Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBLIM:2026:7954

Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting. De verklaringen van de vrouw zijn onvoldoende betrouwbaar, omdat zij op belangrijke onderdelen inconsistent, onvolledig en onvoldoende gedetailleerd zijn. Er is ook geen ander bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen.

Rechtbank Limburg 3 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBLIM:2026:7954 text/xml public 2026-08-03T14:30:16 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-08-03 03/203543-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Roermond Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:7954 text/html public 2026-08-03T11:08:28 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:7954 Rechtbank Limburg , 03-08-2026 / 03/203543-25
Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting. De verklaringen van de vrouw zijn onvoldoende betrouwbaar, omdat zij op belangrijke onderdelen inconsistent, onvolledig en onvoldoende gedetailleerd zijn. Er is ook geen ander bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen.
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/203543-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 3 augustus 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.W.L.A.M. Koppen, advocaat in Eindhoven.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 20 juli 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

[benadeelde] (hierna: [benadeelde] ) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op zitting gehoord mr. E. Alija, advocaat in Herten. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 23 juni 2025 in de gemeente Roermond seksuele handelingen met [benadeelde] heeft verricht die bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam door zijn penis in de vagina van die [benadeelde] te duwen/brengen, terwijl de verdachte:

primair: wist dat bij [benadeelde] daartoe de wil ontbrak en de verdachte zijn handelingen onverhoeds heeft verricht en [benadeelde] heeft overrompeld, waardoor de verkrachting werd voorafgegaan door en vergezeld van dwang (gekwalificeerde opzetverkrachting);

subsidiair: wist dat bij [benadeelde] daartoe de wil ontbrak (opzetverkrachting);

meer subsidiair: ernstige reden had om te vermoeden dat bij [benadeelde] daartoe de wil ontbrak (schuldverkrachting).
3De voorvragen
De raadsman heeft ter terechtzitting een preliminair verweer gevoerd strekkende tot nietigheid van de dagvaarding. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de tenlastelegging onvoldoende specifiek is, omdat op basis van het dossier meerdere scenario’s mogelijk zijn en onduidelijk is voor welk scenario het Openbaar Ministerie heeft gekozen.

De rechtbank heeft ter terechtzitting geoordeeld dat het de verdachte voldoende duidelijk is tegen welk feit hij zich gezien de tenlastelegging dient te verweren, zodat de dagvaarding voldoet aan de bij de wet gestelde eisen (zoals bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering). De rechtbank heeft het preliminair verweer daarom verworpen. De raadsman heeft bij pleidooi het verweer herhaald, maar niet onderbouwd met nieuwe argumenten. De rechtbank ziet geen aanleiding om terug te komen op haar eerder genomen beslissing, te meer omdat tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het de verdediging voldoende duidelijk is geweest waar de verdenking op ziet en waartegen zij zich heeft moeten verdedigen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de dagvaarding geldig is.
4De beoordeling van het bewijs 4.1
Inleiding

Op 22 juni 2025 vond in Roermond het festival Splash plaats. [benadeelde] is daar samen met haar vriend [naam 1] en goede vriendin [naam 2] naartoe gegaan. Op het festival kwamen ze ook [naam 3] tegen. Bij [naam 1] en [benadeelde] ontstond gaandeweg het idee om een afterparty te houden bij hen thuis. [naam 2] en [naam 3] waren daar ook wel voor in. Om 23.00 uur was het festival afgelopen. Bij de uitgang van het festivalterrein kwam [naam 2] [naam 4] tegen. [naam 4] was daar met de verdachte. [naam 1] , [naam 3] en [benadeelde] kwamen ook aangelopen. [naam 4] en de verdachte werden ook uitgenodigd voor de afterparty. [naam 4] had niet gedronken en bood zodoende aan om iedereen naar de afterparty te rijden. In de auto zaten voorin [naam 4] en [naam 2] . Achterin zaten [naam 3] , de verdachte, [benadeelde] en haar vriend [naam 1] . De verdachte zat in het midden op de achterbank. [benadeelde] zat tijdens de autorit op schoot van de verdachte. [benadeelde] heeft verklaard dat ze toen met haar benen gespreid over de benen van de verdachte zat en met de voorzijde van haar lichaam naar de verdachte toe was gericht. Verdachte heeft verklaard dat [benadeelde] niet naar hem keek, maar met de rijrichting mee, en dat zij op hem aan het schuren was. Hij heeft verklaard dat hij zich ervan bewust was dat [naam 1] , die naast hem zat, de vriend van [benadeelde] was en er kennelijk een sfeer van “vrijheid, blijheid” heerste.

