Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:OGHACMB:2026:170

Aruba. Schorsing tenuitvoerlegging. Kort geding? Betaling geldsom. Bankgarantie.

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:OGHACMB:2026:170 text/xml public 2026-07-01T16:51:08 2026-07-01 Raad voor de Rechtspraak nl Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2026-06-22 AUA2026H00091 Uitspraak Hoger beroep NL Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:170 text/html public 2026-07-01T16:50:07 2026-07-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGHACMB:2026:170 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 22-06-2026 / AUA2026H00091
Aruba. Schorsing tenuitvoerlegging. Kort geding? Betaling geldsom. Bankgarantie.

Burgerlijke zaken over 2026

Zaaknummers: AUA202204425 – AUA2026H00091

Uitspraak: 22 juni 2026

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

op de schorsingsvordering van:

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

J.M.K. ISLAND RESTAURANT VBA,

handelende onder de naam KFC,

gevestigd in Aruba,

in eerste aanleg gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

thans appellante, eiseres tot schorsing,

gemachtigde: mr. D.M. Canwood,

tegen

de naamloze vennootschap

ROMAR TRADING N.V.,

gevestigd in Aruba,

in eerste aanleg eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

thans geïntimeerde, verweerster tegen de vordering tot schorsing,

gemachtigde: mr. D.G. Kock.

Partijen worden hierna KFC en Romar Trading genoemd.
1Het verloop van de procedure 1.1
Bij akte van appel van 29 mei 2026 (tevens houdende memorie van grieven) is KFC in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 13 mei 2026 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba.
1.2
Bij op 3 juni 2026 ingekomen verzoekschrift, met producties, heeft KFC gevorderd, verkort weergegeven, dat het Gerecht de tenuitvoerlegging van het vonnis zal schorsen met veroordeling van Romar Trading in de proceskosten.
1.3
Bij op 11 juni 2026 ingekomen verweerschrift heeft Romar Trading geconcludeerd tot onbevoegdverklaring van het Hof, dan wel niet-ontvankelijkverklaring van KFC in de vordering of afwijzing daarvan, met veroordeling van KFC in de proceskosten.
1.4
Bij e-mails van 19 juni 2026 hebben de gemachtigden van partijen zich over de vordering uitgelaten (nadat KFC eerst een akte had ingediend die het Hof buiten beschouwing laat).
1.5
Vonnis is gevraagd en bepaald op vandaag.
2De beoordeling 2.1
Het verzoekschrift van 3 juni 2026 is gericht aan het Gerecht en het petitum vermeldt dat het een kort geding betreft. De griffie heeft het niettemin opgevat als een schorsingsvordering bij het Hof op de voet van art. 272 Rv. KFC heeft zich daarmee verenigd in haar e-mail van 19 juni 2026. Gelet op deze gang van zaken zal het Hof het verzoek opvatten als een schorsingsvordering bij het Hof. Romar Trading is daardoor niet in enig belang geschaad. Daarom is het Hof bevoegd kennis te nemen van deze schorsingsvordering en is KFC ontvankelijk in de schorsingsvordering.
2.2
In het bestreden vonnis heeft het Gerecht, verkort weergegeven, als vaststaand aangenomen:

- KFC exploiteert of exploiteerde een aantal fast food restaurants in Aruba;

- Romar Trading leverde producten aan KFC op basis van een supply agreement;

- de supply agreement is geëindigd.
2.3
Romar Trading vorderde in conventie betaling van Afl. 587.757, als verschuldigd en onbetaald gebleven.

KFC vorderde in reconventie betaling van Afl. 494.087, als onverschuldigd (te veel) betaald.

Het Gerecht heeft de vordering in conventie toegewezen en die in reconventie afgewezen.
2.4
Bij de beoordeling van de vordering tot schorsing, al dan niet onder voorwaarden, gelden de maatstaven als vermeld in HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 (Strandhotel).
2.5
Het bestreden vonnis bevat geen kennelijke misslagen. De bezwaren van KFC tegen het bestreden vonnis kunnen voor het overige in het hoger beroep aan de orde komen. Daarop loopt het Hof thans niet vooruit.
2.6
De veroordeling strekt tot betaling van een geldsom. Het belang van Romar Trading bij de uitvoerbaarverklaring bij voorraad is daarom in beginsel gegeven (vgl. HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688).
2.7
Daartegenover staat het belang van KFC. Zij heeft aangevoerd dat betaling van het bedrag waartoe zij veroordeeld is, directe gevolgen voor de bedrijfsvoering van KFC zal hebben.
2.8
KFC heeft bij het verzoekschrift te kennen gegeven dat zij in het kader van de bodemprocedure een bankgarantie heeft afgegeven. Romar Trading heeft bij het verweerschrift aangevoerd dat betaling op de veroordeling daarom (volgens haar) niet uit de huidige bedrijfsvoering van KFC zal komen. KFC heeft in haar e-mail van 19 juni 2026 betoogd dat haar moedermaatschappij zal opdraaien voor de betaling en dat niet kan worden uitgesloten dat Romar Trading verhaal zal zoeken bij de huidige eigenaren van KFC, ook al is bij de aandelenoverdracht afgesproken dat deze veroordeling nog voor rekening van de vorige eigenaren zal komen.
2.9
Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn. Hetgeen KFC over haar bedrijfsvoering, de bankgarantie en de overdracht van haar aandelen heeft aangevoerd, maakt onvoldoende duidelijk dat en waarom haar belang in dit geval ondanks dat uitgangspunt zwaarder weegt. De vordering zal daarom worden afgewezen.
2.10
KFC zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

wijst de vordering af;

veroordeelt KFC in de kosten van deze schorsingsprocedure, aan de zijde van Romar Trading gevallen en tot op heden begroot op Afl. 2.000,- aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, C.J.H.G. Bronzwaer en E.W.A. Vonk, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 22 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Artikel delen