Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:PHR:2026:495

Conclusie AG. Medeplegen diefstal met (bedreiging met) geweld (feit 1) en medeplegen poging overdragen vuurwapens (art. 31 lid 1 WWM) (feit 2). Betreft een uit de hand gelopen wapendeal met meerdere verdachten. Middel 1 klaagt over het gebruik voor het bewijs van verklaringen van medeverdachten voor het onder 1 bewezen verklaarde medeplegen terwijl voor die verklaringen onvoldoende relevant ste...

Parket bij de Hoge Raad 1 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:PHR:2026:495 text/xml public 2026-07-01T15:00:38 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-05-19 24/00654 Conclusie NL Strafrecht Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:1121 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:495 text/html public 2026-07-01T14:52:43 2026-07-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:495 Parket bij de Hoge Raad , 19-05-2026 / 24/00654
Conclusie AG. Medeplegen diefstal met (bedreiging met) geweld (feit 1) en medeplegen poging overdragen vuurwapens (art. 31 lid 1 WWM) (feit 2). Betreft een uit de hand gelopen wapendeal met meerdere verdachten. Middel 1 klaagt over het gebruik voor het bewijs van verklaringen van medeverdachten voor het onder 1 bewezen verklaarde medeplegen terwijl voor die verklaringen onvoldoende relevant steunbewijs bestaat. Middel 2 bevat een klacht over het oordeel dat de gedragingen van de verdachte van voldoende gewicht zijn voor een bewezenverklaring van medeplegen van feit 2. Beide middelen falen volgens de AG. Ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft duur opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping beroep voor het overige. Samenhang met 24/00551.

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/00654

Zitting 19 mei 2026

CONCLUSIE

V.M.A. Sinnige

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte
1Inleiding 1.1
De verdachte is bij arrest van 15 februari 2024 door het gerechtshof ' s-Hertogenbosch (parketnr. 20-000469-22) wegens onder 1 “diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” en onder 2 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van voorarrest.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 24/00551. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. P. van de Kerkhof, advocaat in Tilburg , heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
2De zaak en de middelen 2.1
Op 6 augustus 2020 heeft op [a-straat] in [plaats] een schietpartij plaatsgevonden die het gevolg was van een uit de hand gelopen wapendeal. Er waren acht verdachten aanwezig, waaronder de verdachte in deze zaak. Vast is komen te staan dat de verdachte twee partijen tot elkaar heeft gebracht met het doel om vuurwapens te (ver)kopen. Op enig moment is tussen de koper en de verkoper een conflict ontstaan waarbij de verkoper het door de koper meegebrachte geld uit zijn handen heeft getrokken. Dat conflict mondde uit in een worsteling waarna er van beide zijden meerdere keren is geschoten. De verdachte is door het hof veroordeeld voor zowel het medeplegen van een poging tot wapenhandel (feit 2) als het medeplegen van diefstal met geweld en bedreiging met geweld (feit 1).
2.2
De middelen in deze zaak hebben betrekking op de bewijsvoering van het hof. Het eerste middel klaagt over het gebruik voor het bewijs van de verklaringen van de medeverdachten voor het bewezen verklaarde medeplegen van diefstal met geweld en bedreiging met geweld (feit 1) zonder dat daarvoor relevant steunbewijs bestaat. Het tweede middel ziet op het onder 2 bewezen verklaarde medeplegen. Ik bespreek eerst het tweede middel, omdat feit 2 in de tijd vooraf ging aan van feit 1. Daarna kom ik toe aan het eerste middel. Alvorens ik daartoe overga geef ik de bewezenverklaring en (uitgebreide) bewijsvoering van het hof weer.
2.3
De bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen
2.4
Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat:

“1. hij op 6 augustus 2020 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een geldbedrag dat toebehoorde aan [benadeelde] heeft weggenomen, welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en welk geweld en welke bedreiging met geweld bestond uit dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) onder andere onverhoeds geld heeft afgepakt van [benadeelde] en/of met [benadeelde] in een worsteling is/zijn gekomen en/of vuurwapen heeft/hebben getrokken en/of gericht op [benadeelde] en/of met een of meer vuurwapen(s) kogel(s) heeft afgevuurd in de nabijheid van die [benadeelde] ;

2. hij in de periode van 5 augustus 2020 tot en met 6 augustus 2020 in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen vuurwapens over te dragen

- (door tussenkomst van anderen) een afspraak met de koper heeft gemaakt over de aankoop daarvan en/of

- op 6 augustus 2020 op een daartoe strekkende afspraak met de koper is verschenen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.”
2.5
De volgende bewijsmiddelen zijn door het hof gebezigd (met weglating van een voetnoot):

“1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 augustus 2020, dossierpagina’s 718-721, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :

(pagina 718)

Melding

Om 19.23 uur gaf de centralist van de meldkamer een melding uit dat er op de parkeerplaats aan de [c-straat] in [plaats] bij de Albert Heijn geschoten zou zijn.

Ik hoorde de meldkamer zeggen dat er meerdere personen bij betrokken zouden zijn en dat er een zilverkleurige polo zou zijn weggereden.

Ter plaatse

Om 19.26 uur was ik ter plaats op de PD [c-straat] / [a-straat] . Ik liep naar de eenheid 4201 die al ter plaatse was en hoorde een van hen zeggen dat er diverse hulzen op de parkeerplaats lagen. Tevens zag ik een mogelijke kogelinslag in een ruit op de begane grond van een flat.

Als snel werd de ene helft van de eenheden 4105 en de 0044 aangesproken door een getuige die meldt dat er in de flat aan de [b-straat] , waarvan de achterzijde gelegen is aan de [c-straat] / [a-straat] , (pagina 719) dat hij bloedsporen aantreft in de centrale toegangshal en in de flat, in de lift en dat hij op de 8e etage voor een woning een plas bloed heeft zien liggen.

2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2020, dossierpagina’s 695-696, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :

(pagina 695)

Wij hoorden van de politieambtenaar van de eenheid 0044 dat hij een bloedspoor had aangetroffen in de flat aan de [b-straat] . Dit is om de hoek van de plaats delict. Wij hebben ons bij hem gevoegd en zagen in de gemeenschappelijke hal van de flat bloeddruppels op de vloer liggen. Ik zag dat er tevens in de lift bloeddruppels lagen. Wij hoorden van de aanwezige politieambtenaren dat er op de achtste etage van de flat ook bloeddruppels liggen. Wij zijn vervolgens met de trap naar de achtste etage gelopen. Aldaar zagen wij bloeddruppels voor de lift liggen.

Wij zagen dat er voor het eerste appartement water voor de deur lag. Dit betrof het huisnummer [b-straat 1] . Wij zagen dat dit water alleen voor deze deur lag. Wij zagen tevens een bloedveeg aan de voordeur zitten.

Rond 19.45 uur werd de voordeur geopend door een persoon. Wij troffen in de woning meerdere bloedsporen aan. Wij zagen aan het kozijn van de deur naar de woonkamer bloed zitten. Wij zagen dat de bewoner handschoenen droeg. Wij hoorden van hem dat hij een verwonding aan zijn linkerhand had. In overleg met [naam 1] , hulpofficier van justitie, is besloten om (pagina 696) de bewoner aan te houden ter zake poging doodslag. Wij hadden vervolgens de handschoenen van verdachte uitgedaan en zagen dat de verdachte een verwonding boven op zijn linkerhandpalm had.

Ik, [verbalisant 4] , zag dat de telefoon van de verdachte op een tafel in de woonkamer lag. Tijdens onze aanwezigheid in de woning zag ik dat hij driemaal werd gebeld. Ik zag op de display van de telefoon de eerste twee keer de naam " [betrokkene 3] " staan. De derde en laatste keer zag ik de naam " [medeverdachte 1] " op display van de telefoon staan.

De aangehouden verdachte bleek genaamd: [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] .

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 6 augustus 2020, dossierpagina’s 732-734, voor zover inhoudende:

(pagina 732)

Op 6 augustus 2020 om 19.50 uur verhoorde ik, verbalisant [verbalisant 5] , de getuige [getuige 1] . De getuige verklaarde:

Ik was op weg naar de Albert Heijn bij [a-straat] in [plaats] . Dit was rond 19.10 à 19.15 uur. Ik reed over de [d-straat] in mijn auto met kenteken [kenteken] (hof: dit betreft een [...] , openbare bron www.voertuig-zoeker.nl) en ben linksaf de [b-straat] en hierop direct linksaf de [c-straat] ingereden. Deze weg gaat hierna met een bocht rechtsaf. Ik zag voor mij aan de linkerzijde op de stoep een groepje mannen staan. Ik denk dat dit er een stuk of 4 waren. Ik zag dat deze mannen op de stoep stonden, achter de auto's die in de parkeervakken stonden. Ik zag dat de auto’s waar de mannen bij stonden met de achterzijde van de auto naar de stoep stonden. Ik zag dat de mannen bij de kofferbak van de auto stonden.

Het viel mij direct op dat dit groepje met elkaar aan het ruziën was. Eén van de mannen had een andere man vast. Ik heb in die korte tijd een heleboel duw en trekwerk gezien. Op enig moment zag ik ineens dat één van de mannen iets in zijn handen had. Ik zag dit voorwerp en dacht direct dat het een pistool was.

(pagina 733)

Ik zag dat de man dit pistool in zijn handen had en voor zich vasthield, ik schat ter hoogte van de borst. Ik zag dat de man met het pistool een soort ladende beweging maakte. Ik zag dat hij met z’n hand, ik weet niet met welke hand, het pistool naar achteren haalde, echt alsof hij het pistool wilde laden. Ik zag dat de man met het pistool voor mij langs naar de overkant van de straat rende. Ik reed de man voorbij. Even later hoorde ik een harde knal en daarna nog 4 à 5 knallen.

4. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 24 augustus 2020, dossierpagina’s 735-737, voor zover inhoudende:

(pagina 736)

U vraagt mij of ik de man kan omschrijven die ik met het pistool in zijn hand heb gezien. Hij had een normaal postuur en hij was ongeveer van mijn leeftijd. Ik word binnenkort 31 jaar. Het was geen Nederlandse man, maar hij had ook niet een hele donkere huidskleur. Hij had donker haar.

Op het moment dat hij voor mijn auto langsliep pakte hij het pistool uit zijn broekband aan de voorzijde van zijn broek. Hij stopte het pistool tijdens het lopen in de achterzijde van zijn broek en pakte het pistool direct daarna weer. Op dat moment ben ik hard doorgereden. Toen ik net voorbij de Albert Heijn was en linksaf wilde slaan, hoorde ik het eerste schot.

5. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 6 augustus 2020, dossierpagina’s 737-738, voor zover inhoudende:

(pagina 737)

Op donderdag 6 augustus 2020 om 20.00 uur verhoorde ik, verbalisant [verbalisant 6] , de getuige [getuige 2] .

De getuige verklaarde:

Ik ben werkzaam bij de Albert Heijn aan de [c-straat 1] te [plaats] . Vandaag stond ik buiten bij de winkelwagens naast de ingang. Ik zag dat er een groep jongens ruzie kreeg ter hoogte van de flat richting [B] . Het waren er een stuk of vijf. Ik zag één van de jongens een langwerpig voorwerp richten op een andere jongen in de groep. In de groep waren twee jongens een andere jongen in het bedwang aan het houden. Op het moment dat de man het vermoedelijke vuurwapen richtte op een van de jongens rende de twee jongens weg richting de [d-straat] . Ik zag dat de jongen met het langwerpige voorwerp bleef richten op de jongen die ze in bedwang probeerden te houden. Ik hoorde kort daarna schoten dit waren er een stuk of 5. Ik zag ook daadwerkelijk de kruitwolk. De schutter heeft een licht getint uiterlijk en is ongeveer 1 meter 80 lang. Ik zag dat hij in een grijze Volkswagen Polo vertrok. Is weggereden richting de [d-straat] met hoge snelheid. Het moment dat ik dacht dat het veilig was en de schutter weg was ben ik gaan kijken of er een slachtoffer of iets lag. Ik zag alleen een briefje van €100 dubbelgevouwen. Deze heb ik opgeraapt en meegenomen naar de Albert Heijn. Deze heb ik toen overhandigd aan de politieagent die van mij het verhoor heeft opgenomen.

6. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] bij de rechter-commissaris d.d. 8 september 2021, voor zover inhoudende:

(pagina 3 van het proces-verbaal)

Ik zag drie personen in een worsteling. Ik zag dat een soort schiethouding werd aangenomen door een van deze drie personen. Dat was de persoon die niemand vasthad. Die richtte op een van die twee personen. Ik zag dat een van de personen de andere persoon vasthield.

7. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] d.d. 6 augustus 2020, dossierpagina’s 741-742, voor zover inhoudende:

(pagina 741)

Op donderdag 6 augustus 2020 om 20.30 uur verhoorde ik, verbalisant [verbalisant 7] , op de locatie [a-straat] te [plaats] de getuige [getuige 3] .

De getuige verklaarde:

Vandaag zat ik thuis in mijn appartement aan de [b-straat 2] . Op een gegeven moment hoorde ik een harde knal. Toen we nog een harde knal hoorden, schoten mijn man en ik naar buiten. Vanaf ons balkon keken wij naar beneden op de parkeerplaats. Ik zag dat er een aantal mensen op de parkeerplaats stonden. Ik zag een grijze auto met iemand achter het stuur. Verder zag ik nog twee auto's. Ik zag een man met een pistool. Ik zag dat de man op de grijze auto richtte en schoot. Ik had het vermoeden dat de grijze auto niet geraakt werd maar dat een gele auto geraakt werd die geparkeerd stond op de hoek van de parkeerplaats. Ik zag dat er iemand in de grijze auto sprong. Vervolgens zag en hoorde ik dat de grijze auto hard wegreed. Ik zag dat de man met het pistool achter de grijze auto aan rende en met het pistool op het raam sloeg. Vervolgens zag ik dat het pistool op de grond viel. Ik zag dat de man het pistool oppakte en wegrende.

8. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 augustus 2020, dossierpagina’s 750-752, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :

(pagina 750)

Op 6 augustus 2020 omstreeks 19.21 uur ontving ik de melding dat er op de parkeerplaats bij de Albert Heijn aan de [c-straat] te [plaats] geschoten zou worden en dat de schutter wegrende in de richting van de [e-straat] te [plaats] .

Mij werd verzocht om langs te gaan bij een vrouw wonende in het appartementencomplex aan de [b-straat 2] te [plaats] . Zij zou mogelijk getuige zijn geweest van het incident.

In de woning trof ik een vrouw die opgaf te zijn: [getuige 4] .

Ik vroeg haar of zij mij kon vertellen wat er gebeurd was. Zij verklaarde ten overstaan van mij het volgende:

[getuige 4] stond met haar kleindochter in haar armen en haar mobiele telefoon in haar handen op haar balkon op de eerste verdieping van het complex. Vanuit haar balkon heeft zij zicht op de parkeerplaats voor de Albert Heijn aan de [c-straat] en de rest van de [c-straat] , in de richting van de [d-straat] . Het gebied achter [a-straat] te [plaats] . Op de hoek van de parkeerplaats met de rest van de [c-straat] zag zij 2 kleine voertuigen staan. Bij deze voertuigen zag zij onder andere twee personen staan. Een van deze personen betrof een Marokkaanse man, in dit proces-verbaal verder genoemd als persoon 1. De andere persoon beschreef zij als een donker persoon, een soort Somalische man, maar niet zó donker. In dit proces-verbaal verder genoemd als persoon 2.

(pagina 751)

Zij zag dat persoon 2 een blauwkleurige zak vast had. Hij moest deze afgeven aan persoon 1 maar wilde dit niet. Persoon 1 trok daarop aan de onderzijde van de zak waardoor deze scheurde. Zij zag vervolgens een hele hoop groene briefjes uit de zak op de grond vallen. Vervolgens heeft persoon 2 een vuurwapen gepakt. Persoon 1 pakt ook een vuurwapen. Deze pakt hij vanaf de achterzijde van zijn lichaam. Zij ziet dat beide mannen, persoon 1 en 2, een vuurwapen vast hebben en dat er over en weer geschoten wordt. [getuige 4] gaf aan dat persoon 2 begon met schieten.

[getuige 4] verklaarde dat allebei de auto's zijn weggereden en dat er op straat nog een hele hoop briefjes lagen. Zij gaf aan dat alle briefjes een groene kleur hebben.

9. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] d.d. 10 augustus 2020, dossierpagina’s 756-758, voor zover inhoudende:

(pagina 756)

Rond 19.15 / 19.30 uur kwam ik uit de AH bij [a-straat] in [plaats] . Daarnaast heb je [B] . Ineens werd het rumoerig, er waren eigenlijk twee groepjes. Een groepje bestond uit drie personen allemaal hadden ze een donkere huidskleur, ik denk Antilliaans. De andere partij was een persoon, de schutter. Er werd geschreeuwd. Heel snel daarna hoorde ik schoten.

(pagina 757)

Ik zag dat er veel geld op straat lag, het was een opgevouwen briefje van honderd euro. Ik zag dat een medewerker van de AH dat briefje opraapte.

(…).

15. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 februari 2021, dossierpagina’s 615-626, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [verdachte] :

(pagina 618)

V: Van wie is het telefoonnummer [telefoonnummer 1] ?

A: Dat is het telefoonnummer dat ik heb.

(pagina 619)

V: Wat kun je ons vertellen over wat er zich die dag 6 augustus 2020 heeft afgespeeld?A: Op 5 augustus, de dag ervoor, kwam er een jongen. Hij heet [medeverdachte 3] . Een zwarte jongen. Hij zei tegen mij: “Ken jij iemand waar ik een wapen kan kopen?”

Een maatje van [medeverdachte 3] zoekt een wapen om te kopen.

Ik ken [naam 2] . Ik vertelde hem over [medeverdachte 3] dat hij vraagt over het kopen van wapens. [naam 2] zei toen dat hij dacht wel mensen te kennen. [medeverdachte 3] en [naam 2] hebben elkaars Snapchat gekregen. Ik heb die accounts uitgewisseld. Toen konden zij praten.

O: We laten je een foto zien om te kijken of je hiermee [naam 2] bedoelt (foto van [medeverdachte 2] getoond, bijlage 1).

A: Ja dit is hem.

Ik kwam bij [f-straat] ergens aan het begin van de middag op donderdag 6 augustus 2020, met een paar boys daar. Ik ken die jongens goed. Ik zag een auto komen. Ik zag een grijze Polo aan komen rijden. Ik herkende de auto al wel. Dit was [naam 2] . Ik stapte bij hem in de auto. Hij vertelde dat die jongen van de Snap, [medeverdachte 3] , er nu aankomt. Ik reed met [naam 2] naar de achterkant van [f-straat] . Daar was [medeverdachte 3] met een paar andere boys.

Ineens kwam daar een blauwe Golf aan rijden. [medeverdachte 3] ging praten met de bestuurder van de Golf. [medeverdachte 3] zei dat we moesten gaan naar [g-straat] . [medeverdachte 3] reed voorop, toen de blauwe Golf, toen wij met de grijze Polo. [medeverdachte 3] zat in een kleine blauwe auto met een kale man, een andere man met een staartje en muts. [medeverdachte 2] reed in de Polo toen we reden naar [g-straat] .

(pagina 620)

Toen zei [medeverdachte 2] dat we [medeverdachte 3] moesten volgen naar de Universiteit. [medeverdachte 3] reed voorop, de blauwe Golf daarachter en toen wij.

Bij de Universiteit ging de kofferbak open van de blauwe Golf. Ik zag [medeverdachte 2] , de bestuurder van de Golf en [medeverdachte 3] en nog een andere jongen uit de auto van [medeverdachte 3] bij de kofferbak van de blauwe Golf staan. Ik zag dat ze naar iets in de kofferbak aan het kijken waren en aan het wijzen waren. De kofferbak van de auto van [medeverdachte 3] ging ook open. [medeverdachte 3] was in totaal met vier jongens.

Ineens zag ik [medeverdachte 3] zwaaien dat we weer ergens anders naartoe moesten. [medeverdachte 2] stapte in de auto, hij zei dat we naar [a-straat] moesten. We hebben hem gewoon gevolgd toen hij zwaaide dat we hem moesten volgen.

V: Wat is er gebeurd op [a-straat] ?

A: Ik zag een gele auto geparkeerd staan. Toen parkeerde [medeverdachte 2] daarnaast, vervolgens de blauwe Golf.

De bestuurder van de Golf ging praten met [medeverdachte 3] en die jongens uit de auto van [medeverdachte 3] .

(pagina 621)

V: Weet je of hij het wapen daadwerkelijk wilde kopen?

A: Degene die op mij heeft geschoten, die kwam daadwerkelijk een wapen kopen.

V: Herken je hem (foto [benadeelde] , bijlage 2)?

A: Ja. Hij is degene die een wapen kwam kopen.

V; We laten je een foto zien. Herken je hem? (foto [medeverdachte 1] , bijlage 3)

A: Ja, dit is hem. Deze jongen regelde alles met zijn praatjes.

V: We willen je nog een foto tonen. Herken je hem? ( [medeverdachte 3] , bijlage

4)

A: Ja, dit is [medeverdachte 3] . Het hele plan is van [medeverdachte 3] .

V: Herken je hem (foto [medeverdachte 4] , bijlage 5)?

(pagina 622)

A: Ik denk dat dit de bestuurder is van de blauwe Golf.

V: Je had het net over een soort worsteling. Vertel daar eens over.

A: De bestuurder van de Golf had een worsteling met [benadeelde] . [medeverdachte 2] heeft ze toen allebei gepakt (…).

V: Wat gebeurde er tijdens die worsteling?

A: Ze hadden allebei een wapen vast.

(…)

[medeverdachte 2] schoot op de groep jongens die wegrende.

[medeverdachte 3] rende weg naar de auto. Ook [medeverdachte 1] rende met [medeverdachte 3] naar de geparkeerde auto’s.

(pagina 623)

V: Je vertelde net dat [benadeelde] vaak schoot. Klopt dat?

A: Ja hij schoot echt vaak.

V: Je zat als bijrijder in de auto, maar toen er geschoten werd ben je achter het stuur gaan zitten. Klopt dat?

A: Ja.

V: (…)

A: Ik opende de deur. Ik schreeuwde naar [medeverdachte 2] dat hij snel in moest stappen. Ik wilde de auto starten. [medeverdachte 2] schoot op [betrokkene 3] . [benadeelde] kwam meteen op mij af.

Op een gegeven moment kwam [medeverdachte 2] als bijrijder in de auto. Toen kwam [benadeelde] op ons afgerend. Ik probeerde de auto te starten maar mijn been is niet goed, dus het lukte niet met die koppeling.

(…) Toen ik naar [medeverdachte 2] keek of hij eraan kwam, heeft [benadeelde] geschoten.

(…)

Ik zag ook geld op de grond.

(pagina 624)

V: Binnen het onderzoek werd [medeverdachte 3] aangehouden. Wij weten dat jij hem kent. In zijn telefoon zagen wij dat er een gesprek over koop en/verkoop van Glocks plaats vond op 5 en 6 augustus 2020. Je hebt net aangegeven dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] door jou in gebruik was. Dit is het telefoonnummer waarmee dat chatgesprek plaats vonden. Wat kun je daar over verklaren?

A: Ja, dat klopt. Hij praat met mij daarover. Toen heb ik die Snap uitgewisseld met hem.

V: Dat [telefoonnummer 3] nummer beweegt samen met jouw nummer mee naar [plaats] . (…)

A: Dat telefoonnummer hoort bij [medeverdachte 2] .

16. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 7 augustus 2020, dossierpagina’s 124-134, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde] :

(pagina 129)

V: Waarom moesten ze jou of iemand die bij jou was hebben?

A: Ze hebben mij gewoon beroofd. Ze hebben mij geld afhandig gemaakt.

V: Waarom hebben ze jou beroofd?

A: Omdat ik misschien geld op zak had.

17. Het proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris toetsing rechtmatigheid inverzekeringstelling en vordering tot bewaring d.d. 10 augustus 2020, dossierpagina’s 141-142, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde] :

(pagina 141)

Ik liep richting de auto en had geld. Er waren meerdere donkere jongens, een van die jongens stond naast me en liet zijn auto aan mij zien. Op dat moment trok hij het geld uit mijn zak. Ik pakte het geld vast. Toen trok hij het vuurwapen. We zijn gaan worstelen. Binnen een paar seconden stond er nog een donkere jongen erbij met een ander vuurwapen, met een demper.

(pagina 142)

Er kwam nog een derde persoon.

Het geld vloog in de lucht, waardoor hij het geld moest oprapen.

Ik heb geschoten.

18. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 augustus 2020, dossierpagina’s 145-168, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde] :

(pagina 147)

V: Waar woon je?

A: [b-straat 1] .

(pagina 148)

V: Wat is je telefoonnummer?

A: [telefoonnummer 2] .

V: Wie maken er gebruik van je iPhone 11?

A: Alleen ikzelf.

(pagina 163)

Toen ik werd vastgehouden door die mensen, probeerde één van de daders op mijn benen te schieten twee keer, ik hoorde dat het niet lukte en zag dat hij met zijn wapen aan het bewegen was.

(…)

Hij schoot twee of drie keer. Hij heeft mij niet geraakt. Ik heb teruggeschoten. Ik weet niet hoe vaak ik heb geschoten, ik weet niet hoeveel kogels erin zaten.

V: Het wapen waarmee je geschoten had, wat heb je daarmee gedaan?

A: Ik heb het meegenomen en ik heb het wapen verstopt bij mijn andere wapens.

V: Omschrijf het wapen eens?

A: Zilverkleurig.

(pagina 164)

Ik heb het wapen eronder gegooid, onder de keuken dinges. Achter de plint.

19. Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 15 oktober 2021, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde] :

(blad 3)

[medeverdachte 4] antwoordde dat hij de verkoper was. Hij vroeg mij of ik geld bij me had.

(blad 5)

Foto 1 (hof: foto van [medeverdachte 4] ) is [medeverdachte 4] . Hij heeft het geld afgepakt, van de grond gepakt en vuurwapen op mij gericht.

Op foto 3 (hof: foto van [medeverdachte 2] ) staat de man met het vuurwapen met de demper. Dat is [medeverdachte 2] .

(blad 6)

Bij het voorlezen van het proces-verbaal geeft de getuige aan dat [medeverdachte 4] de veroorzaker is van wat er op die dag is gebeurd. Op de vraag of dat degene is van wie hij, [benadeelde] , (…) zou kopen, zegt [benadeelde] : ‘ja maar ik had hem nog niet eerder gesproken of gezien’.

(blad 12)

Ik had een worsteling met [medeverdachte 4] . Ik raakte eerst in gevecht met [medeverdachte 4] .

20. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 november 2020, dossierpagina’s 306-312, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 5] :

(pagina 308)

Ik zat samen met mijn schoonbroer [medeverdachte 3] en een lichtgetinte jongen met een staartje en de Nederlandse bestuurder in de Hyundai. Mijn schoonbroer zei dat wij even moesten stoppen bij [a-straat] .

Iets verderop staan twee jongens. Die twee stappen uit naar die jongens toe. Ik stapte uit de auto. Ik zag een donkerblauwe Golf en ik zag een grijze Polo. Die twee komen en die gaan achter die parkeerplaats parkeren. Twee jongens stappen uit de auto. Eén uit de donkerblauwe auto en één uit de grijze auto. Zij liepen naar de twee jongens die er al stonden. Die twee uit de Golf en Polo liepen met twee licht getinte jongens terug naar hun auto’s. Ik hoorde rumoer. De jongen van de donkere Golf had een pistool in zijn hand. Hij droeg een leesbril. Die jongen had een wapen in zijn rechterhand en geld in zijn linkerhand. (…) En 1 2 3, die jongen met die bril die heeft als eerste geschoten.

V: Die jongen met bril heeft dus als eerste geschoten?

