ECLI:NL:RBDHA:2026:21732text/xmlpublic2026-08-04T18:00:112026-08-04Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-04NL26.14239 en NL26.14240UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLGroningenBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21732text/htmlpublic2026-08-04T12:52:192026-08-04Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:21732 Rechtbank Den Haag , 04-08-2026 / NL26.14239 en NL26.14240 Somalië. Herkomst ongeloofwaardig. Beroep gegrond.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: NL26.14239 en NL26.14240
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres], eiseres V-nummer: [nummer 1],
en
[eiser 1]
, eiser
V-nummer: [nummer 2],
gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. R. Balkenende), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. G.J. Westendorp). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de besluiten tot afwijzing van de asielaanvragen niet in stand kunnen blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben op 12 juni 2023, samen met hun kleinkinderen, een asielaanvraag ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 9 maart 2026 de aanvragen van eisers afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. 2.2. De rechtbank heeft de beroepen op 9 juni 2026 op zitting behandeld, samen met dat van de kleinkinderen. Aan de zitting hebben deelgenomen: eisers, hun gemachtigde, de kleinkinderen, een voogd van Nidos, een tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas
3. Eisers hebben zes kinderen waarvan er nog drie in leven zijn. Eén van de kinderen is de moeder van de kleinkinderen waarmee zij Somalië zijn ontvlucht. De vader van de kleinkinderen is al vroeg uit hun leven vertrokken. Al Shabaab wilde dat twee van de nog in leven zijnde kinderen van eisers, waaronder de moeder van de kleinkinderen, zich bij Al Shabaab aansloten, maar dit hebben zij niet gedaan. De moeder van de kleinkinderen is vermist en eisers hebben de zorg van de kleinkinderen op zich genomen. De kleindochter is meervoudig gehandicapt. Door de omstandigheden in Somalië moesten eisers vaak vluchten en hebben ze op verschillende plekken in Somalië gewoond, zowel in het noorden als het zuiden. Laatstelijk woonden zij, met de kinderen, in Shalanbood en Mogadishu (Zuid-Somalië). Daar werden ze lastiggevallen door Al Shabaab. Omdat de gezondheid van eiser niet goed was werd het gezin financieel ondersteund door eiser zijn broer. De broer werd ook lastiggevallen door Al Shabaab en is uiteindelijk door hen vermoord. Eisers en de kleinkinderen kunnen niet terug naar Somalië omdat ze vrezen ook te worden vermoord door Al Shabaab. Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Problemen met Al Shabaab. 4.1. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit en nationaliteit geloofwaardig zijn, maar de herkomst niet. Omdat een asielmotief slechts betekenis heeft tegen de achtergrond van de identiteit, nationaliteit en herkomst en de herkomst niet geloofwaardig is, wordt het andere motief niet getoetst. Omdat hetgeen eisers over hun herkomst hebben verklaard niet strookt met de taalanalyse en zij zich niet onverwijld hebben gemeld, zijn de aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond. 4.2. Eisers en hun kleinkinderen hebben uitstel van vertrek gekregen tot 9 maart 2026 op grond van artikel 64 van de Vw. De standpunten van partijen
5. De aanvragen zijn afgewezen als kennelijk ongegrond omdat de herkomst niet geloofwaardig is geacht en eisers zich niet onverwijld hebben gemeld. Volgens eisers zijn beide punten onvoldoende gemotiveerd. 5.1. Over de herkomst stellen eisers het volgende. Er wordt gesteld dat eisers niet de taal spreken die overeenkomt met die van enige gangbare Somalische taalvariant in het gestelde herkomstgebied. Dit is volgens eisers niet juist. In de zienswijze hebben zij al een kaartje overgelegd van ‘Translators without borders’ waarop te zien is dat er vier talen worden gesproken in het district Marka, waar eisers woonden. De meest gesproken taal is Benadiri Somalisch, deze taal wordt door 43% van de bevolking gesproken. Daarnaast wordt in dat gebied door 22% van de bevolking Noord-Somalisch gesproken, de taal die eisers ook spreken. Dit heeft te maken met stamverhuizingen vanaf de jaren negentig. De taal die eisers spreken is dus weldegelijk een gangbare Somalische taalvariant in het gestelde herkomstgebied. De minister heeft deze informatie niet voorgelegd aan het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT), maar enkel benoemd dat eisers niet uit Marka komen. Dat zij niet uit Marka komen, klopt niet, de laatste woonplaats Shalanbood ligt in Marka. In beroep hebben eisers daarnaast ook van het district Banadir (Mogadishu) een kaartje overgelegd, voor dit district gelden vergelijkbare percentages van Noord-Somalisch sprekende mensen. 