Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:17780

AA, Sierra Leone, identiteit, leeftijd, Hiv en discriminatie,

Rechtbank Den Haag 6 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:17780 text/xml public 2026-07-06T08:52:43 2026-07-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-26 NL25.60626 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17780 text/html public 2026-07-01T10:52:23 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:17780 Rechtbank Den Haag , 26-05-2026 / NL25.60626
AA, Sierra Leone, identiteit, leeftijd, Hiv en discriminatie,
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.60626
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam 1] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. D.S. Harhangi-Asarfi),

en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 3 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, A. Madu als tolk en [naam 2] als voogd van Nidos. Verweerder is met bericht van verhindering niet verschenen.
Totstandkoming van het besluit
Het asielrelaas

1. Eiseres heeft de Sierra Leoonse nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2008 . Zij behoort tot de Mandingo bevolkingsgroep.

2. Eiseres legt aan haar asielaanvraag – kort samengevat – het volgende ten grondslag. Eiseres is sinds haar achtste of negende jaar seksueel misbruikt door haar stiefvader. Eiseres heeft dit aan haar moeder verteld, maar zij geloofde dit niet. Ook is eiseres naar het politiebureau geweest en heeft ze hulp gezocht bij haar tante en oma. Zij heeft geen hulp gekregen. In augustus 2022 ontdekte eiseres dat ze zwanger was van haar stiefvader. Haar moeder eiste dat ze vertelde van wie het kind was, maar haar stiefvader dreigde eiseres te vermoorden als ze zou zeggen wie de vader was. Ook heeft de stiefvader gedreigd om eiseres naar een geheim genootschap te brengen (Poro). Eiseres is toen naar haar vader in Guinee vertrokken maar was daar niet welkom en moest weer terugkeren naar Sierra Leone. Eiseres is vervolgens uit huis vertrokken en heeft [naam 3] ontmoet. In mei 2023 is eiseres uit Sierra Leone gevlucht. Bij terugkeer vreest eiseres dat haar stiefvader of het Poro-genootschap (waar de stiefvader lid van is) haar iets aan zal doen vanwege het seksueel misbruik, of dat zij herbesneden zal worden door het Bondo-genootschap. Ook stelt eiseres dat zij Hiv heeft en dat zij hierom bij terugkeer naar Sierra Leone zal worden gediscrimineerd.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst

2. Problemen met stiefvader
3.1.
Verweerder acht de nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig, maar haar identiteit niet. De problemen met de stiefvader worden door verweerder niet geloofwaardig geacht.
3.2.
De nationaliteit en herkomst van eiseres leiden volgens verweerder niet tot een vervolgingsgrond in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) of tot een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Eiseres heeft volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Sierra Leone zal worden herbesneden. Daarnaast heeft eiseres volgens verweerder ook niet aannemelijk gemaakt dat zij Hiv-positief is, of dat zij hierdoor bij terugkeer zal gediscrimineerd. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Daarnaast omvat het bestreden besluit een terugkeerbesluit.
Beoordeling door de rechtbank
Geloofwaardigheid identiteit, procedurele waarborgen en buitenschuldbeleid

4. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder er ten onrechte van uitgaat dat zij meerderjarig is. Volgens eiseres is niet duidelijk waarom de observaties uit de schouw tot die conclusie leiden. Verweerder heeft eiseres vanwege haar trauma ook niet kunnen tegenwerpen dat zij inconsequent heeft verklaard over haar geboortedatum, scholing en familie. Er zitten namelijk gaten in haar geheugen. Verweerder had daarnaast meer onderzoek moeten doen door bijvoorbeeld een school- of doopregister op te zoeken, contact op nemen met de voogd van eiseres of een medisch leeftijdsonderzoek aan te bieden. Nu verweerder niet heeft ontzenuwd dat eiseres minderjarig is, had van de minderjarigheid moeten worden uitgegaan. Ten onrechte zijn de procedurele waarborgen die voor een minderjarige vreemdeling gelden niet in acht genomen. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte niet getoetst of eiseres vanwege haar minderjarige leeftijd in aanmerking moet komen voor een reguliere verblijfsvergunning.
4.1.
De rechtbank stelt vast dat er naar aanleiding van de uitgevoerde leeftijdsschouwen bij verweerder twijfel is ontstaan over de door eiseres opgegeven geboortedatum ( [geboortedatum 1] 2008 ). Los van de vraag of verweerder deze leeftijdsschouwen zorgvuldig heeft uitgevoerd en heeft mogen betrekken bij zijn standpunt dat er twijfel bestaat over de door eiseres opgegeven leeftijd, mocht verweerder in het kader van de zorgvuldige besluitvorming nader onderzoek doen naar de leeftijd van eiseres door navraag te doen bij de Italiaanse autoriteiten.
4.2.
Verweerder moet daarbij wel uitgaan van de minderjarigheid van eiseres. Het is aan verweerder om het vermoeden van de minderjarigheid te ontzenuwen zonder onverkort uit te gaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie uit een andere lidstaat. Verweerder moet steeds zorgvuldig onderzoeken en deugdelijk motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent en waarom. Als aan een leeftijdsregistratie alleen een eigen verklaring van een vreemdeling ten grondslag ligt, dan zal verweerder moeten informeren onder welke omstandigheden deze verklaring is afgelegd. De vreemdeling zal een plausibele verklaring moeten geven voor deze afwijkende verklaring omdat deze afwijking in beginsel afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen.
4.3.
Uit het onderzoek van verweerder is gebleken dat eiseres in Italië is geregistreerd met geboortedatum [geboortedatum 2] 2003 . Verweerder heeft geconcludeerd dat alleen de verklaring van eiseres ten grondslag heeft gelegen aan deze leeftijdsregistratie in Italië. Uit de reactie van de Italiaanse autoriteiten blijkt namelijk dat de leeftijdsregistratie van eiseres daar niet is gebaseerd op documenten of ‘age testing’. Eiseres heeft in Italië volgens haar eigen verklaringen tijdens het aanmeldgehoor in Nederland verder ook geen documenten overgelegd in Italië, er is alleen naar haar naam en geboortedatum gevraagd (p. 13 aanmeldgehoor).
4.4.
Dat betekent dat verweerder moest informeren onder welke omstandigheden eiseres haar leeftijdsverklaring in Italië heeft afgelegd. Eiseres heeft hierover verklaard dat zij de geboortedatum [geboortedatum 2] 2003 heeft opgegeven omdat zij anders naar een andere opvang zou worden gebracht en van [naam 3] zou worden gescheiden (p. 8 nader gehoor).
4.5.
De vraag is vervolgens of eiseres hiermee een plausibele verklaring heeft gegeven voor de afwijkende leeftijdsregistratie en of verweerder deugdelijk heeft gemotiveerd welk gewicht daaraan wordt toegekend gelet op de afbreuk die de afwijkende registratie in beginsel doet aan haar geloofwaardigheid. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat veel vreemdelingen in Italië een meerderjarige leeftijd opgeven om te voorkomen dat zij in de minderjarigenopvang worden geplaatst. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank echter zorgvuldig onderzoek gedaan en deugdelijk gemotiveerd waarom aan de verklaring van eiseres dat zij niet van [naam 3] gescheiden wilde worden, niet zo’n gewicht wordt toegekend dat van de in Nederland gestelde minderjarigheid uit wordt gegaan. Verweerder heeft er in dit kader allereerst op kunnen wijzen dat eiseres geen documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van haar in Nederland gestelde leeftijd. Daarnaast heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres er niet in geslaagd om samenhangend en aannemelijk te verklaren over haar levensloop. Zo is aan eiseres gevraagd tot wanneer zij in haar geboorteplaats heeft gewoond, hoe oud ze was toen ze daar weg ging, wanneer zij voor het eerst naar school is geweest, hoe oud ze was toen ze naar school ging en toen ze stopte met school, hoe lang ze naar school is geweest, wat ze heeft gedaan nadat ze met school is gestopt en hoe lang ze heeft gewerkt (p. 5 en 8 aanmeldgehoor). Eiseres heeft meerdere van deze vragen beantwoord met ‘dat weet ik niet meer.’ Daarnaast heeft eiseres tijdens het aanmeldgehoor verklaard dat zij zestien is (p. 4 aanmeldgehoor), maar zou eiseres bij de door haar opgegeven geboortedatum 15 zijn geweest. Gelet op deze verklaringen stelt verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiseres er niet in is geslaagd om samenhangend en aannemelijk te verklaren over haar levensloop en dat dit wel van mag worden verwacht omdat dit een basisgegeven van haar identiteit is. De (niet onderbouwde) stelling van eiseres dat zij getraumatiseerd is en dat zij tijdens Hiv bijeenkomsten heeft geleerd om het leven achter zich te laten zodat niet van haar kan worden verwacht dat ze samenhangend verklaart, volgt de rechtbank niet. Niet valt in te zien waarom eiseres hierdoor geen antwoord zou kunnen geven op vragen over haar levensloop.
4.6.
Nu verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres onsamenhangend en onaannemelijk heeft verklaard over haar levensloop, en in het verlengde daarvan, haar leeftijd, heeft verweerder meer gewicht kunnen toekennen aan de leeftijdsregistratie in Italië, dan aan haar (niet onderbouwde) verklaring dat zij op [geboortedatum 1] 2008 is geboren. Verweerder heeft het vermoeden dat eiseres minderjarig is hiermee ontzenuwd en is terecht uitgegaan van de geboortedatum van [geboortedatum 2] 2003 . De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder in het kader van de samenwerkingsplicht of onderzoeksplicht gehouden was om nader onderzoek te verrichten of eiseres het voordeel van de twijfel te gunnen. Verweerder heeft de identiteit van eiseres dus niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht.