A: Ja dat denk ik. Hun tweeën (hof: de jongen met bril en de licht getinte jongen) gingen uhmm.. niet echt vechten maar.. en ineens werd er geschoten. Ze begonnen elkaar vast te pakken. Ik zag dat die jongen met dat staartje uit die andere auto ook ineens een wapen trok. Die zat in die grijze Polo.

(…)

De jongen met dat staartje trok een wapen. En die licht getinte jongen pakte ook ineens een wapen en ging ook schieten. Die licht getinte jongen die daar al stond. (…) Ik hoorde keiveel schoten.

(pagina 309)

Die jongen met dat staartje die een wapen pakte. Die jongen uit die grijze Polo, die had een wapen met een demper. Maar in die grijze Polo zat nog een andere jongen, begon ook met een pfff… heen en weer te slingeren.

Ik sprong in de auto. Toen zijn we weggereden.

[medeverdachte 3] en die jongen met staartje waren buiten de auto aan het praten met twee getinte jongens.

Er was pas iets aan de hand toen er twee jongens uit de grijze Polo en blauwe Golf kwamen. Ik zag die jongen van die blauwe Golf met een wapen in zijn handen en een pak geld in zijn handen.

21. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 november 2020, dossierpagina’s 313-317, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 5] :

(pagina 314)

V: We willen jou een paar foto’s laten zien. Ken jij deze man? ( [benadeelde] )

A: Ja, ik denk het wel man. Het was wel zo’n type gast ja. Met een baard. Hoe heet hij?

V: [benadeelde] .

A: Ik heb die gast daar wel zien staan ja.

22. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 31 maart 2021, BVH-nummer 2020204998 proces-verbaalnummer 473, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 5] :

V: We willen je nog een aantal foto’s laten zien. Dit is de eerste foto die we je willen tonen ( [verdachte] ). Wie is dit?

A: Die komt mij wel bekend voor. Ik ken hem van gezicht. Ik ken hem uit [plaats] . Hij was tijdens het incident ook op [a-straat] . Ik herken hem aan zijn haren en aan zijn gezicht.

V: Wie is deze man? ( [medeverdachte 2] )

A: Ja hem herken ik sowieso, zeker.

V: Wat was zijn rol?

A: Hij was met hem (verdachte wijst naar de foto van [verdachte] ) en een donkere gast. Hij ( [medeverdachte 2] ) reed in de grijze Golf (het hof begrijpt: grijze Polo).

V: Wie is deze man? ( [medeverdachte 4] )

A: Dat is hem. Die dag droeg hij een bril en hij had geen baard, dat herinner ik mij nog. Ik herken hem zeker.

V: Wat was zijn rol?

A: Hij zat in een blauwe Golf, samen met een Nederlands meisje. Hij stapte uit en uit de andere auto stapte die gast van de vorige foto.

V: Wie hadden de vuurwapens vast?

A: (…) Ik zag die donkere gast van de derde foto met een pistool staan en geld in zijn hand. Ik zag ook de jongen van de tweede foto met een vuurwapen staan.

Er werd geschoten. Die jongen die er al stond sprong eropaf en er ontstond een worsteling, toen werd er weer geschoten.

23. Het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 5] bij de rechter-commissaris d.d. 24 september 2021, voor zover inhoudende:

Toen ik de man met het pistool met de geluidsdemper zag, zag ik op dat moment nog een jongen erbij springen. Ik zag toen ook strubbel, strubbel. Daarmee bedoel ik inderdaad duw en trekwerk. Ik zag de man met de baard ook een pistool trekken. Toen was het gewoon een schietpartij. De jongen met de baard heeft wel geschoten. Ik heb de man met de geluidsdemper zien richten op de jongen met de baard. Zij stonden toen niet zover van elkaar vandaan. De jongen met de geluidsdemper stond bij de auto. Ik denk dat er ongeveer 5 of 6 meter afstand tussen zat.

24. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 november 2020, dossierpagina’s 781-785, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 6] :

(pagina 782-783)

O: We gaan terug naar de dag van 6 augustus 2020, de dag van het (schiet) incident op [a-straat] te [plaats] . (…)

V: Wie is [medeverdachte 1] ?

A: Die ken ik. Die zou ik afzetten. Ik had een afspraak met [medeverdachte 1] .

V: Waar heb je die jongens opgehaald?

A: Bij [medeverdachte 1] thuis.

Ik denk dat [medeverdachte 1] voorin is gestapt, omdat hij mijn maat is.

V: Met wat voor auto was je toen?

A: Dat hebben jullie op beeld staan volgens mij. Een Hyundai Matrix, donkerblauw van kleur.

V: Wie is op [a-straat] met hem meegelopen?

A: (…) [medeverdachte 1] liep met die donkere jongen naar die twee jongens die daar al stonden. Ik zag op een afstand een grijze en een blauwe auto, een Golf en een Polo.

(pagina 784)

Ik hoorde een hoop knallen. (…) [medeverdachte 1] en die andere jongen kwamen naar de auto gerend. De portieren stonden nog open tijdens het rijden.

25. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 november 2020, dossierpagina’s 491-499, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :

(pagina 492)

Ik ken [benadeelde] en [medeverdachte 3] in dit verhaal. Zodra er geschoten werd, waren wij de eerste die weggegaan zijn daar.

V; Hoe is het half uur voor het incident verlopen?

A: Ik heb contact met [benadeelde] gehad en met [medeverdachte 3] . En we zijn samengekomen.

(pagina 493)

V: [medeverdachte 3] verklaarde aan ons hoe jullie in contact zijn gekomen met [benadeelde] . En dan vertelt hij over een dag ervoor, dat er iets afgesproken is om naar [a-straat] te gaan. (…)

A; Dat zou kunnen kloppen ja. Ik, [medeverdachte 3] , de chauffeur, die andere jongen, die [medeverdachte 5] .

V: Hoe is die afspraak dan gemaakt?

A: Allemaal samen weetje. Onderling contact en zo.

V; Wie zijn die buiten mensen?

A: Die ons komen beschieten en beroven. Dan praten we over de grijze Polo en de blauwe Golf 7.

(pagina 494)

V; Wat kun je zeggen over die blauwe Golf?

A: In die blauwe Golf zat een man en een vrouw. En in die grijze Polo twee mannen.

(pagina 495)

V: Kun je die personen omschrijven?

A: Dreads, klein, korter dan ik, ik ben 1.83. Licht getint, Antilliaans.

V: En die tweede persoon? (pagina 496)

A: Eentje met een staartje. Licht getint. Ook Caribisch. Die trok een groot wapen. Misschien een demper of in ieder geval groot.

(pagina 496)

V: Heb jij enig idee waar die mensen vandaan komen?

A; Ik dacht [plaats] , maar ze kunnen ook liegen toch?

V: Je wist dat zij zouden gaan komen?

A: Ja, we hadden een afspraak toch?

(pagina 497)

(…)

A: Hun kwamen niet van [plaats] . Ze zeiden zelf dat ze van [plaats] komen.

V: Dat heb jij ook geappt naar [benadeelde] ?

A: Ja, omdat ik ervan uitging dat ze vandaar moesten komen.

V: Kun je nog iets vertellen over die grijze Polo?

A: Die jongen met dat staartje was de bestuurder. En die andere kleine jongen was waarschijnlijk de bijrijder.

26. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 maart 2021, BVH-nummer 2020204998 proces-verbaalnummer 471, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :

V: Er zijn verklaringen dat ervoor het incident was afgesproken op [f-straat] en dat jij en [medeverdachte 3] daar ook waren en dat zijn jullie in colonne weg gereden zijn?

A: Het zou kunnen dat we van tevoren hebben afgesproken op [f-straat] . We hebben elkaar van tevoren wel gezien.

V: [verdachte] verklaarde dat de ontmoeting op [f-straat] is geweest. Jouw telefoon straalde om 18.15 uur aan op de [i-straat] in [plaats] . Dat is dicht bij [f-straat] .

A: Ja, Ja.

V: Dit geldt ook voor de telefoon van de jongen uit de grijze polo (verb. [medeverdachte 2] ). Hij straalde om 18.03 uur aan op de [j-straat] te [plaats] . Ook die mast kan [f-straat] aanstralen.

A: We zullen sowieso samen zijn geweest.

V: Wie waren daar?

A: Die mensen van buiten de stad. Ik weet niet hoe ze heten.

Ik, [medeverdachte 3] en [betrokkene 2] .

V: Die jongens van buiten de stad. In welke auto’s reden die?

A: Een donkerblauwe Golf 7 en een grijze polo.

V: Je bent wel op de hoogte van de afspraak want je stelt wel [benadeelde] op de hoogte. Ze komen nu uit [plaats] .

A: Ja dat was de afspraak. Dat ontken ik ook niet.

V: Wie waren er allemaal op [f-straat] aanwezig toen jullie daar afgesproken hadden?

A: Ik, [medeverdachte 3] , [betrokkene 2] , Polo, Golf.

V: En wie zaten er in de Golf.

A: Die donkere.

V: Wie zaten er in de Polo:

A: Die lichtere.

(…)

[verdachte] (hof begrijpt: [verdachte] ) ging meehelpen. Die ging geld pakken.

27. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 november 2020, dossierpagina’s 369-381, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 3] :

(pagina 370)

Op het moment dat ik terugliep naar de auto was het boem boem.

Die jongen van de grijze auto trok ook een pistool. Die jongen van de blauwe auto ook. Dat heb ik kunnen zien.

(pagina 371)

V: Hoe komen jullie daar aan?

A: In een blauwe auto. De chauffeur was [betrokkene 2] .

Ik zat achterin toen we aankwamen. Naast mij zat “de grote”.

V: Je bedoelt [medeverdachte 5] ?

A: Ja. Ik noem hem zo omdat hij groot is.

(pagina 372)

V: (…)

A: Ze hadden mij benaderd om erbij te zijn op [a-straat] . [betrokkene 3] en [benadeelde] hadden ons benaderd.

(…) Dat was een dag ervoor.

(pagina 373)

We waren er net eerder dan die twee voertuigen.

(…)

V: Hoeveel mensen komen er uit die blauwe auto?

A: 1. Ik denk dat het een Golf was. Die jongen was groot en donkerder dan ik.

V: Wie kwamen er nou naar jullie toe gelopen?

A: 1 persoon uit die blauwe auto, 1 persoon uit die grijze auto. En 1 persoon uit de grijze auto bleef bij de auto staan. Dus in het totaal drie personen.

(pagina 374)

V: Tussen wie ontstond het incident nou?

A: Tussen die een van de foto (hof: [benadeelde] , zie pagina 370) en die een grote jongen van de blauwe Golf. Ik zag dat de bestuurder van de grijze auto ineens een lang pistool had.

(pagina 377)

Ik ken [benadeelde] al heel lang.

28. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 december 2020, dossierpagina’s 391-407, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 3] :

(pagina 393)

V: Hoe hadden jullie afgesproken?

A: Telefonisch contact dat hebben jullie ook gezien in mijn telefoon.

V: Welke telefonisch contact is dat geweest?

A: Van mij telefonisch contact.

V: Hoe heet hij dan?

A: [verdachte] .

V: Wat kun je ons over [verdachte] vertellen?

A: Licht getinte jongen met dreads. Hij is een beetje klein en skinny (smal).

V: Hoe ken je hem?

A: Van de straat. Ik heb hem een paar keer gezien.

V: En waar spreken jullie dan af die dag.

A: Bij het park hier tegenover.

O: Verdachte legt uit waar het was. De advocaat van de verdachte geeft aan [f-straat] . De verdachte zegt: ja [f-straat] .

(pagina 394)

V: Is die [verdachte] waar jij die dag eerder 5 augustus 2020 een afspraak mee had, is die daar ook op [a-straat] ?

A: Ja. Hij was in die grijze Polo.

V: En welke auto was daar nog meer bij betrokken?

A: Een blauwe Golf.

V: Wie is de bestuurder dan van die auto?

A: Een grote zwarte jongen.

V: Ok, dus [verdachte] zit in die grijze auto, de grijze Volkswagen kunnen we dat wel noemen, waar zat hij in de auto?

A: Hij zat net als die vrouw rechts als bijrijder.

V: Ok, als bijrijder. Wie zat er achter het stuur?

A: Een licht getinte jongen met een staartje ook, hij had een beetje haar net als [medeverdachte 1] .

(pagina 395)

V: Die [verdachte] die jij beschrijft?

A: Ja maar die was een beetje meer achter de auto.

(…) Hij leek ook betrokken te zijn bij de vechtpartij.

V: Ok dan hebben we die andere twee nog, die licht getinte jongen en die donkere krachtige jongen, die waren dan nog het dichtst bij [benadeelde] ?

A: Ja.

(pagina 396)

V: Er wordt ook gesproken over een groot wapen.

A: Dat was die jongen met die lange haren, die licht getinte jongen.

V: Omschrijf dat lange wapen eens.

A: Het was een normaal wapen met een soort van demper erop.

(pagina 399)

Verbalisanten tonen de verdachte een foto welke als bijlage 1 bij het verhoor gevoegd wordt.

A: Ja dat is [verdachte] . Dat is hem.

V: Dit is [verdachte] . Jij kent hem als [verdachte] ?

A: Ja.

(pagina 404)

V: Wij willen jou de gelegenheid geven om twee foto’s te bekijken. En mag jij zeggen of je die gasten herkent? (bijlage 2 foto [medeverdachte 2] )

A: Ja.

V: Waar plaats je hem?

A: In de grijze auto.

V: Dus hij zit dan, even terughalend, hij zit samen in de auto met [verdachte] ?

A: Ja, aan het rijden.

V: Dus hij is de bestuurder van de grijze auto?

A: En met het grote pistool.

29. Het proces-verbaal van verhoor verdachte door de rechter-commissaris vordering tot bewaring d.d. 19 januari 2021, dossierpagina’s 535-537, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] :

(pagina 535)

Ik heb geschoten.

(pagina 536)

Ik heb de trekker overgehaald.

30. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 28 januari 2021, dossierpagina’s 538-545, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] :

(pagina 539 en 540)

Ik was naar [plaats] gekomen. Ik heb mensen bij elkaar gebracht om die dingen te dealen. We waren eerst bij [f-straat] . Daar hadden we eerst afgesproken. Daarna zijn we uiteindelijk naar [a-straat] gegaan.

