ECLI:NL:RBDHA:2026:13171
Verzoek om een voorlopige voorziening te treffen zodat het beroep mag worden afgewacht in Nederland. Het verzoek wordt afgewezen omdat al op het beroep is beslist.
Rechtbank Den Haag 26 May 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:13171
text/xml
public
2026-05-26T18:00:12
2026-05-22
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-05-19
NL25.53774
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Zwolle
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:13171
text/html
public
2026-05-22T13:55:49
2026-05-26
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:13171 Rechtbank Den Haag , 19-05-2026 / NL25.53774
Verzoek om een voorlopige voorziening te treffen zodat het beroep mag worden afgewacht in Nederland. Het verzoek wordt afgewezen omdat al op het beroep is beslist.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.53774
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het aan verzoeker opgelegde aanvullend terugkeerbesluit. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister aan verzoeker een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Bij uitspraak van 24 april 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Korporaal-Wisman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb
Zaaknummer NL25.53773