ECLI:NL:RBAMS:2026:5034
Betreft vordering tot betaling veertarief en bijkomende kosten. Tussenvonnis, eisende partij dient de algemene voorwaarden te overleggen en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van bedingen waarop een beroep is of kan worden gedaan.
Rechtbank Amsterdam 27 May 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:5034
text/xml
public
2026-05-27T15:00:29
2026-05-22
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Amsterdam
2026-02-27
11994140 CV EXPL 25-16775
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verstek
Tussenuitspraak
NL
Amsterdam
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:5034
text/html
public
2026-05-26T09:48:51
2026-05-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBAMS:2026:5034 Rechtbank Amsterdam , 27-02-2026 / 11994140 CV EXPL 25-16775
Betreft vordering tot betaling veertarief en bijkomende kosten. Tussenvonnis, eisende partij dient de algemene voorwaarden te overleggen en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van bedingen waarop een beroep is of kan worden gedaan.
RECHTBANK
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11994140 CV EXPL 25-16775
Vonnis van 27 februari 2026
in de zaak van
STICHTING DE BERGSCHE MAASVEREN,
te Heusden,
eisende partij,
hierna te noemen: eisende partij,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen),
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: gedaagde partij,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Eisende partij heeft gedaagde partij gedagvaard op 13 november 2025. Gedaagde partij is niet verschenen en heeft ook niet schriftelijk gereageerd. Tegen hem is daarom verstek verleend.
1.2.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.
2De beoordeling
2.1.
Volgens eisende partij is tussen partijen een overeenkomst van personenvervoer tot stand gekomen doordat gedaagde partij op 13 juni 2025 een overtocht heeft gemaakt van Herpt naar Bern met een voertuig waarvan het kenteken op naam van gedaagde partij staat. Eisende partij vordert dat gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 2,70 aan veertarief, € 95,00 aan boete en € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van gedaagde partij in de proceskosten.
2.2.
Eisende partij is een handelaar. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed consument te zijn. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. De kantonrechter moet onder meer onderzoeken of eisende partij haar informatieverplichtingen heeft nageleefd. Ook moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EG, hierna: de richtlijn).
2.3.
De betreffende overeenkomst is te kwalificeren als een overeenkomst van personenvervoer in de zin van artikel 8:100 BW. In artikel 6:230h lid 5 BW is bepaald dat op deze overeenkomsten uitsluitend de artikelen 6:230i lid 1, 6:230j, 6:230k lid 1 en 6:230v lid 2 en 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing zijn. De kantonrechter stelt vast dat aan de artikelen 6:230i lid 1, 6:230j en 6:230k lid 1 BW is voldaan. Omdat de overeenkomst tot stand komt binnen een verkoopruimte, namelijk wanneer de consument met zijn voertuig de veerpont betreedt, is artikel 6:230v lid 2 en 3 BW, dat niet op overeenkomsten binnen de verkoopruimte ziet, niet van toepassing.
2.4.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat eisende partij de ‘Algemene Voorwaarden van stichting De Bergsche Maasveren’ hanteert. Deze zijn echter niet overgelegd in deze procedure, zodat niet getoetst kan worden of hierin (oneerlijke) bedingen staan die voor de beoordeling van de vordering relevant zijn. Hoewel eisende partij dit al bij dagvaarding had moeten doen, wordt zij alsnog in de gelegenheid gesteld de van toepassing zijnde algemene voorwaarden in het geding te brengen. Tevens dient eisende partij zich uit te laten over het moment en de wijze waarop zij aan gedaagde partij de mogelijkheid heeft geboden van de algemene voorwaarden kennis te nemen en over de (on)eerlijkheid van bedingen in de algemene voorwaarden waarop een beroep is of kan worden gedaan.
2.5.
De zaak wordt voor het nemen van een akte door eisende partij over het hiervoor bepaalde verwezen naar de rol over vier weken. Eisende partij dient deze akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.
2.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3De beslissing
De kantonrechter
3.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van vrijdag 27 maart 2026 voor het nemen van een akte door eisende partij over wat is vermeld onder 2.4.,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026.
57327