V: Hoe ben je daar gekomen?

A: Met die Volkswagen Polo, grijs van kleur.

(pagina 542)

(…)

A: Die eerste Marokkaan had mijn ruit kapot gemaakt terwijl hij het vuurwapen vast had.

V: Dan tonen we nu de foto van [benadeelde] (bijlage 3)

A: Ja dit is hem.

V: Dan tonen we nu de foto van [betrokkene 3] (bijlage 4)

A: Dit is de jongen die aan de overkant van de weg stond. Volgens mij heeft alleen die eerste Marokkaan geschoten.

V: Wanneer begon het schieten?

A: Tijdens de worsteling tussen die eerste Marokkaan en die andere jongen.

V: Maar jij hebt die deal toch opgezet?

A: Ik heb ze wel samengebracht om tot een deal te komen. Het gaat om iets illegaals.

(pagina 544)

V: We koppelen het telefoonnummer [telefoonnummer 3] aan jou. We denken dit omdat jij bemiddeld hebt en dat die [telefoonnummer 3] ook degene is die het contact heeft met [medeverdachte 3] . We zien [medeverdachte 3] zijn telefoonnummer ook op dat [f-straat] . Heb jij contact met hem gehad?

A: Ja.

V: Komt [medeverdachte 3] jou bekend voor?

A: Ja dat wel.

V: Wil je de foto nog eens zien voor de zekerheid? (Bijlage 5, hof: foto van [medeverdachte 3] )

A: Ja dit is hem.

V: Hoe zit die relatie dan?

A: Iemand heeft mij met [medeverdachte 3] in contact gebracht. En ik heb weer iemand in contact gebracht met [medeverdachte 3] .

31. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 januari 2021, dossierpagina’s 569-574, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 4] :

(pagina 570)

V: Van welke telefoon maak jij op dit moment gebruik?

A: Ik gebruik een IPhone. Telefoonnummer is een abonnement van Tele2 met [telefoonnummer 4] .

32. Het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 4] bij de rechter-commissaris d.d. 12 oktober 2021, voor zover inhoudende:

(blad 2)

Ik had 6 augustus 2020 afgesproken met [medeverdachte 2] .

(blad 3)

Ik ben aangekomen met [betrokkene 4] bij [a-straat] . Er stonden een paar groepjes jongens. Ik ben toen de auto uitgegaan.

Ik weet dat [verdachte] en [medeverdachte 2] bij elkaar in de auto zaten, omdat zij met zijn tweeën voor ons reden in een grijze Polo toen we bij [a-straat] kwamen.

(blad 6)

Ik gebruik af en toe een bril. Het zou kunnen dat ik die dag (hof: 6 augustus 2020) ook een bril heb gedragen. Ik kwam uit de auto, dus het zou kunnen. Het is een bril op sterkte.

Ik reed die dag in een blauwe Volkswagen Golf.

33. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 november 2020, dossierpagina’s 1242-1246 met bijlage, dossierpagina’s 1247-1255, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 8] :

(pagina 1242)

Op 13 november 2020 was ik belast met het uitkijken van de telefoon die werd inbeslaggenomen aan de [k-straat 1] in [plaats] . Het goed werd inbeslaggenomen onder verdachte [medeverdachte 3] geboren op [geboortedatum]

1994 te [geboorteplaats] .

Gebruiker telefoon:

Ik kon stellen dat deze telefoon in gebruik was bij [medeverdachte 3] was om meerdere redenen, een paar hiervan werden hieronder vermeld:

- Het is mij bekend dat deze telefoon werd aangetroffen op de slaapkamer waar [medeverdachte 3] werd aangehouden. De telefoon werd aangetroffen aan de kant van het bed waar [medeverdachte 3] sliep toen hij werd aangehouden.

- Ik zag op de telefoon een aanzienlijke hoeveelheid met selfies en of videobel-screenshots waarin ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de “front facing camera” op de gebruiker gericht stond. Ik herkende de persoon met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid als gebruiker. Deze persoon herkende ik als [medeverdachte 3] .

- In de veiliggestelde gegevens zag ik dat het eigen nummer [telefoonnummer 5] was.

Er werd in het onderzoek middels een tapidentificatie vastgesteld dat [medeverdachte 3] de gebruiker was van telefoonnummer [telefoonnummer 5] .

-Ik zag dat het Googleaccount [medeverdachte 3] en het e-mailadres [e-mailadres 1] waren ingesteld op de telefoon.

(pagina 1244)

[telefoonnummer 1]

Op 5-8-2020 vond er een gesprek plaats met telefoonnummer [telefoonnummer 1] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek werd er gedeeltelijk in het Papiaments gesproken en deels in het Nederlands. In dit gesprek zaten meerdere audioberichten welke werden vertaald door een tolk. Hieronder werd de uitwerking geschreven.

Alle onderstaande berichten dateren van 5 en 6 augustus 2020.

[...]

NN-man: ja broeder, die gast stuurt mij al de foto’s, ik ga screenshots ervan maken.

Ik maak screenshots van alles wat hij naar mij toe heeft gestuurd, met de prijzen en alles. Ik maak screenshots zodat jij het allemaal zelf kan zien, dat ik via die man zelf aan het praten ben. Snap jij, dat niks verder ergens anders vandaan komt of zo.

Deze mannen hebben deze dingen in hun macht/beheer. Goed zo?

[...]

Audio in de Nederlandse taal.

NN-man: ja is goed man, kijk maar even, kijk maar even. Want ik ga zo direct naar euh, ik heb om 2 uur een afspraak bij iemand anders al. Dus als jij om 3 of zo kan, dan zou het goed zijn. Snap je dat ze dan van kunnen kiezen gewoon of zo, je weet toch. Want deze man hier heeft ook goeie dingen maar beter met jou!

[...]

Audio gedeeltelijk in Papiamento en de Nederlandse taal.

NN-man: no man djie (fon.= maat), dit is veels te dure dingen in het leven man.

Dit is niet serieus maat. Die schorpioen, je weet toch. Normaal is dat euh iets van 13 of zo, je weet wat ik bedoel. Dus dit is veel te duur man!

[...]

NN-man: ja broeder, maar die man heeft mij verkeerd begrepen, ik heb verkeerd met die man gesproken. Die man heeft mij uitgelegd dat als je één wapen koopt, maar als je meer koopt dan zakt de prijs.

[...]

NN-man: oké oké

Wat geeft hij nu dan aan precies?

Wat is de prijs?

Wat heeft ie?

Wat heeft ie?

(pagina 1245)

[...]

NNman: wel er zijn twee van de GLOCK 17 en twee van de GLOCK 19.

Er zijn er twee. Het zijn er vier (4) 2 van de GLOCK 17 en 2 van de GLOCK 19.

Ook werd er buiten deze audiobestanden gechat over het aankopen van wapens. Een aantal berichten werd hieronder geciteerd.

“ze hebben een GLOCK 16 splinter nieuw in verpakking 3500€” (hof: [telefoonnummer 1] stuurt dit bericht op 5 augustus 2020 om 10.16 uur, zie bijlage pag. 1250).

“ze hebben zoveel dingen, het is wat jij wilt” (hof: [telefoonnummer 1] stuurt dit bericht op 5 augustus 2020 om 10.18 uur, zie bijlage pag. 1251).

“4 glock” (hof: [telefoonnummer 1] stuurt dit bericht op 6 augustus 2020 om 10.06 uur, zie bijlage pag. 1253).

“ik heb die gasten met hun prijs laten zakken” (hof: [telefoonnummer 1] stuurt dit bericht op 6 augustus 2020 om 8.37 uur, zie bijlage pag. 1252).

34. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 november 2020, dossierpagina’s 1307-1309, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 9] :

(pagina 1307)

Op dinsdag 17 november 2020 deed ik, verbalisant [verbalisant 9] , onderzoek naar het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Dit telefoonnummer had vóór de dag van het incident en op de dag van het incident, 5 en 6 augustus 2020, meerdere malen contact met het telefoonnummer van [medeverdachte 3] , [telefoonnummer 5] .

Onderzoek telefoon Asus Zenfone 4

In dit toestel werden meerdere audiobestanden in een chat over en weer gestuurd tussen deze twee telefoonnummers. De audiobestanden werden woordelijk als volgt uitgewerkt:

[...] , gelogd op 05-08-2020 om 11.11 uur van [medeverdachte 3] naar [telefoonnummer 1]

[medeverdachte 3] : En djie (fon.= maat) probeer, probeer, jij, je weet toch, en die ‘niggers’, zo min mogelijk mensen. Want dan kan ik jou echt euh.. Dan kunnen we beetje goed verdienen, snap je?

[...] , gelogd op 05-08-2020 om 12.03 uur van [telefoonnummer 1] naar [medeverdachte 3]

NN-man: ja broeder, die gast stuurt mij al de foto’s, ik ga screenshots ervan maken.

Ik maak screenshots van alles wat hij naar mij toe heeft gestuurd, met de prijzen en alles. Ik maak screenshots zodat jij het allemaal zelf kan zien (…)

[...] , gelogd op 05-08-2020 om 12.16 uur van [medeverdachte 3] naar [telefoonnummer 1]

[medeverdachte 3] : Ja, is goed man, is goed man. Kijk maar even jongen, kijk maar even.

(pagina 1308)

[...] , gelogd op 05-08-2020 om 13.03 uur van [medeverdachte 3] naar [telefoonnummer 1]

(werd vertaald van Papiaments naar Nederlands)

[medeverdachte 3] : No man djie (fon. = maat), dit is veels te dure dingen in het leven man. Dit is niet serieus maat. Die schorpioen, je weet toch. Normaal is dat euh iets van 13 of zo, je weet wat ik bedoel. Dus dit is veel te duur man!

[...] , gelogd op 05-08-2020 om 17.59 uur van [telefoonnummer 1] naar [medeverdachte 3]

(werd vertaald van Papiaments naar Nederlands)

NNM: Ja broeder, maar die man heeft mij verkeerd begrepen, ik heb verkeerd met die man gesproken. Die man heeft mij uitgelegd dat als je één wapen koopt, maar als je meer koopt dan zakt de prijs.

[...] , gelogd op 05-08-2020 om 18.25 uur van [medeverdachte 3] naar [telefoonnummer 1]

[medeverdachte 3] : Oké, oké. Wat geeft hij nu dan aan precies? Wat is de prijs? Wat heeft ie? Wat heeft ie?

[...] , gelogd op 06-08-2020 om 11.45 uur van [telefoonnummer 1] naar [medeverdachte 3]

(werd vertaald van Papiaments naar Nederlands)

NNM: wel er zijn twee van de GLOCK 17 en twee van de GLOCK 19. Er zijn er twee. Het zijn er vier (4). 2 van de GLOCK 17 en 2 van de GLOCK 19.

Uit het onderzoek in de telefoon met goednummer 1736813 bleek dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] stond opgeslagen in de contactenlijst onder de naam [verdachte] .

35. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 november 2020, dossierpagina’s 1375-1382, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 10] :

(pagina 1375)

Op 26 november 2020 ben ik begonnen met het uitkijken van de mobiele telefoon, een Apple iPhone 8 plus, die werd inbeslaggenomen in de woning aan de [l-straat 1] te [plaats] . Het goed werd inbeslaggenomen onder verdachte [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] .

Ik kon stellen dat deze telefoon in gebruik was c.q. is geweest bij [medeverdachte 1] om meerdere redenen, namelijk:

- Ik zag bij ‘Documents’ een document van de asn-bank met betrekking tot ‘Bepalen fiscaal woonland’ en zag daarin de gegevens van verdachte [medeverdachte 1] .

- Ik zag bij ‘User Accounts’ veelvuldig de accounts ‘ [e-mailadres 2] ’ en het telefoonnummer [telefoonnummer 6] staan. Ook zie ik ‘ [e-mailadres 3] of

‘ [naam 3] ’ staan.

→ De 2e voornaam van verdachte [medeverdachte 1] is ‘ [...] ’.

→ Het telefoonnummer [telefoonnummer 6] is een telefoonnummer dat bij verdachte

[medeverdachte 1] in gebruik is. Mij is bekend dat verdachte [medeverdachte 1] een relatie heeft met [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] , en dat hij samen met haar op het adres [h-straat 1] te [plaats] woont.

→ Uit verder onderzoek is gebleken dat verdachte [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] een dochter hebben met de naam [naam 3] . Zij is geboren op [geboortedatum] 2017 ( [...] ). Dit kan het getal verklaren in

‘ [naam 3] ’.

36. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 februari 2021, dossierpagina’s 1410-1412, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 9] :

(pagina 1410)

Op dinsdag 16 februari 2021 onderzocht ik de veiliggestelde digitale gegevens van de in beslag genomen telefoon van verdachte [medeverdachte 2] .

Naam van het toestel: [medeverdachte 2]

Merk: Samsung

Type: S10

Telefoonnummer: [telefoonnummer 7]

De telefoon werd onder verdachte [medeverdachte 2] in beslag genomen. Hij verklaarde dat hij deze telefoon in gebruik heeft. Uit onderzoek in de telefoon blijkt dat er verschillende usernames werden gebruik met de naam [medeverdachte 2] . Ik zag ook dat één van de usernames betrof “ [naam 2] ".

(pagina 1411)

Ik zag dat er een contact stond opgeslagen in de telefoon onder de naam [verdachte] met het telefoonnummer + [telefoonnummer 1] . Ik zag een profielfoto onder dit contact en ik zag dat dit medeverdachte [verdachte] betrof.

Ik zag dat er binnen de contacten op 05-08 een contact was opgeslagen van Snapchat. Ik zag dat dit Snapchat account was genaamd “ [naam 4] ". Ambtshalve is mij bekend dat deze letters staan voor “ [medeverdachte 3] ”, van [medeverdachte 3] , medeverdachte binnen dit onderzoek. Ik zag dat het contact geblokkeerd werd.

37. Het proces-verbaal van bevindingen historische verkeersgegevens d.d. 10 september 2020, dossierpagina’s 1424-1430, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 11] :

(pagina 1424)

Door het onderzoeksteam werden navolgende 8 objecten aangedragen en weergegeven in onderstaand tabel.

