Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBAMS:2026:6511

Verzoek om aanvullende toestemming uit Tsjechië. Het verzoek bevat geen vermelding van een nationaal aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing.Verzoek afgewezen.

Rechtbank Amsterdam 29 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2026:6511 text/xml public 2026-06-29T14:31:53 2026-06-25 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-06-10 13/269270-24 Uitspraak Eerste en enige aanleg NL Amsterdam Strafrecht; Europees strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6511 text/html public 2026-06-29T14:22:19 2026-06-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:6511 Rechtbank Amsterdam , 10-06-2026 / 13/269270-24
Verzoek om aanvullende toestemming uit Tsjechië. Het verzoek bevat geen vermelding van een nationaal aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing.Verzoek afgewezen.
RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-269270-24

Datum beslissing: 10 juni 2026

BESLISSING

op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 17 februari 2026, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door de Okresní soud (Arrondissementsrechtbank) in Bruntál, Tsjechië en betreft:

[de overgeleverde persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] (voormalig Tsjecho-Slowakije),

thans gedetineerd in Tsjechië,

hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
1Beoordeling
Het verzoek bevat niet alle gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Het verzoek bevat immers geen vermelding van een nationaal aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing.

In verband met het voorgaande zal het verzoek worden afgewezen. De rechtbank komt daardoor niet toe aan een beoordeling van de vraag of de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken (vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63).

De rechtbank wijst het verzoek af.
2Beslissing
De rechtbank:

WIJST AF het verzoek om toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [de overgeleverde persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek.

Deze beslissing is genomen op 10 juni 2026 door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. L. Baroud en A.B.M. Wijnveldt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier.

Artikel delen