ECLI:NL:RBLIM:2026:4409
text/xml
public
2026-07-07T14:52:33
2026-05-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Limburg
2026-05-18
12168025 OV VERZ 26-24
Uitspraak
Beschikking
NL
Maastricht
Civiel recht; Arbeidsrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4409
text/html
public
2026-07-07T11:38:41
2026-07-07
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBLIM:2026:4409 Rechtbank Limburg , 18-05-2026 / 12168025 OV VERZ 26-24
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer / rekestnummer: 12168025 OV VERZ 26-24
Beschikking van 18 mei 2026
in de zaak van
[werknemer]
,
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
procederend in persoon,
tegen
ONDERNEMINGSRAAD [werkgever],
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
gemachtigde: mr. J.J.M. van Mierlo.
Partijen worden hierna aangeduid als [werknemer] en de OR.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de rolbeslissing van 1 april 2026 en het daarin vermelde procesverloop. De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[werknemer] is werkzaam bij de [werkgever] .
2.2.
De OR heeft op 14 juli 2025 bekend gemaakt dat van 1 tot 14 november 2025 reguliere verkiezingen voor de OR zouden plaatsvinden.
2.3.
De OR hanteerde op dat moment de versie van 3 juni 2014 van het OR-reglement (hierna: het reglement).
2.4.
In artikel 7 van het reglement is in lid 2 en in lid 4 het volgende bepaald:
“2. Kandidaatstelling geschiedt door indiening van een lijst van een of meer kandidaten bij de secretaris van de verkiezingscommissie. Deze verstrekt een gedagtekend bewijs van ontvangst op naam van degene die de kandidatenlijst heeft ingediend.
4. Tot uiterlijk vier weken voor de verkiezingsdatum, kunnen kiesgerechtigden die geen lid zijn van een werknemersorganisatie een kandidatenlijst indienen.”.
2.5.
In artikel 8 van het reglement is als volgt bepaald;
“1. De verkiezingscommissie onderzoekt of de ingediende kandidatenlijsten en de kandidaten die daarop voorkomen, voldoen aan de vereisten van de wet en dit reglement.
2. De verkiezingscommissie verklaart een kandidatenlijst die niet voldoet aan de in het vorige lid van dit artikel bedoelde vereisten, ongeldig en doet hiervan onmiddellijk schriftelijk en met opgave van redenen mededeling aan degene(n) door wie de lijst is ingediend. Gedurende één week na deze mededeling bestaat de gelegenheid de lijst aan de gestelde vereisten aan te passen.(…)”
2.6.
Op 1 oktober 2032 heeft [werknemer] een zogenaamde vrije lijst, genaamd ‘Mindshift’, ingediend bij de secretaris van de verkiezingscommissie. [werknemer] was op dat moment lid van de [bond] (hierna: [bond] ). De lijst bevatte één kandidaat, [werknemer] zelf.
2.7.
Per e-mail van 9 oktober 2025 heeft de heer [secretaris] , secretaris van de verkiezingscommissie, aan [werknemer] meegedeeld:
“(…) Tijdens ons onderzoek conform artikel 8 lid 1 Reglement Ondernemingsraad [werkgever] is gebleken dat de door jou ingediende kandidatenlijst ‘Mindshift’ op woensdag 1 oktober 2025, ten tijde van het indienen van deze lijst, ongeldig was.
Dit was omdat jij, als lid van een vereniging van werknemers, hiermee niet voldeed aan de vereisten zoals gesteld in artikel 9 lid 2 sub b van de WOR (Wet op de ondernemingsraden) en artikel 7 lid 4 van het Reglement Ondernemingsraad [werkgever] . (…)”
2.8.
Daarop heeft [werknemer] per e-mail van 13 oktober 2025 aan de heer [secretaris] meegedeeld dat hij het verzuim binnen een week, en dus vóór 17 oktober 2025, zou herstellen.
2.9.
De heer [naam] heeft op 13 oktober 2025 een brief aan de verkiezingscommissie gestuurd waarin hij meedeelt dat hij vanaf dat moment fungeert als formele indiener van de vrije lijst ‘Mindshift’ en dat daarmee het door de verkiezingscommissie geconstateerde verzuim is hersteld.
2.10.
Per e-mail van 20 oktober 2026 deelt de heer [secretaris] namens de verkiezingscommissie van de OR aan de heer [naam] mee dat de door hem ingediende lijst niet als een aanpassing van een eerder ingediende lijst wordt beschouwd maar als een nieuw ingediende lijst. Ook deelde de heer [secretaris] mee dat de lijst uiterlijk op 4 oktober 2025 had moeten worden ingediend, Nu dit pas op 13 oktober 2025 was gedaan, was de lijst te laat en kon de kandidaat op de lijst, [werknemer] , niet deelnemen aan de OR-verkiezingen.
2.11.
[werknemer] heeft tegen deze beslissing bezwaar gemaakt maar de verkiezingscommissie heeft het bezwaar ongegrond verklaard.
3Het verzoek
3.1.