No.

Telefoonnummer

CIOT

Gebruiker

1

[telefoonnummer 2]

[benadeelde]

[benadeelde]

2

[telefoonnummer 8]

No hit

[betrokkene 6]

3

[telefoonnummer 6]

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 1]

4

[telefoonnummer 5]

No hit

NN 1 ( [naam 4] )

5

[telefoonnummer 9]

No hit

NN2 ( [betrokkene 7] )

6

[telefoonnummer 10]

[medeverdachte 5]

[medeverdachte 5]

7

[telefoonnummer 11]

No hit

[betrokkene 5]

8

[telefoonnummer 12]

[betrokkene 8]

[betrokkene 8]

(pagina 1425)

Er is die dag (hof begrijpt: 6 augustus 2020) onderling contact tussen de telecomtoestellen van alle objecten. De objecten met de telefoonnummers [telefoonnummer 2] , [telefoonnummer 9] en [telefoonnummer 6] hebben alleen op deze dag onderling contact gehad.

De telecomtoestellen met de nummers [telefoonnummer 5] , [telefoonnummer 10] en [telefoonnummer 6] stralen vóór het schietincident, tussen 18.43 en 18.47 uur, dezelfde zendmast aan: [i-straat] te [plaats] .

De telecomtoestellen van alle objecten behalve object 7 ( [telefoonnummer 11] ) bevinden zich die dag rond het tijdstip van het schietincident in het zendgebied van de 'serving cell' van de Plaats Delict.

Die dag blijken de telecomapparaten van de objecten tussen 19.10 en 19.21 uur niet actief te zijn.

Uit onderzoek in telecomapparaat van [benadeelde] met telefoonnummer [telefoonnummer 2] werd het volgende sms bericht, afkomstig van telefoonnummer [telefoonnummer 6] inkomend op 06-08-20 te 15.04 uur, aangetroffen:

"Yo komt van nimijgen, daar hij is alle 4 regele, hoor ik hoelaat hij kan kome, hoop nog vandaag". (pagina 1429) Dit bericht krijgt om 15.07 uur de status 'gelezen'.

38. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek mastgegevens d.d. 24 november 2020, dossierpagina’s 1464-1469, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 12] :

(pagina 1464)

Dit proces-verbaal bevat het onderzoek naar de onderlinge contacten en bijbehorende mastgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] welke volgens het onderzoek in gebruik is bij [verdachte] .

Door mij verbalisant werden op 18 november 2020 de printgegevens van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] opgevraagd.

(pagina 1467)

Op de printlijst is te zien dat de gebruiker van het [telefoonnummer 1] nummer zich vanaf 8.13 uur in de ochtend verplaatst vanuit [plaats] naar [plaats] .

(pagina 1468)

Uit het onderzoek kwam verder naar voren dat de gebruiker van het [telefoonnummer 1] nummer op 6 augustus 2020 op onderstaande tijdstippen de volgende mastlocaties aanstraalt.

• 11.11 uur mast [m-straat 1] [plaats]

• 12.28 uur mast [m-straat 1]

• 14.39 uur mast [n-straat 1] [plaats]

• 17.15 uur mast [i-straat 1]

• 18.25 uur mast [m-straat 1] [plaats]

De telefoon verplaatst zich na 19.21 uur verder naar [plaats], [plaats], [plaats] en straalt vervolgens om 20.08 uur aan op de mast [o-straat 1] .

Vervolgens verplaatst de telefoon zich verder.

Om 22:28 uur straalt de telefoon de mast [p-straat 1] aan in [plaats] .

Om 1.09 uur straalt de telefoon de mast [q-straat 1]

[plaats] aan.

Wat opvalt is dat gedurende de dag de nummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 3] vaak dezelfde masten aanstralen.

Dit betreffen de masten: [i-straat 1] [plaats] / [plaats] [r-straat 1] en [q-straat 1] [plaats] .

Uit de mastgegevens blijkt dat beide gebruikers van de telefoons, direct na het schietincident, vanuit [plaats] vetrekken richting ‘ [plaats] om uiteindelijk uit te komen in [plaats] .

39. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 januari 2021, dossierpagina’s 1470-1478, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 12] :

(pagina 1470)

Dit proces-verbaal bevat het onderzoek naar de onderlinge contacten en bijbehorende mastgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] .

Het toestel waar het [telefoonnummer 3] nummer gebruik van maakt betreft na bevraging in de politiesystemen een iPhone 8.

(pagina 1471)

Uit de analyse van de mastgegevens van 5 augustus 2020 zit de gebruiker van het [telefoonnummer 3] nummer de gehele woensdag in de omgeving van [plaats] en [plaats] .

In het onderstaande tabel staan de telefonische contacten weergegeven van de datum donderdag 6 augustus 2020 tussen de gebruiker van het [telefoonnummer 3] nummer.

(pagina 1472-1473)

MSISDN

Other party number

Start Date

Start Time

[telefoonnummer 3]

[telefoonnummer 5]

[j-straat]

20200806

180342

[telefoonnummer 3]

[telefoonnummer 5]

[i-straat]

20200806

185038

[telefoonnummer 3]

[telefoonnummer 1]

[s-straat]

20200806

192132

(pagina 1475)

Aan de hand van de mastgegevens is vast komen te staan dat de telefoon vanuit [plaats] naar [plaats] verplaatst waar deze omstreeks 18.03 uur de mast op de [j-straat] in [plaats] aanstraalt. Na het schietincident omstreeks 19.21 uur belt de gebruiker van de telefoon naar het nummer [telefoonnummer 1] (i.g.b. verdachte [verdachte] ). Wat vervolgens opvalt, is dat de telefoon zich snel verplaatst en omstreeks 19.27 uur de mast van [t-straat] aanstraalt. De volgende mast die de telefoon omstreeks 20.03 uur aanstraalt betreft een mast aan de [r-straat 1] in [plaats] . Omstreeks 22.04 uur straalt de telefoon deze mast [r-straat 1] te [plaats] voor het laatst aan en hierna verplaatst de telefoon zich omstreeks 23:22 uur naar een mast te [plaats] . Vanaf hier zien we de volgende verplaatsingen richting [plaats] en [plaats] .

(pagina 1476)

Bijzonderheden mastgegevens [telefoonnummer 3]

- Er is veel telefonisch contact met de verdachte [medeverdachte 3] op [telefoonnummer 5] voor het schietincident.

- Na het schietincident is er omstreeks 19:21 uur telefonisch contact met verdachte, [verdachte] op [telefoonnummer 1] .

- Zowel de gebruikers van het [telefoonnummer 3] nummer en [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) verplaatsen zich in de loop van de avond richting [plaats] waar zij omstreeks 01.09 uur aanstralen op de mast aan de [p-straat 1] te [plaats] .

- Verder blijkt dat het [telefoonnummer 3] nummer de volgende masten aanstraalt tussen 01.12 uur en 05.08 uur.

- [q-straat 1] te [plaats]

- [u-straat 1] te [plaats]

Dit betreffen beide masten gelegen in de directe omgeving van de [v-straat] te [plaats] . Het adres [v-straat 1] te [plaats] betrof in juli 2020 het verblijfsadres van de verdachte [medeverdachte 2] .

Uit de mastgegevens blijkt verder dat het nummer [telefoonnummer 3] op 14 augustus 2020 overgaat in een nieuwe telefoon van het type Samsung Galaxy S10 duo-sim.

Uit het onderzoek kwam het volgende naar voren.

In de iPhone 8 hebben vanaf het opgevraagde tijdsbestek van 16 juni 2020 tot en met 25 november 2020 twee simkaarten gezeten. Dit betroffen de onderste twee simkaarten met bijbehorende mobiele nummers:

• [telefoonnummer 13]

• [telefoonnummer 3]

(pagina 1477)

Uitkomst onderzoek iPhone 8:

Uit de gegevens blijkt dat er met de iPhone 8 met daarin de twee bovengenoemde simkaarten vaak gebeld wordt vanaf de masten omgeving [v-straat] naar mobiele telefoonnummers uit het onderzoek.

(…)

Gezien bovenstaande lijkt het aannemelijk dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3]

Ten tijde van het schietincident in gebruik was bij verdachte [medeverdachte 2] en gebruikt maakte van zowel de iPhone A8 als de Samsung S10.

40. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 februari 2021, dossierpagina’s 1485-1487, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 12] :

(pagina 1485)

Op 20 januari 2021 werden de historische vastgelegde gegevens telefonie gevorderd van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . Na onderzoek van de opgevraagde historische gegevens blijkt dat het simkaartje voorzien van het mobiele telefoonnummer binnen de opgevraagde periode in 3 verschillende telefoons wordt gebruikt. Het betreffen een Galaxy S7, een Alcatel en een iPhone 11.

De Apple IPhone 11 betreft tevens het laatste telefoontoestel wat met dit simkaartje in gebruik is bij de verdachte, [medeverdachte 4] . Dit telefoontoestel werd tijdens de aanhouding onder de verdachte, [medeverdachte 4] , aangetroffen en in beslag genomen.

(pagina 1486)

Door mij verbalisant werd gekeken naar de mastgegevens met betrekking tot de datum 6 augustus 2020. Het simkaartje voorzien van het mobiele nummer [telefoonnummer 4] maakte op die dag gebruik van onderstaande telefoon:

• Samsung Galaxy S7 Edge SM-G935F met IMEI-nummer [0001] .

Uit het onderzoek van de mastgegevens komen de volgende bijzonderheden naar voren:

Omstreeks 00.25 uur straalt het telefoonnummer in gebruik bij de verdachte de volgende telefoonmast aan:

• [w-straat 1] [plaats] .

Vervolgens is te zien dat het telefoonnummer van 00.55 uur tot en met 9.55 uur de volgende mast aanstraalt.

• [x-straat 1] [plaats]

Bovengenoemde telefoonmast betreft een telefoonmast welke is gelegen in de nabije omgeving van de [v-straat] te [plaats] . Dit betreft het adres wat medeverdachte, [medeverdachte 2] als zijn verblijfsadres had opgegeven.

Uit de mastgegevens blijkt verder dat het toestel de volgende masten in [plaats] aanstraalt voordat het toestel met bijbehorend simkaartje zich verplaatst richting [plaats] .

• 13.28 uur [y-straat] [plaats]

• 15.07 uur [z-straat]

• 16.07 uur [x-straat 1] [plaats]

• 16.12 uur [x-straat 1]

• 18.12 uur [aa-straat 1] [plaats]

• 19.16 uur [bb-straat 1]

• Tussen 20.13 uur en 22.13 uur [cc-straat 1] [plaats]

Belangrijke mastlocaties:

De mast [aa-straat] is gelegen in de omgeving van [f-straat] te [plaats] .

Dit betreft de omgeving waar de overige telefoonnummers uit het onderzoek in gebruik bij de verdachten aanstralen.

De mast [bb-straat 1] , betreft de mast van de plaats delict direct gelegen naast [a-straat] te [plaats] .

(pagina 1487)

De mast [cc-straat 1] [plaats] betreft een mast vlak bij [r-straat] te [plaats] . Deze mast [cc-straat 1] betreft een mast in de directe omgeving waar ook de twee andere telefoons in het onderzoek, [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 3] , rond dezelfde tijdstippen zich naartoe verplaatsen. Deze 2 mobiele telefoons stralen rond dat tijdstip een andere mast aan welke daar in de directe omgeving is gelegen. Dit betreft de mast: [o-straat 1] [plaats] .

Directe omgeving masten:

Volgens Google Maps liggen bovengenoemde 2 masten op respectievelijk 600 meter afstand van elkaar. De directe verbinding tussen deze twee masten zal derhalve korter zijn dan 600 meter.

Het nummer [telefoonnummer 1] is blijkens onderzoek in gebruik bij verdachte [verdachte] .

Het nummer [telefoonnummer 3] is blijkens onderzoek in gebruik bij verdachte [medeverdachte 2] .

41. Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [A] d.d. 28 augustus 2020, dossierpagina’s 816-823, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 13] :

(pagina 816)

Op dinsdag 25 augustus 2020, werden bij “ [A] ”, gelegen aan de [c-straat 2] te [plaats] , camerabeelden gevorderd. De gevorderde beelden betroffen de beelden van alle beveiligingscamera’s die zicht hadden op de openbare weg op donderdag 6 augustus 2020 tussen 18.00 uur en 20.00 uur.

Het bleek dat van de aanwezige camera’s alleen camera 4 zicht had op de openbare weg. Ik zag bij het uitkijken van deze beelden dat deze camera zicht had op de ingang van [A] en hierbij in de [c-straat] in de richting van de [e-straat] gericht stond.

Ik wist dat de schietpartij plaats had gevonden nabij de hoek [c-straat] en de parkeerplaats tegenover [B] en de Albert Heijn aldaar.

(pagina 818)

De camerabeelden namen enkel op bij beweging, waardoor de camerabeelden op sommige momenten ineens versprongen.

Ik zag dat om 18.57 uur een personenauto, komende uit de richting van de [d-straat]

en gaande in de richting van de [e-straat] , langs kwam rijden. Ik zag dat deze personenauto parkeerde op/nabij de plek waar later de schietpartij plaatsvond.

(pagina 819)

Ik zag dat om 19.02 uur twee personenauto’s vanaf de [e-straat] de [c-straat] in kwamen rijden. Ik zag dat beide auto’s, achteruit parkerend, naast elkaar parkeerden op/nabij de plek waar later de schietpartij plaatsvond. Ik zag dat dit een blauwe en een zilverkleurige personenauto betroffen.

Ik zag, terwijl de zilverkleurige auto nog aan het parkeren was, dat een persoon vanaf de blauwe personenauto de straat over stak en in de richting liep van de persoon die eerder de straat overgestoken was. Hierna is op de beelden te zien dat een persoon in een wit T-shirt vanaf de geparkeerde auto’s ook de straat oversteekt in de richting waar de andere personen eerder opliepen.

Te zien is dat een van de personen die overgestoken was om 19.03 uur de weg weer terug oversteekt in de richting van de geparkeerd staande auto’s.

