Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBAMS:2026:7771

Verstekvonnis wordt in verzet bekrachtigd. VvE lid moet achterstallige VvE bijdrage betalen.

Rechtbank Amsterdam 4 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2026:7771 text/xml public 2026-08-04T17:11:11 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-07-24 11948251 CV EXPL 25-15046 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Verzet NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7771 text/html public 2026-07-31T11:29:05 2026-08-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:7771 Rechtbank Amsterdam , 24-07-2026 / 11948251 CV EXPL 25-15046
Verstekvonnis wordt in verzet bekrachtigd. VvE lid moet achterstallige VvE bijdrage betalen.
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11948251 CV EXPL 25-15046

Vonnis in verzet van 24 juli 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij in verzet en in reconventie, gedaagde in conventie,

hierna te noemen: [eiser] ,

procederend in persoon,

tegen

VERENIGING VAN EIGENAARS VAN HET SERVICEFLATGEBOUW [gebouw] GELEGEN TE [plaats] , [adres],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij in verzet en in reconventie, eisende partij in conventie,

hierna te noemen: de VvE,

gemachtigde: mr. D.G. Lasschuit.
1De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verstekvonnis van 12 augustus 2025;- de dagvaarding in verzet van 7 oktober 2025, tevens eis in reconventie, met producties;- het instructievonnis van 2 december 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;- de dagbepaling mondelinge behandeling.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026, gelijktijdig met de zaak 11877073 CV EXPL 25-12488 tussen de VvE en [naam 1] (een ander VvE-lid, die door [eiser] als gemachtigde in haar procedure wordt bijgestaan). Namens de VvE zijn [naam 2] ( [functie 1] ), [naam 3] ( [functie 2] ) en de gemachtigde verschenen. [eiser] is met [naam 1] verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, [eiser] mede aan de hand van een pleitnotitie, en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord.
1.3.
Ter zitting is de zaak aangehouden om de VvE in de gelegenheid te stellen nader bewijs te leveren. Op 24 april 2026 heeft de VvE een akte nadere onderbouwing van de vordering genomen met producties. Op 20 mei 2026 heeft [eiser] een antwoordakte genomen met producties.
1.4.
Op 26 juni 2026 heeft de VvE een akte uitlaten producties genomen.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.
2De feiten
in conventie en in reconventie:
2.1.
[eiser] is op 16 maart 2021 eigenaar geworden van het appartementsrecht [adres 2] (hierna: de woning) en daardoor van rechtswege lid van de VvE.
2.2.
Op de jaarlijkse algemene ledenvergaderingen van de VvE zijn de VvE bijdragen per lid steeds bij besluit vastgesteld.
2.3.
De VvE heeft facturen gestuurd voor de periodieke VvE bijdrage en incidentele kostenposten.
2.4.
[naam 1] heeft deze facturen niet volledig betaald.
2.5.
Bij verstekvonnis van 12 augustus 2025 is [eiser] veroordeeld tot betaling van:

€ 20.703,78, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2025;

€ 1.164,63 aan buitengerechtelijke kosten;

€ 304,93 aan vervallen rente;

de proceskosten.
3Het geschil
in conventie:
3.1.
De VvE vorderde bij initiële dagvaarding [eiser] , bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van:

€ 21.953,78 aan bijdrage-achterstand tot en met 31 augustus 2025, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2025;

€ 304,93 aan wettelijke rente tot 1 september 2025;

€ 1.170,68 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw,

waarop een betaald bedrag van € 1.250,- in mindering dient te worden gebracht;

€ 800,83 voor iedere maand na juli 2025 gedurende de periode dat [naam 1] eigenaar is van de woning, met de bepaling dat voornoemd bedrag zal worden aangepast naar de jaarlijkse verlagingen en verhogingen conform rechtsgeldig door de vergadering van eigenaars genomen besluiten;

de proceskosten.
3.2.
De VvE stelt daartoe dat [eiser] ondanks aanmaningen en sommaties een achterstand in de verplichte bijdrage heeft laten ontstaan.
3.3.
[eiser] vordert vernietiging van het verstekvonnis. Op de stellingen van partijen zal hieronder voor zover van belang nader worden ingegaan.

in reconventie:
3.4.
[eiser] vordert bij vonnis :

de VvE te veroordelen tot verrekening van een bedrag van € 40.125,-;

de in de KvK genoemde bestuursleden, zowel gezamenlijk als in persoon, te veroordelen tot betaling van € 42.875,-.

