ECLI:NL:RBDHA:2026:21531
Vaststelling zorgregeling en hoofdverblijfplaats, verzoek tot vaststelling kinderalimentatie wordt aangehouden.
Rechtbank Den Haag 20 August 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21531
text/xml
public
2026-08-20T11:40:34
2026-08-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-07-02
C/09/699800 / FA RK 26-1610
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
NL
Den Haag
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21531
text/html
public
2026-08-20T11:40:01
2026-08-20
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:21531 Rechtbank Den Haag , 02-07-2026 / C/09/699800 / FA RK 26-1610
Vaststelling zorgregeling en hoofdverblijfplaats, verzoek tot vaststelling kinderalimentatie wordt aangehouden.
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1610
Zaaknummer: C/09/699800
Datum beschikking: 2 juli 2026
Gezagsuitoefening en kinderalimentatie
Beschikking op het op 13 februari 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M.C. Wittens te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.C. Göçmen te Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het F9-formulier van 19 februari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage;
het F9-formulier van 25 februari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage;
het F9-formulier van 20 mei 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen.
Op 4 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: beide ouders, bijgestaan door hun advocaten en [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt:
te bepalen dat [minderjarige 1] zijn hoofdverblijfplaats bij haar zal hebben;
de navolgende voorlopige zorgregeling tussen de vader en [minderjarige 1] vast te stellen:
[minderjarige 1] verblijft iedere woensdagmiddag uit school tot de avond na het avondeten bij de vader, waarbij de vader [minderjarige 1] uit school haalt en [minderjarige 1] na het avondeten bij de moeder zal thuisbrengen;
[minderjarige 1] verblijft iedere zondag van 10.00 uur tot 16.00 uur bij de vader, waarbij de vader [minderjarige 1] zal ophalen en weer zal thuisbrengen.
waarbij de vakantie- en feestdagen tussen partijen in onderling overleg zullen worden verdeeld;
vanaf het moment dat de man een eigen (huur)woning heeft dan wel een eigen slaapkamer voor [minderjarige 1] heeft weten te realiseren de navolgende vaste zorgregeling vast te stellen:
[minderjarige 1] verblijft iedere woensdagmiddag uit school tot de avond na het avondeten bij de vader, waarbij de vader [minderjarige 1] uit school haalt en [minderjarige 1] na het avondeten bij de moeder zal thuisbrengen;
[minderjarige 1] verblijft om de week van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 18.00 uur bij de vader, waarbij de vader [minderjarige 1] op vrijdagmiddag uit school haalt en [minderjarige 1] op zondagavond weer bij de moeder thuisbrengt.
waarbij de vakantie- en feestdagen conform het navolgende schema worden
verdeeld:
Zomervakantie: even jaren de eerste drie weken bij de moeder en de daaropvolgende drie weken bij de vader. Oneven jaren de eerste drie weken bij de vader en de daaropvolgende drie weken bij de moeder:
Meivakantie: even jaren de eerste week bij de vader en tweede week bij de moeder, oneven jaren eerste week bij de moeder en tweede week bij de vader;
Kerstvakantie: even jaren de eerste week bij de vader en tweede week bij de moeder, oneven jaren eerste week bij de moeder en tweede week bij de vader;
Goede vrijdag: volgens reguliere zorgregeling;
Eerste paasdag: ieder jaar bij de moeder;
Tweede paasdag: ieder jaar bij de vader;
Koningsdag: volgens de reguliere zorgregeling;
Hemelvaartsdag: volgens reguliere zorgregeling;
Eerste pinksterdag: ieder jaar bij de moeder;
Tweede pinksterdag: ieder jaar bij de vader;
Sinterklaas: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader tot 6 december naar school;
Eerste kerstdag: even jaren bij de vader, oneven jaren bij de moeder;
Tweede kerstdag: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
Oudejaarsavond: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader vanaf 12.00 uur;
Nieuwjaarsdag: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader tot 12.00 uur;
Moederdag: bij de moeder;
Vaderdag: bij de vader;
Verjaardag [minderjarige 1] , moeder en vader: conform reguliere zorgregeling;
- te bepalen dat de vader aan de moeder een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] dient te leveren van € 450,- per maand, dan wel een ander door de rechtbank in goede justitie vast te stellen maandelijkse bijdrage, met ingang van 1 juli 2025, dan wel een andere datum door de rechtbank in goede justitie vast te stellen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vader heeft nog geen verweer gevoerd.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad met elkaar.