De autorit verliep in een jolige sfeer. Op een gegeven moment stopte [naam 4] bij een tankstation, omdat ze politie zagen rijden en met te veel mensen in de auto zaten. [naam 4] bracht vervolgens eerst [naam 1] , [benadeelde] en [naam 3] naar de woning van [naam 1] en [benadeelde] , waar de afterparty ging plaatsvinden. [naam 2] en de verdachte bleven achter bij het tankstation en bleven daar wachten op [naam 4] . Zij werden vervolgens opgepikt door [naam 4] en pikten gaandeweg ook nog [naam 5] op. Hoe laat iedereen precies arriveerde bij de woning van [benadeelde] en [naam 1] voor de afterparty blijft onduidelijk. [benadeelde] verklaarde dat zij om 23:30 uur bij de woning arriveerde. [naam 2] verklaarde dat zij pas om 0:30 uur met de verdachte en [naam 5] bij de woning arriveerde, terwijl de verdachte verklaarde dat hij meent dat hij tussen 23.30 uur en 0.00 uur bij de woning van [benadeelde] en [naam 1] aankwam. Op de afterparty waren vanaf dat moment aanwezig [benadeelde] , [naam 1] , [naam 3] , [naam 2] , [naam 5] , [naam 4] en de verdachte.

[benadeelde] heeft nog een gin-tonic gedronken op de afterparty. Zij zegt dat zij niet met de verdachte heeft gesproken. De verdachte zegt dat ze wel met elkaar gepraat hebben op de afterparty, dat zij naar hem lachte en dat zij hem aankeek, waardoor hij het gevoel kreeg dat [benadeelde] met hem aan het flirten was. De overige aanwezigen hebben geen verklaring afgelegd over of [benadeelde] en de verdachte wel of niet met elkaar gepraat hebben op de afterparty.

[benadeelde] is op een gegeven moment naar bed gegaan, omdat zij de volgende ochtend moest werken. Haar slaapkamer bevindt zich op de bovenverdieping van de woning. Niet precies valt in de tijd te plaatsen wanneer dit is geweest. De afterparty was op dat moment nog volop gaande. Op enig moment daarna heeft de verdachte het toilet bezocht. Op dat moment was het toilet op de benedenverdieping bezet door [naam 5] . De verdachte zei dat hij wel boven naar het toilet zou gaan. Dat heeft [naam 5] ook verklaard. Volgens [naam 5] vond dit plaats omstreeks 01:00 uur. [naam 5] heeft verklaard dat de verdachte even later weer aansloot bij de afterparty, naast hem is komen zitten en nog verteld heeft over zijn gezin.

De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte vaker dan één keer naar boven is geweest, maar kan het ook niet uitsluiten, omdat [naam 1] heeft verklaard dat hij [naam 4] en de verdachte op de bovenverdieping is tegengekomen. Op enig moment heeft [naam 1] ducttape en plakband aangebracht bij het trappengat. Daarover zegt [naam 1] (waarbij ‘V’ staat voor vraag van de politie en ‘A’ voor antwoord van [naam 1] ):

“V: Je loopt dan met [naam 3] naar beneden. En dan? A: De trap afgeplakt. Raar zeg. Vind je dat niet raar? Ik doe dat nooit. Heel gek toch. Misschien omdat ik die twee eigenlijk niet kende, maar ze toch boven waren. Dus dat ik dat niet wilde hebben. Ik heb met [naam 3] dat samen afgeplakt. V: Wie heeft het bedacht? A: Dat weet ik niet. V: Niet zo dat [ [benadeelde] ] het bedacht heeft? A: Nee, dat weet ik zeker.”

