Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:17243

gezag

Rechtbank Den Haag 6 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:17243 text/xml public 2026-07-06T14:46:43 2026-06-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-26 C/09/694828 / FA RK 25-8725 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17243 text/html public 2026-07-06T14:46:12 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:17243 Rechtbank Den Haag , 26-05-2026 / C/09/694828 / FA RK 25-8725
gezag

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-8725

Zaaknummer: C/09/694828

Datum beschikking: 26 mei 2026
Gezag
Beschikking op het op 10 november 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L. Rijsdam te Leiden.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het verzoekschrift;

het F9-formulier van de zijde van de moeder van 24 november 2025, met bijlagen;

het F9-formulier van de zijde van de moeder van 24 januari 2026, met bijlage;

het F9-formulier van de zijde van de moeder van 1 april 2026.

Op 11 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

mevrouw [naam] van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De minderjarige [de minderjarige] heeft zich in de raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt:

- het gezamenlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige] te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan haar toe te kennen.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 1999 tot [datum 2] 2019.

- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:

- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] .

- De minderjarige heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 7 april 2017 is - voor zover hier van belang - : - de echtscheiding tussen partijen uitgesproken (welke blijkens een uitdraai van de Basisregistratie Personen nadien niet is ingeschreven in de registers);

- bepaald dat de kinderen de hoofdverblijfplaats hebben bij de moeder;

- een zorgregeling vastgesteld;

- zijn partijen verwezen naar het omgangshuis Cardea voor het verbeteren van de communicatie en het komen tot het opstellen van een ouderschapsplan ten aanzien van de kinderen.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 13 juni 2018 is - voor zover hier van belang - aan de moeder toestemming verleend — welke toestemming die van de vader vervangt — om van 12 juli 2018 tot en met 23 juli 2018 met de minderjarige kinderen op vakantie te gaan naar Griekenland en tevens vervangende toestemming verleend — welke toestemming die van de vader vervangt — ten behoeve van de aanvraag van reisdocumenten van de minderjarige kinderen;

- Bij beschikking van deze rechtbank van 1 april 2019 is - voor zover hier van belang - de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, bepaald dat de minderjarige de hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder en een zorgregeling vastgesteld.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 23 juli 2021 is – voor zover hier aan de orde – aan de moeder toestemming verleend — welke toestemming die van de vader vervangt — voor een vakantie naar de oranje gebieden in Iran in de periode 26 juli 2021 tot en met uiterlijk 23 augustus 2021 met de minderjarige.
Beoordeling
Gezag

Juridisch kader

Het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen. Volgens artikel 1:253n lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat is ontstaan tijdens hun huwelijk beëindigen, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van lid 2 van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a lid 1 BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Ontvankelijkheid

Het is de rechtbank gebleken dat er sinds de zomer van 2023 geen contact meer is tussen de vader en [de minderjarige] , waardoor de rechtbank concludeert dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. De moeder is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

De moeder verzoekt haar eenhoofdig met het ouderlijk gezag te belasten over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] . Zij stelt dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. Er is al een tijd geen communicatie mogelijk tussen de ouders. De communicatie is na de ouderschapsbemiddeling dusdanig slecht geworden dat de vader geen contact meer wil met haar. De moeder voert aan dat zij verschillende procedures heeft moeten voeren om vervangende toestemming te verkrijgen. [de minderjarige] heeft zijn vader voor het laatste gezien in de zomer van 2023. De vader heeft geen contact meer met [de minderjarige] en hij reageert niet op berichten van de moeder. Dit geeft de moeder veel spanning en onrust, omdat zij niet weet of de vader in zal stemmen met te nemen gezagsbeslissingen. Volgens de moeder brengt handhaving van het gezamenlijk gezag het gevaar met zich mee dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. Dit maakt dat de moeder wenst de gezagsbeslissingen over [de minderjarige] voortaan alleen te kunnen nemen.

De vader heeft geen verweer gevoerd.

De Raad heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat zij snapt dat de moeder zaken moet kunnen regelen en de huidige situatie lastig is voor haar.

De rechtbank overweegt als volgt. Onweersproken is gesteld dat de vader [de minderjarige] sinds de zomer van 2023 niet meer heeft gezien en dat de vader op geen enkele manier betrokken is bij de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] . De vader is uit beeld geraakt en reageert niet op de verzoeken van de moeder om gezagsbeslissingen te nemen. Overleg over praktische zaken met betrekking tot [de minderjarige] is daardoor voor de moeder onmogelijk. Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat dit niet binnen een afzienbare termijn zal veranderen. Een en ander ziet de rechtbank bevestigd in het niet verschijnen van de vader in deze procedure. Er bestaat een groot risico dat [de minderjarige] klem en verloren raakt tussen beide ouders. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat de moeder alleen met het gezag wordt belast over [de minderjarige] . De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe.
Beslissing
De rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1982 in [geboorteplaats 2] te [land] , het gezag zal toekomen over het minderjarige kind:

- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] ;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers , kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2026.

Artikel delen