- Zij zijn de ouders van het volgende kind:
- - [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] uit, blijkens een aantekening in het gezagsregister van 22 maart 2021.
- [minderjarige 1] woont bij de moeder.
- De moeder is tevens de moeder van [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2] .
- De vader is tevens de vader van [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2013 te [geboorteplaats 3] .
Beoordeling
Hoofdverblijfplaats
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen daaromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Nu tijdens de mondelinge behandeling een schikking op de voet van het vijfde lid van dat wetsartikel tussen de ouders onmogelijk is gebleken, zal de rechtbank een beslissing nemen die haar in het belang van [minderjarige 1] wenselijk voorkomt. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan de rechtbank in een voorkomend geval een regeling vaststellen over de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan de vaststelling van de hoofdverblijfplaats omvatten.
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting is gebleken dat de vader ermee instemt dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de moeder wordt bepaald. Nu niet gebleken is dat het belang van [minderjarige 1] zich hiertegen verzet, zal het verzoek van de moeder worden toegewezen.
Vaststelling zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen daaromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Nu tijdens de mondelinge behandeling een schikking op de voet van het vijfde lid van dat wetsartikel tussen de ouders onmogelijk is gebleken, zal de rechtbank een beslissing nemen die haar in het belang van [minderjarige 1] wenselijk voorkomt. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan de rechtbank in een voorkomend geval een regeling vaststellen over de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan de vaststelling van een zorgregeling omvatten.
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting is gebleken dat partijen inmiddels al enige tijde de door de moeder verzochte regeling nakomen, met dien verstande dat de vader op dit moment niet over een woning beschikt waar [minderjarige 1] kan blijven overnachten. Deze regeling verloopt naar tevredenheid van beide partijen, hoewel er zo nu en dan sprake is van een misverstand. Op de zitting is daarom ook gesproken over de mogelijkheid om partijen te verwijzen naar ouderschapsbemiddeling. Partijen hebben echter aangegeven hier op dit moment geen behoefte aan te hebben. Partijen zijn van mening dat op het moment dat de huidige afspraken worden vastgelegd in een beschikking, dit ook de communicatie onderling ten goede zal komen. Daarnaast zal de zorgregeling ook worden uitgebreid op het moment dat de vader over een geschikte woning beschikt en [minderjarige 1] daar ook kan blijven slapen. De rechtbank zal daarom conform het verzoek van de moeder beslissen en de zorgregeling vastleggen.
Tot slot legt de rechtbank nog vast dat op de zitting door de moeder is toegezegd dat zij de vader voortaan zal informeren wanneer zij een weekendje weggaat zonder [minderjarige 1] of wanneer zij hem afmeldt van school. De rechtbank gaat ervan uit dat de moeder deze toezegging zal nakomen.
Kinderalimentatie
Op het moment van indiening van het verzoekschrift had de vader geen vast adres in Nederland, hierdoor was ook geen adres bij de rechtbank bekend waar het verzoekschrift naartoe kon worden gestuurd. Kort voorafgaand aan de zitting is gebleken dat de vader inmiddels weer ingeschreven stond op een adres in Nederland en is het verzoekschrift alsnog naar hem gestuurd. De vader heeft hierdoor echter nog geen verweertermijn gehad. Op 1 juni 2026 heeft de advocaat van de vader zich gesteld en daarbij ook om aanhouding van de zitting gevraagd. Ter onderbouwing is aangevoerd dat de vader onlangs is toegelaten tot een minnelijk schuldhulptraject en dat hij 2 juni 2026 de intake zou hebben. Het is daarom voor de (advocaat van de) vader niet mogelijk om op tijd verweer te voeren.
