Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:17535

Asiel. Dublin Bulgarije. Geen gronden. Bahaddar-toets. Beroep niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag 29 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:17535 text/xml public 2026-06-29T08:44:31 2026-06-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-06-23 AWB 26/8640 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17535 text/html public 2026-06-29T08:44:20 2026-06-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:17535 Rechtbank Den Haag , 23-06-2026 / AWB 26/8640
Asiel. Dublin Bulgarije. Geen gronden. Bahaddar-toets. Beroep niet-ontvankelijk.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/8640
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer] ,

en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
In het besluit van 26 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Bulgarije daarvoor verantwoordelijk is op grond van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling door de rechtbank
1. Het inleidend beroepschrift is namens eiser ingediend door een advocaat. Deze advocaat heeft zich vervolgens aan de zaak onttrokken. Eiser is in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken een nieuwe advocaat in de arm te nemen. Er heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld.

2. Het beroepschrift van eiser bevat geen gronden. De rechtbank heeft hem op 28 mei 2026 in de gelegenheid gesteld om alsnog de gronden van het beroep in te dienen binnen een termijn van vijf werkdagen. Er zijn geen gronden ontvangen. Er bestaat geen aanleiding om aan te nemen dat dit verzuim verschoonbaar is. Via het e-mailadres waarnaar het verzoek van 28 mei 2026 is verstuurd, heeft eiser eerder namelijk wel met de rechtbank gecorrespondeerd. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

3. Met deze vaststelling kan niet worden volstaan, omdat op grond van het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 19 februari 1998 in de zaak Bahaddar (ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494) moet worden beoordeeld of sprake is van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten of omstandigheden die onmiskenbaar tot het oordeel leiden dat overdracht van eiser aan Bulgarije in strijd zou zijn met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (het verbod op onmenselijke en vernederende behandeling). Van dergelijke omstandigheden is de rechtbank in deze zaak niet gebleken.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 23 juni 2026 door mr. S.S. van der Velde, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Artikel delen