ECLI:NL:RBLIM:2026:9528
text/xml
public
2026-10-01T08:54:08
2026-09-08
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Limburg
2026-09-23
12178569 CV EXPL 26-1697
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Roermond
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9528
text/html
public
2026-10-01T08:53:53
2026-10-01
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBLIM:2026:9528 Rechtbank Limburg , 23-09-2026 / 12178569 CV EXPL 26-1697
Huurrecht - ontbinding huurovereenkomst - verruiming ontruimingstermijn in verband met minderjarige kinderen.
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12178569 CV EXPL 26-1697
Vonnis van 23 september 2026
in de zaak van
STICHTING WONEN LIMBURG,
gevestigd te Roermond,
eisende partij,
hierna te noemen: Wonen Limburg,
gemachtigde: Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders,
tegen
1 [huurder 1] ,
2. [huurder 2],
beiden wonende te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [huurders] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het door eisende partij overgelegde actueel overzicht van de huurachterstand tot en met 20 augustus 2026
- de door eiser overgelegde verhuurdersverklaring van 24 juli 2026
- de mondelinge behandeling van 20 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Wonen Limburg verhuurt met ingang van 7 oktober 2024 aan [huurders] de woning gelegen aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huur inclusief kosten voor water en elektriciteit bedraagt € 1.087,19 per maand en dient vóór de eerste van de betreffende maand te worden voldaan. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
Er is een achterstand ontstaan in de betalingen van de huur en kosten voor water en elektriciteit. Op het moment van dagvaarden bedroeg deze huurachterstand, inclusief kosten, € 5.245,10. Op 20 augustus 2026 is de huurachterstand verder opgelopen tot een bedrag van € 8.300,87. [huurders] hebben deze achterstand onbetaald gelaten.
2.3.
Wonen Limburg heeft [huurders] bij de gemeente aangemeld in het kader van de vroegsignalering.
2.4.
[huurders] wonen samen met hun drie minderjarige kinderen op voornoemd adres. Op het moment van dagvaarden waren de kinderen 4 jaar, 7 jaar en 8 jaar oud.
2.5.
[huurders] hebben meerdere aanmaningen ontvangen van Wonen Limburg om de huurachterstand te voldoen. Partijen hebben afspraken gemaakt over een betalingsregeling, maar [huurders] zijn deze afspraken niet nagekomen.
3Het geschil
3.1.
Wonen Limburg vordert - samengevat – bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de woning gelegen aan de [adres] ,
veroordeling van [huurders] tot ontruiming van het gehuurde binnen een termijn van veertien dagen,
hoofdelijke veroordeling van [huurders] tot betaling van € 5.245,10 aan huurachterstand tot en met maart 2026, vermeerderd met de wettelijke rente,
hoofdelijke veroordeling van [huurders] tot betaling van de huur van € 1.087,19 per maand vanaf 1 april 2026 tot aan het tijdstip dat de onderhavige huurovereenkomst wordt ontbonden,
hoofdelijke veroordeling van [huurders] tot betaling van een gebruikersvergoeding van € 1.087,19 per maand, voor elke maand of gedeelte van een maand dat [huurders] in gebreke blijven met ontruiming van het gehuurde,
veroordeling van [huurders] in de proceskosten.
3.2.
Wonen Limburg legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. [huurders] zijn in hun verplichtingen als huurders tekortgeschoten door niet (volledig) aan hun betalingsverplichtingen te voldoen. Ondanks aanmaningen en pogingen om een betalingsregeling te treffen is de totale huurachterstand tot en met maart 2026 uitgekomen op een bedrag van € 5.245,10. Deze achterstand is vervolgens ook verder opgelopen. De tekortkoming weegt zwaarder dan het woonbelang van [huurders] en hun drie minderjarige kinderen. Wonen Limburg vordert daarom ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[huurders] voeren verweer. [huurders] erkennen de huurachterstand. Zij geven als oorzaak aan de tijdelijke werkloosheid en/of wegvallen van opdrachten van [huurder 1] . Ondanks de huurachterstand zijn zij van mening dat de vorderingen van Wonen Limburg moeten worden afgewezen. Dit omdat zij in het gehuurde samenwonen met hun drie minderjarige kinderen die bijzondere aandacht nodig hebben. Een stabiele woon- en leefomgeving is essentieel en een uitzetting zou ernstige gevolgen hebben voor hun ontwikkeling. [huurders] zijn daarnaast bereid om een (nieuwe) betalingsregeling af te spreken met Wonen Limburg.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Huurachterstand
4.1.
Wonen Limburg heeft in de dagvaarding een huurachterstand van € 5.245,10 genoemd. [huurders] hebben deze huurachterstand welke tot aan de mondelinge behandeling is opgelopen tot een bedrag van € 8.300,87 erkend. Nu de achterstand niet is betwist staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat dit de actuele huurachterstand is. De kantonrechter zal [huurders] dan ook veroordelen om de huurachterstand van € 8.300,87 tot en met de maand augustus 2026 aan Wonen Limburg te betalen.
Wonen Limburg heeft voldaan aan haar meldplicht
4.2.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Wonen Limburg heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Ontbinding en ontruiming wordt toegewezen
4.3.
Er is een huurachterstand van ruim zeven maanden. Deze achterstand is zo groot dat (in beginsel) van Wonen Limburg niet kan worden verlangd dat zij de huurovereenkomst laat voortduren. [huurders] hebben betoogd dat geen ontruiming moet plaatsvinden omdat sprake is van kinderen die bijzondere behoeften hebben.