Op het festival en tijdens de afterparty werd er de nodige drank en drugs gebruikt. Zo blijkt uit het dossier dat zowel de verdachte als [benadeelde] alcohol hadden gedronken. [benadeelde] heeft ook verklaard een mespuntje cocaïne te hebben genomen. In haar bloed is naast de cocaïne en alcohol onder meer ook 3-MMC aangetroffen. In het bloed van de verdachte zijn geen verdovende middelen aangetroffen. Overige aanwezigen op de afterparty hebben ook verklaard drank en drugs te hebben gebruikt, waaronder cocaïne, MDMA en “miauw”.

Om 2:49 uur werd [naam 1] gebeld door [benadeelde] . Zij zei toen “ [naam 1] ”. Dit hebben zowel [benadeelde] , [naam 2] als [naam 1] verklaard. [naam 2] en [naam 1] gingen vervolgens naar de slaapkamer van [benadeelde] . Daar aangekomen vroeg [benadeelde] of zij seks had gehad met [naam 1] . [naam 1] zegt dat dat niet het geval is geweest. [benadeelde] wreef tussen haar benen en merkte sperma op. [naam 2] rende vervolgens naar beneden en stuurde iedereen behalve [naam 5] weg bij de afterparty. [naam 1] belt uiteindelijk ongeveer drie kwartier later de politie.

In deze zaak staat uiteindelijk niet ter discussie de verdachte in de nacht van 22 juni op 23 juni 2025 seks met [benadeelde] heeft gehad. Dit wordt ook objectief bevestigd door het bij [benadeelde] aangetroffen sperma van de verdachte. De verklaringen van [benadeelde] en verdachte lopen echter diametraal uiteen over de omstandigheden waaronder deze seks heeft plaatsgevonden.

[benadeelde] heeft kort gezegd verklaard dat zij twee keer (de eerste keer in haar slaap en de tweede keer half slapend) door een man is gepenetreerd met een penis, waarbij ze niet goed weet hoe het begon en hoe het eindigde. Bij deze verklaringen zal de rechtbank hierna uitgebreid stilstaan.

De verdachte heeft daarentegen verklaard dat hij, nadat hij klaar was op het toilet op de bovenverdieping, [benadeelde] met ontbloot onderlichaam op de overloop zag staan, zij vervolgens op hem afliep, ze elkaar lachend aankeken, ze hebben gezoend, [benadeelde] zijn testikels zou hebben vastgepakt, hem vervolgens mee zou hebben geleid naar haar slaapkamer, waarna zij met haar ontbloot onderlichaam naar hem toe gericht op haar buik op bed is gaan liggen en zij vervolgens seks hebben gehad, waarbij [benadeelde] instemmende kreunende geluiden zou hebben gemaakt. Na de seks zou [benadeelde] zijn gaan slapen en heeft de verdachte zich weer bij het gezelschap van de afterparty gevoegd, totdat [naam 2] uiteindelijk iedereen daar wegstuurde.
4.2
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de gekwalificeerde opzetverkrachting wettig en overtuigend bewezen. De verklaringen van [benadeelde] zijn betrouwbaar en vinden voldoende steun in de verklaringen van [naam 1] , [naam 2] , [naam 5] en de verklaring van de verdachte voor zover hij heeft verklaard dat er in de slaapkamer voorafgaand, tijdens en na afloop van de seksuele handelingen niet is gesproken tussen hem en [benadeelde] . Wel is de officier van justitie van oordeel dat enkel ‘de tweede keer’ waarover [benadeelde] heeft verklaard bewezen kan worden; niet kan worden bewezen dat de verdachte zich die nacht tweemaal aan verkrachting heeft schuldig gemaakt.
4.3
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft algehele vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De verklaringen van [benadeelde] zijn onbetrouwbaar gelet op de vele en gewichtige inconsistenties daarin. Bovendien zijn die verklaringen op essentiële onderdelen strijdig met de verklaringen van [naam 1] . De verklaringen van [benadeelde] zijn ook minder logisch dan de verklaringen van de verdachte. Waargenomen emoties van anderen zouden steun kunnen geven aan de verklaringen van [benadeelde] , zij het dat ze onder invloed van alcohol en drugs was en de emoties van haar ook anders verklaard kunnen worden, namelijk omdat zij spijt had van de seks met de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat hij seks met [benadeelde] heeft gehad met haar instemming. De verdachte wist niet en hoefde evenmin te vermoeden dat bij [benadeelde] de wil ontbrak, gelet op de signalen die ze voorafgaand aan het seksuele contact had gegeven.
4.4
Het oordeel van de rechtbank