de VvE te veroordelen tot betaling van de proceskosten van € 144,47.
3.5.
[eiser] stelt daartoe dat hij voor een bedrag van € 100.000,- heeft geïnvesteerd in het achterstallig onderhoud van zijn woning. Hiervan komt € 40.000,- voor rekening van de VvE omdat dit de brandveiligheid en duurzaamheid van de noord- en zuidgevel van het pand betreffen. Daarnaast stelt [eiser] dat de leden van het bestuur aansprakelijk zijn voor de kosten die hij heeft in verband met de ontstane achterstanden.
3.6.
De VvE voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hieronder voor zover van belang nader ingegaan.
4De beoordeling in conventie en in reconventie: 4.1.
Gelet op de nauwe samenhang worden de vorderingen in conventie en in reconventie hieronder gezamenlijk behandeld.
4.2.
[eiser] betwist dat hij de gevorderde kosten/bijdragen verschuldigd is. De VvE wordt bestuurd door een onrechtmatig bestuur dat de servicekosten en stookkosten dicteert en weigert rekening en verantwoording af te leggen voor de uitgaven. Deze bijdragen komen bovendien niet overeen met hetgeen op de website van de VvE is gepubliceerd. Verder is [gebouw] geen serviceflat. Bovendien worden veel te hoge kosten aan servicekosten in rekening gebracht. Tot slot voert [eiser] aan dat, als mevrouw [naam 4] niet voor het gebruik van de logeerkamer hoeft te betalen, hij daarvoor ook niet hoeft te betalen.
4.3.
De VvE heeft bij dagvaarding een specificatie van de gevorderde bedragen overgelegd. Na de mondelinge behandeling heeft de VvE ook jaaroverzichten van de gevorderde kosten over 2021 tot en met 2025 overgelegd met de daarbij horende relevante stukken en besluiten van de algemene ledenvergaderingen van de VvE. Tegenover deze stukken heeft [eiser] onvoldoende betwist dat de gevorderde kosten/bijdragen onterecht in rekening zijn gebracht. De website van de VvE is daarvoor niet leidend, maar de besluiten van de algemene ledenvergadering. Ingevolge artikel 5:113 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is [eiser] verplicht de door de vergadering bij besluit vastgestelde bijdragen te betalen. Als hij het niet eens was met die besluiten van de VvE had hij binnen vier weken daarna vernietiging van die besluiten aan de kantonrechter kunnen vragen, maar dat heeft hij niet gedaan. Dit betekent dat de hoogte van verplichte bijdragen per jaar nu vaststaan. [eiser] stelt nog wel dat een VvE sinds 2016 verplicht is om een onafhankelijke kascommissie de inkomsten en uitgaven te laten controleren en dat dit nooit is gebeurd, maar deze verplichting volgt niet uit de wet. Ingevolge artikel 2:48 BW dient de kascommissie te worden gevormd door twee leden van de VvE, niet zijnde het bestuur, maar dus niet door van de VvE onafhankelijke personen. Verder voert [eiser] aan dat hij bepaalde kosten wel betaald heeft, maar het had dan tegenover de gespecificeerde overzichten van de VvE op zijn weg gelegen om concreet aan te geven welke gevorderde bedragen hij al heeft betaald en daarvan betalingsbewijzen te overleggen, hetgeen hij niet heeft gedaan. Tot slot geldt dat de omstandigheid dat [naam 4], de dochter van de [functie 2] van de VvE, volgens [eiser] niet heeft betaald voor haar gebruik van de logeerkamer, niet maakt dat [eiser] jegens de VvE ingevolge het huishoudelijke reglement geen vergoeding voor zijn verblijf in de logeerkamer is verschuldigd.
4.4.
De vorderingen in conventie zijn dan ook toewijsbaar. Niet in de laatste plaats omdat [eiser] niet betwist dat hij minder dan de gefactureerde bedragen heeft betaald. Ook de gevorderde buitengerechtelijk kosten en rente zijn toewijsbaar.
4.5.
De vorderingen in reconventie zijn niet toewijsbaar. Tegenover het verweer van de VvE heeft [eiser] onvoldoende toegelicht dat hij kosten ten bedrage van € 100.000,- heeft gemaakt. Bovendien valt niet in te zien dat deze kosten voor rekening van de VvE dienen te komen, maar als dat al het geval zou zijn, had hij alvorens deze werkzaamheden te laten uitvoeren toestemming moeten vragen van de VvE. Dat heeft hij niet gedaan. Deze kosten komen daarom ook niet voor verrekening in aanmerking.

Tot slot vordert [eiser] de bestuurders van de VvE te veroordelen tot betaling, maar dat is niet mogelijk in deze procedure omdat zij geen procespartij zijn. Daarnaast geldt dat [eiser] geen proceskostenvergoeding toekomt, nu hij in deze procedure in het ongelijk wordt gesteld.
4.6.
Slotsom is dan ook dat het verstekvonnis wordt bekrachtigd en de vorderingen in reconventie worden afgewezen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten van de VvE in deze verzetprocedure.
4.7.
[eiser] is in conventie en in reconventie in het ongelijk gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief de nakosten) van de VvE in deze procedure.
4.8.
De proceskosten van de VvE worden in verzet begroot op € 648,- (1,5 x € 432,-) aan salaris gemachtigde en € 144,- aan nakosten.
5De beslissing
De kantonrechter:

in conventie en in reconventie:
5.1.
bekrachtigt het verstekvonnis van 12 augustus 2025;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van de VvE begroot op € 648,- aan salaris gemachtigde en € 144,- aan nakosten;
5.3.
verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar

uitgesproken op 24 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

811

Artikel delen