Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBAMS:2026:6421

Ambtshalve toetsing, informatieplichten 6:230m lid 1 jo. 6:230v lid 7 BW, geen info over het ontbindingsrecht gegeven. Sanctie van 20% resulteert in een korting die hoger is dan het bedrag dat in deze procedure wordt gevorderd. Daarom wordt de vordering afgewezen.

Rechtbank Amsterdam 26 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2026:6421 text/xml public 2026-06-26T14:57:57 2026-06-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-06-19 11809378 CV EXPL 25-10000 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Op tegenspraak NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6421 text/html public 2026-06-25T11:27:36 2026-06-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:6421 Rechtbank Amsterdam , 19-06-2026 / 11809378 CV EXPL 25-10000
Ambtshalve toetsing, informatieplichten 6:230m lid 1 jo. 6:230v lid 7 BW, geen info over het ontbindingsrecht gegeven. Sanctie van 20% resulteert in een korting die hoger is dan het bedrag dat in deze procedure wordt gevorderd. Daarom wordt de vordering afgewezen.

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11809378 CV EXPL 25-10000

Vonnis van 19 juni 2026

in de zaak van

ADPLAS B.V.,

gevestigd te Ouderkerk aan de Amstel,

eisende partij,

hierna te noemen: Adplas,

gemachtigde: [gemachtigde],

tegen
1 [gedaagde 1] (H.O.D.N. [handelsnaam gedaagde 1] ),
wonende te [woonplaats 1] ,2. [gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde partijen,

hierna afzonderlijk te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , gezamenlijk te noemen: [gedaagden] ,

procederend in persoon.
1De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 maart 2026,

- de akte van Adplas.
1.2.
[gedaagden] hebben, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet gereageerd op de akte van Adplas.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsing consumentenrecht
2.1.
Bij voornoemd tussenvonnis is Adplas, kort gezegd, in de gelegenheid gesteld zich (nader) uit te laten over:

de vraag of [gedaagden] handelden als consumenten,

hoe is voldaan aan de informatieplichten,

de (on)eerlijkheid van de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd.
2.2.
Adplas heeft bij akte gesteld dat [gedaagden] bij het aangaan van de overeenkomst handelden als consumenten, nu de overeenkomst betrekking had op de organisatie van een privéverjaardagsfeest voor het gezin van [gedaagden] Volgens Adplas is de overeenkomst tot stand gekomen binnen de verkoopruimte, althans de diensten zijn verricht op de locatie van Adplas. De voornaamste kenmerken en de totale prijs van de verleende diensten zijn beschreven in de bij de dagvaarding gevoegde offerte die op 22 februari 2024 aan [gedaagden] is verstuurd. Op de overeenkomst zijn geen algemene voorwaarden van toepassing, aldus steeds Adplas.
2.3.
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagden] Adplas bij e-mail van 17 februari 2024 hebben benaderd in verband met de organisatie van hun verjaardag. Na enig e-mailcontact over en weer heeft Adplas bij e-mail van 29 maart 2024 een offerte toegezonden. [gedaagden] hebben diezelfde dag per e-mail aan Adplas medegedeeld dat zij de reservering definitief wilden maken. Onder die omstandigheden is sprake van een overeenkomst die op afstand is gesloten. Adplas dient op grond van artikel 6:230m lid 1 jo 6:230v lid 7 BW - kort gezegd - voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op afstand op passende, duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m lid 1 BW opgesomde informatie aan de consument te verstrekken.
2.4.
Vastgesteld wordt dat de offerte de meeste essentiële informatie voortvloeiend uit artikel 6:230m lid 1 en 6:230v BW bevat. De overeenkomst bevat echter geen informatie over het ontbindingsrecht, zodat de essentiële informatieplicht ex artikel 6:230m lid 1 sub h BW is geschonden. Overeenkomstig de Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten zal hiervoor een sanctie worden opgelegd, die in dit geval bestaat uit een vermindering van de overeengekomen en gefactureerde hoofdsom van € 3.6309,00, met 20% zodat er een bedrag van € 727,92 in mindering wordt gebracht op de hoofdsom.
2.5.
De gevorderde hoofdsom is gebaseerd op een kernbeding, namelijk het kostenbeding. Als uitgangspunt geldt dat partijen een omzetgarantie van € 3.650,00 zijn overeengekomen, bestaande uit een bedrag van € 1.417,50 voor borrelhapjes en diner, € 750,00 in verband met de exclusiviteits-bijdrage en een nader te bepalen bedrag voor de drankjes die op nacalculatie worden berekend. Uit de bij dagvaarding overgelegde e-mailcorrespondentie tussen partijen blijkt dat Adplas aanvankelijk een omzetgarantie van € 4.475,00 heeft aangeboden, dat [gedaagden] dat te duur vonden, en dat Adplas daarop de exclusiviteitsbijdrage en de omzetgarantie heeft verlaagd naar de bedragen zoals overeengekomen. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben [gedaagden] invloed kunnen uitoefenen op het kostenbeding en is daarover dus afzonderlijk onderhandeld in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (“de Richtlijn”). Dat heeft tot gevolg dat het kostenbeding niet onder de werkingssfeer van de Richtlijn valt, zodat het beding niet hoeft te worden getoetst op transparantie.

De inhoudelijke beoordeling
2.6.
De korting van 20% in verband met de sanctie zoals genoemd onder 2.4 resulteert in een korting van € 727,92. Dat is meer is dan het bedrag dat in deze procedure wordt gevorderd, € 639,60. Dat betekent dat [gedaagden] niets meer verschuldigd zijn aan Adplas en de vordering integraal zal worden afgewezen.
2.7.
Adplas wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden] Die kosten worden begroot op nihil omdat er in deze zaak is schriftelijk geprocedeerd zodat [gedaagden] geen verlet- en/of vervoerskosten hebben gemaakt om naar een zitting te komen.
3De beslissing
De kantonrechter
3.1.
wijst het gevorderde af;
3.2.
veroordeelt Adplas in de proceskosten van [gedaagden] die worden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Patijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.

64443

Artikel delen