Juridisch kader

Het gaat bij zedendelicten vaak om feiten waarbij het in de kern draait om het woord de een tegen het woord van de ander. Daarbij staan deze verklaringen vaak lijnrecht tegenover elkaar, waarbij er geen andere personen zijn die de ten laste gelegde handelingen hebben waargenomen. Indien de veronderstelde dader ontkent, moet de rechter beoordelen of de verklaring waaruit het zedenfeit blijkt voldoende betrouwbaar is om als bewijs van die verkrachting te kunnen dienen. Ook dient de rechtbank te beoordelen of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is voldaan. Dat bewijsminimum houdt in dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Er moet sprake zijn van steunbewijs, dat afkomstig is van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Uit rechtspraak van de Hoge Raad kan onder meer worden afgeleid dat voor een bewezenverklaring van verkrachting niet is vereist dat de verkrachting als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het voldoende is dat de verklaring van het slachtoffer op bepaalde essentiële punten bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, afkomstig van een andere bron dan het slachtoffer. Daar staat tegenover dat tussen deze verklaring en dat overige bewijsmateriaal een niet te ver verwijderd verband mag bestaan.

Het voorgaande betekent dat enerzijds het oordeel dat de verklaring van [benadeelde] betrouwbaar is en anderzijds het oordeel dat haar verklaring in ander bewijsmateriaal voldoende steun vindt, twee afzonderlijke beslissingen zijn. Aan de beantwoording van de vraag of er voldoende steunbewijs is voor de verklaringen van [benadeelde] , komt de rechtbank zodoende pas toe nadat zij heeft beoordeeld of de verklaringen van [benadeelde] voldoende betrouwbaar zijn om deze als uitgangspunt te nemen voor het bewijs van het ten laste gelegde. Wanneer de rechtbank tot het oordeel komt dat de verklaringen van [benadeelde] onvoldoende betrouwbaar zijn, moet zij beoordelen of op grond van andere bewijsmiddelen in het dossier (alsnog) wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het tenlastegelegde door de verdachte is begaan.

Betrouwbaarheid

Zoals gezegd dient de rechtbank allereerst vast te stellen of de verklaringen van [benadeelde] voldoende betrouwbaar zijn. De rechtbank heeft in dat kader beoordeeld of haar verklaringen voldoende concreet, gedetailleerd en consistent zijn. Voor wat betreft die consistentie heeft de rechtbank enerzijds gekeken naar de verklaringen van [benadeelde] zoals zij die op meerdere momenten heeft afgelegd en anderzijds naar hoe de inhoud van die verklaringen zich op essentiële onderdelen verhoudt met de verklaringen van andere betrokkenen in het dossier.

De rechtbank wil benadrukken dat het bij deze beoordeling niet gaat om kleine afwijkingen of variaties in die verklaringen. Daarvan is immers al snel sprake als meerdere keren iets wordt verklaard over hetzelfde incident. Het gaat erom of in grote lijnen en op essentiële onderdelen kan worden vastgesteld dat de verklaring van [benadeelde] voldoende betrouwbaar is om als bewijsmiddel voor de tenlastegelegde verkrachting te gebruiken.

