ECLI:NL:RBDHA:2026:14755
text/xml
public
2026-06-02T23:37:42
2026-06-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-06-02
NL26.12005
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Groningen
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:14755
text/html
public
2026-06-02T23:37:00
2026-06-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:14755 Rechtbank Den Haag , 02-06-2026 / NL26.12005
voorlopige voorziening
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.12005
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. U.H. Hansma)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. M.R. Stuart).
Procesverloop
1. Bij het bestreden besluit van 4 maart 2026 heeft de minister eiser in kennis gesteld van het feit dat hij, op grond van artikel 26 van de Dublinverordening, zal worden overgedragen aan de autoriteiten van Oostenrijk.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer NL26.12004) en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 13 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is op zitting gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Verordening (EU) nr. 604/2013.