ECLI:NL:RBDHA:2026:18488
Terugkeerbesluit. Omdat eiser heeft niet aangetoond dat hij een geldig verblijfsrecht had in Nederland, is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht een terugkeerbesluit heeft opgelegd. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de terugkeer van eiser in strijd zal zijn met artikel 3 van het EVRM. Het beroep is ongegrond.
Rechtbank Den Haag 6 July 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:18488
text/xml
public
2026-07-06T16:56:21
2026-07-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-07-03
NL25.22558
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Amsterdam
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18488
text/html
public
2026-07-06T16:56:02
2026-07-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:18488 Rechtbank Den Haag , 03-07-2026 / NL25.22558
Terugkeerbesluit. Omdat eiser heeft niet aangetoond dat hij een geldig verblijfsrecht had in Nederland, is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht een terugkeerbesluit heeft opgelegd. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de terugkeer van eiser in strijd zal zijn met artikel 3 van het EVRM. Het beroep is ongegrond.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.22558
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. H. Palanciyan),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. I.A.G. Lodders).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het terugkeerbesluit.
1.1.
Bij besluit van 14 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen opgelegd.
1.2.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
1.3.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft een kantoorgenoot van de gemachtigde van verweerder, mr. C.W.M. van Breda deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn zonder bericht niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of verweerder op goede gronden een terugkeerbesluit aan eiser heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
2.1.
De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser is geboren op [geboortedag] 1978 en heeft de Algerijnse nationaliteit. Aan eiser is een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van 28 dagen. Vanwege het terugkeerbesluit heeft verweerder eiser gesignaleerd in het SIS.
Heeft verweerder terecht een terugkeerbesluit opgelegd?
4. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder aan hem ten onrechte een terugkeerbesluit heeft opgelegd. Eiser had namelijk op grond van zijn paspoort en toeristenvisum rechtmatig verblijf in Nederland. In het gehoor verklaart eiser dat hij een geldig paspoort met een visum heeft, maar dat deze documenten in het hotel zijn achtergebleven. Verweerder heeft de hotelgegevens weliswaar opgezocht, maar daar ten onrechte verder geen actie op ondernomen. Ook heeft verweerder ten onrechte nagelaten de inhoud van het gehoor te betrekken in de besluitvorming.
5. De rechtbank volgt eiser niet in het standpunt dat verweerder geen onderzoek zou hebben gedaan naar eiser zijn paspoort en toeristenvisum. Uit het dossier blijkt dat politieagenten op 14 mei 2025 naar aanleiding van de verklaring van eiser zijn bagage hebben opgehaald bij zijn hotel en is er geconstateerd dat er geen paspoort met visum aanwezig was. Er werd enkel een Algerijns rijbewijs aangetroffen. Verder volgt de rechtbank eiser niet in het standpunt dat de inhoud van zijn gehoor niet is betrokken in het terugkeerbesluit. In het terugkeerbesluit is immers opgenomen dat eiser niet in het bezit is van een geldig reisdocument en visum en hij daardoor niet voldoet aan de voorwaarden waaronder hij vrij in de Europese Unie dan wel Schengengebied mag reizen. Nu is gebleken dat het paspoort en visum niet in het hotel zijn aangetroffen ziet de rechtbank niet welke informatie uit het gehoor ten onterechte niet in het terugkeerbesluit is betrokken. Eiser heeft ook geen gehoor gegeven aan het verzoek van de rechtbank om deze stukken te overleggen. Omdat eiser heeft niet aangetoond dat hij een geldig verblijfsrecht had in Nederland, is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht een terugkeerbesluit heeft opgelegd. De beroepsgrond slaagt niet.
6. Ambtshalve stelt de rechtbank vast dat het opgelegde terugkeerbesluit niet in strijd is met artikel 3 van het EVRM. In het gehoor van 14 mei 2025 heeft verweerder eiser bevraagd over zijn familie, zijn medische omstandigheden en of hij in Algerije te vrezen heeft voor vervolging en/of onmenselijke dan wel vernederende behandeling. Hierop heeft eiser geantwoord dat zijn gezin in Algerije woont en dat hij geen familie in Nederland heeft, er geen medische problematiek speelt en hij niets te vrezen heeft bij terugkeer naar Algerije. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de terugkeer van eiser in strijd zal zijn met artikel 3 van het EVRM.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Kooring, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Schengen Informatiesysteem.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.