ECLI:NL:RBDHA:2026:11847
text/xml
public
2026-05-28T15:01:16
2026-05-15
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-04-14
C/09/698645 / FA RK 26-912
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
NL
Den Haag
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11847
text/html
public
2026-05-28T15:00:55
2026-05-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:11847 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / C/09/698645 / FA RK 26-912
Wijziging zorgregeling
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-912
Zaaknummer: C/09/698645
Datum beschikking: 14 april 2026
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 29 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Özdemir-Sahin te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Pinarbasi-Ilbay te Amsterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
het verzoekschrift;
het F9 formulier van 24 februari 2026, met bijlagen, van de zijde van de vader;
het F9 formulier van 24 februari 2026, met bijlage, van de zijde van de vader;
het F9 formulier van 9 maart 2026, met bijlage, van de zijde van de vader;
het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
het F9 formulier van 11 maart 2026 van de zijde van de moeder.
Op 17 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Verzoek en verweer
De vader verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – de volgende zorgregeling tussen hem en [de minderjarige] te bepalen:
in de even weken verblijft [de minderjarige] bij de vader van donderdag 18:00 uur tot maandagochtend 08:30 uur, waarbij de moeder [de minderjarige] naar de vader brengt op donderdag en de vader [de minderjarige] op maandagochtend naar school brengt;
in de oneven weken verblijft [de minderjarige] bij de vader van donderdag 18:00 uur tot vrijdagochtend 08:30 uur, waarbij de moeder [de minderjarige] naar de vader brengt en de vader [de minderjarige] op vrijdagochtend naar school brengt,
dan wel een (andere) uitgebreidere zorgregeling vast te stellen die de rechtbank in het belang van [de minderjarige] acht.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt een vakantieregeling vast te stellen inhoudende dat alle schoolvakanties bij helfte worden verdeeld, waarbij [de minderjarige] de eerste helft van vakantie bij de moeder verblijft en de tweede helft bij de vader, en waarbij dit per vakantie afwisselend wordt omgedraaid.
Feiten
Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2019 tot [datum 2] 2024.
Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , [land] .
De minderjarige heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit.
De vader heeft de Duitse nationaliteit en de moeder heeft de Nederlandse nationaliteit.
In het ouderschapsplan, welke is gehecht aan de echtscheidingsbeschikking van 13 december 2023 van de rechtbank Overijssel locatie Almelo, is tussen de ouders de volgende zorgregeling afgesproken:
- ééns in de week (op donderdag) haalt de vader [de minderjarige] op van de opvang, en brengt haar na het eten (rond 19:30 uur) naar de moeder.
- in de even weken is [de minderjarige] het weekend (van vrijdagmiddag t/m zondagmiddag) bij de vader. De vader haalt [de minderjarige] op vrijdag na het werk op bij de moeder. De vader brengt [de minderjarige] vóór het avondeten (tussen 16:00 en 17:00 uur) naar de moeder.
Beoordeling
Zorg- en vakantieregeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van de Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (Brussel II-ter) bevoegd om te beslissen op het verzoek tot wijziging van de zorgregeling.
De rechtbank past op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 (HKBV 1996), Nederlands recht toe.
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of als bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Ontvankelijkheid – wijziging van omstandigheden?
De vader heeft ter onderbouwing van zijn verzoek onder andere naar voren gebracht dat er aan zijn zijde sprake is van een wijziging van omstandigheden, omdat hij inmiddels beschikt over een eigen woning die geschikt is om [de minderjarige] in te kunnen ontvangen. Voorheen verbleef de vader in een slaapkamer welke gelegen was boven en kroeg zodat hij [de minderjarige] niet op die locatie kon ontvangen, aldus de vader.
De moeder is van mening dat de door de vader aangevoerde omstandigheden geen aanleiding vormen voor een wijziging van de zorgregeling.
De rechtbank is van oordeel dat met de verhuizing van de vader er sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden, zodat de vader ontvankelijk is in zijn verzoek tot wijziging van de in het ouderschapsplan overeengekomen zorgregeling.
Inhoudelijke beoordeling
De vader voert ter onderbouwing van zijn verzoek aan dat gelet op het feit dat [de minderjarige] ouder wordt, het in haar belang is dat zij en de vader elkaar vaker zien. Op deze manier kunnen de vader en [de minderjarige] een goede en bestendige relatie opbouwen en deze ook behouden. De vader wil hiermee een ruimere invulling geven aan zijn vaderrol.
De moeder is het niet eens met een uitbreiding van de zorgregeling en voert daartoe aan dat [de minderjarige] gedragsveranderingen laat zien als zij langere tijd bij de vader verblijft. In de door de vader voorgestelde zorgregeling moet de vader [de minderjarige] ook op de vrijdag naar school brengen. [de minderjarige] zal volgens de moeder daardoor structureel langere autoritten maken en zij acht dit niet in het belang van [de minderjarige] . De lange autoritten zijn gelet op de leeftijd van [de minderjarige] te belastend voor haar.
De Raad heeft op de zitting aangegeven dat de door de vader verzochte (uitbreiding van de) zorgregeling leidt tot een evenwichtigere verdeling van zorg tussen de ouders en dat daarmee recht wordt gedaan aan het belang van [de minderjarige] om goed en ruim contact te hebben met haar beide ouders. Als bij de uitvoering van de regeling blijkt dat deze, bijvoorbeeld wegens reistijd, te belastend is voor [de minderjarige] dan zullen de ouders in onderling overleg moeten bekijken hoe zij [de minderjarige] daarbij kunnen helpen. De duidelijke communicatie van de ouders richting [de minderjarige] over de zorgregeling is belangrijk voor een goed verloop van de regeling.
