ECLI:NL:RBDHA:2026:16469text/xmlpublic2026-06-25T18:00:142026-06-18Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-06-18NL25.41921UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLZwolleBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:16469text/htmlpublic2026-06-18T15:01:352026-06-25Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:16469 Rechtbank Den Haag , 18-06-2026 / NL25.41921 Plakvovo, afgewezen, wel pkv.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL25.41921
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker (gemachtigde: mr. E. Ebes), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. G. Douma). Procesverloop 1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 27 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 1.1. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep met zaaknummer NL25.41920, op 9 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.
Als tolk was S. Abdiqadir aanwezig. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2.1. De voorzieningenrechter ziet gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep aanleiding te bepalen dat verzoeker een vergoeding krijgt van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende bijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift; met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 934,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach - de Wit, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. Kanis, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.