[werknemer] heeft in zijn pleitnota zijn verzoeken anders geformuleerd dan in zijn oorspronkelijke processtuk. De kantonrechter vat dit op als een wijziging van de verzoeken en gaat er daarom bij de verdere beoordeling van deze zaak vanuit dat [werknemer] de kantonrechter verzoekt om te beoordelen of de OR artikel 8 van het reglement onjuist, althans onvoldoende consistent, heeft toegepast, in die zin dat het verrichte herstel van de lijst niet als een nieuwe indiening maar als een herstel van verzuim binnen de oorspronkelijke kandidatenlijst had moeten worden aangemerkt en daaraan de gevolgen te verbinden die de kantonrechter in goede justitie passend acht.
3.2.
De OR voert verweer en concludeert tot afwijzing van de verzoeken van [werknemer] , met veroordeling van [werknemer] in de kosten van deze procedure. De OR voert daartoe aan dat het indienen van een lijst door een daartoe onbevoegde persoon geen vormfout is die zich laat herstellen doordat een andere persoon achteraf meedeelt dat hij de indiener van de lijst is. De verkiezingscommissie heeft daarom besloten de lijst ‘Mindshift’, zoals ingediend door [werknemer] zelf, niet toe te laten tot de verkiezingen en de lijst ‘Mindshift’ zoals ingediend door de heer [naam] te zien als een nieuw ingediende lijst. Nu de termijn voor het indienen van kandidatenlijsten al verstreken was op 4 oktober 2025 en de heer [naam] de lijst heeft ingediend op 13 oktober 2024 was dit te laat om [werknemer] nog te kunnen laten deelnemen aan de verkiezingen, aldus de OR.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, verder worden ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Vooropgesteld wordt dat iedere belanghebbende op grond van artikel 36 lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden (hierna: WOR) de kantonrechter kan verzoeken om te bepalen dat de ondernemingsraad gevolg dient te geven aan hetgeen bij of krachtens die wet is bepaald omtrent (onder meer) de verkiezing van de leden van de ondernemingsraad, waaronder ook te verstaan de bepalingen van een reglement als hier aan de orde.
4.2.
Artikel 36 WOR geeft echter slechts de mogelijkheid om een ondernemer of OR zelf in rechte te betrekken en niet een specifieke commissie van de OR. Hoewel het verzoek van [werknemer] zich richt tegen de verkiezingscommissie van de OR heeft de OR zich in zijn processtuk bereid verklaard zichzelf als verwerende partij te beschouwen zodat een inhoudelijk oordeel op de verzoeken van [werknemer] gegeven kan worden. De kantonrechter beschouwt de OR daarom als formele procespartij in deze procedure.
4.3.
Tussen partijen is in geschil of de OR artikel 8 van het reglement correct heeft toegepast door het herstel van de door de verkiezingscommissie geconstateerde vormfout in een ingediende kandidatenlijst niet als een herstel te beschouwen maar als een volledig nieuw ingediende lijst. Partijen verschillen dus van mening over de uitleg van artikel 8 van het reglement.
4.4.
Die uitleg dient naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval te geschieden aan de hand van de in de jurisprudentie ontwikkelde ‘cao-norm’, nu het ook hier gaat om een geschrift waarin een regeling is vastgelegd die naar haar aard bestemd is de rechtspositie van derden te beïnvloeden, zonder dat die derden invloed hebben (gehad) op de inhoud of de formulering van die regeling, terwijl ook hier de onderliggende partijbedoeling voor die derden niet kenbaar is.
4.5.
Bij de toepassing van deze cao-norm gaat het niet om een louter taalkundige uitleg maar om een uitleg naar objectieve maatstaven, waarbij onder meer acht geslagen kan worden op de elders in de regeling gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Aan een bepaling in die regeling moet derhalve een uitleg naar objectieve maatstaven worden gegeven, waarbij in beginsel de bewoordingen ervan, gelezen in het licht van de gehele tekst van de regeling, van doorslaggevende betekenis zijn, zodat het niet aankomt op de bedoeling van de partijen die de regeling tot stand hebben gebracht, voor zover deze niet uit de daarin opgenomen bepalingen kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de regeling is gesteld.
4.6.
Rekening houdend met dit toetsingskader overweegt de kantonrechter als volgt.
4.7.
De kantonrechter stelt vast dat de termijn voor het indienen van de kandidatenlijsten verstreek op 4 oktober 2025, conform artikel 7 van het reglement. [werknemer] heeft op 1 oktober 2025 een kandidatenlijst ingediend maar hij was daartoe, op grond van artikel 9 lid 2 sub b WOR en artikel 7 lid 4 van het reglement, niet bevoegd omdat hij op het moment van indienen van de lijst lid was van een werknemersorganisatie, namelijk de [bond] .
4.8.
