Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:18587

Voorlopige voorziening

Rechtbank Den Haag 6 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:18587 text/xml public 2026-07-06T19:31:08 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-07-06 NL26.12156 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18587 text/html public 2026-07-06T19:30:30 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:18587 Rechtbank Den Haag , 06-07-2026 / NL26.12156
Voorlopige voorziening
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.12156
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , verzoeker,
V-nummer: [nummer] ,

(gestelde gemachtigde: mr. B. de Haan),

en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. F.C. Vosman).
Procesverloop
1. Bij het bestreden besluit van 3 maart 2026 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen.
1.1.
De gestelde gemachtigde van verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer NL26.12155) en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 24 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gestelde gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is op zitting gesloten.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft op 1 juli 2026 het onderzoek heropend en aanvullende vragen gesteld over de volmacht.
1.4.
Op 2 juli 2026 heeft de gestelde gemachtigde hierop gereageerd.
1.5.
Op 3 juli 2026 heeft de minister hierop gereageerd.
1.6.
De voorzieningenrechter heeft het onderzoek vervolgens op 3 juli 2026 gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker en dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Nu de gestelde gemachtigde niet gerechtigd was om beroep in te stellen, is de gestelde gemachtigde evenmin gerechtigd een verzoek om voorlopige voorziening in te stellen namens verzoeker.
Conclusie en gevolgen
3. Het verzoek is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Artikel delen