ECLI:NL:RBDHA:2026:23131
Igs prematuur, kennelijk niet ontvankelijk, bnt asiel.
Rechtbank Den Haag 19 August 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:23131
text/xml
public
2026-08-19T17:00:13
2026-08-17
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-08-12
NL26.5865
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Middelburg
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23131
text/html
public
2026-08-17T15:23:23
2026-08-19
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:23131 Rechtbank Den Haag , 12-08-2026 / NL26.5865
Igs prematuur, kennelijk niet ontvankelijk, bnt asiel.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.5865
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. S.R. Kwee),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Eiser heeft op 3 februari 2026 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 20 juli 2026.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiseres heeft op 20 juli 2025 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eiser eindigen op 20 januari 2026. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 19 januari 2026 te vroeg is ingediend. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op haar asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 12 augustus 2026 door mr. J.F.I. Sinack rechter, in aanwezigheid van O. Schep, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Algemene wet bestuursrecht.