Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:152

Wrakingszaak. Verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend nadat in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan. Dat is te laat.

Rechtbank Midden-Nederland 26 January 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:152 text/xml public 2026-01-26T16:09:15 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-01-23 605611 HA RK 26-10 Uitspraak Wraking NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:152 text/html public 2026-01-23T14:49:36 2026-01-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:152 Rechtbank Midden-Nederland , 23-01-2026 / 605611 HA RK 26-10
Wrakingszaak. Verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend nadat in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan. Dat is te laat.

Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer: 605611 HA RK 26-10

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van

23 januari 2026

op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:

[verzoeker] ,

wonende in [woonplaats] ,

(hierna: verzoeker),
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Verzoeker heeft per e-mail van 16 januari 2026 om 10:45 uur een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. D. A. van Steenbeek, de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 11823147UC EXPL 25-6344 (hierna: de hoofdzaak).
1.2.
Er is op 14 januari 2026 einduitspraak gedaan in de hoofdzaak.
1.3.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
<nr>2</nr>De beoordeling 2.1.
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek nader toegelicht per e-mails van 16 januari 2026 om 17:34 uur en 18 januari 2026 om 14:42 uur. Verzoeker schrijft in deze mails – samengevat – dat de rechter niets zou hebben gedaan met zijn bezwaarschrift, alleen heeft geoordeeld op basis van de stukken van de wederpartij en daarom alleen oog heeft gehad voor de belangen van de wederpartij. Hieruit zou de partijdigheid van de rechter blijken.
2.2.
In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.3.
Een wrakingsverzoek kan worden ingediend totdat de behandelend rechter einduitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Na een einduitspraak eindigt de procedure namelijk en is er dus geen “behandelend rechter” meer zoals wordt bedoeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.4.
Verzoeker heeft het wrakingsverzoek ingediend na de einduitspraak van 14 januari 2026 en dat is te laat. De wrakingskamer zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn wrakingsverzoek.
<nr>3</nr>De beslissing
De wrakingskamer
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.

Deze beslissing is genomen door mr. D. Wachter, voorzitter, en mr. I.L. Rijnbout en

mr. A.F. Hermans als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. D. van Wijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Zie ook artikel 2.4.2. onder d van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.

Artikel delen