ECLI:NL:RBDHA:2026:22624
Maatregel; kennisgeving; ongegrond.
Rechtbank Den Haag 13 August 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:22624
text/xml
public
2026-08-13T11:48:15
2026-08-13
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-07-30
NL26.41004
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Arnhem
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22624
text/html
public
2026-08-13T10:37:37
2026-08-13
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:22624 Rechtbank Den Haag , 30-07-2026 / NL26.41004
Maatregel; kennisgeving; ongegrond.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.41004
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. A.N. Sap).
Procesverloop
Met het bestreden besluit van 20 juli 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring, op grond van artikel 59a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 28 juli 2026 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser vertegenwoordigd door zijn gemachtigde en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Refoulementbeoordeling
1. Eiser betoogt dat hij bij terugkeer naar Spanje bang is dat hij geen bescherming of opvang krijgt en dat hij vreest voor uitzetting naar Nigeria. Ook is de zorg in Spanje niet toereikend. De minister had een refoulementbeoordeling moeten maken. Het besluit van 27 mei 2026, waarin staat dat de asielaanvraag van eiser niet in behandeling wordt genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling hiervan, is onvoldoende.
1.1.
De beroepsgrond van eiser slaagt niet. Uit het onbestreden besluit van [datum] 2026, waarin de minister heeft beoordeeld of voor Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, volgt dat eiser kan terugkeren naar Spanje. Eiser heeft geen nieuwe feiten en omstandigheden aangedragen waaruit zou moeten volgen dat deze refoulementbeoordeling nu anders zou moeten uitvallen.
Ambtshalve toets
2. De rechtbank stelt vast dat eiser verder geen gronden heeft ingediend tegen de maatregel van bewaring en zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank ziet in de door de minister verstrekte gegevens ook geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van S. Voolstra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.
Dit volgt uit artikel 106, eerste lid, van de Vw 2000.
Vergelijk HvJEU 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar) en HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 (C, B en X).