4.4.
[huurders] hebben een beroep gedaan op de bescherming van de rechten van het kind. De kantonrechter dient ook ambtshalve te onderzoeken of de gevorderde ontbinding en ontruiming ook kinderen zal treffen en wat hun belang is in de gegeven omstandigheden. Dit nu een kind geen partij is bij de tekortkoming van de huurder. [huurders] wonen samen in het gehuurde met hun drie minderjarige kinderen. Voor de minderjarige kinderen van [huurders] is het ingrijpend om de woning op korte termijn te moeten verlaten. Toch is de kantonrechter van oordeel dat het belang van Wonen Limburg om de woning te verhuren aan een huurder die de huurprijs volledig betaalt zwaarder moet wegen dan de belangen van [huurders] en dat dit belang toewijzing van de gevorderde ontruiming rechtvaardigt. [huurders] wisten bij het sluiten van de huurovereenkomst dat de huurprijs inclusief kosten van water en elektriciteit op dat moment per maand € 1.055,82 was. De ouders van minderjarige kinderen zijn in principe verantwoordelijk voor tekortkomingen die tot een ontbinding en daaropvolgende ontruiming kunnen leiden. Het ligt dan ook in de eerste plaats op de weg van de ouders zelf om de nadelige effecten van de ontbinding en ontruiming voor hun kind zoveel mogelijk te beperken. Er bestaat de mogelijkheid om, als daarbij hulp nodig is, hulpverlenende instanties in te schakelen. Als er toch een noodsituatie dreigt, bijvoorbeeld omdat de kinderen letterlijk op straat komt te staan, dan kan dat – mede afhankelijk van de overige omstandigheden – een belemmering voor ontruiming zijn. [huurders] hebben niet gesteld dat zij bij ontruiming geen – tijdelijke – vervangende woonruimte kunnen vinden. [huurders] hebben zelf ter zitting aangegeven dat zij al langer op zoek zijn naar een andere meer passende woonruimte. De kantonrechter vindt het daarom niet aannemelijk dat bij toewijzing van de gevorderde ontruiming er geen andere woonruimte in beeld komt voor de kinderen en dat dan een acute noodsituatie voor hen dreigt. De kantonrechter heeft ook meegewogen dat de huurachterstand op het moment van de dagvaarding in totaal € 5.245,10 was. Deze achterstand is in vier maanden tijd toegenomen met ruim € 3.000, -. [huurders] hebben niet duidelijk gemaakt dat zij voldoende financiële middelen hebben om de lopende huur te betalen.
4.5.
[huurders] moeten de woning ontruimen. Dit betekent dat zij de woning moeten verlaten en leeg en netjes moeten achterlaten. Bij het bepalen van de termijn van ontruiming zal de kantonrechter wel rekening houden met de belangen van de minderjarige kinderen van [huurders] . Wonen Limburg had gevraagd om een ontruimingstermijn van 14 dagen. De ontruimingstermijn wordt verruimd naar twee maanden. Dit betekent dat [huurders] twee maanden de tijd krijgen het gehuurde te verlaten. De termijn voor de ontruiming gaat in vanaf het moment dat de deurwaarder van Wonen Limburg dit vonnis aan [huurders] hebben bezorgd.
Gebruiksvergoeding
4.6.
Na de ontbinding van de huurovereenkomst tot de ontruiming moeten [huurders] aan Wonen Limburg dezelfde maandelijkse vergoeding betalen die zij ook vóór de ontbinding maandelijks aan Wonen Limburg betaalden.
Wettelijke rente
4.7.
Wonen Limburg vordert wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de achterstand van € 5.245,10 vanaf 27 maart 2026 tot de dag dat de vordering is betaald. Nu vaststaat dat deze huurtermijnen niet tijdig zijn voldaan zal de gevorderde wettelijke rente over de achterstand van € 5.245,10 worden toegewezen. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met tussentijdse betalingen.
Proceskosten
4.8.
[huurders] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Wonen Limburg worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
154,10
- griffierecht
€
559,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.577,10
4.9.
Als [huurders] niet binnen veertien dagen nadat Wonen Limburg daar schriftelijk om heeft verzocht aan de veroordelingen voldoen en Wonen Limburg het vonnis daarna door een deurwaarder laat betekenen, moeten [huurders] € 144,00 extra betalen (nakosten) plus de kosten van betekening.
De uitspraak wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
4.10.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat Wonen Limburg het vonnis direct kan (laten) uitvoeren als [huurders] niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoen. [huurders] kunnen dus niet wachten met voldoen aan de veroordelingen van dit vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als zij hoger beroep hebben ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van Wonen Limburg om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van Wonen Limburg om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit hier het geval. Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] ,
5.2.
veroordeelt [huurders] om binnen twee maanden na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Wonen Limburg zijn, en de sleutels af te geven aan Wonen Limburg,
5.3.
veroordeelt [huurders] hoofdelijk om te betalen aan Wonen Limburg:
- € 8.300,87 aan achterstallige huur tot en met augustus 2026,
- € 1.087,19 per maand vanaf september 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
- de wettelijke rente over de huurachterstand van € 5.245,10 vanaf 27 maart 2026 tot de dag waarop dit bedrag volledig is betaald,
5.4.
veroordeelt [huurders] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.577,10, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurders] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Berends en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.