Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:3188

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Mondeling uitgesproken, beroep ongegrond. Volgens eiser was het niet duidelijk dat hij moest betalen voor het parkeren. De heffingsambtenaar heeft onderbouwd dat het wel kenbaar voor eiser had moeten zijn. Eiser heeft niet voldaan aan zijn vergewisplicht.

Rechtbank Midden-Nederland 6 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:3188 text/xml public 2026-08-06T11:56:53 2026-06-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-05-29 UTR 25/4064 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Utrecht Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3188 text/html public 2026-08-06T11:56:33 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:3188 Rechtbank Midden-Nederland , 29-05-2026 / UTR 25/4064
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Mondeling uitgesproken, beroep ongegrond. Volgens eiser was het niet duidelijk dat hij moest betalen voor het parkeren. De heffingsambtenaar heeft onderbouwd dat het wel kenbaar voor eiser had moeten zijn. Eiser heeft niet voldaan aan zijn vergewisplicht.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/4064

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder

(gemachtigde: P.E. Boersma).
Procesverloop
1. De heffingsambtenaar heeft op 7 mei 2025 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 6 juli 2025 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft beroep ingesteld.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 29 mei 2026. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting, eiser was zonder afmelding afwezig.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
Feiten

3. Het voertuig van eiser met kenteken [kenteken] stond op 22 april 2025 om 10:28 uur geparkeerd op de Hollantlaan in Utrecht zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan.

4. Naar aanleiding van de constatering dat geen parkeerbelasting was voldaan, is aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 84,02 bestaande uit een bedrag aan belasting van € 5,22 en € 78,80 aan kosten van de naheffingsaanslag.

Beoordeling van het geschil

5. Volgens eiser is de naheffingsaanslag onterecht opgelegd. Volgens eiser wordt bij het inrijden van de Hollantlaan niet duidelijk aangegeven dat het een betaald parkeren zone betreft. Pas na 100 meter is volgens eiser het eerste herhalingsbord te zien dat wel duidelijk maakt dat het om een betaald parkeren zone gaat. Daartoe heeft eiser ook foto’s overgelegd. Het was eiser daarom niet duidelijk dat hij moest betalen voor het parkeren op de Hollantlaan.

6. De heffingsambtenaar stelt dat er voldoende is gedaan om kenbaar te maken dat er betaald moet worden voor het parkeren op de Hollantlaan. Hij heeft daartoe het bebordingsplan van de betreffende straat aan het verweerschrift toegevoegd. Daaruit blijkt dat er in het gebied zeven borden zijn geplaatst die aangeven dat men een betaald parkeerzone inrijdt. In het gebied staan twintig herhalingsborden dat men zich in een betaald parkeerzone bevindt. Verder staan er in het gebied zeven parkeerautomaten en 27 parkeerautomaatborden die richting geven aan de plaats van de betreffende parkeerautomaten. De heffingsambtenaar heeft in dat kader ook een foto aan het verweerschrift toegevoegd waaruit dat het bord aan de ingang van de Hollantlaan, waar eiser op doelt, wel aanwezig is. Ook heeft de heffingsambtenaar een foto aan het verweerschrift toegevoegd vanuit het punt waar de auto van eiser geparkeerd stond. Daarop is te zien dat er twee herhalingsborden op dat stuk van de Hollantlaan staan die eiser had kunnen opmerken.

7. De rechtbank kan de uitleg van de heffingsambtenaar volgen en merkt op dat de foto’s die eiser heeft aangeleverd verderop de Hollantlaan zijn gemaakt en daarom niet doen twijfelen aan de aanwezigheid van het bord aan de ingang waar de heffingsambtenaar op wijst. Het ligt op de weg van eiser om zich te informeren over het geldende parkeerregime. Nu duidelijk is dat het kenbaar had moeten zijn voor eiser dat het ging om een zone waar betaald parkeren geldt, ziet de rechtbank geen reden om anders te oordelen. Het beroep slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is ongegrond, dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt ook het door hem betaalde griffierecht niet terug.

9. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2026 door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vermeer, griffier.

griffier

rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Artikel delen