ECLI:NL:RBDHA:2026:18026
Bewaring, artikel 59b, verkeerde grondslag, opheffing, schadevergoeding, beroep gegrond.
Rechtbank Den Haag 2 July 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:18026
text/xml
public
2026-07-02T17:00:15
2026-07-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-06-30
NL26.35035
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Arnhem
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18026
text/html
public
2026-07-02T14:52:07
2026-07-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:18026 Rechtbank Den Haag , 30-06-2026 / NL26.35035
Bewaring, artikel 59b, verkeerde grondslag, opheffing, schadevergoeding, beroep gegrond.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.35035
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. M. Stoetzer-van Esch),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is onrechtmatig. De rechtbank kent daarom een schadevergoeding toe. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 23 juni 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
2.1.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 30 juni 2026 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring
3. De minister heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Dit omdat eiser tijdens het gehoor voorafgaand aan de bewaring opnieuw asiel heeft gevraagd. In deze maatregel staat dat de vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag.
3.1.
In het proces-verbaal van het gehoor voorafgaand aan de maatregel tot vreemdelingenbewaring staat vermeld dat sprake is van een Eurodac-treffer. De minister heeft tijdens de zitting toegelicht dat hij heeft gecontroleerd of deze vermelding klopt, nu de Eurodac-treffer zelf niet in het digitale dossier aanwezig is. Dit blijkt het geval te zijn. De minister heeft daarom geconcludeerd dat de maatregel tot vreemdelingenbewaring vanaf het moment opleggen daarvan op een verkeerde grondslag berust. De maatregel tot vreemdelingenbewaring had op grond van artikel 59a van de Vw 2000 moeten worden opgelegd en niet op grond van artikel 59b van de Vw 2000. De minister is voornemens eiser opnieuw in bewaring te stellen onder de juiste grondslag. Wél is de minister bereid aan eiser een schadevergoeding toe te kennen voor de periode van 23 juni 2026 tot en met 30 juni 2026. Het gaat dan om het verblijf in een politiecel voor één dag (€ 130,-) en het verblijf in een huis van bewaring voor zeven dagen (7 x € 100,-). Ook is de minister bereid om één punt aan proceskosten te vergoeden. Omdat gemachtigde van eiser geen beroep heeft ingediend maar sprake is van een kennisgeving van de bewaring namens de minister zelf, levert dit één punt aan proceskosten op.
3.2.
Gelet op het voorgaande, oordeelt de rechtbank dat de maatregel tot vreemdelingenbewaring vanaf het moment van oplegging onrechtmatig is. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is gegrond. Deze maatregel is vanaf het moment van het opleggen daarvan onrechtmatig. De rechtbank beveelt de opheffing van deze maatregel met ingang van vandaag.
4.1.
Op grond van artikel 106 van de Vw 2000 kan de rechtbank indien zij de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 8 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vreemdelingenbewaring ten bedrage van 1 x € 160,- (verblijf politiecel) en 7 x € 120,- (verblijf detentiecentrum) = € 1.000,-. Dit bedrag wijkt af van de toezegging namens de minister ter zitting, omdat de minister nog uit lijkt te gaan van verouderde standaardbedragen.
4.2.
Eiser krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt de door de minister aangeboden € 934,-. De gemachtigde van eiser heeft zich hier niet tegen verzet.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van € 1.000,- aan schadevergoeding aan eiser, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- beveelt de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring met ingang van vandaag;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Bouman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.
Het beroep tegen een maatregel van bewaring wordt ook aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Dit volgt uit artikel 106, eerste lid, van de Vw.
Dit volgt uit artikel 106, eerste lid, van de Vw.