ECLI:NL:RBDHA:2026:18596
machtiging tot uithuisplaatsing 1:265b lid 1 BW
Rechtbank Den Haag 22 July 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:18596
text/xml
public
2026-07-22T08:17:13
2026-07-07
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-06-04
C/09/701098 / JE RK 26-396
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
NL
Den Haag
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18596
text/html
public
2026-07-22T07:48:16
2026-07-22
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:18596 Rechtbank Den Haag , 04-06-2026 / C/09/701098 / JE RK 26-396
machtiging tot uithuisplaatsing 1:265b lid 1 BW
RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/701098 / JE RK 26-396
Datum uitspraak: 4 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
'sGravenhage,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. J. de Koning uit Lisse.
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden Zuid-Holland,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
Bij beschikking van 25 maart 2026 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 25 december 2026 en een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 25 maart 2026 tot 25 juni 2026. Het verzoek is voor het overige aangehouden.
1.2.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 25 maart 2026 en de daarin genoemde stukken;
- het rapport van de Raad van 28 mei 2026.
1.3.
Op 4 juni 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] namens de Raad;
- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [naam 3] , de partner van de moeder, en [naam 4] , de gezinscoach van [zorginstantie 1] , bijzondere toestemming verleend om ter zitting aanwezig te zijn.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 25 maart 2026.
3Het verzoek
3.1.
De Raad handhaaft het aangehouden verzoek, dat strekt tot verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder de duur van drie maanden met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3.2.
De Raad heeft het aangehouden deel van het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. Doordat [minderjarige] een hogere dosis medicatie slikt, slaapt hij beter en heeft hij meer motivatie. Ook heeft hij een beter dag- en nachtritme, probeert hij meer te ondernemen en gamet hij minder. Het gaat mentaal beter met [minderjarige] en hij is minder agressief. [minderjarige] heeft goed contact met zijn moeder en het contact met zijn broertje is hersteld. Zorgelijk is wel dat hij nog geen onderwijs, behandeling of dagbesteding heeft. De Raad maakt zich zorgen over de sociaal-emotionele en didactische achterstand die [minderjarige] oploopt. [minderjarige] is erg gemotiveerd voor behandeling en het is zorgelijk dat hij deze door wachtlijsten nog niet heeft ontvangen. De Raad vindt het positief dat [minderjarige] over circa zes weken klinisch kan worden opgenomen bij [zorginstantie 2] . Tot die tijd kan [minderjarige] niet volledig naar huis toe omdat de draagkracht thuis onvoldoende is en zal hij, tot de klinische opname, bij [zorginstelling] moeten blijven. Het zou goed zijn als [minderjarige] tijdens de klinische opname in de weekenden thuis kan verblijven en de Raad ziet geen belemmering voor een opbouw van zijn verloven naar huis. De Raad wil benadrukken dat het de gecertificeerde instelling is die in samenspraak met de moeder en [minderjarige] hierover beslist.
4De standpunten
4.1.
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder is trots op [minderjarige] , omdat er een positieve lijn zichtbaar is. Wel raakt zij net als [minderjarige] uitgeput, omdat zij graag wil dat hij naar huis komt maar ook weet dat hij eerst behandeling nodig heeft. Het is niet mogelijk dat [minderjarige] volledig naar huis toe komt, maar de moeder wil wel dat dit opgebouwd wordt. De moeder heeft voorgesteld dat [minderjarige] elke week van maandag 11:00 tot dinsdag 11:00 bij haar zal verblijven.
4.2.
De gecertificeerde instelling onderschrijft het verzoek van de Raad. Op de dag van de zitting is bekend geworden dat [zorginstantie 2] vanaf het begin van de zomervakantie, en misschien eerder, een plek heeft voor een klinische opname. Hierbij zal [minderjarige] intensief behandeld worden voor trauma’s en emotieregulatie. Er is schematherapie en er is een duidelijke dagopbouw. [minderjarige] zou met instemming van de moeder in het weekend naar huis kunnen gaan. De jeugdbeschermer zal kijken of zij met [minderjarige] een bezoek aan [zorginstantie 2] kan inplannen zodat hij de opnameplek kan zien en vragen kan stellen. Ter zitting heeft de jeugdbeschermer benadrukt dat zij geen belemmering ziet om de tijd die [minderjarige] thuis is verder op te bouwen.
5De beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
5.2.