Op de zitting is het een en ander met partijen besproken. De rechtbank en partijen zijn het erover eens dat het in het belang van [minderjarige 1] is dat een kinderalimentatie wordt vastgesteld die de vader ook daadwerkelijk kan betalen. Daarvoor zijn echter ook de stukken uit het schuldhulptraject nodig. Op de zitting is daarom besproken dat de (advocaat van de) vader een termijn van vier weken krijgt, te weten tot 2 juli 2026 om verweer te voeren, dan wel de rechtbank te berichten wat de stand van zaken is. Daarna krijgt de moeder een termijn van twee weken om te reageren, te weten tot 16 juli 2026. Na ontvangst van een reactie van de moeder, krijgt de vader weer een termijn van twee weken (tot 30 juli 2026). Na ontvangst van alle reacties, zal de rechtbank de zaak in beginsel schriftelijk afdoen.
De rechtbank zal daarom in deze beschikking nog geen beslissing nemen ten aanzien van de alimentatie. Dit verzoek zal worden aangehouden tot 1 augustus 2026 in afwachting van de berichten van partijen.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ,
de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder;
*
bepaalt dat [minderjarige 1] bij de vader zal zijn:
tot de vader over geschikte woonruimte beschikt waar [minderjarige 1] kan blijven overnachten:
iedere woensdagmiddag uit school tot de avond na het avondeten, waarbij de vader [minderjarige 1] uit school haalt en [minderjarige 1] na het avondeten bij de moeder zal thuisbrengen;
iedere zondag van 10.00 uur tot 16.00 uur, waarbij de vader [minderjarige 1] zal ophalen en weer zal thuisbrengen.
waarbij de vakantie- en feestdagen tussen partijen in onderling overleg zullen worden verdeeld;
vanaf het moment dat de vader een eigen (huur)woning heeft dan wel een eigen slaapkamer voor [minderjarige 1] heeft weten te realiseren:
iedere woensdagmiddag uit school tot de avond na het avondeten, waarbij de vader [minderjarige 1] uit school haalt en [minderjarige 1] na het avondeten bij de moeder zal thuisbrengen;
om de week van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 18.00 uur, waarbij de vader [minderjarige 1] op vrijdagmiddag uit school haalt en [minderjarige 1] op zondagavond weer bij de moeder thuisbrengt.
Zomervakantie: even jaren de eerste drie weken bij de moeder en de daaropvolgende drie weken bij de vader. Oneven jaren de eerste drie weken bij de vader en de daaropvolgende drie weken bij de moeder:
Meivakantie: even jaren de eerste week bij de vader en tweede week bij de moeder, oneven jaren eerste week bij de moeder en tweede week bij de vader;
Kerstvakantie: even jaren de eerste week bij de vader en tweede week bij de moeder, oneven jaren eerste week bij de moeder en tweede week bij de vader;
Goede vrijdag: volgens reguliere zorgregeling;
Eerste paasdag: ieder jaar bij de moeder;
Tweede paasdag: ieder jaar bij de vader;
Koningsdag: volgens de reguliere zorgregeling;
Hemelvaartsdag: volgens reguliere zorgregeling;
Eerste pinksterdag: ieder jaar bij de moeder;
Tweede pinksterdag: ieder jaar bij de vader;
Sinterklaas: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader tot 6 december naar school;
Eerste kerstdag: even jaren bij de vader, oneven jaren bij de moeder;
Tweede kerstdag: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
Oudejaarsavond: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader vanaf 12.00 uur;
Nieuwjaarsdag: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader tot 12.00 uur;
Moederdag: bij de moeder;
Vaderdag: bij de vader;
Verjaardag [minderjarige 1] , moeder en vader: conform reguliere zorgregeling;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere beslissing ten aanzien van de kinderalimentatie aan tot 1 augustus 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2026.