(pagina 820)

Te zien is dat om 19.05 uur een persoon vanuit de geparkeerd staande personenauto's de straat oversteekt in de richting van de personen die eerder overgestoken waren.

(pagina 821)

Te zien is dat een 5-tal personen om 19.17 uur en een twee-/drietal personen om 19.18 uur de straat in de richting van de geparkeerd staande auto's weer oversteken.

Te zien is dat hierna “rumoer” ontstaat waarbij je twee personen hard weg ziet lopen, waarvan 1 in de richting van een pad tussen [B] en de flat aldaar. Dit pad komt uit op de [b-straat] te [plaats] . De ander loopt naar de plek waar ze eerder hebben gestaan en loopt terug naar de geparkeerd staande auto’s.

(pagina 822)

Te zien is dat de twee eerder geparkeerde auto’s om 19.19 uur wegrijden in de richting van de [d-straat] . Hierbij opgemerkt dat deze hard reden en dat hierbij het portier aan de bestuurderskant van de voorste auto nog openstond.

Te zien is dat één van de wegrijdende auto’s de eerdergenoemde personenauto is die om 18.57 uur aan kwam rijden en parkeerde. De andere is de blauwe personenauto die om 19.02 uur samen met de zilverkleurige personenauto aan kwamen rijden.

Te zien is dat om 19.20 uur de zilverkleurige personenauto, die om 19.02 uur samen met de blauwe personenauto aan kwam rijden, wegrijdt in de richting van de [d-straat] . Te zien is dat er bij het wegrijden een persoon achter de auto loopt en deze ook achter de auto aanrent. Hierbij raapt hij iets van de grond c.q. lijkt het alsof hij iets van de grond raapt en rent daarna hard in de richting van het eerdergenoemde pad tussen [B] en de flat aldaar. Dit pad komt uit op de [b-straat] .”
2.6
De bewijsoverwegingen van het hof luiden vervolgens als volgt:

“Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak van de onder 1 en 2 primair tenlastegelegde feiten bepleit. Met betrekking tot de tenlastegelegde diefstal met geweld is aangevoerd dat niet duidelijk is geworden wat de oorzaak van de worsteling en het geweld is geweest, zodat niet kan worden vastgesteld dat het geweld in dienst stond van het wegnemen van geld. Van een vooropgezet plan is niet gebleken. Verder kan niet worden bewezen dat de verdachte betrokken is geweest bij de worsteling of enige geweldshandeling heeft gepleegd. Ook kan niet worden vastgesteld dat verdachte een wapen in handen heeft gehad. Kortom, in de visie van de verdediging kan niet worden bewezen dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen bij de diefstal met geweld.

Met betrekking tot de onder 2 tenlastegelegde poging tot het overdragen van vuurwapens is aangevoerd dat weliswaar uit de stukken blijkt dat de verdachte twee partijen ( [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ) tot elkaar heeft gebracht, maar dat zijn niet de personen geweest die als koper of verkoper moeten worden gezien, dat waren immers [benadeelde] en [medeverdachte 4] . De rol van verdachte moet worden gekwalificeerd als ‘toeschouwer vanuit de tweede ring’; hij heeft informatie doorgegeven maar niet aan de direct betrokkenen. Niet kan worden bewezen dat de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte bij de wapendeal van voldoende gewicht is geweest. Hooguit kan de verdachte worden verweten dat hij informatie heeft ingewonnen over wie de wapens zou kunnen leveren, maar die ondersteunende rol past meer bij de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid aan een poging tot het overdragen van wapens.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen de volgende feiten vast. Het hof merkt daarbij, evenals de rechtbank, op dat zowel door getuigen als verdachten een groot aantal verklaringen is afgelegd in deze zaak en dat met name de verklaringen van de verdachten sterk uiteenlopen. Daarbij laat het hof niet onbesproken dat deze verdachten ook allen zelf een rol hebben vervuld in hetgeen op 6 augustus 2020 is gebeurd en dus belang kunnen hebben gehad om op een bepaalde manier te verklaren. Het hof zal de verklaringen van de verdachten daarom, net als de rechtbank, met behoedzaamheid beoordelen en slechts voor het bewijs gebruiken voor zover zij steun vinden in een of meerdere andere (objectieve) bewijsmiddelen.

Op 6 augustus 2020 kwamen rond 19.21 uur de eerste meldingen binnen bij de politie dat er was geschoten op het parkeerterrein voor de Albert Heijn aan de [c-straat] bij het

[a-straat] in [plaats] . De politie kwam ter plaatse en zag dat er drie kogelinslagen in ramen van een leegstaand pand aan de [c-straat] zaten. Ook bleek er een inschotbeschadiging te zitten in de voorruit van een aldaar geparkeerde gele Peugeot 107. Op de plaats delict zijn totaal één onverschoten en elf verschoten hulzen aangetroffen. Het NFI heeft geconcludeerd dat deze hulzen van twee verschillende kalibers zijn en afkomstig zijn uit (minimaal) twee verschillende wapens. Acht van de verschoten hulzen zijn van het kaliber 7,62 mm Tokarev en verschoten met de Zastava M75 die in de woning van [benadeelde] is aangetroffen. De drie andere verschoten hulzen zijn van het kaliber 9 mm Parabellum en verschoten met een ander vuurwapen. Uit het onderzoek kwamen acht verdachten naar voren die allen, hetgeen niet (meer) ter discussie staat, ten tijde van het schietincident aanwezig waren op [a-straat] : [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 2] , [benadeelde] en [betrokkene 6] .

De eerstgenoemde drie personen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] kwamen om 18.57 uur aanrijden in een blauwe Hyundai Matrix, [medeverdachte 4] arriveerde om 19.02 uur in een blauwe Volkswagen Golf, direct gevolgd door een zilvergrijze Volkswagen Polo met daarin als inzittenden [verdachte] en [medeverdachte 2] . De Golf en de Polo parkeerden achteruit in de parkeervakken aan de [c-straat] naast de gele Peugeot 107 die daar (met de neus naar voren) al stond geparkeerd.

Aanleiding voor de ontmoeting op [a-straat] was een tussen verschillende hiervoor genoemde verdachten gemaakte afspraak tot het (ver)kopen van vuurwapens. [verdachte] heeft kort gezegd verklaard dat [medeverdachte 3] hem een dag eerder, 5 augustus 2020, had gevraagd of hij aan een wapen kon komen voor een vriend van [medeverdachte 3] . [verdachte] heeft [medeverdachte 3] vervolgens in contact gebracht met [medeverdachte 2] door hun Snapchat-accounts met elkaar uit te wisselen. Deze verklaring vindt steun in audio-/ en chatberichten tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] op 5 augustus 2020, waarin zij onder meer spreken over prijzen en [verdachte] desgevraagd aangeeft om welke vuurwapens het gaat: “vier Glocks, twee Glock 17 en twee Glock 19”. Verder is in de telefoon van [medeverdachte 2] een Snapchatcontact aangetroffen met de naam “ [naam 4] ” (afkorting van [medeverdachte 3] , de voornaam van [medeverdachte 3] ) en heeft [medeverdachte 2] bevestigd dat iemand hem in contact heeft gebracht met [medeverdachte 3] en dat hij op zijn beurt [medeverdachte 3] weer in contact heeft gebracht met iemand. [medeverdachte 2] heeft verder verklaard dat hij mensen had samengebracht om een illegale deal te sluiten.

Uit de bewijsmiddelen blijkt verder dat voorafgaande aan de afspraak op [a-straat] , een ontmoeting tussen verschillende verdachten heeft plaatsgevonden in [f-straat] te [plaats] en later bij de universiteit. Het hof stelt vast dat daarbij in elk geval [verdachte] en [medeverdachte 2] , maar ook [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] aanwezig waren. [verdachte] heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 2] in de Polo in [f-straat] aankwam, dat [medeverdachte 3] daar was ‘met een paar boys’ en dat [medeverdachte 3] ging praten met de bestuurder van de blauwe Golf. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben hun aanwezigheid in [f-straat] bevestigd en ook [medeverdachte 1] heeft bevestigd dat er van tevoren een ontmoeting heeft plaatsgevonden waar [medeverdachte 3] , [getuige 6] en de personen van buiten de stad (uit de Golf en de Polo) bij aanwezig waren en dat het zou kunnen dat dit in [f-straat] was. Voorts hebben de telefoons van [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 4] die avond voorafgaand aan het treffen op [a-straat] een zendmast in de nabije omgeving van [f-straat] als ook de universiteit aangestraald.

Vervolgens hebben de verdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en uiteindelijk ook [medeverdachte 5] (in de Matrix), [medeverdachte 4] (in de Golf) en [verdachte] en [medeverdachte 2] (in de Polo) zich verplaatst naar [a-straat] . Daar waren [betrokkene 6] en [benadeelde] ook (reeds) aanwezig.

[verdachte] heeft verklaard dat [benadeelde] de potentiële koper van de vuurwapens was en dat [medeverdachte 1] ‘alles regelde’. Ook dit onderdeel van de verklaring van [verdachte] vindt steun in andere bewijsmiddelen. Zo is in de telefoon van [benadeelde] een bericht aangetroffen van [medeverdachte 1] aan [benadeelde] van 6 augustus 2020 te 15.04 uur met als inhoud: "Yo komt van nimijgen, daar hij is alle 4 regele, hoor ik hoelaat hij kan kome, hoop nog vandaag". Dit bericht is om 15.07 uur door [benadeelde] gelezen. [medeverdachte 1] heeft bevestigd dat hij betrokken was bij de afspraak, dat hij dit bericht naar [benadeelde] heeft gestuurd en dat dit zag op de afspraak en dat hij dacht dat de personen met wie de afspraak was gemaakt, de personen uit de grijze Polo en blauwe Golf, uit [plaats] kwamen. Dit hadden die personen zelf gezegd. Het hof concludeert uit het voorgaande dat het bovengenoemde bericht van [medeverdachte 1] aan de koper [benadeelde] – zo kort voor de ontmoeting – zag op de aankoop van (4) wapens.

Dat [benadeelde] in deze afspraak de koper was van het/de vuurwapen(s) en [medeverdachte 4] de verkoper/leverancier, blijkt ook uit het feit dat [medeverdachte 4] al eerder aanwezig was in [f-straat] , [benadeelde] vervolgens op [a-straat] aanwezig is met het geld en [benadeelde] en [medeverdachte 4] uiteindelijk samen bij de achterkant van de Golf en/of Polo zijn aangekomen waar een worsteling tussen hen is ontstaan. Verder heeft [medeverdachte 4] verklaard dat hij die dag een afspraak had met [medeverdachte 2] en heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij ‘ze’ had samengebracht om tot de ‘illegale deal’ te komen. Overigens heeft [benadeelde] zichzelf ook steeds als koper gepresenteerd (al verklaarde hij in eerste instantie dat het om een auto ging, waaraan het hof geen geloof hecht omdat dit zijn weerlegging vindt in de bewijsmiddelen) en heeft hij bij de rechter-commissaris d.d. 15 oktober 2021 verklaard dat [medeverdachte 4] de verkoper was.

Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat iedere verdachte zijn eigen rol heeft gespeeld in het tot stand brengen van de afspraak op [a-straat] , waarbij er over en weer is gecommuniceerd, informatie is doorgespeeld en er verschillende afspraken hebben plaatsgevonden. De rol van iedere verdachte vormde een essentiële schakel in de keten die heeft geleid tot de afspraak. Dat geldt ook voor [verdachte] . Hij was een essentiële link in het contact tussen koper en verkoper. [medeverdachte 3] heeft namens [benadeelde] contact gelegd met [verdachte] , die op zijn beurt [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] met elkaar in contact heeft gebracht. Zo is uiteindelijk contact gelegd met de potentiële verkoper [medeverdachte 4] . Ook heeft hij contact onderhouden met medeverdachten over de voortgang van de wapendeal door te communiceren over prijzen en types van de wapens. Zonder hem was de afspraak op 6 augustus 2020 dus niet tot stand gekomen. [verdachte] is, samen met [medeverdachte 2] , zelf ook aanwezig geweest bij zowel de afspraak in [f-straat] als op [a-straat] . Op beide locaties waren partijen van de kant van zowel de koper als de verkoper aanwezig en is tussen beide partijen gesproken. Dit moet over de wapendeal zijn gegaan, daarvoor waren partijen immers samengekomen. Het is dus niet alleen gebleven bij het leggen van deze contacten en doorspelen van informatie, maar hij was ook aanwezig op belangrijke momenten.

Gelet op al het voorgaande is de bijdrage van [verdachte] van dusdanig gewicht geweest dat er kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking. Ook waren alle handelingen naar uiterlijke verschijningsvorm gericht op voltooiing van het misdrijf.

Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.

De wapendeal is uiteindelijk dus niet doorgegaan/voltooid. Op [a-straat] is een conflict ontstaan tussen [benadeelde] en [medeverdachte 4] , hetgeen zoals gezegd is uitgemond in een worsteling, waarbij [medeverdachte 4] het geld van [benadeelde] heeft afgepakt. Dit volgt niet alleen uit verklaringen van diverse verdachten, maar ook uit de verklaring van de onafhankelijke ooggetuige [getuige 4] , die vanaf haar balkon en woning zicht had op het incident en direct na het incident gedetailleerd heeft verklaard over wat zij heeft gezien. Deze verklaring vindt op essentiële onderdelen steun in andere verklaringen en het hof acht die verklaring betrouwbaar. Zij heeft verklaard dat zij bij twee voertuigen een Marokkaanse man en een man met een donkere huidskleur zag staan. Het hof gaat er, in combinatie met de overige bewijsmiddelen, van uit dat de door haar als Marokkaanse man geduide persoon [benadeelde] was en de man met de donkere huidskleur [medeverdachte 4] . Zij heeft verklaard dat zij zag dat [medeverdachte 4] een zak vast had die hij niet aan [benadeelde] wilde afgeven (het hof begrijpt: kort nadat deze van [benadeelde] was afgepakt), dat er uiteindelijk een hoop groene briefjes op de grond vielen, dat [medeverdachte 4] een vuurwapen pakte en [benadeelde] hierop ook een vuurwapen pakte. Dat zowel [medeverdachte 4] als [benadeelde] tijdens de worsteling op enig moment een vuurwapen vast hadden, vindt steun in de verklaringen van [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] .