De rechtbank zal hieronder eerst de verklaringen van [benadeelde] weergeven zoals zij die op meerdere momenten heeft afgelegd en daarna ingaan op de beoordeling van de betrouwbaarheid van die verklaringen.

De verklaringen van [benadeelde]

De eerste verklaring van [benadeelde]

Bij de politie komt er in de nacht van 23 juni 2025 om 03:28 uur een melding binnen van een verkrachting. Twee agenten gaan ter plaatse naar de woning van [naam 1] en [benadeelde] . In het proces-verbaal van bevindingen wordt door die agenten vervolgens – zakelijk weergegeven – het volgende opgeschreven:

“Wij gingen het gesprek met [benadeelde] aan en hoorde dat ze vertelde dat ze zojuist twee keer verkracht was. Ik, verbalisant [verbalisant] , hoorde dat [benadeelde] zei dat zij, nadat zij thuis kwam, in het bijzijn van de betrokkene één gin tonic heeft gedronken en al snel alleen naar bed is gegaan. Ik hoorde dat zij een rokje en een topje aan had en daarbij geen ondergoed droeg. Ik hoorde dat zij op haar buik lag en één been had opgetrokken. Ik hoorde dat zij ten tijde van de verkrachting moe en dronken was. Ik hoorde dat zij opmerkte dat zij seks had en in de veronderstelling was dat dit haar verloofde [naam 1] was. Op het einde van de seks merkte zij op dat het niet iets was voor [naam 1] .

Ik hoorde dat [benadeelde] zei dat er ook een tweede keer seks is geweest en dat ze daarbij zeker weet dat zij gepenetreerd was. Daarbij zou zij: "Nee" hebben gezegd. [benadeelde] zou zelf geen handelingen hebben verricht. [benadeelde] zei ons dat zij tussen haar benen vocht voelde. Na de seks zou zij [naam 1] hebben geappt en hem hebben gebeld en daarbij om hulp hebben geroepen.”

De tweede verklaring van [benadeelde]

Ruim een uur later die nacht is [benadeelde] telefonisch gehoord door de politie voor een zogenaamd informatief gesprek zeden. Daarin heeft zij verklaard dat zij op een gegeven moment naar boven naar bed is gegaan. Zij heeft haar string uitgedaan en is in bed gaan liggen. [naam 3] is toen nog naar boven gekomen en heeft nog gevraagd of ze ging slapen en of ze nog naar beneden kwam. Toen heeft ze gemompeld: ‘Nee, slapen’. [naam 3] zei vervolgens: ‘Truste’. Daarna is zij snel in slaap gevallen. Op een gegeven moment werd zij wakker, omdat zij een harde penis bij haar vagina voelde. Ze voelde dat de penis in haar vagina ging en dat ze meerdere malen werd gepenetreerd. Ze dacht dat het [naam 1] was die seks met haar had. Ze was nog slaperig en dronken. Ze weet niet hoe lang de penetratie duurde. Ze dacht wel op het laatst van de penetratie: 'vreemd want [naam 1] doet dit normaal niet'. [benadeelde] heeft niet meegekregen hoe de penetratie stopte of dat iemand de kamer weer verlaten had. Ze is vervolgens weer gaan slapen.

