ECLI:NL:RBDHA:2026:16679
Vaststellen geboortegegevens. Artikel 1:25c BW.
Rechtbank Den Haag 1 July 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:16679
text/xml
public
2026-07-01T08:19:43
2026-06-20
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-05-20
C/09/693637 / FA RK 25-8086
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
NL
Den Haag
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:16679
text/html
public
2026-07-01T08:18:58
2026-07-01
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:16679 Rechtbank Den Haag , 20-05-2026 / C/09/693637 / FA RK 25-8086
Vaststellen geboortegegevens. Artikel 1:25c BW.
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8086
Zaaknummer: C/09/693637
Datum beschikking: 20 mei 2026
Vaststellen geboortegegevens
Beschikking op het op 21 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] ,
verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.C.A.E. Verschuren te Gilze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend te ’s-Gravenhage,
hierna te noemen: de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- twee F9-formulieren van 28 oktober 2025 van de advocaat van verzoeker, met bijlagen;
- het F9-formulier van 3 november 2025 van de advocaat van verzoeker, met bijlagen;
- het F9-formulier van 14 november 2025 van de advocaat van verzoeker, met bijlage;
- de brief van 9 maart 2026 van de ambtenaar;
- het F9-formulier van 18 maart 2026 van de advocaat van verzoeker.
Gelet op de inhoud van de stukken heeft de rechtbank aanleiding gezien om de zaak zonder mondelinge behandeling op de stukken af te doen.
Feiten
- In de Basisregistratie Personen is opgenomen dat verzoeker is geboren op
[geboortedatum 1]1963 te [geboorteplaats], [land].
- Van verzoeker is geen geboorteakte opgenomen in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag.
- Bij Koninklijk Besluit van 10 april 2006 met nummer 06.001297 is aan verzoeker het Nederlanderschap verleend.
Verzoek
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank de voor het opmaken van de geboorteakte van verzoeker noodzakelijke gegevens zal vaststellen als:
Naam: [verzoeker]
Geboortedatum: [geboortedatum 2] 1963 (subsidiair [geboortedatum 3] 1963)
Geboorteplaats: [geboorteplaats] ([land])
Geslacht: M (mannelijk)
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De ambtenaar heeft er geen bezwaar tegen wanneer de geboortegegevens van verzoeker als volgt worden vastgesteld:
Geslachtsnaam: [geslachtsnaam]
Voornamen: [voornaam]
Plaats van geboorte: [geboorteplaats], [land]
Dag van geboorte: [geboortedatum 1]1963 dan wel [geboortedatum 2]1963 dan wel [geboortedatum 3]1963
Geslacht: mannelijk
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat verzoeker de Nederlandse nationaliteit heeft, is de rechtbank van oordeel dat het onderhavige verzoek voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is, zodat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3, aanhef en onder c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toekomt.
Het verzoek tot vaststelling van de geboortegegevens is gegrond op artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:25c, eerste lid, BW kan de rechtbank Den Haag, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
a. die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest;
b. die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000;
c. op grond van Boek 1 van het BW een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.
Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit, zodat hij kan worden ontvangen in zijn verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Verzoeker heeft gesteld dat hij vanuit [land] naar Nederland is gevlucht en dat in [land] nooit een akte van geboorte of inschrijving is opgemaakt.
De rechtbank is gebleken dat geen geboorteakte van verzoeker is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag. Onder de overgelegde stukken bevindt zich ook geen authentieke en gelegaliseerde geboorteakte van verzoeker. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat verzoeker niet kan beschikken over de benodigde overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte geboorteakte. Daarom moeten de geboortegegevens worden vastgesteld, zoals bedoeld in artikel 1:25c BW.
De rechtbank is voorts van oordeel dat uit de stukken voldoende bewijzen en aanwijzingen zijn verkregen met betrekking tot de omstandigheden waaronder en plaats waar de geboorte van verzoeker moet hebben plaatsgehad. Op grond van het voorgaande zal de rechtbank de geboortegegevens vaststellen zoals verzocht.
De rechtbank merkt ten overvloede op dat, nu onvoldoende aanwijzingen zijn verkregen hoe de oudergegevens van verzoeker dienen te luiden, dan wel hoe de afstamming tot stand is gekomen, de rechtbank geen oudergegevens zal vaststellen.
Het verzoek is op de wet gegrond en op navolgende wijze voor toewijzing vatbaar. Nu de aard van de zaak zich verzet tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van de beschikking, zal de rechtbank het hiertoe strekkend verzoek afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:
Geslachtsnaam: [geslachtsnaam]
Voornamen: [voornaam]
Geboortedatum: [geboortedatum 2]1963
Geboorteplaats: [geboorteplaats], [land]
Geslacht: (M) mannelijk
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 20 mei 2026.