ECLI:NL:RBAMS:2026:6501
Executie-EAB uit Portugal. Artikel 11 OLW: het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentie-instellingen van Lissabon, Caxias en Setúbal heeft aangenomen, wordt door de garantie uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon, nu hij daar niet zal worden gedetineerd. Artikel 11 OLW staat niet aan de overlevering in de weg. Overlevering toegestaan.
Rechtbank Amsterdam 26 June 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:6501
text/xml
public
2026-06-26T14:47:45
2026-06-25
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Amsterdam
2026-06-24
13/117289-26
Uitspraak
Eerste en enige aanleg
NL
Amsterdam
Strafrecht; Europees strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6501
text/html
public
2026-06-26T12:29:04
2026-06-26
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBAMS:2026:6501 Rechtbank Amsterdam , 24-06-2026 / 13/117289-26
Executie-EAB uit Portugal. Artikel 11 OLW: het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentie-instellingen van Lissabon, Caxias en Setúbal heeft aangenomen, wordt door de garantie uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon, nu hij daar niet zal worden gedetineerd. Artikel 11 OLW staat niet aan de overlevering in de weg. Overlevering toegestaan.
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-117289-26
Datum uitspraak: 24 juni 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 24 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 9 december 2025 door de Judicial Court of the Judicial District of Porto (Tribunal Judicial da Comarca do Porto) – CENTRAL CRIMINAL COURT OF VILA NOVA DE GAIA (JUIZO CENTRAL CRIMINAL DE VILA NOVA DE GAIA, Portugal (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1996 op een onbekende plaats,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 juni 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is, conform de door hem ondertekende afstandsverklaring van 10 juni 2026, niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsman, mr. T. Geerdink, advocaat in Borne.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Portugese nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB, in samenhang gelezen met het A-formulier, vermeldt als nationaal aanhoudingsbevel een Collective Common Plea of the Judicial Court of the Judicial District of Porto - Criminal Central Court of Vila Nova de Gaia van 17 oktober 2024 met kenmerk No. 1776/16.9PAVNG.
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van achttien maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf resteert in het geheel. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
4Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
medeplegen van mishandeling;
diefstal, vergezeld van geweld, met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, in vereniging, meermalen gepleegd.
5Artikel 11 OLW: Portugese detentieomstandigheden
InleidingBij uitspraak van 6 april 2021 heeft de rechtbank een algemeen reëel gevaar aangenomen dat personen die in Portugal in de detentie-instellingen van Lissabon, Caxias en Setúbal zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest). In het rapport van de European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) gepubliceerd in 2023 – waarbij Caxias en Setúbal anders dan Lissabon niet zijn bezocht – is het aangenomen algemeen reëel gevaar niet ontkracht. De rechtbank gaat dan ook nog steeds uit van een algemeen reëel gevaar in de zin van artikel 4 Handvest voor deze drie detentie-instellingen.
Op 11 mei 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende garantie verstrekt:
"Seen - on 05th may 2026, with the information, in view of the email received from Amsterdam, regarding the extradition of the convict [de opgeëiste persoon] , by phone with Dra. Ana astro to the Director-General of Prison Services - DESEMPL - Lisbon - I informed about your email, as she requested it be forwarded to that Director, which was done immediately as she acknowledged the entire content. Subsequently, she informed that the extradition of the above-mentioned convict will be arranged in order for him to be transferred to another Prison Establishment (according to the declaration of commitment/guarantee contained in the email) that is not the Lisbon/Caxias or Setúbal Prison. Ordered by Your Excellency(s), find apppropriete [sic] (in this legal subject)."
Standpunt van de raadsman
De raadsman neemt geen standpunt in ten aanzien van artikel 11 OLW.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat artikel 11 OLW niet aan de overlevering in de weg staat, omdat de detentiegarantie het algemene gevaar voor de opgeëiste persoon wegneemt. De officier van justitie verwijst hierbij naar een uitspraak van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank.
De rechtbank is, gelet op de op 11 mei 2026 afgegeven garantie, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentie-instellingen van Lissabon, Caxias en Setúbal heeft aangenomen, wordt door de garantie uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon, nu hij daar niet zal worden gedetineerd. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor overlevering.
6Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
7Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 300 en 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.
8Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Judicial Court of the Judicial District of Porto (Tribunal Judicial da Comarca doPorto) – CENTRAL CRIMINAL COURT OF VILA NOVA DE GAIA (JUIZO CENTRAL CRIMINAL DE VILA NOVA DE GAIA),Portugal voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. L. Baroud en A.B.M. Wijnveldt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 juni 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
Rb. Amsterdam 6 april 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1627.
Rb. Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1335.