Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:19882

Vervangende toestemming psychologisch onderzoek; toewijzing

Rechtbank Den Haag 3 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:19882 text/xml public 2026-08-03T11:51:12 2026-07-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-06-18 C/09/701535 / FA RK 26-2643 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19882 text/html public 2026-08-03T11:50:49 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:19882 Rechtbank Den Haag , 18-06-2026 / C/09/701535 / FA RK 26-2643
Vervangende toestemming psychologisch onderzoek; toewijzing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-2643

Zaaknummer: C/09/701535

Datum beschikking: 18 juni 2026
Vervangende toestemming psychologisch onderzoek
Beschikking op het op 13 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. F.P. Slijkhuis te Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.W. van den Hoek te Leiden.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het verzoekschrift;

het F9-formulier van 26 maart 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen;

het verweerschrift.

De minderjarige [minderjarige 2] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt.

Op 21 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

[naam 1] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van 2007 tot 2021.

- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ,

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats] ,

- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats] .

- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

- [minderjarige 1] en [minderjarige 3] hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder en [minderjarige 2] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vader.

- Bij beschikking van de rechtbank Limburg van 10 september 2021 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Daarbij is een ouderschapsplan en convenant aan de beschikking gehecht.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt te bepalen dat aan de vader toestemming wordt verleend, welke de toestemming van de moeder vervangt, voor het laten uitvoeren van een autisme onderzoek door een psycholoog voor de minderjarige [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] , een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de moeder verzocht de kosten van deze procedure te compenseren, in die zin dat ieder der partijen zijn of haar eigen kosten draagt, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Vervangende toestemming psychologisch onderzoek

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen daaromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Omdat tijdens de mondelinge behandeling een schikking op de voet van het vijfde lid van dat wetsartikel tussen de ouders onmogelijk is gebleken, zal de rechtbank een beslissing nemen die haar in het belang van [minderjarige 2] wenselijk voorkomt.

Inhoudelijke beoordeling

De vader wil dat [minderjarige 2] wordt onderzocht op autisme en voert daartoe het volgende aan. De vader heeft in 2020 voor het eerst aangegeven het vermoeden te hebben dat [minderjarige 2] een vorm van autisme heeft. Dat vermoeden is versterkt doordat de vader vorig jaar zelf gediagnosticeerd is met autisme. Volgens de vader heeft de [instelling 1] bij de ouders aangegeven dat zij een dergelijke diagnose niet kunnen stellen en dat daarvoor meer onderzoek nodig is. Omdat [minderjarige 2] volgend (school)jaar naar de middelbare school gaat, vindt de vader het nu een goed moment om hem te laten onderzoeken. Immers, als blijkt dat hij een vorm van autisme heeft, kan er meer ondersteuning voor hem worden geregeld. De moeder wil haar toestemming niet geven, zodat de vader verzoekt om hem vervangende toestemming hiervoor te verlenen.

De moeder voert verweer. Zij stelt dat [minderjarige 2] twee jaar geleden nog uitgebreid is onderzocht door [instelling 2] , waarbij mogelijk autisme is meegenomen. Na uitgebreid onderzoek is geconcludeerd dat nader onderzoek van [minderjarige 2] niet nodig is. De moeder is van mening dat [minderjarige 2] al meer dan genoeg last heeft van de situatie tussen de ouders. Zij wil hem dan ook niet (onnodig) opnieuw onderwerpen aan allerlei onderzoeken.

Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende duidelijk geworden. [minderjarige 2] is twee jaar geleden onderzocht door [instelling 2] . Van dat onderzoek is een verslag opgemaakt. Onder het kopje ‘Reden van aanmelding en hulpvraag’ is opgenomen dat de vader zich afvraagt of er mogelijk meer aan de hand is met [minderjarige 2] zoals hechtingsproblemen of autisme. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat dit vermoeden van de vader is meegenomen in het onderzoek. De in het verslag opgenomen conclusie van het [instelling 2] luidt dat uit dit screeningsonderzoek geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat een uitgebreid psychiatrisch onderzoek bij [minderjarige 2] noodzakelijk is. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de vader in het verleden zelf last heeft ondervonden van zijn destijds nog niet gediagnosticeerde autisme, is het de rechtbank onvoldoende gebleken dat [minderjarige 2] op dit moment dezelfde last ervaart. Daarbij heeft [minderjarige 2] twee keer per jaar een gesprek met mevrouw [naam 2] van de [instelling 1] . Ook heeft de moeder op de zitting aangegeven dat hij op zijn nieuwe school extra begeleiding krijgt in de vorm van een huiswerkklas en trainingen waar hij leert plannen en organiseren. De rechtbank gaat ervan uit dat het tijdig door deze betrokkenen wordt opgemerkt als [minderjarige 2] problemen ondervindt en dat op dat moment alsnog gekeken zal worden of verder onderzoek helpend kan zijn. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het op dit moment niet in het belang van [minderjarige 2] is dat hij wordt onderworpen aan een onderzoek naar autisme. Het verzoek van de vader zal dan ook worden afgewezen.

De rechtbank merkt daarbij op dat de Raad op de zitting heeft geopperd dat de vader mogelijk bij mevrouw [naam 2] terecht kan met zijn vragen over [minderjarige 2] en hoe hij [minderjarige 2] kan helpen met zaken waar hij tegenaan loopt. De rechtbank kan zich in deze suggestie van de Raad vinden.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de

rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:

*

wijst af het verzoek van de vader;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 18 juni 2026.

Artikel delen