ECLI:NL:RBDHA:2026:14693
Dublin, Zwitserland, 8:83 Awb, afwijzing verzoek
Rechtbank Den Haag 2 June 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:14693
text/xml
public
2026-06-02T11:52:02
2026-06-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-06-02
NL26.13293
Uitspraak
Vereenvoudigde behandeling
NL
Groningen
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:14693
text/html
public
2026-06-02T11:51:05
2026-06-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:14693 Rechtbank Den Haag , 02-06-2026 / NL26.13293
Dublin, Zwitserland, 8:83 Awb, afwijzing verzoek
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.13293
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. De minister heeft op 10 maart 2026 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J.H. Folkers, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zaaknummer: NL26.13292.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.