Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:21318

Voorlopige voorzieningen. Gedeeltelijke overeenstemming. Voorlopige zorgregeling.

Rechtbank Den Haag 20 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:21318 text/xml public 2026-08-20T08:42:58 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-06-30 C/09/701063 / FA RK 26-2361 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21318 text/html public 2026-08-20T08:42:32 2026-08-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:21318 Rechtbank Den Haag , 30-06-2026 / C/09/701063 / FA RK 26-2361
Voorlopige voorzieningen. Gedeeltelijke overeenstemming. Voorlopige zorgregeling.

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-2361

Zaaknummer: C/09/701063

Datum beschikking: 30 juni 2026
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 10 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. S. Bhulai te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.G.J. Van Kerkhof te Gilze.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

 het verzoekschrift van de moeder met bijlagen;

 het aangepaste verzoekschrift van de moeder met bijlagen;

 het bericht van de vader op 15 juni 2026;

 het bericht van de vader op 16 juni 2026.

Op 16 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
 Partijen zijn gehuwd op [datum] 2024 in [plaats] in beperkte gemeenschap van goederen.

 Zij zijn de ouders van het nog minderjarige kind:

 [de minderjarige 1] ( [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1] .

 De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over [de minderjarige 1] .

 Uit een andere relatie heeft de moeder het volgende minderjarige kind dat tevens bij haar in huis woont:

 [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2] .

 De moeder heeft met deze voorlopige voorzieningenprocedure ook een echtscheidingsverzoek ingediend.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt, na wijziging, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat:

 de moeder bij uitsluiting van de vader gerechtigd zal zijn tot het voortgezet gebruik van de huurwoning met bijbehorende inboedel, althans om toewijzing van het voortgezet gebruik van de woning aan de [adres] en de vader te bevelen de woning niet meer te betreden;

 [de minderjarige 1] aan de moeder wordt toevertrouwd;

 [de minderjarige 1] elk weekend vanaf vrijdagmiddag na opvang tot maandagavond 18:00 uur naar vader gaat, met dien verstande dat:

 [de minderjarige 1] door de vader vóór 17:00 uur van de opvang wordt opgehaald en de vader de moeder via een Whatsapp bericht laat weten dat [de minderjarige 1] opgehaald is en hoe het gegaan is bij de opvang;

 de moeder op zaterdag, in de pauzetijd van kerk, vanaf 17:00 uur tot 19:30 uur [de minderjarige 1] zal zien en meenemen om wat te gaan eten samen met haar halfzus, waarna de vader [de minderjarige 1] na de avonddienst om 21:00 uur ophaalt uit de kinderkamer van de kerk;

 op zondag rond 13:00 uur een videobelmoment zal zijn met de moeder, zodat de moeder kan zien hoe het met [de minderjarige 1] gaat, op straffe van een dwangsom van € 25,00 voor elke keer en elke dag de vader de regeling niet nakomt, tot een maximum van €1.000,00;

 [de minderjarige 1] op de eerste zondag van de maand bij de moeder is, waarbij de moeder haar om 11.00 uur ophaalt en om 18.00 uur terugbrengt;

 de moeder [de minderjarige 1] maandagavond om 18:00 uur op een vaste plek ophaalt;

 dat de vader met ingang van 30 juni 2026 gehouden is een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige 1] te voldoen van € 125,00 per maand en met ingang van 31 juli 2026 van € 150,00 per maand.

De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Uit de stukken en op de zitting is gebleken dat de ouders op een aantal punten overeenstemming hebben bereikt. Partijen hebben afgesproken dat:

de vader met ingang van 1 juli 2026 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 1] zal betalen van € 125,- per maand en met ingang van 1 augustus 2026 van € 150,- per maand;

het voortgezet gebruik van de echtelijke woning aan de moeder toekomt;

[de minderjarige 1] aan de moeder wordt toevertrouwd.

Nu de ouders tot overeenstemming zijn gekomen en het de rechtbank niet is gebleken dat deze afspraken niet in lijn zijn met de wettelijke maatstaven, noch dat het belang van [de minderjarige 1] zich hiertegen verzet, zal de rechtbank overeenkomstig de tussen partijen gemaakte afspraken beslissen.

Voorlopige zorgregeling

Waar de ouders het over eens zijn

Voorafgaand aan en tijdens de zitting hebben de ouders op enkele geschilpunten overeenstemming bereikt. Zij hebben afgesproken dat de vader [de minderjarige 1] op vrijdagmiddag uiterlijk 17.00 uur van de opvang haalt en daarna de moeder laat weten hoe het is gegaan die dag.

Op zaterdag zal de moeder [de minderjarige 1] in de pauzetijd van de kerk meenemen om samen te gaan eten en de vader neemt [de minderjarige 1] na de avonddienst weer mee, behalve in het eerste weekend van iedere maand. In het eerste weekend van de maand gaat [de minderjarige 1] na de kerkdienst op zaterdag mee met de moeder en brengt de moeder haar op zondag om 18.00 uur naar de vader toe. Op de zondagen dat [de minderjarige 1] bij de vader verblijft, zal hij voor 16:00 uur ten minste één foto en/of filmpje van [de minderjarige 1] naar de moeder sturen.

