten.
1.7
De behandeling van het beroep ter zitting stond gepland op 31 maart 2026. Belanghebbende is niet verschenen. Nadat telefonisch contact met hem is opgenomen en is gebleken dat hij kennelijk niet op de hoogte was van de zitting, is de behandeling van het beroep met goedkeuring van partijen verplaatst. De zitting heeft op 1 april 2026 plaatsgevonden te Philipsburg. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door een tolk. Namens de Inspecteur zijn verschenen [A] en [B].
2FEITEN 2.1
Belanghebbende werkte sinds 12 april 1997 bij [X] In het jaar 2021 had hij de functie van ‘Shift-Manager’. Op 19 augustus 2022 is zijn arbeidsovereenkomst beëindigd wegens pensionering.
2.2
Belanghebbende heeft op 21 april 2022 aangifte IB ingediend voor het jaar 2021. Het belastbaar inkomen volgens de aangifte bedraagt NAf 82.366.

Inkomsten uit (vroegere) arbeid, totaal NAf 87.623

Af: beroepskosten NAf 500

Af: aftrek eigen woning

onderhoudskosten NAf 4.026

rentelast woning NAf 731

NAf 4.757

Af: totaal NAf 5.257

NAf 82.366
2.3
Het door belanghebbende aangegeven bedrag van NAf 87.623 aan inkomsten uit (vroegere) arbeid is als volgt opgebouwd:

Werkgever/instantie

Loon/uitkering

Ingehouden LB

[X]

NAf 70.635

NAf 10.067

[Y]

NAf 16.988

Totaal (afgerond)

NAf 87.623

NAf 10.067
2.4
Bij het opleggen van de aanslag heeft de Inspecteur de inkomsten uit (vroegere) arbeid overeenkomstig de aangifte vastgesteld op een bedrag van NAf 87.623. De Inspecteur heeft de in aftrek gebrachte onderhoudskosten gecorrigeerd naar het maximale bedrag van NAf 3.000. Daarnaast zijn de basiskorting en toeslagen gesteld op een bedrag van NAf 3.145.
2.5
Belanghebbende is tezamen met een aantal andere werknemers in het jaar 2021 een procedure gestart tegen de [X].
3GESCHIL 3.1
In geschil is de hoogte van de inkomsten uit (vroegere) arbeid.
3.2
Belanghebbende stelt dat [X] tijdens COVID-19 financiële ondersteuning kreeg van de overheid om haar werknemers te betalen. De werknemers, waaronder belanghebbende, kregen in die periode maar 50% van hun salaris betaald, terwijl de ingehouden loonbelasting zou zijn berekend over 100% van het salaris. Belanghebbende verwijst onder meer naar een brief van 6 september 2023, waarin is vermeld dat zich een fout heeft voorgedaan bij het op de loonbelastingkaart 2020 vermelde jaarlijks inkomen. In de brief wordt geadviseerd aan de hand van een gewijzigde loonbelastingkaart opnieuw aangifte te doen.
3.3
De Inspecteur stelt dat de aanslag IB 2021 is opgelegd overeenkomstig de aangifte van belanghebbende en de loonbelastingkaarten. De Inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
4OVERWEGINGEN 4.1
Het Gerecht is van oordeel dat belanghebbende met hetgeen hij heeft overgelegd niet aannemelijk heeft gemaakt dat voor het jaar 2021 moet worden uitgegaan van een lager bedrag aan inkomsten uit (vroegere) arbeid dan het door belanghebbende zelf aangegeven bedrag van NAf 87.623, waarvan de Inspecteur op basis van de aangifte en loonbelastingkaarten is uitgegaan.
4.2
Voor zover belanghebbende onder verwijzing naar de brief van 6 september 2023 bedoelt heeft beroep in te stellen ten aanzien van de aanslag voor het jaar 2020 overweegt het Gerecht dat dit jaar in de onderhavige procedure niet voorligt. Verder overweegt het Gerecht dat een dergelijke brief voor het jaar 2021 ontbreekt. Ook uit de overige door belanghebbende stukken, waaronder loonstroken van de periode 11 januari 2016 tot en met 24 januari 2016 en 20 juli 2020 tot en met 2 augustus 2020 kan naar het oordeel van het Gerecht onvoldoende worden afgeleid dat voor het jaar 2021 moet worden uitgegaan van een lager bedrag aan inkomsten uit (vroegere) arbeid dan het bedrag van NAf 87.623.
4.3
Het voorgaande brengt mee dat het Gerecht oordeelt dat de aanslag IB 2021 niet tot een te hoog bedrag is opgelegd. Het beroep is ongegrond.
5PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.
6DE BESLISSING
Het Gerecht verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. P.A.M. Pijnenburg, rechter, en is uitgesproken op 3 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Frontstreet 58 (The Courthouse)

Philipsburg

Sint Maarten

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: belastinggriffie@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Cg 300 verschuldigd.

Artikel delen