ECLI:NL:RBDHA:2026:13223
Maatregel van bewaring ogv 59.1.a
Gronden niet betwist. Beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag 29 May 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:13223
text/xml
public
2026-05-29T18:00:20
2026-05-22
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-05-22
NL26.27008
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Zwolle
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:13223
text/html
public
2026-05-22T16:28:48
2026-05-29
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:13223 Rechtbank Den Haag , 22-05-2026 / NL26.27008
Maatregel van bewaring ogv 59.1.a
Gronden niet betwist. Beroep ongegrond.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.27008
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
gemachtigde: mr. H.A. Limonard,
en
de minister van Asiel en Migratie,
gemachtigde: [gemachtigde].
Procesverloop
Bij besluit van 19 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
De minister heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van de bewaring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen S. El Mathari. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1987.
2. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De minister heeft als zware gronden vermeld dat eiser:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;en als lichte gronden vermeld dat eiser:4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
3. Gemachtigde van eiser stelt dat onduidelijk is hoe het is verlopen met de piketmelding naar de advocaat.
3.1
Voor zover gemachtigde van eiser hiermee bedoeld heeft te zeggen dat het recht op rechtsbijstand is geschonden, volgt de rechtbank gemachtigde van eiser hierin niet. Uit het dossier blijkt dat de piketmelding is verzonden en dat deze is geaccepteerd, dat eiser met de advocaat heeft gesproken en dat de advocaat heeft aangegeven niet bij het gehoor aanwezig te willen of kunnen zijn. Deze beroepsgrond slaagt niet.
4. Eiser betwist de aan de maatregel van bewaring ten grondslag gelegde zware gronden 3d, 3i en de lichte grond 4c. De rechtbank is echter van oordeel dat de overige, ook niet betwiste, gronden voldoende zijn om de maatregel van bewaring te dragen. Hetgeen eiser heeft aangevoerd hoeft daarom geen bespreking.
5. Ten aanzien van het zicht op uitzetting heeft de minister ter zitting meegedeeld dat laissez passer (lp) aanvraag loopt en er regelmatig wordt gerappelleerd. De autoriteiten van Algerije hebben niet aangegeven dat voor eiser geen lp zal worden verstrekt. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende zicht op uitzetting naar Algerije bestaat. Daarbij overweegt de rechtbank dat het komt voor rekening en risico van eiser komt dat de bewaring langer duurt, omdat hij niet aan zijn meewerkplicht voldoet. Eiser kan de duur van de bewaring verkorten door volledig mee te werken.
6. Ook overigens is niet gebleken dat (het voortduren van) de maatregel van bewaring onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.P.K. van Rosmalen, rechter, in aanwezigheid van
H.B. Slot - Akkerman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
ECLI:EU:C:2022:858, ECLI:EU:C:2025:647, ECLI:EU:C:2026:148.