Nu niet is gebleken dat het belang van [de minderjarige 1] zich tegen deze afspraken verzet, zal de rechtbank overeenkomstig het voorgaande beslissen.

Waar de ouders het niet over eens zijn

De ouders hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over het moment waarop [de minderjarige 1] weer bij de moeder terug moet zijn. De moeder wil dat [de minderjarige 1] op maandag om 18.00 weer bij haar is. Op die manier heeft [de minderjarige 1] een vaste weekstructuur en kan zij weer even tot rust komen bij de moeder thuis, voordat zij op dinsdagochtend naar de opvang moet. De moeder woont bovendien veel dichter bij de opvang van [de minderjarige 1] , en [de minderjarige 1] zal dus veel vroeger op moeten staan als zij door haar vader naar de opvang wordt gebracht. Dit acht de moeder niet in haar belang.

De vader wil [de minderjarige 1] op dinsdagochtend – of, in de eerste week van de maand, als zij op zondag bij haar moeder is geweest, op woensdagochtend – naar de opvang brengen. Op die manier blijft de vader betrokken bij en in contact met de opvang van [de minderjarige 1] en bovendien voorkomt deze wijze van overdracht discussies en spanningen tussen de ouders, waarmee de overdracht op maandagavond vaak gepaard gaat. De langere reistijd is naar mening van de vader geen belemmering, aangezien hij het met [de minderjarige 1] altijd heel gezellig maakt in de auto en zij ook als zij een uur eerder van huis moet vertrekken dan bij de moeder het geval is, nog altijd voldoende slaap kan krijgen.

De rechtbank overweegt als volgt. De ouders zijn, zoals de rechtbank ook op zitting heeft kunnen vaststellen, niet in staat constructief met elkaar te communiceren. Dat levert veel spanning en discussies op, onder meer rondom de overdrachtsmomenten. De rechtbank heeft met de ouders de mogelijkheid tot ouderschapsbemiddeling besproken, maar moeder staat daar niet voor open, zodat de rechtbank niet verwacht dat er op korte termijn voldoende verbetering in de onderlinge communicatie zal komen om de spanning rondom de overdrachtsmomenten te verminderen. De rechtbank acht het niet in het belang van [de minderjarige 1] om wekelijks met de spanning tussen haar ouders geconfronteerd te worden. Om die reden acht de rechtbank overdracht via de opvang meer in het belang van [de minderjarige 1] dan overdracht waarbij de ouders elkaar wekelijks treffen of wekelijks afspraken moeten maken over de exacte locatie en het tijdstip van de overdracht. De rechtbank heeft begrip voor de wens van de moeder om [de minderjarige 1] een vaste weekstructuur te bieden, maar ziet daarin geen aanleiding anders te beslissen. Ook met de door de vader verzochte regeling is immers sprake van een vaste structuur. Dat [de minderjarige 1] een uur eerder de deur uit moet als zij door haar vader naar de opvang wordt gebracht, acht de rechtbank in dit kader van ondergeschikt belang. De rechtbank zal daarom beslissen dat de vader [de minderjarige 1] op dinsdagochtend naar de opvang brengt en op woensdagochtend in de week dat [de minderjarige 1] de zondag met haar moeder spendeert.

Dwangsom

De rechtbank heeft geen aanleiding om aan te nemen dat de vader de afspraken zoals hiervoor genoemd niet zal nakomen. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder met betrekking tot de dwangsom daarom af.
Beslissing
De rechtbank:

bepaalt dat de moeder bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres] en beveelt mitsdien dat de vader die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

bepaalt dat de minderjarige:

 [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1] ;

aan de moeder zal worden toevertrouwd;

stelt als voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast dat [de minderjarige 1] bij de vader zal zijn:

in het eerste weekeinde van iedere maand: van vrijdagmiddag na de opvang tot zaterdag na de kerkdienst en van zondagavond 18.00 uur tot woensdagochtend naar de opvang;

in alle overige weekenden: van vrijdagmiddag na de opvang tot dinsdag naar de opvang;

met dien verstande dat:

 [de minderjarige 1] op vrijdag door de vader vóór 17:00 uur van de opvang wordt opgehaald en de vader de moeder via Whatsapp laat weten dat [de minderjarige 1] opgehaald is en hoe het gegaan is bij de opvang;

 de moeder iedere zaterdag, in de pauzetijd van kerk, vanaf 17:00 uur tot 19:30 uur [de minderjarige 1] bij zich zal hebben;

 de vader op de zondagen dat [de minderjarige 1] bij hem verblijft om uiterlijk 16.00 uur ten minste één foto en/of filmpje van [de minderjarige 1] aan de moeder stuurt;

bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van 1 juli 2026 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 1] (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 125,- per maand zal betalen, en met ingang van 1 augustus 2026 een bedrag van € 150,- , telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.

Artikel delen