5. De rechtbank ziet verder ook geen aanleiding voor het oordeel dat de procedurele waarborgen die voor een minderjarige vreemdeling gelden niet in acht zijn genomen. Er is immers sprake geweest van een minderjarigengehoor en aan eiseres was een voogd gekoppeld. Eiseres heeft niet nader onderbouwd welke procedurele waarborgen zijn geschonden of hoe zij hierdoor in haar belangen is geraakt.

6. Omdat verweerder er niet ten onrechte vanuit ging dat eiseres ten tijde van haar asielaanvraag meerderjarig was, stelt verweerder terecht dat hij geen onderzoek heeft hoeven doen naar adequate opvang in het kader van het buitenschuldbeleid.

Hiv en discriminatie

7. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij Hiv-positief is en dat zij daarom ernstig medisch kwetsbaar is. Bij terugkeer zal eiseres daarom een reëel risico op snelle, ernstige verslechtering van de gezondheid en levensbedreigende complicaties leiden. Eiseres doet een beroep op het Paposhvili-arrest. Daarnaast meent zij dat uit diverse bronnen blijkt dat alleenstaande jonge vrouwen met Hiv in Sierra Leone niet alleen maatschappelijk worden uitgesloten, maar ook dat zij toegang tot huisvesting, opleiding en gezondheidszorg verliezen en dat zij soms fysiek geweld ondervinden. Op de zitting heeft eiseres hierover nader toegelicht dat zij deel uitmaakt van het Bondo-gemeenschap. Deze gemeenschap ondergaat rituelen bedoeld om haar leden te controleren en normen op te leggen. Bij terugkeer naar Sierra Leone zal deze gemeenschap eiseres buitensluiten als bekend wordt dat zij Hiv-positief is.
7.1.
Voor zover eiseres zich op het standpunt stelt dat verweerder haar vanwege haar medische situatie ten onrechte geen uitstel van vertrek heeft verleend op grond van art. 64 van de Vreemdelingenwet 2000 overweegt de rechtbank als volgt. Uit het arrest Paposhvili volgt dat de bewijslast om voldoende aannemelijk te maken dat de in het land van herkomst beschikbare medische zorg feitelijk niet toegankelijk is, bij de vreemdeling ligt. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betekent dit dat de vreemdeling moet aantonen wat de kosten van de door hem noodzakelijke behandeling in het land van herkomst zijn. Verder moet de vreemdeling, als hij stelt dat deze behandeling om financiële of andere redenen voor hem feitelijk niet toegankelijk is, dat aannemelijk maken. Eiseres heeft pas in beroep documenten overgelegd waaruit blijkt dat zij onder behandeling is vanwege haar Hiv-besmetting. Eiseres heeft verder niet gesteld of onderbouwd dat de behandeling hiervan niet (feitelijk) toegankelijk of aanwezig is in Sierra Leone. Verweerder heeft daarom terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat eiseres medisch kwetsbaar is.
7.2.
Voor zover eiseres stelt dat zij vanwege haar Hiv wordt gediscrimineerd heeft verweerder terecht verwezen naar paragraaf C2/3.2.6. van de Vreemdelingencirculaire 2000. Hieruit volgt dat discriminatie als daad van vervolging wordt aangemerkt als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
7.2.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat uit de verklaringen van eiseres tijdens het nader gehoor niet blijkt dat zij door de discriminatie in Sierra Leone dusdanig werd beperkt in haar bestaansmogelijkheden dat het voor haar onmogelijk was om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren. Zo heeft eiseres verklaard dat als je Hiv hebt in Afrika dat mensen dan bang zijn om je aan te raken, maar dat zij dit zelf nog nooit heeft gezien. Ook denkt eiseres dat ze geen werk zal krijgen omdat ze op TikTok of Youtube heeft gezien dat in Nigeria iemand met Hiv is weggestuurd van zijn werk. Eiseres is verder bang dat hulpverleners aan haar familie gaan vertellen dat ze besmet is (p. 24 nader gehoor). Op de zitting heeft eiseres hier aan toegevoegd dat zij door het Bondo-genootschap zal worden buitengesloten. Eiseres heeft deze stelling niet nader onderbouwd. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat eiseres hiermee onvoldoende persoonlijke omstandigheden heeft aangedragen op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat zij vanwege haar Hiv dermate wordt beperkt in haar bestaansmogelijkheden dat zij op sociaal en maatschappelijk gebied niet kan functioneren.
Conclusie en gevolgen
8. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Eiseres verwijst hierbij naar Werkinstructie 2025/1 en de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 oktober 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:3992) en 20 augustus 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3801).

In de zin van artikel 3.58, tweede lid van het Vreemdelingenbesluit 2000, in samenhang bezien met paragraaf B8/6 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (buitenschuldbeleid).

Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 augustus 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3801).

Dit volgt onder meer uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 oktober 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:3992 en ECLI:NL:RVS:2024:4086).

Uitspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens, Paposhvili tegen België van 13 december 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:1213JUD004173810.

Uitspraak van de Afdeling van 28 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2629, r.o. 7.3.

Artikel delen