ECLI:NL:RBDHA:2026:16824
text/xml
public
2026-07-01T11:55:58
2026-06-22
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-05-22
C/09/693085 / FA RK 25-7804
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
NL
Den Haag
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:16824
text/html
public
2026-07-01T11:55:48
2026-07-01
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:16824 Rechtbank Den Haag , 22-05-2026 / C/09/693085 / FA RK 25-7804
Eenhoofdig gezag.
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7804
Zaaknummer: C/09/693085
Datum beschikking: 22 mei 2026
Beschikking op het op 15 oktober 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.J. Soriano te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
Bij beschikking van deze rechtbank van 13 januari 2026 is – voor zover hier van belang – bepaald dat de vader met ingang van 1 juni 2024 een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] van € 466,- per maand aan de moeder dient te voldoen en is een beslissing ten aanzien van het gezag aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken.
Op 24 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de moeder met haar advocaat;
de vader; en
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Van zowel de zijde van de moeder als van de vader zijn pleitnotities overgelegd.
De minderjarige [de minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
De rechtbank handhaaft hetgeen is overwogen in de beschikking van 13 januari 2026.
Nog voorliggend verzoek
De moeder verzoekt – met wijziging van de beschikking van de rechtbank Limburg van 26 april 2022 en het daaraan gehechte ouderschapsplan – de vrouw met het éénhoofdig over [de minderjarige] te belasten, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader voert verweer, dat hierna zal worden besproken.
Beoordeling
Gezag
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar het recht van Nederland te beslissen op het verzoek ten aanzien van het gezag.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk wetboek kan de rechtbank het gezamenlijk gezag beëindigen als na de echtscheiding de omstandigheden zijn gewijzigd. De rechtbank kan bepalen dat het gezag aan één van de ouders toekomst als:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of;
b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kinderen noodzakelijk is.
De rechtbank stelt voorop dat de verstandhouding tussen partijen verstoord is en dat de communicatie die er tussen partijen is, moeizaam verloopt. Daarnaast is gebleken dat de vader zijn toestemming niet altijd op eerste verzoek verleent. Daardoor worden gezagsbeslissingen vertraagd of geblokkeerd. Hierdoor moest de moeder in het verleden rechterlijke procedures voeren voor onder andere vervangende toestemming ten aanzien van de middelbare schoolkeuze van [de minderjarige] en een reis naar [land] .
Ook is gebleken dat [de minderjarige] richting de vader een grote weerstand heeft opgebouwd. Dit heeft ertoe geleid dat bij beschikking van deze rechtbank van 1 november 2023 het recht van de vader op omgang is ontzegd. Op de zitting is gebleken dat er op dit moment nauwelijks contact tussen [de minderjarige] en de vader is.
Doordat de vader al langere tijd een beperkte rol in het leven van [de minderjarige] speelt, heeft hij weinig zicht op haar behoefte en belang. Samen met het gegeven dat de communicatie tussen partijen verstoord is, leidt dit tot het oordeel dat het met gezamenlijk gezag niet lukt om goede gezagsbeslissingen voor [de minderjarige] te nemen.
De vader heeft zijn zorgen over [de minderjarige] geuit. Hij vindt het belangrijk dat naast de moeder een andere ouder het gezag heeft. Hij ontkent de aantijgingen van de moeder en begrijpt niet waarom [de minderjarige] zich van hem afkeert. Hij wil dat hulpverlening wordt ingezet om de relatie te normaliseren.
De rechtbank verwacht echter niet dat de situatie op korte termijn zal verbeteren. De relatie tussen de ouders is verstoord. Het belaste verleden, waarbij onder andere sprake was van huiselijk geweld, drukken zwaar op de schouders van [de minderjarige] en de ouders. De rechtbank verwacht niet dat hulpverlening deze situatie binnen afzienbare tijd kan verbeteren. Dat is al geprobeerd middels een ondertoezichtstelling.
Om deze redenen zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen en beslissen dat het gezag over [de minderjarige] voortaan alleen nog aan de moeder toekomt.
Op de zitting is besproken dat de moeder, nu zij alleen het gezag over [de minderjarige] krijgt, verplicht is de vader te informeren over belangrijke kwesties van [de minderjarige] . De moeder heeft op de zitting aangegeven dat zij de vader ieder kwartaal per e-mail zal informeren over de ontwikkeling en het welzijn van [de minderjarige] . Omdat er geen verzoek voorligt om een informatieregeling vast te stellen, kan de rechtbank hierover geen beslissing nemen. De rechtbank drukt de moeder op het hart zich aan haar toezegging te houden.
BeslissingDe rechtbank:
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats 1] , [land] , het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [land] 2012 te [geboorteplaats 2] , [land] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J.A. Olthoff als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2026.