De kantonrechter overweegt vervolgens dat in artikel 8 lid 1 van het reglement alleen in algemene bewoordingen is bepaald dat de verkiezingscommissie onderzoekt of de ingediende kandidatenlijsten en de kandidaten die daarop voorkomen “voldoen aan de vereisten van de wet en dit reglement”. Vervolgens is in lid 2 van artikel 8 van het reglement daar een gevolg aan verbonden in die zin dat als niet is voldaan aan die vereisten (bedoeld is dus aan de vereisten van de wet en het reglement zelf) een kandidatenlijst ongeldig wordt verklaard. Tevens is bepaald dat de OR van die ongeldigverklaring onmiddellijk schriftelijk en met opgave van redenen mededeling doet aan de indiener van de lijst en dat gedurende één week na deze mededeling de gelegenheid bestaat de lijst aan die vereisten aan te passen. De kantonrechter stelt vast dat in artikel 8 van het reglement dus geen enkele beperking is gesteld aan het soort verzuim dat hersteld zou kunnen worden binnen één week na de mededeling dat de lijst ongeldig is. Het reglement bepaalt ook niet dat uitsluitend gebreken in de samenstelling van de lijst herstelbaar zijn en evenmin dat een formeel gebrek, zoals de onbevoegdheid van de indiener, niet hersteld zou kunnen worden. Evenmin wordt in het reglement vermeld dat een lijst die ongeldig is verklaard en binnen de termijn van een week wordt hersteld als een nieuw ingediende lijst zal worden beschouwd, noch dat de datum van herstel als datum van indiening van de lijst zal worden gezien. Door de algemene bewoordingen die in artikel 8 van het reglement zijn gebruikt, kan dit artikel naar objectieve maatstaven naar het oordeel van de kantonrechter niet anders worden uitgelegd dan dat een ongeldige lijst, om welke reden die ongeldigheid dan ook is ontstaan, kan worden hersteld binnen één week nadat de mededeling is gedaan dat de lijst ongeldig is, met behoud van de datum van indiening van de oorspronkelijke lijst.
4.9.
Per e-mail van 9 oktober 2025 heeft de heer [secretaris] aan [werknemer] meegedeeld dat de door hem ingediende kandidatenlijst ongeldig was, geheel conform de in artikel 8 lid 1 van het reglement gebruikte terminologie. In lijn met hetgeen is overwogen in r.o. 4.8 had [werknemer] , conform artikel 8 lid 2 van het reglement, vanaf die mededeling één week de tijd om de lijst aan de gestelde vereisten aan te passen. Niet valt in te zien waarom [werknemer] uit de bewoordingen van artikel 8 van het reglement had moeten begrijpen dat hij een dergelijke vormfout niet zou mogen herstellen. Daarin staat immers enkel dat, na de mededeling dat de lijst ongeldig is, een week de gelegenheid wordt gegeven om de ongeldige lijst aan de gestelde vereisten aan te passen en daarmee wordt, zoals blijkt uit lid 1 van dat artikel, bedoeld dat de lijst kan worden aangepast aan de vereisten van de wet en het reglement zelf, dus ook aan de vereisten zoals geformuleerd in artikel 9 lid 2 sub b WOR en artikel 7 lid 4 van het reglement.
4.10.
Het voorgaande betekent dat het door [werknemer] verzochte zal worden toegewezen, zoals hierna in de beslissing vermeld. De vraag is welke gevolgen de kantonrechter daaraan kan verbinden. De verkiezingen zijn immers al voorbij en de nieuwe OR-leden zijn inmiddels verkozen en geïnstalleerd. De kantonrechter ziet geen grondslag waarop zij kan bepalen dat de verkiezingen opnieuw moeten worden gehouden of dat benoemingen moeten worden teruggedraaid. Zoals tijdens de mondelinge behandeling besproken was dat ook niet de insteek van deze procedure voor [werknemer] . Hij wenste vooral duidelijkheid over de uitleg van artikel 8 van het reglement zodat toekomstige toepassing daarvan zorgvuldig en consistent kan plaatsvinden. De kantonrechter gaat ervan uit dat [werknemer] de gewenste duidelijkheid met deze beschikking heeft gekregen. Bovendien hebben partijen tijdens de mondelinge behandeling meegedeeld dat sinds november 2025 een nieuwe versie van het reglement van toepassing is zodat een uitleg van artikel 8 van het reglement zoals opgenomen in de versie van 2014 niet meer aan de orde zal zijn. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter geen verdere gevolgen verbinden aan haar beslissing.
4.11.
De OR zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. Nu [werknemer] in persoon heeft geprocedeerd, zullen de noodzakelijke reis-, verblijf- en verletkosten tot op heden aan zijn kant worden vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 50,00. De proceskosten van [werknemer] worden begroot op:
- griffierecht
€
90,00
- reis-, verblijf- en verletkosten
€
50,00
Totaal
€
140,00
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
bepaalt dat de OR artikel 8 van het reglement onjuist heeft toegepast in die zin dat het op 13 oktober 2025 verrichte herstel van de oorspronkelijke kandidatenlijst van 1 oktober 2025 als zodanig had moeten worden aangemerkt en dus niet als een nieuw ingediende kandidatenlijst,
5.2.
veroordeelt de OR in de proceskosten van € 140,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de OR niet tijdig aan deze proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart de onder 5.2 opgenomen proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.