Hierna is [naam 1] naar boven gekomen. [benadeelde] heeft toen tegen [naam 1] gezegd: “zorg dat niemand naar boven komt”. Ze hoorde vervolgens het geluid van tape. Toen kwam de gedachte bij haar op ‘nu ben ik veilig’. Ook hoorde ze stemmen die iets zeiden van een wc boven. Dit vond [benadeelde] raar, want normaal gaat niemand naar boven. Vervolgens voelde ze, nog half slapend op haar buik, dat ze weer gepenetreerd werd in haar vagina. Toen kwam langzaam het besef dat dit geen normaal gedrag zou zijn van [naam 1] . De penis voelde ook anders. Ze heeft ‘nee’ gemompeld en haar armen enigszins opgetild en hiermee bewegingen naar voren gemaakt. Zij merkte dat haar lichaam nog steeds zwaar aanvoelde. Toen ze besefte dat dit [naam 1] niet was durfde ze zich verder ook niet te bewegen, ze bevroor. Ze vond de situatie akelig. Hoe de penetratie stopte weet ze niet. [benadeelde] denkt dat ze weer in slaap is gevallen. Wat ze wel nog weet is dat een persoon een deken over haar heen legde. [benadeelde] heeft vervolgens haar telefoon gepakt en geprobeerd om [naam 1] een bericht te sturen om hulp. [naam 1] reageerde niet, waarop ze hem heeft gebeld. [naam 1] is toen samen met een vriendin, [naam 2] , naar boven gekomen. Ze vroeg aan [naam 1] : “hebben wij seks gehad?”. “Nee” antwoordde [naam 1] hierop. Hierna kwam het besef dat er iemand anders dan [naam 1] seks met haar had gehad en dat dit niet oké was. [naam 2] is hierop naar beneden gegaan en heeft iedereen weg gestuurd.

De derde verklaring van [benadeelde]

Op 24 juni 2025 is [benadeelde] nog een keer gehoord door de politie gehoord als getuige. Daar heeft [benadeelde] verklaard dat ze weet dat ze wakker werd zonder string, maar zich niet kan herinneren dat ze de string heeft uitgedaan. Bij de eerste penetratie werd [benadeelde] wakker toen het al gaande was. De penis was toen al in haar. Ze heeft verklaard dat ze de eerste keer op een gegeven moment vreemd vond, omdat [naam 1] haar normaal kust en met haar praat en vraagt of zij wel seks wil. Ook voelde de penis anders dan die van [naam 1] .

Een poosje nadat [benadeelde] is verkracht, is [naam 3] naar boven gekomen om welterusten te zeggen. Hij vroeg of alles oké was. [benadeelde] was in paniek en zei tegen [naam 3] dat [naam 1] moest komen. [naam 1] kwam en [benadeelde] zei tegen [naam 1] dat hij moest zorgen dat er niemand boven kwam. Met drukke feestjes gaan mensen boven naar de wc, maar nu hoefden ze niet boven naar de wc. Later heeft [benadeelde] nog verklaard dat zij gewoon laveloos op bed lag door de alcohol en dat er veel dingen wazig zijn. Ze zegt dat [naam 2] haar sterk gestimuleerd heeft om de politie te bellen. Er zit geen aangifte van [benadeelde] in het dossier.

De beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [benadeelde]

De rechtbank stelt vast dat [benadeelde] in al haar verklaringen steeds heeft verklaard dat zij twee keer gepenetreerd werd terwijl zij op haar buik op bed lag. De rechtbank ziet echter ook inconsistenties in bovenstaande verklaringen en tegenstrijdigheden ten opzichte van getuigenverklaringen van anderen. Die inconsistenties en tegenstrijdigheden zijn van dien aard dat de rechtbank die niet kan negeren.

Zo heeft [benadeelde] wisselend verklaard over het moment waarop [naam 3] naar haar toe is gekomen. Tijdens haar tweede verklaring heeft zij verklaard dat dit zou zijn geweest direct nadat zij naar bed ging en vóór de eerste verkrachting. In haar derde verklaring verklaart zij echter dat dit ná de eerste verkrachting zou zijn geweest, terwijl zij op dat moment niet met [naam 3] over deze verkrachting heeft gesproken. Dit is opmerkelijk, omdat zij de eerste verkrachting eerst na het bezoek van [naam 3] plaatst, en vervolgens voor zijn bezoek. [benadeelde] heeft in haar derde verklaring ook pas voor het eerst verklaard dat zij na de eerste penetratie in paniek was en dat zij toen aan [naam 3] heeft gevraagd om [naam 1] naar boven te sturen, waarna zij [naam 1] heeft gevraagd om ervoor te zorgen dat niemand naar boven zou komen. Toen zij vervolgens het geluid van de tape had gehoord kwam bij haar de gedachte op dat zij nu veilig was.