De rechtbank acht een uitbreiding van de zorgregeling in het belang van [de minderjarige] . De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat [de minderjarige] het niet fijn heeft bij vader of dat een langer contactmoment bij de vader belastend is voor [de minderjarige] . De moeder heeft dit gesteld, maar niet onderbouwd. De uitbreiding van de regeling die de vader verzoekt, betreft elke week een overnachting van donderdag op vrijdag. [de minderjarige] wordt nu om de week op donderdag door de vader opgehaald uit de BSO en na het avondeten naar de moeder gebracht. Gelet op het korte tijdsbestek tussen het halen en brengen van [de minderjarige] is de tijd die de vader en [de minderjarige] op donderdag met elkaar kunnen doorbrengen beperkt. Wanneer de vader [de minderjarige] op de donderdagavond weer naar de moeder brengt, valt [de minderjarige] vaak in de auto in slaap. Het voorstel van de moeder om [de minderjarige] op die donderdagavond een uurtje later naar huis te laten brengen, is naar oordeel van de rechtbank gelet op de leeftijd van [de minderjarige] dan ook niet optimaal. Het komt de rechtbank voor dat het rustiger is voor [de minderjarige] als zij de donderdagavond bij de vader overnacht. Dit brengt met zich dat de vader [de minderjarige] dan op de vrijdag naar school zal moeten brengen. [de minderjarige] moet dan in de ochtend weliswaar 20 minuten in de auto zitten naar school, maar de rechtbank acht deze reistijd niet dusdanig dat dit als te belastend voor [de minderjarige] moet worden aangemerkt. Daarbij betrekt de rechtbank dat [de minderjarige] , wanneer zij door de moeder naar school gebracht wordt, ook eerst naar de voorschoolse opvang moet in verband met de reistijd van de moeder naar haar werk. Als [de minderjarige] op vrijdag door de vader naar school wordt gebracht, hoeft zij op vrijdagochtend niet naar de voorschoolse opvang en kan zij in plaats daarvan tijd met de vader doorbrengen. De rechtbank acht de wijziging zoals door de vader voorgesteld, dus in het belang van [de minderjarige] en zal die ook toewijzen. [de minderjarige] zal aan de wijziging moeten wennen en dat is begrijpelijk. De rechtbank verwacht dat met de uitbreiding van de regeling de onrust die de ouders ervaren op de donderdag zal afnemen.
Ten aanzien van het halen en brengen van [de minderjarige] heeft de vader verzocht dit tussen de ouders te delen zodat de moeder [de minderjarige] brengt naar de vader en de vader [de minderjarige] weer terugbrengt naar school. De moeder verweert zich hiertegen en voert aan dat het voor haar niet mogelijk is [de minderjarige] te brengen omdat zij dan eerst vanuit haar werk uit Amsterdam [de minderjarige] in Leiderdorp moet ophalen om haar vervolgens naar de vader in Nieuw-Vennep te brengen.
De rechtbank acht het redelijk te bepalen dat het halen en brengen van [de minderjarige] tussen de ouders wordt gedeeld. Dit is ook in lijn met een meer evenwichtige verdeling van de zorg. Hoewel de rechtbank zich realiseert dat de vrouw dit als belastend zal ervaren acht de rechtbank het niet zodanig belastend dat het niet van haar kan worden gevergd.
Op de zitting is gebleken dat de ouders ten aanzien van de vakantieregeling overeenstemming hebben bereikt. De vakanties zullen bij helfte worden verdeeld, waarbij [de minderjarige] in de even jaren de eerste helft van vakantie bij de moeder verblijft en de tweede helft bij de vader, en in de oneven jaren de eerste helft van de vakantie bij de vader verblijft en de tweede helft bij de moeder. De rechtbank zal conform de overeenstemming tussen de ouders beslissen.
De rechtbank merkt verder op dat de ouders in de basis een goede communicatie met elkaar hebben gevonden. Op de zitting is aangegeven dat het de laatste tijd wat minder gaat. Omdat de ouders in de toekomst nog veel beslissingen samen over [de minderjarige] zullen moeten nemen, hebben beide ouders op de zitting de bereidheid uitgesproken om te werken aan de onderlinge communicatie. De rechtbank zal de ouders in dat verband in de gelegenheid stellen deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio.
De rechtbank zal een eindbeschikking afgeven zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de onderling getroffen regeling – :
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , [land] , bij de vader zal zijn:
in de even weken van donderdag 18:00 uur tot maandagochtend 08:30 uur, waarbij de moeder [de minderjarige] naar de vader brengt op donderdag en de vader [de minderjarige] op maandagochtend naar school brengt;
in de oneven weken van donderdag 18:00 uur tot vrijdagochtend 08:30 uur, waarbij de moeder [de minderjarige] naar de vader brengt en de man [de minderjarige] op vrijdagochtend naar school brengt;
bepaalt dat alle schoolvakanties bij helfte worden verdeeld, waarbij [de minderjarige] in de even jaren de eerste helft van vakantie bij de moeder verblijft en de tweede helft bij de vader, en in de oneven jaren de eerste helft van de vakantie bij de vader verblijft en de tweede helft bij de moeder;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vader] (de vader),wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de moeder] (de moeder),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
- Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 –, 2343 LA Oegstgeest;
stelt vast dat de ouders bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis-Evers, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 april 2026.