Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBMNE:2025:348

Verzoek om voorlopige voorziening buiten zitting afgedaan wegens ontrbeken spoedeisend belang. Machtiging tot binnentreden reeds verlopen op moment dat verzoek werd ingediend.

Rechtbank Midden-Nederland 26 February 2025

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2025:348 text/xml public 2025-02-26T08:56:18 2025-02-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-01-28 UTR24/7865 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:348 text/html public 2025-02-26T08:55:29 2025-02-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:348 Rechtbank Midden-Nederland , 28-01-2025 / UTR24/7865
Verzoek om voorlopige voorziening buiten zitting afgedaan wegens ontrbeken spoedeisend belang. Machtiging tot binnentreden reeds verlopen op moment dat verzoek werd ingediend.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/7865
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 januari 2025 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats] , verzoekers
en
de burgemeester van de gemeente Almere
(gemachtigde: mr. B. de Haan).
Inleiding
1. Verzoekers hebben verzocht om een voorlopige voorziening, omdat zij het niet eens zijn

met de ‘Machtiging tot binnentreden woning’, die de burgemeester op 21 november 2024 heeft afgegeven.

2. Verzoekers voeren aan dat zij hun woon- en bedrijfsadres willen beschermen tegen

verdere ongefundeerde beschuldigingen en inbreuken
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene

wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De voorzieningenrechter vindt dat in dit geval geen sprake is van onverwijlde spoed. De ‘Machtiging tot binnentreden woning’ is afgegeven op 21 november 2024 en was van kracht op die dag en de drie daarop volgende dagen. Op het moment dat het verzoek om een voorlopige voorziening op 25 november 2024 werd ingediend, was de machtiging dus niet meer van kracht. Dat betekent dat verzoekers geen belang hebben bij hun verzoek. De conclusie is dan dat er geen enkel (spoedeisend belang) is. Dit is zo duidelijk, dat daarvoor geen zitting bij de voorzieningenrechter nodig is.
Conclusie en gevolgen
4. Het verzoek om een voorlopige voorziening is kennelijk ongegrond en de

voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Het college hoeft geen proceskosten of griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2025.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel delen