[naam 1] zelf heeft echter een heel andere verklaring. Hij heeft verklaard dat [benadeelde] naar bed was gegaan en hij kort daarna nog even bij haar is geweest om te kijken hoe het ging. Hij zag dat zij op haar buik in bed lag, haar billen bloot waren en hij heeft haar een kusje gegeven. [naam 1] zegt dat hij zich alleen kan herinneren dat er “slaap lekker” is gezegd. Hij had de indruk dat [benadeelde] op dat moment sliep. [naam 1] zegt dat hij op dat moment samen was met [naam 3] , terwijl [benadeelde] op geen enkel moment heeft verklaard dat zij samen bij haar zijn geweest op haar slaapkamer. Van [naam 3] zit geen verklaring in het dossier.

De rechtbank acht het voorgaande om een aantal redenen van belang. Allereerst heeft [naam 1] niet verklaard dat hij door [naam 3] naar boven is gehaald, zoals [benadeelde] heeft verklaard, maar dat hij samen met [naam 3] naar boven is gegaan om haar welterusten te zeggen. [naam 1] heeft het ook niet over een gesprek dat hij vervolgens met [benadeelde] zou hebben gevoerd waarin zij zou hebben gevraagd om niemand meer boven te laten komen. Hij zegt immers dat er niet is gesproken en hij zich alleen kan herinneren dat er “slaap lekker” lekker is gezegd en dat [benadeelde] op dat moment sliep. [naam 1] heeft ook op geen enkel moment opgemerkt dat [benadeelde] in paniek was. Dat zij in paniek was en zich even later zegt veilig te voelen is op zichzelf ook opmerkelijk omdat [benadeelde] naar eigen zeggen toen nog in de veronderstelling was dat de seks daarvoor met [naam 1] was geweest, haar eigen vriend. Daar komt dan nog bij dat als [benadeelde] op dat moment al in paniek was, omdat ze zei dat het einde van de eerste keer seks vreemd was en niks voor [naam 1] was en de penis anders aanvoelde, het des te opvallender is dat zij na die eerste keer niets tegen [naam 1] over een verkrachting heeft gezegd of daar vragen over heeft gesteld aan hem toen zij hem weer sprak.

Voor wat betreft het aanbrengen van de tape bij het trappengat heeft [naam 1] niet verklaard dat hij daar op enig moment met [benadeelde] over heeft gesproken, dan wel dat hij dit op haar verzoek heeft gedaan. Daarover verklaart [naam 1] immers stellig dat hij niet meer weet wie dit heeft bedacht, maar dat hij wel zeker weet dat dit niet [benadeelde] is geweest. Uit zijn verklaring lijkt te volgen dat [naam 1] dit samen met [naam 3] uit zichzelf heeft gedaan, omdat hij het niet fijn vond dat er mensen naar boven gingen.

De verklaringen van [benadeelde] zijn op belangrijke punten ook niet concreet en weinig gedetailleerd. Zo weet [benadeelde] bijvoorbeeld niet hoe beide keren de penetraties zijn begonnen en gestopt, hoe lang het heeft geduurd en of ze na de tweede penetratie weer in slaap is gevallen of niet.

Gezien het voorgaande komt het erop neer dat de verklaringen van [benadeelde] op essentiële onderdelen niet consistent zijn en tegenstrijdig zijn ten opzichte van de verklaringen van haar vriend [naam 1] . Daar komt bij dat de verklaringen over de totstandkoming en uitvoering van de seksuele handelingen niet voldoende concreet en gedetailleerd zijn. Dit alles tezamen brengt de rechtbank tot het oordeel dat de verklaringen van [benadeelde] onvoldoende betrouwbaar zijn om als bewijsmiddel te kunnen gebruiken voor de tenlastegelegde verkrachting.