[minderjarige] heeft de afgelopen drie maanden zichtbaar een positieve ontwikkeling meegemaakt. Doordat hij een hogere dosis slaapmedicatie slikt, slaapt hij beter. Hij heeft een beter dag- en nachtritme en is minder gaan gamen. Hierdoor is hij minder agressief. [minderjarige] is gemotiveerd voor behandeling en onderwijs en onderneemt meer op een dag. Voor alle betrokkenen is duidelijk dat [minderjarige] niet op zijn plek zit bij [zorginstelling] en dat hij behandeling en duidelijkheid nodig heeft. Er is zicht op een klinische behandelplek bij [zorginstantie 2] binnen circa zes weken. Hier zal [minderjarige] zestien weken lang een intensief behandeltraject volgen gericht op traumaverwerking en emotieregulatie. In de weekenden zal [minderjarige] bij de moeder verblijven. In de tussentijd, tijdens het verdere voorlopige verblijf bij [zorginstelling] , is het van belang dat [minderjarige] meer naar huis toe zal gaan om te voorkomen dat hij mentaal uitgeput raakt. Ter zitting is afgesproken dat [minderjarige] in beginsel elke maandag van 11:00 tot dinsdag 11:00 bij de moeder zal verblijven. De kinderrechter benadrukt dat de gecertificeerde instelling - in samenspraak met de moeder en [minderjarige] - regie voert over de opbouw van het verblijf van [minderjarige] thuis. [zorginstelling] heeft hierbij geen beslissende rol. De kinderrechter begrijpt dat het bovenstaande traject zeer ingrijpend is voor [minderjarige] en zijn gezin. De klinische behandeling kan voor een tijdelijke terugslag zorgen, maar de kinderrechter is het met alle betrokkenen eens dat dit wel het beste voor hem is op de lange termijn.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Kindbrief
Zoals afgesproken met [minderjarige] en zoals ook tijdens de mondelinge behandeling is besproken,
heeft de kinderrechter haar beslissing in een brief aan [minderjarige] uitgelegd. Hieronder volgt de
tekst van die brief, zodat de moeder weet welke boodschap [minderjarige] heeft ontvangen.
Beste [minderjarige] ,
Op 3 juni was jij op de rechtbank en hebben wij opnieuw met elkaar gepraat. Ik was zo blij om te horen en te zien dat het zoveel beter met jou gaat! Je vertelde dat het mentaal een stukje beter gaat, dat je meer naar huis gaat, dat je leuke dingen met je moeder hebt gedaan en dat je ook veel beter slaapt. Je hebt meer energie, gaat meer naar buiten en bent minder aan het gamen. Ook wordt er bij [zorginstelling] nu iets beter met jou gecommuniceerd. Hoewel dat nog wel beter kan. Ook is het plan dat jij weer naar [schoolnaam] gaat en je hebt mij verteld dat jij heel gemotiveerd bent voor behandeling, maar dat dat tot nu toe nog niet van de grond is gekomen.
Nadat ik met jouw moeder, [naam 2] en de mevrouw van de Raad voor de Kinderbescherming had gesproken, hebben wij nog even kort gepraat, voordat ik een beslissing nam. Dit ging namelijk over een plek die er voor jou vrij is gekomen bij [zorginstantie 2] , waar jij intern behandeld kan worden voor je trauma’s. Jij hebt verteld dat je dat wel spannend vindt, maar ook begrijpt dat dit misschien wel goed voor jou kan zijn. Ik heb jou verteld dat dat een heel goede plek is, waar lieve mensen werken, die jou heel goed kunnen helpen en behandelen.
[minderjarige] , ik ben trots op jou. Ik vind het knap dat je in korte tijd al zoveel stappen hebt gezet en dat het al een stuk beter met je gaat. Ik wens je toe dat het nog veel beter met je gaat en dat je je in de toekomst niet meer somber zult voelen. Ik hoop dat [zorginstantie 2] een goede plek voor jou zal zijn, waar je veel zult leren en een goede behandeling krijgt. Ik heb daar alle vertrouwen in.
Voor jouw moeder en de jeugdbeschermer maak ik weer een officiële uitspraak waarin ik ook de inhoud van deze brief opneem. Zo weten zij ook wat ik aan jou heb geschreven.
Ik zal aan jou denken de komende tijd en wens je veel kracht toe!
Hartelijke groet,
de kinderrechter.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 25 juni 2026 tot 25 september 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. M. de Kleine, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.