Het hof stelt op grond van het voorgaande, in onderlinge samenhang met de gebezigde bewijsmiddelen, vast dat de worsteling is begonnen tussen [medeverdachte 4] en [benadeelde] , waarbij [medeverdachte 4] [benadeelde] van het geld dat hij bij zich had heeft beroofd en [medeverdachte 4] daarbij als eerste een vuurwapen tevoorschijn haalde.

Het hof acht verder bewezen dat [medeverdachte 4] al snel werd geflankeerd door [medeverdachte 2] , die zich in de worsteling heeft gemengd en daarbij ook een vuurwapen, waarschijnlijk met demper, in zijn handen had. De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij drie personen in een worsteling zag, waarbij twee mannen een andere man in bedwang hielden. Eén van deze mannen had daarbij een langwerpig voorwerp vast dat hij richtte op de man die in bedwang werd gehouden. De man die [getuige 2] met het vuurwapen zag richten, was de persoon die niemand (hof begrijpt: fysiek) vasthad. Kort daarna hoorde [getuige 2] meerdere schoten. De man met het langwerpige voorwerp rende even later weg en is in een Volkswagen Polo vertrokken. Zoals gezegd was [medeverdachte 2] een van de twee inzittenden van de Polo.

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat er een derde persoon was, die kwam uit de Polo, en dat die persoon ineens een vuurwapen met geluidsdemper trok en richtte op de man met de baard (hof begrijpt [benadeelde] ). Die man uit de Polo had een staartje. Toen hem een foto van [medeverdachte 2] werd getoond, gaf hij aan dat die persoon een vuurwapen vast heeft gehad. Ook [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de jongen met het staartje, de bestuurder van de Polo, een groot wapen trok.

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat [verdachte] als bijrijder in de Polo zat (het hof begrijpt: op de heenweg) en dat een man met een staartje de bestuurder was. Toen hem een foto van [medeverdachte 2] werd getoond, verklaarde [medeverdachte 3] dat die persoon in de Polo reed en een groot pistool had. En ook [benadeelde] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] een groot vuurwapen (met geluiddemper) had. Een en ander past ook in de verklaring van [verdachte] , die heeft verklaard dat [medeverdachte 2] zich mengde in het conflict tussen [benadeelde] en [medeverdachte 4] .

Tot slot noemt het hof in dit verband de verklaring van [getuige 1] . [getuige 1] heeft verklaard dat de man voor zijn auto langsliep en toen een pistool pakte en daarmee een ladende beweging maakte. Dit vindt steun in de camerabeelden, waaruit blijkt dat de getuige met haar [...] langsreed op het moment dat het conflict bezig was. De man die op dat moment op de camerabeelden is te zien, stond niet achter de Golf en/of Polo op de stoep maar juist meer aan de straatzijde in de nabijheid van de achterkant van de gele Peugeot en was dus niet [medeverdachte 4] of [benadeelde] . En [medeverdachte 2] heeft zelf verklaard dat hij op die plaats heeft gestaan. De persoon die [getuige 1] heeft gezien en die zich – voorzien van een vuurwapen – als eerste in het conflict tussen [medeverdachte 4] en [benadeelde] mengde moet dus, zo concludeert het hof in samenhang met het voorgaande, [medeverdachte 2] zijn geweest.

Het hof acht voorts bewezen dat [medeverdachte 2] met dit vuurwapen heeft geschoten. [medeverdachte 2] heeft bij de politie zelf, als enige verdachte naast [benadeelde] , verklaard dat hij de trekker heeft overgehaald en heeft geschoten en dit wordt bevestigd door [verdachte] , die heeft verklaard dat [medeverdachte 2] heeft geschoten. Voorts zijn er op de plaats delict drie hulzen aangetroffen die niet zijn afgeschoten met het vuurwapen dat bij [benadeelde] is aangetroffen, maar met een ander vuurwapen.

Het hof hecht geen geloof aan de verklaring van [medeverdachte 2] , inhoudende dat het vuurwapen dat hij hanteerde een vuurwapen was dat [benadeelde] had weggegooid en dat hij vervolgens heeft opgepakt. Dit vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen. Zoals hiervoor besproken verklaren meerdere personen dat drie personen een vuurwapen hadden. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat [benadeelde] twee wapens had waarvan hij er tijdens de worsteling één heeft weggegooid en het hof acht dit ook onwaarschijnlijk. Bovendien kan uit de verklaringen van [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] en [getuige 1] worden afgeleid dat [medeverdachte 2] het vuurwapen zelf tevoorschijn heeft gehaald (‘trok’).

Hoewel [benadeelde] heeft verklaard dat ook [verdachte] een vuurwapen heeft gehad en daarmee heeft geschoten, vindt dit onderdeel van zijn verklaring naar het oordeel van het hof onvoldoende steun in de overige inhoud van het dossier. Wel acht het hof bewezen dat [verdachte] zich tijdens het conflict buiten de VW Polo heeft begeven en een actieve bijdrage heeft geleverd aan de diefstal met geweld. Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat (op het moment van zijn waarnemingen) het groepje Antillianen uit 3 personen bestond. Verder plaatst [medeverdachte 3] [verdachte] ook buiten de auto en volgens [medeverdachte 3] leek hij betrokken te zijn bij de vechtpartij. Voorts heeft [medeverdachte 5] verklaard dat toen hij de man met de geluidsdemper zag, hij er nog een jongen bij zag springen. Toen hij een foto van [verdachte] kreeg te zien, verklaarde [medeverdachte 5] dat dit die persoon tijdens het incident op [a-straat] was. Tot slot heeft [medeverdachte 1] verklaard dat [verdachte] ging meehelpen door geld te pakken.

Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat er sprake was van een vooropgezet plan om [benadeelde] (gezamenlijk) van zijn geld te beroven. Dit pleit geen van de drie verdachten echter vrij van de tenlastegelegde diefstal met geweld.

Het is [medeverdachte 4] geweest die op enig moment, toen hij samen met [benadeelde] aan de achterzijde van de auto(‘s) stond, de initiële wegnemingshandeling heeft verricht door geld hardhandig van [benadeelde] af te pakken en daarbij als eerst een vuurwapen te pakken. [medeverdachte 4] heeft daarmee naar het oordeel van het hof als eerste de rol van agressor vervuld.

[medeverdachte 2] heeft zich vervolgens bij [medeverdachte 4] aangesloten tijdens de worsteling die hierna (om het geld) ontstond. [medeverdachte 2] heeft samen met [medeverdachte 4] geweld toegepast en daarmee gedreigd door [benadeelde] in bedwang te houden tijdens deze worsteling door een (tweede) vuurwapen op hem te richten. [medeverdachte 2] heeft op enig moment ook (in de nabijheid van [benadeelde] ) met dit vuurwapen geschoten. [verdachte] op zijn beurt heeft zich (op enig moment) ook in de beroving gemengd. Hij heeft de groep daarmee niet alleen getalsmatig versterkt, maar hij heeft ook het geld van de grond gepakt dat [benadeelde] door (de dreiging met) het geweld van zijn mededaders was verloren. Daarmee heeft hij hemzelf en/of de andere verdachten van het bezit van gestolen geld verzekerd. Daarnaast is [verdachte] op enig moment samen met [medeverdachte 2] in de Polo gevlucht, waarbij [verdachte] de bestuurder was. Uit mastgegevens kan worden afgeleid dat [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [verdachte] vervolgens samen naar [plaats] zijn vertrokken. De telefoons van alle drie de verdachten stralen immers na het incident vanaf ongeveer hetzelfde tijdstip (resp. 20.03, 20.08 en 20.13 uur) twee masten aan in [plaats] , op geringe afstand van elkaar en blijven daar twee uur lang aanstralen. De telefoons van [medeverdachte 2] en [verdachte] verplaatsen later die avond samen naar [plaats] .

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat alle drie de verdachten een essentiële bijdrage hebben geleverd bij de diefstal met geweld. Door op de wijze zoals hiervoor beschreven te handelen, hebben [medeverdachte 2] en [verdachte] meegewerkt aan de gewelddadige beroving dan wel handelingen verricht om de beroving te kunnen voltooien. Nadat [medeverdachte 4] de beroving was begonnen hebben de drie verdachten samen de beroving voortgezet. Naar het oordeel van het hof was de bijdrage van elk van de verdachte van voldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.”
3Het beoordelingskader 3.1
De Hoge Raad heeft zijn standaardjurisprudentie met betrekking tot medeplegen als volgt weergegeven in HR 27 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:115:

“2.3 Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. (Vgl. HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.)De vraag of aan de bovenstaande eisen is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. De Hoge Raad kan hierover geen algemene regels geven, maar slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid verschaffen door het formuleren van aandachtspunten en door het beslissen van concrete gevallen, waarbij de toetsing in cassatie overigens sterk wordt gekleurd door de precieze bewijsvoering van de feitenrechter, waaronder begrepen een eventuele op het medeplegen toegesneden nadere motivering.”
4Het tweede middel 4.1
Het tweede middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring van feit 2 (medeplegen van een poging tot wapenhandel) niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid omdat daaruit niet volgt dat de verdachte gedragingen heeft verricht die een intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht hebben geleverd aan het (grond)delict. In de toelichting op het middel wordt daaraan toegevoegd dat de verdachte enkel tussenpersoon is geweest en zijn gedrag dus het beste gekenschetst kan worden als het behulpzaam zijn bij de totstandkoming van een afspraak over de wapenverkoop. Nu de verdachte verder alleen ter plaatse aanwezig is geweest en zich niet heeft gedistantieerd, is de bewezenverklaring van medeplegen ontoereikend gemotiveerd.
4.2
Door het hof is vastgesteld dat medeverdachte [medeverdachte 3] de verdachte op 5 augustus 2020 heeft gevraagd of hij aan een wapen kon komen voor een vriend van [medeverdachte 3] . De verdachte heeft [medeverdachte 3] toen in contact gebracht met medeverdachte [medeverdachte 2] door hun Snapchat-accounts met elkaar uit te wisselen. De verdachte heeft op 5 en 6 augustus 2020 contact onderhouden met onder meer [medeverdachte 3] . Op 6 augustus 2020 vonden in [f-straat] en vervolgens bij de universiteit in [plaats] ontmoetingen plaats tussen verschillende verdachten. Daarbij was ook de verdachte aanwezig, evenals [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] . Het hof heeft vastgesteld dat [medeverdachte 4] de verkoper/leverancier van de vuurwapens was. De verdachten hebben zich vervolgens in verschillende auto’s verplaatst naar [a-straat] . De verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] reden samen in een grijze VW Polo. Het hof heeft vastgesteld dat [a-straat] de plaats was waar de wapendeal zou plaatsvinden. Op [a-straat] was de medeverdachte [benadeelde] , de potentiële koper van de vuurwapens, aanwezig met geld. Daar is op enig moment een conflict ontstaan tussen verschillende verdachten, als gevolg waarvan de wapendeal niet is voltooid. Tegen deze vaststellingen is in hoger beroep en in cassatie niet opgekomen.
4.3
Op basis van het voorgaande heeft het hof overwogen dat iedere verdachte zijn eigen rol heeft gespeeld in het tot stand brengen van de afspraak op [a-straat] , waarbij er over en weer is gecommuniceerd, informatie is doorgespeeld en er verschillende afspraken hebben plaatsgevonden. De rol van iedere verdachte vormde een essentiële schakel in de keten die heeft geleid tot de afspraak, waaronder ook de rol van de verdachte. Hij was volgens het hof namelijk een essentiële link in het contact tussen de koper en de verkoper. [medeverdachte 3] heeft namens [benadeelde] contact gelegd met de verdachte, die op zijn beurt [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] met elkaar in contact heeft gebracht. Zo is uiteindelijk contact gelegd met de potentiële verkoper [medeverdachte 4] . Ook heeft de verdachte contact onderhouden met medeverdachte [medeverdachte 3] over de voortgang van de wapendeal door te communiceren over prijzen en types van de wapens. Bovendien is de verdachte zelf aanwezig geweest bij zowel de afspraak in [f-straat] als op [a-straat] . Het hof concludeert dat de verdachte zich aldus niet heeft beperkt tot het leggen van contacten en het doorspelen van informatie, maar dat hij ook aanwezig was op belangrijke momenten. Al met al was de bijdrage van de verdachte van dusdanig gewicht dat kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking, zo oordeelt het hof.
4.4
In cassatie wordt nu ter discussie gesteld of de handelingen van de verdachte zoals door het hof vastgesteld van voldoende gewicht zijn voor een bewezenverklaring van medeplegen. Volgens de steller van het middel heeft het hof aan het oordeel dat sprake is van medeplegen in de kern ten grondslag gelegd dat de verdachte contact tot stand heeft gebracht tussen medeverdachten en aanwezig is geweest op de plaats delict. Dat berust op een onjuiste lezing van het bestreden arrest. Het hof heeft in dat oordeel immers ook betrokken dat de verdachte informatie heeft doorgespeeld. Uit de bewijsmiddelen 33 en 34 blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het delict tegen [medeverdachte 3] heeft gezegd dat hij hem screenshots zal sturen van alles wat ‘die gast’ hem heeft opgestuurd ‘met de prijzen en alles’ en dat ‘die man’ hem heeft uitgelegd dat als je meer dan één wapen koopt de prijs zakt. Ook somt de verdachte voor [medeverdachte 3] op welke wapens er allemaal te koop zijn en geeft hij aan dat hij ‘die gasten met hun prijs [heeft] laten zakken’. Verder volgt daaruit dat [medeverdachte 3] tegen de verdachte heeft gezegd ‘zo min mogelijk mensen’ moesten zijn en dat ze dan ‘een beetje goed [kunnen] verdienen’. Mijns inziens heeft het hof op basis van het voorgaande kunnen oordelen dat de verdachte, die aldus een belangrijke rol had in de voorbereiding van het delict en aanwezig was op belangrijke momenten, zich in een nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft schuldig gemaakt aan een poging om wapens over te dragen. Dat oordeel is ook toereikend gemotiveerd.
5Het eerste middel 5.1
In het eerste middel wordt geklaagd dat de bewezenverklaring van feit 1 (medeplegen diefstal met geweld) niet uit de bewijsvoering van het hof kan worden gedestilleerd althans dat die bewezenverklaring onbegrijpelijk of ontoereikend is gemotiveerd. Daartoe wordt in het bijzonder aangevoerd dat het hof enerzijds oordeelt dat verklaringen van alle verdachten met terughoudendheid worden beoordeeld en enkel voor het bewijs worden gebruikt indien die verklaringen steun vinden in een of meer ‘(objectieve) bewijsmiddelen’, terwijl anderzijds de bewezenverklaring van medeplegen van de diefstal vrijwel volledig is gebaseerd op verklaringen van medeverdachten, zonder dat sprake is van relevante ondersteuning in ander bewijs.
5.2
Voordat ik toekom aan een beoordeling van deze klacht, zal ik de omvangrijke bewijsvoering van het hof met betrekking tot feit 1 eerst enigszins samengevat uiteenzetten. Van belang is allereerst dat het hof heeft overwogen dat door alle verdachten in deze zaak een groot aantal verklaringen is afgelegd en dat die verklaringen sterk uiteenlopen. Aangezien deze verdachten zelf ook een rol hebben gehad bij het bewezen verklaarde feit kunnen zij volgens het hof namelijk een belang gehad hebben om op een bepaalde manier te verklaren. Het hof beoordeelt die verklaringen naar eigen zeggen daarom met behoedzaamheid en gebruikt deze alleen voor het bewijs voor zover zij steun vinden in een of meer andere (objectieve) bewijsmiddelen.
5.3
Het hof heeft kort gezegd bewezen verklaard dat de verdachte in vereniging met anderen, een geldbedrag van [benadeelde] heeft gestolen, welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en waarbij (de bedreiging met) het geweld bestond uit het onverhoeds afpakken van het geld, het in een worsteling komen, het trekken en richten van een vuurwapen en het schieten daarmee.
5.4
Ten aanzien van de volgende vaststellingen van het hof met betrekking tot het verloop van het incident zijn geen klachten geformuleerd, zodat daarvan in cassatie kan worden uitgegaan.

