ECLI:NL:RBDHA:2026:18586
Gemachtigde niet gemachtigd beroep in te stellen / niet-ontvankelijk
Rechtbank Den Haag 6 July 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:18586
text/xml
public
2026-07-06T19:28:38
2026-07-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-07-06
NL26.12155
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Groningen
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18586
text/html
public
2026-07-06T19:28:02
2026-07-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:18586 Rechtbank Den Haag , 06-07-2026 / NL26.12155
Gemachtigde niet gemachtigd beroep in te stellen / niet-ontvankelijk
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.12155
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
V-nummer: [nummer] ,
(gestelde gemachtigde: mr. B. de Haan),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. F.C. Vosman).
Procesverloop
1. Op 3 maart 2026 (het bestreden besluit) is de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag.
2. De gestelde gemachtigde heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3. De rechtbank heeft het beroep op 24 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gestelde gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
4. De rechtbank heeft op 1 juli 2026 het onderzoek heropend en aanvullende vragen gesteld over de volmacht.
5. Op 2 juli 2026 heeft de gestelde gemachtigde hierop gereageerd.
6. Op 6 juli 2026 heeft de minister hierop gereageerd.
7. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens op 6 juli 2026 gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Volmacht
8. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of de gestelde gemachtigde van eiser gemachtigd is namens eiser op te treden in de beroepsprocedure. Op de zitting heeft de gestelde gemachtigde van eiser aangegeven dat hij geen contact heeft kunnen krijgen met eiser, maar dat hij niet gemachtigd is om het beroep in te trekken. In zijn aanvullende reactie van 2 juli 2026 heeft de gestelde gemachtigde laten weten dat hij zich niet als gemachtigd beschouwt om te kunnen optreden in de beroepsprocedure in verband met het ontbreken van contact van eiser.
9. Uit het dossier blijkt dat de Raad voor Rechtsbijstand de gemachtigde op 23 januari 2026 heeft gekoppeld aan de zaak van eiser. De rechtbank stelt vast dat eiser op het moment van het instellen van beroep geen contact heeft gehad met de gemachtigde en dat eiser de gemachtigde ook niet heeft gemachtigd om namens hem beroep in te stellen bij de rechtbank. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de gestelde gemachtigde niet gerechtigd was om namens eiser beroep in te stellen bij de rechtbank. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.