5.2. Verder stellen eisers dat in de taalanalyse wordt verwezen naar een onderzoek van Lamberti uit 1986, dat is verouderd. In dit onderzoek is geen rekening gehouden met latere (stam)verhuizingen door de burgeroorlog en andere conflicten. Eisers verwijzen naar verschillende bronnen. Het onderzoek van Lamberti geeft dus niet het juiste beeld van de op dit moment gesproken taal in het genoemde gebied weer. In de taalanalyse wordt enkel naar het onderzoek van Lamberti verwezen, niet naar andere bronnen. Door uit te gaan van de taalanalyse zonder voorgaande mee te nemen heeft de minister volgens eisers niet voldaan aan zijn vergewisplicht. 5.3. Dat eisers zich niet meteen bij aankomst zouden hebben gemeld is onjuist. Zij zijn op 28 mei 2023 in Nederland aangekomen en hebben zich op 30 mei 2023, binnen 48 uur, gemeld in Ter Apel. Het was avond zodat zij zich pas de volgende dag officieel kon aanmelden. 6. De minister stelt dat sprake is van wisselende verklaringen over de levensloop en woonplaatsen van eisers. Hun verklaringen daarover rijmen daarnaast niet met die van de gezinsleden en bovendien wijst de taalanalyse uit dat de door eisers gestelde levensloop niet geloofwaardig is. De minister meent dat hij in beginsel uit mag gaan van het advies van het TOELT. Ter zitting is door de minister toegelicht dat het door eisers ingediende kaartje niet is voorgelegd aan het TOELT omdat in een andere zaak al is gebleken dat de website waar eisers naar verwijzen niet betrouwbaar is. Hier zijn geen nadere stukken over ingediend omdat dit pas zeer recent is komen vast te staan. Daarbij ging het in de andere zaak om een andere situatie die maar deels overeenkomt met deze zaak. Ook is ter zitting toegelicht dat de informatie uit 1986 en de bijbehorende kaarten die door Lamberti zijn opgesteld, nog steeds actueel zijn. Dit is bevestigd in een onderzoek van 2018. De minister meent dan ook dat hij uit mocht gaan van het advies van het TOELT zodat de herkomst terecht niet geloofwaardig is bevonden. Daarbij hebben eisers ook wisselend verklaard over hun levensloop. Over het niet onverwijld melden heeft de minister toegelicht dat, nu het maar om een paar dagen gaat, dit niet in belangrijke mate meeweegt. Herkomst
7. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat een asielmotief slechts betekenis heeft tegen de achtergrond van de identiteit, nationaliteit en herkomst van een vreemdeling en dat een verdere beoordeling van het asielrelaas niet kan worden verricht wanneer de vreemdeling deze elementen niet aannemelijk heeft gemaakt. Eisers stellen gevlucht te zijn uit Zuid-Somalië na problemen met Al Shabaab, maar de minister gelooft niet dat zij daar vandaan komen. De rechtbank stelt voorop dat het aan eisers is om de gestelde herkomst aannemelijk te maken. Eisers hebben geen documenten overgelegd ter staving van hun herkomst. De minister kan een vreemdeling tegemoet komen bij de voldoening aan de op hem rustende verplichting om de aan zijn aanvraag ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden aannemelijk te maken, als twijfel is gerezen aan de gestelde herkomst. Dit door in het kader van het onderzoek naar de nationaliteit, dan wel naar het land of de plaats van herkomst van de desbetreffende vreemdeling, een taalanalyse door het TOELT te laten uitvoeren. 7.1. De rechtbank merkt op dat een advies van het TOELT een deskundigenadvies is aan de minister ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden. Het bestuursorgaan mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het bestuursorgaan de adviseur een reactie op wat over het advies is aangevoerd. 7.2. De rechtbank stelt vast dat de minister aanneemt dat eisers de Somalische nationaliteit hebben, dat tussen partijen niet in geschil is dat eisers geen Zuid-Somalisch dialect spreken en dat de taalanalyse op dat punt ook niet door eisers wordt bestreden. Wel is tussen partijen in geschil of de minister er (met de taalanalist) terecht van uitgaat dat van eisers mag worden verwacht dat zij een Zuid-Somalisch dialect spreken en, nu dat niet het geval is, de herkomst van eisers daardoor niet aannemelijk is. 7.3. De taalanalist van het TOELT heeft geconcludeerd dat het Somalisch van eisers in geen enkel opzicht overeen komt met een Somalisch dialect zoals gangbaar is in de regio Shabeellaha Hoose en Benaadir (Zuid-Somalië), maar geheel overeenkomst met het Somalisch zoals dat gangbaar is in de omgeving van Laascaanood (Noord-Somalië). Het Somalisch strookt volgens de taalanalyse dus niet met wat gangbaar is in het door eisers gestelde herkomstgebied. 