ECLI:NL:RBDHA:2026:13183
Dublin Zwitserland, asielaanvraag echtgenoot wel in NL behandeld, 8 EVRM en 17 Dublinverordening.
Rechtbank Den Haag 29 May 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:13183
text/xml
public
2026-05-29T18:00:24
2026-05-22
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-05-22
NL26.20308
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Zwolle
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:13183
text/html
public
2026-05-26T11:04:50
2026-05-29
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:13183 Rechtbank Den Haag , 22-05-2026 / NL26.20308
Dublin Zwitserland, asielaanvraag echtgenoot wel in NL behandeld, 8 EVRM en 17 Dublinverordening.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.20308
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres,
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. C.R. Stoute).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 10 april 2026 niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL26.20309, op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en M. Momand als tolk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
5. In dit geval heeft Nederland bij Zwitserland een verzoek om terugname gedaan. Zwitserland heeft dit verzoek aanvaard.Echtgenoot, artikel 8 van het EVRM en artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening
6. Eiseres stelt dat zij door Nederland al eerder is overgedragen op grond van de Dublinverordening aan Zwitserland. De asielaanvraag in Zwitserland is afgewezen, omdat eiseres haar asielmotieven niet (met documenten) aannemelijk heeft kunnen maken. Een oorzaak daarvan is dat eiseres door omstandigheden gescheiden is geraakt van haar echtgenoot en zij voor de onderbouwing van haar asielaanvraag juist afhankelijk was van haar echtgenoot. Er zijn documenten die vooral gerelateerd zijn aan haar echtgenoot. Het kan niet zo zijn dat eiseres haar asielaanvraag (opnieuw) in Zwitserland zou moeten indienen, weer zonder onderbouwing en ondersteuning van het relaas van haar echtgenoot, terwijl hij zijn asielprocedure in Nederland zal doorlopen. Eiseres is van mening dat dat in ieder geval strijdig is met artikel 8 van het EVRM, in strijd is met ieder doelmatigheidsprincipe en haar bovendien op achterstand zet voor wat betreft haar mogelijkheden om haar asielmotieven uiteen te zetten en te onderbouwen. Het bestreden besluit ontbeert bovendien een overweging over de mogelijkheid van de minister om onverplicht de asielaanvraag aan zich te trekken. Eiseres is van mening dat nu besloten is haar echtgenoot toe te laten tot de Nederlandse algemene asielprocedure de minister zal dienen te motiveren waarom, mede met inachtneming van artikel 8 van het EVRM, de minister dan niet tevens heeft besloten om de asielaanvraag van eiseres aan zich te trekken en te behandelen samen met die van haar echtgenoot. In zoverre is in ieder geval sprake van een motiveringsgebrek.
7. De rechtbank stelt allereerst vast dat eiseres in beroep ten aanzien van deze grond deels heeft volstaan met een verwijzing naar, dan wel een herhaling van wat zij in haar zienswijze naar voren heeft gebracht. De minister is hier in het bestreden besluit zeer uitgebreid op ingegaan. Ook in het voornemen is ingegaan op wat eiseres hierover heeft verklaard in haar aanmeldgehoor. Dat eiseres het niet eens is met de overwegingen van de minister, maakt niet dat de overwegingen daarom onjuist dan wel onvoldoende (zorgvuldig) gemotiveerd moeten worden geacht. Voor zover eiseres heeft willen stellen dat dat wel zo is, acht de rechtbank de enkele stelling daartoe onvoldoende.7.1. In aanvulling daarop herhaalt de rechtbank dat eiseres en haar echtgenoot de situatie waarin zij zich thans bevinden zelf hebben gecreëerd. Eiseres en haar echtgenoot zijn in het verleden vanuit Zwitserland samen naar Nederland gekomen en hebben zich samen gemeld. Eiseres en haar echtgenoot zijn daarna met onbekende bestemming vertrokken waardoor de