De rechtbank wil op deze plek ook uitdrukkelijk benadrukken dat zij hiermee niet wil zeggen dat [benadeelde] als onbetrouwbaar beschouwd moet worden of dat aangenomen wordt dat zij bewust onjuist zou hebben verklaard.

Ten aanzien van het drank- en drugsgebruik van [benadeelde] merkt de rechtbank op dat dit mogelijk een rol kan hebben gespeeld in het vermogen van [benadeelde] om goed te kunnen vertellen wat er is gebeurd. De rechtbank wil benadrukken dat het uitdrukkelijk niet zo is dat enkel vanwege het drank- en drugsgebruik haar verklaringen niet als bewijs kunnen worden gebruikt. Het is nu eenmaal de taak van de rechtbank om te beoordelen of de verklaringen van [benadeelde] op zichzelf een veroordeling voor verkrachting kunnen dragen en dat is in deze zaak niet het geval.

Overig bewijs?

Omdat de verklaringen van [benadeelde] niet als bewijsmiddel kunnen worden gebruikt, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of voor deze verklaringen voldoende steunbewijs uit andere bron in het dossier voorhanden is. Wel zal de rechtbank moeten beoordelen of het dossier voldoende andere bewijsmiddelen bevat om te kunnen vaststellen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Getuigen van het seksueel contact waren er niet en ook voor het overige, waaronder begrepen de verklaring van de verdachte, bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank geen bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde in welke vorm dan ook heeft gepleegd.

Conclusie

De rechtbank kan op grond van het dossier enkel vaststellen dat er seks heeft plaatsgevonden tussen [benadeelde] en verdachte, maar niet onder welke omstandigheden die seks heeft plaatsgevonden. Deze enkele vaststelling is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van verkrachting te komen in welke variant dan ook, omdat op basis van dit dossier niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte wist, of een ernstige reden heeft gehad om te vermoeden, dat de seks tegen de wil van [benadeelde] is geweest. De rechtbank zal de verdachte daarom integraal vrijspreken van de tenlastegelegde verkrachting.
5De benadeelde partij 5.1
De vordering van de benadeelde partij

[benadeelde] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend van 12.351,35 euro, bestaande uit 351,35 euro aan materiële schade en 12.000 euro aan immateriële schade. [benadeelde] heeft tevens verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen en het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag.

Omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde zal [benadeelde] niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

De rechtbank bepaalt dat [benadeelde] zal worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de verdachte, gemaakt ter verdediging tegen deze vordering, tot op heden begroot op nihil.
6De beslissing
De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde;

Benadeelde partij

verklaart [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van de schade;

veroordeelt [benadeelde] in de proceskosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Mestrom, voorzitter, mr. I.T.H.L. van de Bergh en mr. R.M.M. Menting, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Micheels, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 augustus 2026.

Buiten staat

De griffier en mr. I.T.H.L. van de Bergh zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 23 juni 2025 in de gemeente Roermond met een persoon, te weten [benadeelde] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden

uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het duwen/brengen van zijn penis in de vagina en/of anus van die [benadeelde] terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [benadeelde] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door voornoemde seksuele handelingen onverhoeds te verrichten en/of die [benadeelde] hiermee te overrompelen;

(art 243 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 juni 2025 in de gemeente Roermond met een persoon, te weten [benadeelde] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden

uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus van die [benadeelde] terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [benadeelde] daartoe de wil ontbrak;

(art 242 Wetboek van Strafrecht, art 243 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 juni 2025 in de gemeente Roermond met een persoon, te weten [benadeelde] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden

uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus van die [benadeelde] terwijl hij, verdachte, ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [benadeelde] daartoe de wil ontbrak.

(art 242 Wetboek van Strafrecht)

Artikel delen