7.4. Eisers hebben tegen de resultaten van het onderzoek geen contra-expertise ingebracht. Eiseres heeft toegelicht dat zij in Zuid-Somalië is geboren, maar ook lange tijd in Noord-Somalië heeft gewoond, waar haar ouders oorspronkelijk vandaan kwamen. Daarom spreekt eiseres, net als haar ouders, Noord-Somalisch. Eiser heeft verklaard dat hij in Noord-Somalië is geboren. Om die reden spreekt ook eiser Noord-Somalisch. Eisers hebben op ongeveer vijf jaar na samen altijd in Zuid-Somalië gewoond en de kleinkinderen hebben hun hele leven in Zuid-Somalië gewoond, maar zij spreken in de omgeving nog hun oorspronkelijke taal, Noord-Somalisch. Zo hebben de kinderen dit ook geleerd. Eisers hebben ook twee kaarten overgelegd van ‘Translators without borders’ (zie r.o. 5.1) waaruit volgt dat in het gebied in Zuid-Somalië waar zij vandaan stellen te komen ook door 22% van de bevolking Noord-Somalisch wordt gesproken. Ook hebben eisers verwezen naar bronnen over de (recente) taalontwikkeling in Somalië waaruit volgens eisers volgt dat niet meer zonder meer uitgegaan kan worden van het onderzoek van Lamberti uit 1986. Zo is in een rapport van LandInfo, waar eisers naar verwijzen, opgenomen: “Even though Somali dialects have not been the subject of systematic investigation after the 1980's, one must, according to Martin Orwin, be allowed to assume that the civil war of 1991-1992 and the conflicts raging since then, have contributed to linguistic changes.”.In de taalanalyse is niet op de kaartjes en de genoemde bronnen ingegaan omdat de minister deze informatie niet heeft voorgelegd aan het TOELT. Uit de aanwezige taalanalyse is niet op te maken of rekening is gehouden met (eventuele) taalontwikkelingen van na het onderzoek van Lamberti in 1986. De stelling van de minister dat uit stukken blijkt dat de website waar eisers naar verwijzen onbetrouwbaar is en er tevens stukken zijn waaruit volgt dan nog steeds uitgegaan kan worden van het onderzoek van Lamberti is onvoldoende nu de minister deze stukken niet heeft overgelegd. Bovendien hebben eisers in de beroepsgronden terecht gesteld dat het TOELT weliswaar om een reactie is gevraagd op de zienswijze van 23 februari 2025, maar in de reactie van 24 februari 2025 niet inhoudelijk is ingegaan op andere door eisers aangehaalde bronnen. 7.5. De rechtbank is van oordeel dat de door eisers ingebrachte informatie over de taalontwikkeling in Somalië concrete aanknopingspunten voor twijfel biedt ten aanzien van het rapport van het TOELT. De minister heeft dan ook niet zonder nadere motivering op het advies af mogen gaan. Dat er ook wisselend is verklaard over de levensloop is onvoldoende. In het medisch advies van eisers is opgenomen dat eisers geen scholing hebben genoten en slechts beperkt kunnen lezen en schrijven. Zij kunnen gebeurtenissen dan ook bij benadering benoemen. Eisers hebben jaartallen niet altijd juist benoemd, maar de rechtbank is van oordeel dat dit, mede gelet op het referentiekader van eisers, niet aan eisers kan worden tegengeworpen. Zij hebben op hoofdlijnen wel consistent hebben verklaard over hun levensloop en bovendien hebben zij herkomstvragen goed beantwoord. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het beroep is gegrond. Conclusie en gevolgen 8. De minister heeft de aanvragen ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. De beroepen zijn gegrond omdat de bestreden besluiten in strijd zijn met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten. 8.1. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister nieuwe besluiten moet nemen en daarbij rekening moet houden met deze uitspraak. 8.2. Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. Nu het samenhangende zaken betreft waarin namens eisers één beroepschrift in ingediend en er een gezamenlijke zitting heeft plaatsgevonden bedraagt de vergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht € 1.868,-. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten van 9 maart 2026;
- draagt de minister op nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eisers. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. NL26.14241 en NL26.14242. Vreemdelingenwet 2000. De minister heeft toegelicht dat het gaat om het vervolg naar aanleiding van de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 4 februari 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:3082). Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 6 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:292 (https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@106531/201509277-1-v2/)), recent bevestigd in de uitspraak van 23 juni 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:3558). Zie ook werkinstructie (WI) 2022/4 Herkomstonderzoek in asielzaken (per 12 juni 2026 WI 2026/10). Zie de uitspraak van de Afdeling van 9 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1570). Report Somalia: Language situation and dialects, LandInfo van 22 juli 2011, pag. 17. Eén punt voor het indienen van een beroepschrift en één punt voor het deelnemen aan de zitting met een waarde van € 907,- per punt en een gewicht met factor 1.