uiterste overdrachtsdatum door de minister is verlengd. Eiseres is vervolgens in het vizier gekomen van de minister en uitgezet naar Zwitserland. De echtgenoot van eiseres heeft zich in de tussentijd niet gemeld. Eiseres heeft in Zwitserland een asielprocedure doorlopen, waarin haar asielverzoek uiteindelijk is afgewezen, voordat zij weer naar Nederland kwam. Vervolgens hebben eiseres en haar echtgenoot zich samen gemeld voor het indienen van een asielaanvraag in Nederland. De uiterste overdrachtstermijn van de echtgenoot van eiseres aan Zwitserland was inmiddels verlopen, zodat hij moest worden opgenomen in de nationale procedure. Voor eiseres was dat niet het geval. Omdat zij tijdig is overgedragen aan Zwitserland en een asielprocedure daar heeft doorlopen, is Zwitserland daarom volgens artikel 18, eerste lid en onder d, van de Dublinverordening verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. Zwitserland heeft ingestemd met het verzoek van Nederland om eiseres terug te nemen. Daarmee staat de verantwoordelijkheid vast en mag eiseres worden overgedragen aan Zwitserland. De vraag of de minister eiseres desondanks (onverplicht) zou moeten toelaten in de nationale asielprocedure tezamen met haar echtgenoot, beantwoordt de rechtbank ontkennend. Dat eiseres weer moet terugkeren naar Zwitserland en aldaar het indienen van een (nieuwe) asielaanvraag zonder ondersteuning van haar echtgenoot zal moeten doen omdat hij in de Nederlandse asielprocedure is opgenomen, is dan ook het gevolg van de door eiseres en haar echtgenoot in het verleden zelf gemaakte keuzes. De rechtbank begrijpt dat dat voor eiseres niet wenselijk is, ook omdat zij stelt dat haar relaas afhankelijk is van het relaas van haar echtgenoot, maar dat maakt echter niet dat de minister het asielverzoek aan zich zou moeten trekken. Niet op grond van artikel 8 van het EVRM en ook niet op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De minister heeft terecht overwogen dat van onevenredige hardheid bij overdracht van eiseres in dit geval geen sprake is. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Artikel 10 en 11 van de Dublinverordening
8. Voor wat betreft het gedane beroep op de artikelen 10 en 11 van de Dublinverordening, verwijst de rechtbank naar de overwegingen in het bestreden besluit. Eiseres heeft in beroep niets nieuws aangevoerd hierover. De minister is naar het oordeel van de rechtbank in het bestreden besluit uitgebreid en op inhoudelijk juiste wijze ingegaan op de vraag waarom het door eiseres gedane beroep op de artikelen 10 en 11 van de Dublinverordening niet slaagt. Dat eiseres het niet eens is met de overwegingen van de minister, maakt niet dat de overwegingen daarom onjuist dan wel onvoldoende (zorgvuldig) gemotiveerd moeten worden geacht. Voor zover eiseres heeft willen stellen dat dat wel zo is, acht de rechtbank de enkele stelling daartoe onvoldoende. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. (Indirect) refoulement
9. Eiseres heeft in haar gronden van beroep niets gesteld over (indirect) refoulement, maar ter zitting stelt eiseres dat zij vreest voor de onzekere situatie na overdracht aan Zwitserland. Stel dat zij opnieuw wordt afgewezen, weet zij niet wat haar te wachten staat als zij alleen moet terugkeren naar Pakistan. Eiseres vreest aldaar een behandeling in strijd met het EVRM.
10. De rechtbank overweegt ten aanzien van de beroepsgrond van het risico op (indirect) refoulement dat eiseres bij terugkeer naar Zwitserland stelt te lopen, dat deze grond niet slaagt. Omdat niet in geschil is dat ten aanzien van Zwitserland van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan kan eiseres hierop geen beroep doen. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, rechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Dit volgt onder andere uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 november 2023, ECLI:EU:C:2023:934. en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2359.