Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:18541

Afsluiten van elektriciteits- en gasaansluiting in een woning. Eisvermindering. Veroordeling tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Rechtbank Den Haag 28 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:18541 text/xml public 2026-07-28T14:41:19 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-11 K/4502/11903990 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18541 text/html public 2026-07-21T14:18:07 2026-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:18541 Rechtbank Den Haag , 11-02-2026 / K/4502/11903990
Afsluiten van elektriciteits- en gasaansluiting in een woning. Eisvermindering. Veroordeling tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

RECHTBANK DEN HAAG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Den Haag

MV+BV/ab

Zaaknummer: 11903990 RL EXPL 25-18031

Vonnis van 11 februari 2026

in de zaak van

STEDIN NETBEHEER B.V.,

te Rotterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: Stedin,

gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.
1De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties; - de conclusie van antwoord; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;

- de akte met een eisvermindering en producties van Stedin van 15 januari 2026;

- de mondelinge behandeling van 15 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;

- de akte uitlaten met een eisvermindering van Stedin van 29 januari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten 2.1.
[gedaagde] woont in de woning op het adres [adres] in [woonplaats] .
2.2.
Stedin is aangewezen als regionale systeembeheerder in de zin van de Energiewet (ten tijde van het aanhangig maken van deze procedure: “netbeheerder” in de zin van de Elektriciteitswet en Gaswet).
2.3.
De leveringsovereenkomst met de vorige energieleverancier voor de elektriciteits- en gasaansluitingen aan de [adres] is geëindigd per 27 mei 2025.
2.4.
Vanaf 4 juli 2025 heeft [gedaagde] een leveringsovereenkomst met een energieleverancier ten aanzien van de elektriciteitsaansluiting in de woning.
2.5.
Vanaf 14 januari 2026 heeft [gedaagde] een leveringsovereenkomst met een energieleverancier ten aanzien van de gasaansluiting in de woning.
3Het geschil 3.1.
De oorspronkelijke vordering van Stedin betrof, kort gezegd, afsluiting op kosten van [gedaagde] van de elektriciteits- en gasaansluitingen van de woning op het adres [adres] in [woonplaats] , op de grond dat hij vanaf 27 mei 2025 geen overeenkomst tot levering van elektriciteit en gas meer had. Stedin vordert van [gedaagde] ook een bedrag van € 75,-- aan vergoeding voor kosten voor buitengerechtelijke rechtsbijstand en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Na eisvermindering gaat het nog slechts om de vordering van Stedin tot vergoeding van kosten voor buitengerechtelijke rechtsbijstand en de proceskostenveroordeling.
4De beoordeling
De vordering tot vergoeding van kosten voor buitengerechtelijke rechtsbijstand wordt toegewezen
4.1.
Stedin heeft [gedaagde] diverse brieven gestuurd, in elk geval op 26 mei 2025, 28 mei 2025 en 25 juni 2025, waarin zij [gedaagde] heeft gesommeerd om een leveringsovereenkomst met betrekking tot elektriciteit en gas af te sluiten. Vervolgens zijn door Syncasso Gerechtsdeurwaarders diverse sommatiebrieven gestuurd, in elk geval op 29 juli 2025 en 15 augustus 2025. Uit wat er op de zitting besproken is, blijkt dat [gedaagde] van zowel Stedin als Syncasso Gerechtsdeurwaarders sommatiebrieven heeft ontvangen. Doordat [gedaagde] niet binnen de gestelde termijn een leveringsovereenkomst voor elektriciteit en gas heeft afgesloten, is [gedaagde] in verzuim komen te verkeren. [gedaagde] heeft ook aan de aanmaningen geen gehoor gegeven, zodat hij de gevorderde vergoeding van € 75,-- aan kosten voor buitengerechtelijke rechtsbijstand verschuldigd is.
4.2.
Het verweer van [gedaagde] , dat hij zich pas na overleg met zijn verhuurder op 1 juli 2025 bewust was geworden van de verplichting om zelf een leveringsovereenkomst voor energie af te sluiten, maakt dat niet anders. Het lag op de weg van [gedaagde] om voortvarender actie te ondernemen, zeker nu [gedaagde] al in mei 2025 door Stedin was gewezen op zijn verplichting om een energiecontract af te sluiten.

[gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten
4.3.
[gedaagde] is gedagvaard op 8 september 2025. Op dat moment had hij, in strijd met de op hem rustende verplichtingen, geen leveringsovereenkomst voor de gasaansluiting. Aangezien het Stedin op grond van de in de dagvaarding genoemde bepalingen in de Gaswet – inmiddels de Energiewet – niet is toegestaan om zelf als leverancier van elektriciteit en gas op te treden, is Stedin gehouden in die situatie tot afsluiting over te gaan. [gedaagde] is dan ook terecht door Stedin gedagvaard.
4.4.
Het verweer van [gedaagde] ter zitting, dat hij geen gas zou verbruiken, maakt dat niet anders. Ook dan moet de gasaansluiting worden verwijderd of afgesloten, zoals Stedin herhaaldelijk in haar brieven heeft aangegeven. [gedaagde] wordt daarom veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, zoals nader toegelicht onder rechtsoverweging 4.5.
4.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld. Daarom moet [gedaagde] de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stedin worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding



120,78

- griffierecht



135,00

- salaris gemachtigde



86,00

(2 punten × € 43,00)

- nakosten



21,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



363,28
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Stedin van € 75,-- aan vergoeding voor kosten voor buitengerechtelijke rechtsbijstand,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 363,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Voorrips en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

Artikel delen