- Op [a-straat] zijn (in ieder geval) acht verdachten, waaronder ook de verdachte in deze zaak, samengekomen.

- [benadeelde] en [betrokkene 3] bevonden zich daar al toen de rest van de verdachten aankwamen.

- [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] reden samen in een blauwe Hyundai Matrix naar [a-straat] .

- [medeverdachte 4] arriveerde daar in een blauwe Volkswagen Golf.

- De verdachte ( [verdachte] ) en [medeverdachte 2] kwamen samen aan in een grijze Volkswagen Polo. [medeverdachte 2] was toen de bestuurder.

- [benadeelde] was de koper van de vuurwapens en [medeverdachte 4] was de verkoper/leverancier.

- Op enig moment is tussen [medeverdachte 4] en [benadeelde] een conflict ontstaan. Dat conflict mondde uit in een worsteling, waarbij [medeverdachte 4] het geld dat [benadeelde] bij zich had heeft afgepakt.

- [medeverdachte 4] heeft toen een vuurwapen getrokken en werd al snel geflankeerd door [medeverdachte 2] , die zich in de worsteling heeft gemengd en daarbij ook een vuurwapen (met demper) in zijn handen heeft gehad.

- Daarna is in ieder geval door [medeverdachte 2] en door [benadeelde] met een vuurwapen geschoten.
5.5
Het hof heeft geoordeeld dat geen sprake was van een vooropgezet plan om het geld van [benadeelde] te stelen. Volgens het hof hebben de verdachte en [medeverdachte 2] de diefstal die door [medeverdachte 4] werd begonnen echter wel voortgezet. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte aan dat feit een actieve bijdrage geleverd die van voldoende gewicht is voor een bewezenverklaring van medeplegen. Omwille van de leesbaarheid en voor een goed begrip geef ik eerst weer wat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen volgt met betrekking tot de toedracht van het incident voor zover dat relevant is voor de rol die de verdachte in het geheel heeft gespeeld.

- Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat er een groepje mannen – een stuk of vier – met elkaar aan het ruziën waren. Een van de mannen had een andere man vast. Hij heeft een heleboel duw- en trekwerk gezien (bewijsmiddel 3).

- Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat er een stuk of vijf jongens ruzie met elkaar kregen en dat er twee probeerden een andere jongen in bedwang te houden. Na een stuk of vijf schoten zag hij dat de schutter met hoge snelheid vertrok in een grijze VW Polo. Hij zag nog een briefje van 100 euro liggen (bewijsmiddel 5).

- Getuige [getuige 2] heeft ook verklaard dat er drie personen in een worsteling raakten en dat een persoon een ander vasthield (bewijsmiddel 6).

- Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat er in een grijze auto iemand achter het stuur zat, dat na de schietpartij iemand in de grijze auto sprong en dat die grijze auto vervolgens hard wegreed (bewijsmiddel 7).

- Getuige [getuige 4] heeft onder andere twee personen zien staan en nam waar dat de ene persoon aan een zak trok die de andere persoon vasthad, dat de zak scheurde en daaruit vervolgens groene briefjes vielen, dat beide personen een vuurwapen pakten en dat er over en weer werd geschoten (bewijsmiddel 8).

- Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat er eigenlijk twee groepjes waren. Een groepje bestond volgens hem uit drie personen met een donkere huidskleur, hij dacht Antilliaans. De andere partij was een persoon, de schutter (bewijsmiddel 9).

- De verdachte heeft verklaard dat de bestuurder van de Golf ( [medeverdachte 4] ) een worsteling had met [benadeelde] en dat [medeverdachte 2] ze toen allebei heeft gepakt. [medeverdachte 2] en [benadeelde] schoten. De verdachte verklaart verder dat hij achter het stuur van de grijze VW Polo is gaan zitten toen er geschoten werd en dat [medeverdachte 2] als bijrijder in de auto kwam. Hij zag ook geld op de grond (bewijsmiddel 15).

- [benadeelde] heeft verklaard dat ze hem hebben beroofd, dat ze hem geld afhandig hebben gemaakt (bewijsmiddel 16). Hij heeft ook verklaard dat hij met de donkere jongen die het geld uit zijn zak pakte is gaan worstelen, dat er binnen een paar seconden nog een donkere jongen bij stond met een vuurwapen met demper en dat er nog een derde persoon kwam. Vervolgens verklaart hij dat het geld de lucht in vloog waardoor ‘hij’ het geld moest oprapen (bewijsmiddel 17).

- [medeverdachte 5] heeft verklaard dat er op [a-straat] één jongen uit de donkerblauwe Golf stapte en één uit de grijze Polo. In de grijze Polo zat nog een jongen. Hij zag de jongen van die blauwe Golf met een wapen in zijn handen en een pak geld in zijn handen (bewijsmiddel 20). [medeverdachte 5] heeft ook verklaard dat de verdachte tijdens het incident op [a-straat] was. [medeverdachte 2] was met de verdachte en een donkere gast en reed in de grijze Polo. Hij zag de donkere gast van de derde foto ( [medeverdachte 4] ) met een pistool staan en geld in zijn hand. Hij zag ook de jongen van de tweede foto ( [medeverdachte 2] ) met een vuurwapen staan. Er werd geschoten, die jongen die er al stond sprong er op af, er ontstond een worsteling en er werd weer geschoten (bewijsmiddel 22). Voorts verklaart [medeverdachte 5] dat toen hij een man met een pistool met geluidsdemper zag, hij op dat moment nog een jongen erbij zag springen (bewijsmiddel 23).

- [medeverdachte 1] heeft verklaard dat ‘die buiten mensen’ hen kwamen beschieten en beroven. Daarmee praat hij over de grijze Polo en de blauwe Golf. In de grijze Polo zaten twee mannen. De ene persoon had dreads, was klein, licht getint, Antilliaans. De tweede persoon had een staartje, licht getint, ook Caribisch en trok een groot wapen (bewijsmiddel 25). [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat de verdachte ‘ging meehelpen. Die ging geld pakken’ (bewijsmiddel 26).

- Op de vraag wie er naar hen toe kwamen lopen heeft [medeverdachte 3] geantwoord dat er één persoon uit de blauwe Golf kwam, die jongen was groot en donkerder dan hij. Er kwam één persoon (die een pistool trok) uit de grijze auto en één persoon uit de grijze auto bleef bij de auto staan. ‘Dus in het totaal drie personen’ (bewijsmiddel 27). Ook heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij de verdachte kent als [verdachte] . [verdachte] is een licht getinte jongen met dreads, hij is een beetje klein en skinny. [verdachte] was ook op [a-straat] , in de grijze auto als bijrijder. Volgens [medeverdachte 3] ‘leek [de verdachte] ook betrokken te zijn bij de vechtpartij’ (bewijsmiddel 28).

- Uit twee processen-verbaal van bevindingen blijkt dat de telefoon van de verdachte en de telefoon van [medeverdachte 2] zich op 6 augustus 2020 in de ochtend gezamenlijk vanuit [plaats] naar [plaats] verplaatsen en zich na het schietincident vanuit [plaats] richting ’ [plaats] naar [plaats] verplaatsen (bewijsmiddelen 38 en 39).
5.6
Het hof acht bewezen dat de verdachte zich tijdens het conflict tussen [medeverdachte 4] en [benadeelde] buiten de VW Polo (waarin hij als bijrijder was komen aanrijden) heeft begeven en een actieve bijdrage aan de diefstal heeft geleverd. Dat blijkt volgens het hof (voornamelijk) uit onderdelen van een aantal door het hof specifiek aangeduide bewijsmiddelen, die ik hier voor de duidelijkheid nogmaals expliciet benoem:

- de verklaring van getuige [getuige 5] dat het groepje Antillianen uit drie personen bestond (bewijsmiddel 9);

- de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 3] waarin hij de verdachte buiten de auto plaatst en waarin hij zegt dat de verdachte betrokken leek te zijn bij de vechtpartij (bewijsmiddel 28);

- de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5] , inhoudende dat toen hij de man met de geluidsdemper zag hij er nog een jongen bij zag springen (bewijsmiddel 23);

- de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5] dat de verdachte tijdens het incident op [a-straat] was (bewijsmiddel 22);

- de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] dat de verdachte ging meehelpen door geld te pakken (bewijsmiddel 26).
5.7
Op basis hiervan oordeelt het hof dat de verdachte zich – na [medeverdachte 2] – ook in de beroving heeft gemengd en een essentiële bijdrage heeft geleverd aan de diefstal met geweld die bovendien van voldoende gewicht was. De verdachte heeft de groep volgens het hof namelijk niet alleen getalsmatig versterkt, maar hij heeft ook het geld van de grond gepakt dat [benadeelde] door (de dreiging met) het geweld van zijn mededaders was verloren. Hiermee heeft hij hemzelf en/of andere verdachten van het bezit van het gestolen geld verzekerd. Verder acht het hof van belang dat de verdachte met medeverdachte [medeverdachte 2] in de VW Polo is gevlucht, waarbij de verdachte de bestuurder was, en dat zij vervolgens samen met [medeverdachte 4] naar [plaats] zijn vertrokken.
5.8
Dan kom ik nu toe aan een bespreking van de klacht. Het cassatiemiddel richt zich zoals gezegd op het gebruik van de verklaringen van de medeverdachten voor het bewijs van het feit. Volgens de steller van het middel berust de bewezenverklaring in de kern enkel op verklaringen van medeverdachten die – in strijd met een eigen overweging van het hof – niet door ander objectief bewijs worden ondersteund.
5.9
Dat de bewezenverklaring van feit 1 in de kern enkel berust op verklaringen van medeverdachten, onderschrijf ik niet. Ik wijs erop dat (bijvoorbeeld) de bewijsmiddelen 3 tot en met 9 verklaringen bevatten van vijf verschillende getuigen die niet op een of andere wijze (als verdachte) bij het incident waren betrokken. De verklaringen van de medeverdachten dragen in de bewijsvoering wel sterk mee in het oordeel dat ook de verdachte, als medepleger, een actieve rol heeft gespeeld bij de beroving. Maar dat die verklaringen, waarmee de steller van het middel doelt op de verklaringen van [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] , op zichzelf staan en niet worden ondersteund door ander (objectief) bewijsmateriaal volg ik niet. Het hof heeft die verklaringen bezien in samenhang met andere bewijsmiddelen. De verklaring van [medeverdachte 3] inhoudende dat de verdachte ‘ook betrokken (leek) te zijn bij de vechtpartij’, de verklaring van [medeverdachte 5] inhoudende dat hij ‘nog een jongen erbij (zag) springen’ en de verklaring van [medeverdachte 1] inhoudende dat de verdachte ging meehelpen door geld te pakken ondersteunen elkaar en vinden bovendien – zoals het hof ook heeft overwogen – bevestiging in de verklaring van de (onafhankelijke) getuige [getuige 5] dat het groepje Antillianen uit drie personen bestond. Ik merk bovendien op dat ook de medeverdachte [benadeelde] verklaart dat er, naast de twee personen met een vuurwapen (ik begrijp: [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] ), sprake was van een derde persoon.
5.10
Het oordeel van het hof dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich als medepleger heeft schuldig gemaakt aan de diefstal met geweld doordat hij (1) de groep getalsmatig heeft versterkt, (2) geld van de grond heeft opgeraapt, (3) de VW Polo heeft bestuurd waarin hij met [medeverdachte 2] is weggereden na het incident en (4) vervolgens met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] naar [plaats] is vertrokken acht ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
5.11
Het eerste middel is tevergeefs voorgesteld.
6Slotsom 6.1
De middelen falen en kunnen worden afgedaan met een aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.
6.2
Ambtshalve merk ik op dat de redelijke termijn in cassatie op 26 februari 2026 is overschreden. Dat dient te leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf.
6.3
Voor het overige heb ik geen ambtshalve gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
6.4
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G

De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep voor zover dat was gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 ten laste gelegde (medeplegen voorhanden hebben van vuurwapen(s)) omdat de rechtbank hem van dat feit had vrijgesproken.

Artikel delen